Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Een wijze man heeft me ooit verteld dat het wel goedkomt,' zegt hij, en hij probeert te glimlachen.
Ik bedank hem, maar deze keer ben ik degene die er niets van gelooft.

Er gaat een week voorbij, en met elke dag genees ik een beetje meer van mijn hersenschudding, tot het uiteindelijk helemaal weg lijkt te zijn. Ik voel me goed. Op de universiteit gaat het goed, en met Davis gaat het goed. De band tussen Dean en mij is sterker dan ooit.
Ik leef in zo'n fantastische droomwereld dat ik er niet goed over nadenk wanneer Davis vraagt: 'Zullen we zo bij mij thuis even samen studeren? Ik kan wel wat van je hulp gebruiken, eigenlijk.'
Ik knik.
'Is goed, maar ik moet om zes uur denk ik wel naar huis om te gaan koken,' zeg ik.
Dean komt rond een uur of half zeven thuis van zijn werk. Ik zorg er graag voor dat er al eten op tafel staat, wanneer hij thuiskomt.
Hij knikt, en na onze colleges gaan we naar zijn huis. We zetten genoeg snacks op tafel voor een klein leger en studeren de hele middag.
Om zes uur begin ik terug te lopen naar het huis van Dean en mij. De wandeling duurt maar een paar minuten.
In mijn ooghoek zie ik een politie-auto een paar woningen verderop parkeren, maar ik kijk er niet echt naar. Als de buren een stiekeme wietplantage hebben, is het niet aan mij om me ermee te bemoeien.
Nog voordat ik mijn sleutel gepakt heb, gaat de deur open. Ik schrik wanneer ik Dean zie staan. Ik weet zeker dat ik me niet in de tijd vergist kan hebben, maar waarom zou hij nu thuis zijn?
Op dat moment gaat alles heel snel.
'Waar de fuck was jij?' sist Dean.
Ik schrik er zo van dat ik achteruitdeins, en ineens voel ik dat ik tegen iemand aanbots.
'Mevrouw May?' klinkt er, en ik draai me om en tref daar Marco, zo dichtbij dat ik zijn ademhaling kan voelen. Nathan staat er ook bij.
Ik wend me weer tot Dean en zet een stapje weg van de agenten. Ik voel me ineens heel ingesloten.
'I-Ik was bij Davis. We hebben even samen wat gestudeerd,' stoot ik uit.
'Bij Davis?' zegt hij. Zijn stem klinkt bijna normaal, maar ik ken hem goed genoeg om de gevaarlijke toon te herkennen. Mijn knieën beginnen er bijna van te knikken.
Ik knik en draai me om naar Marco en Nathan. Die uit het niets opgedoemd lijken te zijn.
'Kan ik iets voor jullie doen?' vraag ik.
Ik voel dat Dean vlak achter me is komen staan, wat me een claustrofobisch gevoel geeft. Ik krijg kippenvel over mijn hele lichaam. Wanneer ik Marco aankijk, probeer ik niet al te angstig te lijken. Ik wil niet dat hij een nog vreemder idee krijg van mijn relatie met Dean.
Nathan schraapt kort zijn keel en antwoordt dan: 'We komen even kijken hoe het met u gaat, na wat er gebeurd is.'
'Is het niet een beetje vreemd dat jullie zo lang met haar in contact blijven, na een simpele winkeldiefstal?' vraagt Dean ijzig. Hij legt zijn handen bezitterig om mijn middel.
'Het is altijd handig om in contact te blijven met een aantal mensen, zeker in de wat lagere rangen van de politie. Die kunnen het zich permitteren om vooral te blijven patrouilleren. Het is letterlijk onze baan. Dus, nee, het lijkt me niet een beetje vreemd,' merkt Marco op.
Deans grip op mijn zij verstevigt en ik verstijf eventjes. Mijn hart klopt in mijn keel. Deze situatie staat op het punt om uit de hand te lopen. Een blinde zou dat nog zien.
'Ik weet wat jij denkt,' sist Dean. 'Over mij.'
'Ik zou het niet denken als je vriendin niet stond te trillen van angst.' Marco leek tot nu toe altijd de meest zachtaardige van de twee agenten. Nu ligt er iets in zijn blik of stem dat me daaraan doet twijfelen.
Ik krimp ineen en bijt op mijn lip.
'I-Ik ga wel even...' prevel ik, waarna ik me zonder uitleg langs Dean wrik en naar binnen loop. Ik plof bevend op de bank neer, met mijn hoofd in mijn handen.
Ik weet niet hoe lang ik daar zit, maar uiteindelijk hoor ik de voordeur dichtgaan en loopt Dean weer naar binnen. Ik weet niet wat hij allemaal met Marco en Nathan heeft besproken, maar zij zijn in ieder geval weg.
Vanaf de bank kijk ik naar hem omhoog.
'I-Ik...' stamel ik, maar verder kom ik niet.
'Waarom was jij bij Davis?' vraagt hij. Zijn stem heeft hij niet verheft, en toch voelt het alsof hij schreeuwt.
'Ik... We... We waren gewoon aan het studeren. We doen allebei dezelfde studie, en het is handig om een studiemaatje te hebben. Davis en ik zijn bevriend, Dean. Hij... Hij is belangrijk voor me. I-Ik wil graag dat hij in mijn leven blijft,' zeg ik, en op het laatst voel ik dat mijn stem een beetje begint te trillen.
'Ten eerste weet je hoe ik over Davis denk,' sist hij, de naam uitspugend als een scheldwoord. 'Maar dat had ik je nog wel kunnen vergeven. Ten tweede heb je helemaal niets tegen me gezegd. Ik wist niet waar je was. Ik wist niet of je veilig was. Je bent nog maar net genezen van een hersenschudding. Ik denk dat ik het recht wel heb om te weten waar je bent, voor het geval er iets gebeurt.'
Ik slik.
'Ik wilde je het tijdens het eten vertellen. Ik dacht dat je later thuis zou zijn. Ik wilde eten voor je maken en dan zou ik het met je bespreken. Ik had niet gedacht... Waarom ben je überhaupt al thuis. Is er iets gebeurd?' sputter ik.
Hij schudt zijn hoofd.
'Ik had besloten vandaag vanuit thuis te werken,' zegt hij. 'Zodat ik bij mijn lieve vriendin kon zijn.'
Ik voel een steek in mijn borstkas.
'Het spijt me,' zeg ik. 'Wees... Wees alsjeblieft niet boos.'
Er vlamt iets op in zijn ogen.
'Waag het niet om mij te vertellen wat ik moet doen!' roept hij, en ik krimp ineen.
Hij grijpt mijn pols vast en trekt me overeind.
'Dean?' piep ik. 'Dean, wat ga je doen?'
Hij negeert mijn vragen en sleurt me mee naar de badkamer.
'Dean, laat me alsjeblieft los,' stoot ik uit, hijgend van inspanning en angst.
Mijn pols wordt rauw en pijnlijk door het wrikken onder zijn hand. Als ik het echt zou willen, zou ik los kunnen komen. Ik kan vechten als een leeuw. Dat weet ik. Maar als het om Dean gaat, zal ik altijd als een brave hond op mijn rug rollen en mijn buikje laten zien. Ik kan niet tegen hem ingaan. Mijn geest laat het niet toe.
Ik snap niet waarom hij de douche aanzet. Ik begrijp niet wat hij probeert te doen. Mijn onwetendheid is van korte aard.
Hij duwt me de douchecabine in. Ik sla een kreet en stuiptrek wanneer ik de ijskoude stralen mijn lichaam raken. Ik zak door mijn knieën, mijn kleren al snel doorweekt, en probeer weg te kruipen voor het water, voor de kou.
Ik kijk Dean aan alsof hij een monster is terwijl hij de deur van de douchecabine barricadeert. Hij reageert er niet op en loopt de badkamer uit.
Wanhopig probeer ik het water warmer te maken, maar ik merk dat hij de temperatuurknoppen op slot heeft gezet. Toen we dit huis kochten, heeft de vorige eigenaar wel uitgelegd hoe het moest, voor het geval er ooit jonge kinderen hier zouden moeten douchen. Ik had er nooit om gegeven en heb de informatie uit mijn herinneringen laten stromen als water door mijn vingers. Nu zou ik willen dat ik het me nog kon herinneren.
Het is zo koud dat ik er hoofdpijn van krijg, en dat de druppels mijn huid lijken te snijden. Zelfs strak tegen de muur gedrukt, zo ver mogelijk bij de stralen vandaan, kan ik niet helemaal aan het water ontsnappen. Het duurt niet lang voordat ik begin te beven. Ik weet zeker dat ik het nog nooit zo koud heb gehad.
Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat Dean weer terugkomt, met warme kleren en een handdoek.
Het spijt me, probeer ik te snikken, met gevoelloze lippen. Er komt geen geluid uit. Mijn mond werkt niet mee. Alles is te koud om te functioneren. Het spijt me. Dean, het spijt me.
Hij laat me er nog niet uit. Hij staat maar gewoon bij het glas en kijkt naar me, met donkere blik. Zijn ogen zijn bijna net zo koud als de douche.
'Het spijt me,' weet ik met moeite uit te brengen, knielend op het harde porselein, bezwijkend onder het koude water. 'Dean, ik zal beter zijn. Ik zal beter zijn. I-Ik smeek het je. Laat me gaan.'
Blijkbaar was dat wat hij wilde horen. De deur gaat open. De val van water stopt. Ik kruip snikkend naar hem toe, mijn wil volledig gebroken.
Ik sta toe dat hij mijn kleren uittrekt, huilend als een klein kind. Hij wikkelt me in de handdoek. Ik weet niet of hij hem eerst in de droger heeft gestopt of dat ik het gewoon echt heel koud heb, maar het voelt warm als een kruik. Ik leun kermend tegen hem aan, niet in staat mijn balans te bewaren. Wanneer ik in de spiegel kijk, zijn mijn lippen blauw.
Hij trekt me nieuwe, warme kleren aan en wikkelt me in een deken. Hij helpt me overeind, maar ik zak weer meteen door mijn benen zodra ik een stap probeer te zetten. Hij tilt me op en draagt me naar de woonkamer, waar het avondeten al klaarstaat. Hij plant me in een van de stoelen en zet thee voor me.
Zachtjes snikkend vouw ik mijn handen om de warme mok, de pijn van de hitte negerend. Mijn tranen vallen in de thee, maar het kan me niet schelen.
Hoe kon je dat nou doen? wil ik zeggen. Hoe kon je?
Maar ik weet het antwoord al, en - nog belangrijker - ik weet dat ik het verdiend heb, dus ik blijf stil.
Hij komt naast me zitten en slaat een arm om me heen. Ik leun tegen hem aan en laat hem me verwarmen.
Tijdens het eten kan ik nog steeds niet helemaal ophouden met huilen. Ik blijf hem maar bedanken, voor het eten, voor de warmte, voor allesbehalve die afschuwelijke kou.
'Idioot,' hoor ik Davis in mijn hoofd naar me snauwen, en ik zie Marco's en Nathans teleurgestelde blikken al voor me. Maar ik kan het niet helpen. Dean mag dan wel degene zijn die me in die douche opgesloten heeft, maar hij heeft me er ook weer uitgehaald, en nu ben ik weer warm.
Mijn handen zijn rood en doen pijn, maar het eten smaakt me goed en ik voel me steeds een beetje beter. Ik leun tegen Dean aan, die naast me zit, en sluit mijn ogen.
Hij verbergt zijn gezicht even in mijn haar, zijn neus wrijvend in mijn nek, en vraagt dan: 'Wil je misschien wat warme chocolademelk, schatje?'
Ik knik.
'Met slagroom?'
Ik knik weer.
Hij staat op en ik eet verder, langzaam kauwend, genietend. Even later komt hij terug met een mok chocomel, met daarop een toef slagroom.
'Dankjewel,' prevel ik ademloos.
Nog voor ik een slok kan nemen, voel ik zijn duim en wijsvinger om mijn kin vouwen. Zijn aanrakingen zijn zacht. Hij weet dat er niet meer nodig is. Hij laat me hem aankijken, zijn donkere ogen serieus.
'Ik vind het zo erg dat dit gebeurd is, schatje. Ik zou willen dat ik dit niet had hoeven doen. Ik... Ik kon gewoon niet met woorden uitleggen hoe het voelde, en ik wilde wel dat je het zou begrijpen. Ik wilde dat je zou begrijpen waarom je niet meer achter mijn rug om dingen moet doen. Wij delen alles, oké? Ook pijn, oké?' zegt hij, indringend.
Hij laat mijn gezicht los, zodat ik kan knikken. Ik denk terug aan de pijn, en voel een steek in mijn maag bij het besef dat hij zich zo ook heeft gevoeld. Ik dring de tranen uit mijn ogen.
'Het spijt me,' breng ik schor uit.
Hij geeft me een kus en legt zijn voorhoofd tegen de mijne.
'Ik weet het, lieverd. Maar we hebben hiervan geleerd. Wij allebei. En nu wordt het beter,' belooft hij me.
Ik voel iets warms door me heen fladderen, iets wat alle kou verdrijft. Beter. Beter klinkt heel, heel goed. Voor beter zou ik de rest van mijn leven opgesloten worden in een douche.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Ik heb een pokkehekel aan Davis!

    3 weken geleden
    • AmeranthaGaia

      Wat is er mis met Davis? Wat heeft Davis verkeerd gedaan? Of bedoel je Dean?xD

      3 weken geleden
    • BethGoes

      OH ik bedoel Dean! Woepsiee

      3 weken geleden
    • AmeranthaGaia

      Oh, oké. Ik was al bang dat ik zonder erbij na te denken Davis iets onvergeeflijks had laten doen of zo.xD

      3 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    Wow dit is zo heftig om te lezen ..

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen