Ik wordt meegesleurd naar een groot, donker gebouw, wat er erg luxueus uitziet, als een soort paleis. De houten, gitzwarte vloer, glinstert in het maanlicht dat door de enorme ruiten weerspiegeld. Maar het ziet er alles behalve gezellig uit. Het is kil en de sfeer is te vergelijken met een begraafplaats bij nacht. Opeens worden we gestopt door een lange, magere man, met lang wit haar, net zo wit als dat van Draco. Zijn gezicht ziet er al net zo ingevallen en gehavend uit als dat van Draco. "Wat is dit, wie is dit?" Vraagt hij kil terwijl hij Draco bij zijn kraag grijpt. Ik wil iets zeggen, iets doen, maar ik weet niet wat. Op dat moment stapt de man die mij bij de astronomietoren zo indringend aanstaarde naar voren. "Ik weet wie dat is. Dat is mijn nichtje, ik dacht even dat het mijn zus was maar..." De man met het witte haar stapt vervaarlijk op mij af en begint te grijnzen. "Die is dood, inderdaad ja. Als ze net zo begaafd is als haar moeder dan zou ze nog wel eens van goede dienst kunnen zijn..." Ik slik gespannen terwijl ik hem recht in zijn ogen aankijk. Het is Draco zijn vader, dat kan niet anders.

Dan wendt hij zich terug naar Draco. "Aan jou de taak haar op te leiden. Zorg dat je dit keer niet weer faalt!" Draco knikt en doet geschrokken een stap achteruit. Ik weet in ieder geval wel van wie hij die agressieve houding heeft. Draco grijpt mijn arm weer hardhandig beet en begint te lopen. "Kom. Geen woord nu." Ik volg hem een trap op en op een lange gang met tientallen deuren staan we stil. Op een van de deuren, zie ik zijn naam staan. Opeens wordt het me duidelijk. Hij woont hier. Wat een verschrikkelijk gure plek om op te groeien! Hij sleurt mij mee zijn kamer in. Als hij de deur achter zich dicht trekt verwacht ik dat hij mij helemaal verrot zal schelden en ik bereid me daar dan ook mentaal op voor.

In plaats daarvan vliegt hij op mij af en slaat zijn armen strak om mijn middel. Hij verbergt zijn gezicht in mij nek en ik voel zijn hele lichaam schokken. Niet veel later hoor ik hem snikken en hij houdt mij nog steviger vast. Ik leidt hem voorzichtig naar zijn bed en blijf hem stevig vasthouden. Hij is zo overstuur dat ik hem maar beter kan laten uithuilen. Ik houdt hem dicht tegen mij aan en terwijl ik zijn tranen over mijn nek voel stromen, streel ik langzaam zijn rug. "Het is goed... Het komt goed..." Probeer ik hem te kalmeren, ook al weet ik dat deze situatie waar ik nu in beland ben, alles behalve goed is...



Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen