Kevalth rende bijna de stad uit tot hij zich realiseerde dat misschien Phoebe hem wel wat wilde leren. Hij wist dat Phoebe zijn broer ook had geholpen, het kon vast niet zo’n kwaad het te vragen.
Kevalth keek om zich heen en wandelde terug op zoek naar Phoebe’s huisje. Hij wist dat het vlakbij het middelpunt van de stad stond. Moeilijk zou het dan niet moeten zijn om het op te zoeken. Opnieuw werd hij nerveus. En misschien bedacht hij dit alleen om weer dichter bij zijn broer te staan. Als hij dan iedereen van thuis moest achterlaten hiervoor, dan zijt dat maar zo.
Maar misschien was dit de slechte manier om weer contact met Czabock te krijgen. Hij wilde alleen niet meer zo buitengesloten voelen, al zeker niet bij zijn broer.
Hij keek op naar het grote witte draken standbeeld. Iets in de ogen van deze standbeeld leek te glinsteren. Kevalth keek er vragend naar en hield zijn kop erdoor scheef. Was die glinster vorige keer er ook?
Hij wandelde richting Phoebe’s huis en klopte op de deur, met nog steeds de gedachte van het standbeeld in zijn kop zitten.
De deur ging langzaam open en Phoebe keek Kevalth toen aan.
“Dat is een tijdje geleden.” Kevalth knikte, hij was het daar wel mee eens.
“Ik was langs bij Czabock, maar… Het gaat niet zo goed tussen ons.” Phoebe stapte opzij zodat Kevalth naar binnen kon stappen, eenmaal naar binnen gewandeld ging Kevalth in de zithoek zitten. Hij voelde zich ineens ernstig verdrietig sinds hij toegaf dat het niet goed ging tussen hem en Czabock. Hij wist het wel, maar had het nog niet hardop gezegd.
“In het begin kon hij alleen maar over jou praten, maar hij zei telkens dat het nog te vroeg was om terug te gaan, en op gegeven moment was het te laat. En wilde hij niet meer nadenken over wat er in zijn verleden is gebeurt. Als ik wist dat het zo ernstig was, had ik misschien jullie beide onder mijn vleugels genomen.” Kevalth keek verbazend op, omdat er misschien destijds toch een uitweg was geweest.
“Maar het is nu een beetje laat hiervoor, of niet?” Phoebe keek weg van Kevalth terwijl ze naar de keuken ging. Kevalth snapte het probleem niet, waarom zou het nu te laat zijn. En nu dat ze het antwoord inslikt, of erop liet wachten hielp niet. Hij wandelde mee naar de keuken.
“Wat is er? Kan je mij niet hetzelfde leren als je deed bij Czabock?” Phoebe was bezig met iets pakken, maar zette toen haar poten op de grond en draaide zich om naar Kevalth.
“Het is de magie van jou waar ik mij altijd zorgen om heb gemaakt, en ik weet niet of ik iets voor je kan betekenen.” Zijn magie? Kevalth wist nog niet eens dat hij magie had, laat staan dat er een probleem mee was.
“Wat bedoel je? Ik heb nog geen magie kunnen doen sinds… Altijd.” Kevalth ging bij de opening zitten, niet dat Phoebe ergens heen wilde gaan, maar ze had nu niet veel keus dan het te vertellen.
“Jouw magie, is zo instabiel. Het is alsof jouw magie nog geen keus hebt gemaakt wat die wilt zijn. Goed, slecht, vuur, water. Alleen dat het heel sterk zou zijn. Het is alsof jouw hele identiteit nog niet besloten is.” Kevalth snapte er niet alles van, maar de deel dat hij ervan wel snapte was dat ze hem niet kon helpen met zijn magie. En Kevalth knikte maar begrijpend.
“Oke, toch bedankt dan. Blijkbaar is mijn magie niet de enige die geen plek kan vinden.” Kevalth wandelde van Phoebe af waarbij ze hoorbaar zuchtte. Ze wist niet wat ze Kevalth moest zeggen en besloot maar niets te zeggen. Het deed haar deels wel pijn want ze gaf wel om de beide broers, ook al had ze Kevalth al twee jaar niet gezien. De korte periode dat ze met hen was, waren een van haar beste tijden geweest voor een lange tijd.
Kevalth wandelde naar buiten en keek opnieuw naar de standbeeld, en hij voelde voor de eerste keer de kracht dat van die glinsters afkwamen. Hij glimlachte lichtjes erdoor en wandelde toen dit keer wel van het dorp af. Hij had geen intenties om terug te gaan naar deze plek. Ook al leefde zijn broer hier, hij moest zijn eigen pad vinden. En die is niet dezelfde als zijn broer. Dat is waar hij nu zeker over was.
Hij rende zo hard als hij kon door de bossen, op die manier kon hij meer afkomen van deze pijn.
Tot hij uiteindelijk zijn kop tegen iets aan stootte, iets wat hem een flinke schok achterna gaf.
Hij viel neer op de grond en keek op naar een muur dat eruit zag als een transparante regenboog.
“Wat is dit…?” Hij raakte het opnieuw aan en voelde hoe hij geschokt erdoor werd.
Hij begon zich zorgen te maken aangezien dit richting zijn thuisplek ging.
Hij vloog op en keek of er een andere weg was naar zijn plek maar hij kon die niet vinden. Deze muur leek alleen maar hoger te gaan, en het ging om het hele gebied heen.
“Een koepel?” Hij vloog op het moment zo hoog als hij kon en kreeg tranen in zijn ogen. Opnieuw kon hij geen plek vinden om het ‘thuis’ te noemen, dit keer het huis waar hij altijd was geweest.
Hij liet zich vallen vanuit de hoogte dat hij was. Hij wilde niet meer. Hij wilde zoveel niet meer. Alles deed hem pijn op het moment. Een broer die hem niet wilde zien. Een thuis die pijn deed, maar het is het enige thuis dat hij had. Zelfs die plek kon hij niet naartoe. En een vriend die hem niet kon of wilde helpen. Hij kon naar niemand toe op het moment. Hij wist niet wat hij anders moest gaan doen.
Hij zag hoe de grond dichterbij hem kwam, maar hij had geen zin er iets tegen te doen. Als deze val hem pijn zou doen, dan was dat maar zo. Een fysieke pijn om deze innerlijke pijn te vergeten.
Net voor hij de grond raakte voelde hij hoe een warme gloed in zijn lichaam opborrelde, een zwarte waas kwam voor zijn ogen, en zonder dat het door had ook om zijn lichaam. Even kreeg hij het gevoel alsof hij alles eruit moest schreeuwen. En dat was precies wat hij deed. Hij schreeuwde, zo hard als hij kon. Er was toch niemand die hem kon horen.
Met zijn schreeuw, een straal kwam uit hem vandaan. Een kracht dat zo warm en vertrouwd voelde. Hij wilde dit gevoel niet kwijt. Hij keek op terwijl hij net boven de grond leek te zweven, en zag hoe de binnenkant van zijn straal eruit zag. Een zwarte straal, met paarse bliksemschichten er doorheen. Het zag er misschien niet heel fraai uit, maar voor hem was dit beeldschoon. En zijn innerlijke pijn was inderdaad even vergeten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen