‘Ian?’
‘Ja?’
‘Mag ik blijven logeren?’
Ian keek op van zijn Wii waarop we Mario Kart aan het spelen waren, en ik glorieus aan het verliezen was. ‘Ja, natuurlijk, jawel, maar wil je niet liever thuis bij je moeder zijn? Vandaag was behoorlijk heftig voor je.’
Ik schudde mijn hoofd, en mijn kortgeknipte haren zwiepten tegen mijn wangen. ‘Dat is juist waarom ik nog even hier wil blijven. Ik heb geen zin om het allemaal weer opnieuw uit te moeten leggen, en zeker niet aan mijn moeder. Het is een schat, maar ze maakt zich al veel te veel zorgen om me, en ik weet dat ze me de hele avond niet met rust zal laten als ik haar vertel wat er gebeurd is. Dan wilt ze deze nacht nog van school veranderen en naar Australië emigreren of zo.’
Ian grijnsde even om die laatste opmerking, en het luchtte me op om zijn glimlach weer te kunnen zien. De nukkige, kwade Ian was niet lang meer gebleven, en hij was al gauw weer vervangen door de lieve, sullige Ian die ik kende. ‘Oké, is goed. Je mag hier zo lang blijven als je wilt, als je maar wel tegen je moeder zegt waar je bent. Ik wil niet dat ze denkt dat wij je aan het kidnappen zijn.’
Ik rolde met mijn ogen en pakte mijn mobieltje om een kort berichtje naar mijn moeder te sturen dat ik die nacht bij een vriend zou slapen.

‘Vind je het erg om in mijn oude Star Wars T-shirt te moeten slapen? Ik denk dat dat mijn enige kledingstuk is die jou niet als een soepjurk past.’ Ian stond naar voren gebogen in zijn klerenkast te graaien, op zoek naar iets wat ik als pyjama kon dragen. Hij had me verteld dat hij alleen een oudere broer had, dus geen vrouwelijke familieleden waarvan ik kleren kon lenen.
Ik was dankbaar dat hij me zijn kleren wilde lenen, maar tegelijkertijd was ik ook niet erg blij dat ik jongenskleren aan moest. Eerst moest mijn haar korter, en nu dit?
‘Geen probleem’, zuchtte ik. Ik pakte het shirt en een oude kortgeknipte joggingsbroek aan, en vertrok naar de badkamer om me om te kleden. Mijn ogen ontweken de spiegel terwijl ik me uit kleedde en in Ians oude kleren hees. Het zou zeker zijn dat de overblijfselen van de stift die Candy er niet compleet af had weten te boenen weer tevoorschijn zouden komen toen ik de make-up van mijn gezicht af waste, maar ik bleef niet lang genoeg achter de spiegel rondhangen om het te kunnen zien.
Weer terug in Ians kamer hoopte ik dat hij zo snel mogelijk het licht uit zou doen zodat ik in de slaapzak die op mijn luchtbed lag kon duiken, die dicht kon ritsen als een cocon, en er pas weer uit kon komen als ik op een magische wijze van een rups in een vlinder was veranderd.
Al was hij een goede vriend, wilde ik niet dat Ian me zo zag, zonder make-up, in zijn oude jongenskleren, en nu ook zonder mijn lange haar om me achter te verschuilen. Er waren genoeg jongens met de lengte haar die ik nu had, bedacht ik me. Tenslotte waren Ians oude kleren als nog op z’n minst twee maten te groot voor me, en verdwenen alle vormen waar ik wél nog een beetje trots op was er compleet in. Zonder mijn beha was mijn borst zielig en plat. Ik voelde me compleet vernederd. Ik wilde niet eens naar benden kijken.
‘Hoi’, piepte ik.

Ian zag me, en begon tot mijn afgrijzen te glunderen. Was dit een of ander ziek leedvermaak?
‘Die staan je goed’, zei hij, gebarend naar het shirt die zielig om mijn torso hing. Ik gaf hem een geïrriteerde blik, duidelijk makend dat ik nu echt niet op onnodige vleierij stond te wachten. Ik wist ook wel dat ik er sneu uit zag.
‘Nee, echt,’ zei Ian gepikeerd, en hij kwam iets dichterbij, ‘je ziet er uit als een soort skater-chick of zo. Erg aantrekkelijk.’
Geweldig, dus hij vond dat ik er uit zag als een of andere tomboy uit zijn 2009 tijdperk? Ik wist dat hij het goed bedoelde en dat ik niet zo geïrriteerd moest zijn, maar ik kon me gewoon niet op mijn gemak voelen als hij zo naar me zat te koekeloeren terwijl ik me zo breekbaar en blootgelegd voelde.
‘Kijk niet zo naar me, ik heb geen make-up op’, bromde ik, en ik stapte langs hem heen, om op mijn luchtbed te gaan liggen en hopende dat dat hem aan zou zetten tot het verdomme licht uit te doen zodat hij me niet meer zo hoefde te zien.
‘Het is nog steeds jou gezicht’, zei Ian, en tot mijn schrik pakte hij plotseling mijn kin beet om mijn gezicht te bekijken. Hij stak zijn andere hand uit naar mijn wang alsof hij die wilde strelen, maar raakte me niet aan. Zijn uitgestoken hand veranderde in een wijzende, en hij zei: ‘Alleen zonde wat ze er mee hebben gedaan.’ Er zat inderdaad dus nog een overblijfsel van de stift op mijn gezicht.
Ik wilde me van schaamte losrukken en Ian vertellen dat hij op kon rotten, maar opeens voelde ik me alsof ik helemaal niks meer kon. Mijn benen voelden slap, en het was alsof er een bonk gelei in mijn hoofd zat in de plaats van hersenen, toen Ians felblauwe ogen die van mij vast leken te grijpen en weigerden los te laten. Het was uiterst ongepast en vreemd om iemand zo lang aan te blijven staren, maar de zweverigheid in mijn hoofd verbood me om mijn blik af te wenden.
Blijkbaar merkte Ian het ook, want toen hij weer bij zinnen kwam leek hij even te haperen, voordat hij gauw mijn kin losliet en een stap naar achteren zette, waarbij hij bijna over zijn bureaustoel struikelde. Hij haalde opgelaten zijn hand door zijn haar, en staarde uit het gitzwarte raam alsof er iets interessants te zien was.
‘Zullen we gaan slapen? Het is al laat maar eh… ik denk niet dat je morgen naar school hoeft, maar toch…’
Ik knikte heftig. Ja, doe alsjeblieft het licht uit. Het voelde alsof mijn hoofd elk moment kon ontploffen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen