Het lijkt wel of alleen Draco het voor elkaar krijgt mij het ene moment de gelukkigste persoon op aarde te laten voelen en vervolgens weer als een buitenstaander aan de kant gezet te worden. Ik heb mijn plaats op deze school en in Slytherin inmiddels meer dan verdient, het wordt tijd dat ik die plaats bij hem ook verdien. Waarom zou hij mij anders zoenen? Ik geloof niet dat hij de gevoelloze, harteloze pestkop is die hij probeert te laten zien. Die zoen was echt, het verschil zou ik meteen gemerkt hebben. Daarom laat ik het er niet bij zitten en zal ik hem tegen al zijn 'waarschuwingen' in toch weer gaan volgen. Ik moet er gewoon achterkomen waar hij mee bezig is en als ik het weet, laat ik het mijn geluk niet meer in de weg zitten.

Draco zit al dagen niet meer aan het ontbijt en hij komt niet meer opdagen bij de lessen. Als ik hem vanmorgen niet de jongensslaapzaal in zag lopen zou ik bijna denken dat hij naar huis is gegaan. Als ik mij 's avonds opwarm aan het haardvuur merk ik dat hij mij ongezien voorbij wil sluipen, de weerspiegeling van zijn bleke gezicht in het raam verraad hem. Ik doe net of ik het niet in de gaten heb en laat hem in de veronderstelling dat hij ongezien weg heeft kunnen komen. Zodra hij uit de leerlingenkamer is verdwenen, zet ik de achtervolging in.

In de gangen probeert Pancy hem aan te spreken, maar die krijgt een zacht duwtje en een stug antwoord ervoor terug. "Aan de kant, ik heb geen tijd!" Zijn stem klinkt schor. Hij lijkt meer gespannen dan voorheen, als dat al mogelijk is. Opeens schiet hij door een poort naar buiten toe, ik blijf hem achtervolgen. De koude wind snijdt door mijn droge huid, maar ik mag hem nu niet uit het oog verliezen. Het valt niet mee hem bij te houden, het is gitzwart buiten en hij is zelf ook helemaal zwart gekleed. Opeens graait hij in zijn jaszak, waar hij zijn toverstak uithaalt. Zijn hand trilt terwijl hij deze vastpakt, maar hij blijft vastberaden doorlopen. Waar gaat hij toch naartoe?

Dan opent hij opeens de poort richting de astronomietoren en verdwijnt hij in het gat van de deur. Ik wil hem achtervolgen maar wordt opeens ruw aan de kant geduwt. Als ik verbaasd opkijk zie ik dat een hele reeks in zwart gehulde mensen voorbij snellen. Voorop loopt een vrouw met wild krullend aan, ze grijnst breed en gemeen nadat ze doorheeft dat ze mij op de grond heeft geduwt. Een van de mannen die haar volgt, staat even vlak voor mijn neus stil en kijkt mij doordringend aan. Op de een of andere manier komt hij mij bekend voor, maar ik weet niet waarvan... De vrouw die voorop loopt roept hem met een schelle stem bij zich en de groep verdwijnt al snel in de astronomietoren. Iets zegt mij dat deze mensen hier niet in het kasteel horen...



Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen