De volgende morgen besluit ik op tijd richting het ontbijt te gaan. Ik wil graag de drukte voor zijn en mij voorbereiden op weer een intensieve schooldag. Na het incidentje met de spin van gisteren voel ik pas echt hoe onvoorbereid ik op deze magische wereld ben. Het is hier allesbehalve sprookjesachtig, tenminste, als je de prachtige omgeving niet meetelt. Nee, het is een keiharde wereld waarin je ieder moment op het kruispunt van leven of dood kunt staan. Ik maak me snel op in de badkamer en neem een sprintje richting de ontbijtzaal. Gelukkig is het nog rustig en kan ik een plekje voor mezelf vinden.

Als ik nog maar net mijn ontbijt opheb, zie ik in mijn ooghoek een meisje huilend wegrennen. Het is Pansy. Niet mee bemoeien, bedenk ik bij mezelf, maar ik kan me niet lang inhouden. Ik kan haar nog net bijhouden en zie haar het meisjestoilet in snellen. Voorzichtig leg ik een hand op haar schokkende schouder maar die slaat ze kwaad van zich af. "Het is allemaal jouw schuld!" Roept ze kwaad. "Sinds jij hier naar school gaat is hij echt een rotzak tegen mij!" Ik kan mijn lach moeilijk inhouden en begin gespannen te grinniken. "Nou, volgens mij kan hij gewoon niet hebben dat er nu een nog grotere rotzak op school zit dan hem." Pansy kijkt me met grote, kwade ogen aan. "Vind je dit soms grappig? Geen wonder dat je geen vrienden hebt!" Terwijl ze dat zegt zwaait ze haar haren nonchalant achterover en laat mij alleen achter.

Het is waar, ik heb inderdaad geen vrienden. Ja, in Nederland, maar die gaan voornamelijk ook met mij om omdat ze als de dood voor mij waren. Ze hebben mij na jaren met elkaar om te gaan ooit eens gevraagd waarom ik altijd eerst zo gemeen ben en daar heb ik lang overna moeten denken, maar het antwoord weet ik niet... Ik zou wel willen dat ik wat aardiger was, maar ik weet gewon niet hoe. Ik wil gewoon geen zwakkeling zijn, dan zou er helemaal niets meer van mij overblijven.

Als ik de meisjestoiletten verlaat, kom ik professor Slughorn tegen, die vermoedelijk onderweg is naar de eerste les van de dag. Ik zwaai even kort en wil eigenlijk doorlopen, maar dan houdt hij mij even kort aan. "Dag mevrouw van Zanten. Zeg, ik heb begrepen dat u uw moeders toverstok heeft ontvangen?" Hij kijkt me met grote, bezorgde ogen aan. Ik knik instemmend. "Dan lijkt het mij niets meer dan verstandig dat ik mijzelf aanwijs als de persoon die u zal leren het beste gebruik ervan te maken." Ik kijk hem even vragend aan. "U geeft mij toch al Verweer tegen de Zwarte Kunsten? Heb ik iets verkeerds gedaan?" Professor Slughorn begint vriendelijk te lachen. "Nee, nee, ik biedt hierbij wat persoonlijke bijlessen aan. Zodat u makkelijk mee kunt komen met de rest. Aangezien uw ouders enorm getalenteerd waren en u zeker in hun voetsporen zal treden wil ik graag dat u leert... euhm, verstandig ermee om te gaan." Iets in de toon van zijn stem zorgt voor onrust bij mij. Verstandig ermee omgaan? Wat bedoelt hij daar toch mee? Ik knik instemmend, een beetje bijles zal goed van pas komen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen