D’agon en Za’afiel keken beide nog naar de gigantische straal dat buiten de koepel leek te zijn. Ze waren verbaast, maar niet zeker wat het nou zou zijn. Het was duidelijk een soort krachtige magie, maar door deze koepel konden ze niet aanvoelen of het sterk was, of van wie het was.
“Kan je niet meten wat voor magie dat is?” Za’afiel keek ernaar terwijl hij D’agon vroeg, die hem dan aan keek.
“Ik kan niets meten buiten de koepel, het is een perfecte cirkel.” Za’afiel draaide zich om naar D’agon met een neutraal gezicht.
“Juist ja, ik denk dat ik genoeg weet.” Za’afiel ging weer liggen alsof hij de interesse kwijt is.
D’agon keek nog steeds hem aan alsof hij nog wat te zeggen had, en ging tegen over Za’afiel liggen, wat Za’afiel hem opnieuw deed aankijken. Hij snapte niet echt waarom D’agon ineens voor hem ging liggen, aangezien hij dat nooit heeft gedaan.
“Wat wil je nou?” zei Za’afiel nogal kortaf. Hij had waarschijnlijk al genoeg gezelschap gehad van de drie minuten die hij had van D’agon. Zelfs nu nog was Za'afiel niets anders gewend dan alleen te zijn.
“De planten maken geen zuurstof meer aan, of te wel de zuurstof houdt straks op in de koepel.” Za’afiel keek op, aangezien het vrij serieus klonk.
“Wat stel je voor?” Het leek er ieder geval op dat Za’afiel weer mee ging in het gesprek. Mogelijk had het te maken met het feit dat hij graag zijn leven wilde behouden, en niet wilde sterven aan zuurstof gebrek. Er was nog geen enkele teken dat het daadwerkelijk zou gaan gebeuren. Hij wilde gewoon op tijd voorbereid zijn.
“We gaan opzoeken naar wat deze koepel maakt, en het ongedaan maken.” D’agon bewoog praktisch niet tijdens het spreken, zoals gewoonlijk.
“Enig idee hoelang we nog hebben voor het zuurstof op raakt?” D’agon bleef even stil aangezien hij moest berekenen hoeveel zuurstof werd gebruikt, en hoeveel er überhaupt in de omgeving is.
“Ik schat dat we zo’n twee dagen hebben om comfortabel te ademen, vier dagen om te leven, misschien vijf als je geluk hebt, dus we moeten dit wel vrij snel doen.”
Qyma, Noë en Diablo kwamen aangerend en kwamen bij ze liggen, ze hadden waarschijnlijk het gesprek ook gehoord en keken D’agon toen aan.
“Wij willen graag wel hebben, wij verstikken niet zo graag,” zei Noë ongerust. D’agon knikte.
“Ik bedoel, zuurstof klinkt best belangrijk.” Qyma knikte om zijn eigen antwoord, Diablo stemde ermee in.
“Ik weet niet precies wat we moeten doen, maar we kunnen wel even kijken waar die straal vandaan komt.” D’agon keek op richting de straal waar iedereen nu ook ineens naar staarde.
“Laat ons maar kijken, wij zijn niet zo groot, en alsnog vrij snel,” zei Noë vriendelijk. Diablo was niet heel zeker met Noë’s antwoord aangezien hij hem nu aankeek met een zorgelijke blik.
“Ik kan nog best rennen, maar geen hele stukken, misschien moet je dit gewoon met Qyma doe. Ik houd de draken wel gezelschap.” Noë keek op naar de draken en naar Diablo, en knikte toen. Hij kwam overeind en duwde tegen Qyma dat hij ook moest op staan.
“Ik kom al~” zei Qyma lachend. Qyma rekte zich nog even uit en rende toen achter Noë aan.
Diablo keek naar de draken en keek ze vriendelijk aan.
“Waarom moest je ook alweer hier blijven?” zei Za’afiel lichtelijk geïrriteerd, hij wilde nog steeds zijn rust hebben.
Diablo sprong op Za’afiel en klom verder omhoog tot hij op Za’afiel’s rug kon liggen.
“Dit is wat ik wilde~” Za’afiel gromde lichtjes, omdat het hem zwaar irriteerde. Hij deed er alleen niets tegen. Misschien interesseerde het hem niet zoveel omdat hij niets van plan was om te doen. Diablo zal het waarschijnlijk vanzelf wel merken wanneer Za’afiel van plan was om te vertrekken.
Diablo lachte zachtjes aangezien hij zich wel vermaakte op Za’afiel’s rug.
D’agon stond dan ook op gegeven moment op en wandelde ook de bossen in richting de straal, zonder wat te zeggen.
Diablo keek naar hem op. “Ik dacht dat alleen de honden het even ging checken.” Za’afiel bromde alleen aangezien het hem nog steeds niet interesseerde.
“Laat hem, het maakt mij nogal niet uit wat hij doet.” Diablo legde zijn kop opnieuw op de rug van Za’afiel. Het was voor hem wel lekker warm om hier te liggen, misschien niet het zachts, maar het was ieder geval warm genoeg om comfortabel genoeg te blijven liggen.
“Laten we gewoon hopen dat ze dit gezeur op kunnen lossen. Dan hoeven we niet te sterven aan zuurstof tekort.” Diablo knipperde even met zijn ogen, niet dat iemand het kon zien. Hij was gewoon verbaast dat Za’afiel zo rustig kon blijven liggen terwijl hij weet dat ze binnenkort gewoon dood kunnen zijn.
“Laten we dat maar hopen, ja…” zei Diablo met een zorgelijke stem.
“Zou je het erg vinden als je even hier alleen ligt?” zei Za’afiel ineens. Diablo keek op en gleed van Za’afiel af om dan vervolgens voor hem te zitten.
“Wat wil je gaan doen dan?” Hij draaide zijn kop lichtjes scheef.
Za’afiel stond dit keer op en rekte zich uit met een lichte brul.
“ik ga opzoek naar eten voor als iedereen terug komt, hoe meer wezens ik in dit gebied vermoord, hoe meer eten en zuurstof we hebben op het eind, daarbij, dan kan ik kijken hoeveel prooien we kunnen eten voor ik aan jullie drie honden moet beginnen.” Diablo moest ineens lachen die steeds nerveuzer klonk, aangezien Za’afiel’s blik vrij serieus naar hem keek.
“Draken kunnen toch wel langer zonder eten… Toch…?” vroeg Diablo lichtelijk nerveus.
Za’afiel moest zachtjes grinniken en sprong toen op, opzoek naar prooien om te verzamelen zonder Diablo echt een antwoord te geven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen