Na een vlugge douche haast ik mij naar beneden richting de grote hal, daar zou iedereen elkaar om stipt acht uur ontmoeten. Mijn haar druipt nog en ik kreeg mijn kleren amper aan, veel tijd om mij fatsoenlijk af te drogen had ik niet meer. Waarom heeft Draco mij toch niet eerder wakker gemaakt? Dan had ik nu niet zo moeten haasten. Waar ik mij voor moet haasten is mij nog een groot raadsel maar ik neem aan dat het geen gezellig familieontbijt aan de grote tafel wordt.

Half buiten adem kom ik precies op tijd in de grote hal op de begane grond aan. Dezelfde mensen als wie ik gisteren zag staan er weer maar deze keer staan er nog een vrouw met zwart-wit haar en een wel heel gluiperig uitziende man bij. Voor de vrouw heb ik geen uitleg nodig, dat is Draco's moeder. Hij lijkt op haar en het landhuis hangt vol met schilderijen van haar. Maar wie die mollige man met die gluiperige grijns is weet ik niet. Zijn lange voortanden worden extra benadrukt wanneer hij breed grijnst en zijn puntige nagels zijn wel aan een knipbeurt toe. Zijn ene hand tenminste, zijn andere hand lijkt vervangen te zijn door een soort robotarm. Hij blijft mij grijnzend aanstaren en loopt voorzichtig op mij af. "Mevrouw van Zanten is het niet... U moet weten, uw moeder was een erg mooi- eh, erg getalenteerde vrouw!" Zijn schelle stem maakt dat ik huiver over mijn hele lichaam. Maar ik laat het niet merken en sla onverschillig mijn armen over elkaar. "En wie mag u dan wel zijn?" Probeer ik zo hoogachtig mogelijk uit te brengen. Bijna iedereen in de hal begint nu hardop te schateren, iedereen behalve Draco en zijn moeder.

"Wat valt hier te lachen?" Een doordringende stem galmt luid door de hal en iedereen houdt op slag zijn mond. Ik hoor zware voetstappen dichterbij komen en de groep mensen begint zich te verplaatsen. Wanneer Draco zijn vader vluchtig opzij stapt stamelt hij: "H-heer, w-we zouden net..." Vanachter het witte haar van Draco's vader zie ik net zo sneeuwwit gedaante tevoorschijnkomen. Maar het is niet het haar, maar zijn doodsbleke huid dat zo wit is dat het bijna lichtgeeft, wat een groot contrast geeft aan de gitzwarte mantel die hij draagt. Als ik zijn gezicht die schrik ik even en ik twijfel even of er werkelijk een mens voor mij staat of een ander, slangachtig wezen...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen