Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik weet het, lieverd. Maar we hebben hiervan geleerd. Wij allebei. En nu wordt het beter,' belooft hij me.
Ik voel iets warms door me heen fladderen, iets wat alle kou verdrijft. Beter. Beter klinkt heel, heel goed. Voor beter, zou ik de rest van mijn leven opgesloten worden in een douche.

'Ze is doodsbang voor hem,' zegt Nathan, wanneer we die avond van het politiebureau naar huis rijden.
Ik ben even stil.
'Ook voor ons,' zeg ik dan, en dat zit me dwars. 'Ze was ook bang voor ons. Ze was bang dat we haar als een soort monsters bij hem weg zouden trekken of zo. Ze... Ze houdt echt van hem. Fuck, ze ziet het gewoon echt niet.'
Nathan zucht.
'Ik weet het ook allemaal niet. Het is zo... ze lijkt... Hij heeft haar echt volledig in zijn macht. Ik... Ik vind het moeilijk,' zegt hij dan. Na een korte stilte voegt hij eraan toe: 'Ik moet zo trouwens nog even langs mijn ouders huis. Er zijn nog wat documenten die ik op moet halen.'
Hij klinkt daar geheel terecht niet blij mee. Iedereen die zijn ouders - of in ieder geval zijn moeder - kent, zou hetzelfde denken.
'Dan gaan we nu meteen wel even langs, goed?' stel ik voor.
Hij knikt en ik zet koers richting zijn ouderlijk huis. Naast me, in de passagiersstoel, voel ik dat hij nerveuzer en nerveuzer wordt, en mijn hart breekt.
'Weet je zeker dat je dit wilt?' vraag ik, wanneer ik de auto voor het huis parkeer.
Hij knikt, ook al ziet hij er een beetje bleek en misselijk uit.
We stappen uit en bellen aan. Het is uiteindelijk Nathans vader - Sander - die opendoet, met een miserabele uitdrukking op zijn gezicht.
Nog voor iemand iets kan zeggen, hoor ik geroep in het huis, dat van Nathans moeder en de mijne. Ik schrik en wurm me langs Sander, zodat ik me naar de bron van het geluid kan haasten. De twee vrouwen staan in de woonkamer, opgeblazen van woede. Ik vraag me af wat mijn moeder hier doet. In de tijd dat Nathan nog veel thuis kwam, kwam ze wel vaak op bezoek, zodat ze zeker wist dat Nathan enigszins goed behandeld werd. Blijkbaar probeert ze er nog steeds voor te zorgen dat Minna-Nora haar zoon weer echt als zoon zal behandelen. Ik heb dat, net als Nathan, al lang opgegeven.
'Je dochter is dood, je zoon haat zichzelf, en je man is te bang om je te stoppen,' snauwt mijn moeder. Ze is boos, maar wel geëmotioneerd. Ik hoor het aan de trilling in haar stem. 'En ergens haal je nog het lef vandaan om jezelf het slachtoffer te noemen.'
'En dat zegt de gescheiden vrouw die haar eigen zoon nooit een dag van haar leven heeft kunnen beschermen!'
Nathans moeder is heel goed in iemand raken waar het pijn doet, en het is genoeg om mijn altijd sterke moeder uit balans te krijgen.
'Mama?' zeg ik, waardoor de twee vrouwen ons eindelijk opmerken. Ik stap snel naar haar toe en sla mijn armen om haar heen. Ik ben inmiddels een kop groter dan haar, en het voelt vreemd hoe klein ze aanvoelt in mijn omhelzing. 'Wat doe je hier?'
Voordat ze antwoord kan geven, heeft Mina-Nora haar woede al op Nathan gevestigd en sist ze: 'En wat doe jij hier?'
'Er zijn nog wat persoonlijke documenten die ik op moet komen halen. Daarna ben ik weg,' zegt Nathan. Hij probeert zijn stem vast te laten klinken. Hij probeert het echt.
Ik zie zijn moeder haar lippen een beetje optrekken. Zijn vader staat er doodongelukkig bij.
'Haal ze maar,' zegt ze, 'en verdwijn.'
Ik voel dat mijn moeder haar strijdlust weer terugkrijgt, maar ik kijk haar aan en schudt mijn hoofd. Sommige mensen zijn het gevecht gewoon niet waard.
Mijn moeder en ik lopen mee met Nathan terwijl hij zijn spullen zoekt. Mina-Nora blijft mokkend achter in de woonkamer, maar Sander komt aarzelend een stukje met ons mee, ook al blijft hij erbuiten.
Ik kijk even naar hem, terwijl Nathan en mijn moeder door een stapel papieren bladeren, en moet ineens doet hij me aan Hailey denken.
‘Gevonden,’ hoor ik Nathan dan meedelen, met een stem die bijna niet trilt.
‘Laten we gaan,’ zegt mijn moeder.
En we gaan.
'Kom anders even mee naar huis,' stelt mijn moeder voor. 'Dan maak ik eten voor jullie en praten we even bij.'
Ik wissel even een paar blikken uit met Nathan en antwoord dan: 'Graag, mama.'
Thuis aangekomen helpen we mijn moeder met het maken van het eten. Ze dirigeert ons door de keuken, laat ons dingen snijden en prakken en mixen. Na een kleine drie kwartier zetten we het avondeten op tafel, en er staat nog een taart in de oven.
Mijn moeder heeft warme chocolademelk met slagroom voor ons gemaakt, waardoor het voelt alsof we weer negen zijn.
Het doet me goed om Nathans eetlust wat terug te zien, ondanks zijn eerdere aanvaring met zijn ouders. Hij zou willen dat zijn moeder verwijten hem niet zoveel zouden doen, maar dat verandert niets aan de pijn die hij voelt om haar afkeur.
We helpen met het afwassen, en wanneer de taart klaar is, gaan we aan de koffietafel zitten. Mijn moeder wil alles weten over ons werk bij de politie, en wij vertellen het haar. Hailey, en de corrupte commissaris die ons heeft bedreigd, laten we bewust achterwegen. Mijn moeder is een vrouw die al te veel gewicht op haar schouders heeft. Dat van ons hoeft ze er niet bij te dragen. Ze zou het zeker aankunnen, maar, God, ik zou mijn leven geven om dat van haar iets makkelijker te maken.
Wanneer Nathan even naar het toilet is, vraag ik haar: 'Waarom was je bij Nathans moeder?'
Ze gaat even verzitten en neemt nog een hapje taart. Ze kauwt, langzaam, slikt, denkt na.
'Ik... Ik wilde gewoon nog een laatste keer proberen om haar op anderen gedachten te brengen,' antwoordt ze dan. 'Mina-Nora en ik hebben elkaar nooit echt gemogen, ook al juichten we de hechtheid tussen jouw en Nathan toe, maar ik... ik dacht dat ze nog wel iets van redelijkheid in zich had. Ik wist eigenlijk wel dat het hopeloos was, maar ik wilde het nog een laatste keer proberen. Voor Nathan. Hij... Hij verdient een moeder, en Mina-Nora laat nu een gat achter dat te groot is voor mij om te vullen, ook al zie ik hem bijna als een tweede zoon.'
Ik knik.
'Ik... Mama, ik wil je echt niet vertellen wat je moet doen.' Ik lach even schamper, en ze moet glimlachen. 'Ik zou niet durven. Maar... ik raad je aan om het gewoon los te laten. Om haar los te laten. Ze doet iedereen waar ze bij in de buurt komt pijn, en ik... ik wil niet dat jij dat ook hoeft te ervaren. Ze gaat niet van gedachten veranderen over Nathan, ook al probeer je het duizend jaar.'
Ze knikt, en buigt zich dan voorover om mijn hand even vast te houden.
'Ik ben heel, heel trots dat je mijn zoon bent,' zegt ze. 'Ik kon me geen wijzer, liever kind wensen.'
Ik glimlach een beetje droevig en bedank haar. Nog voor ik iets tegen haar kan zeggen, komt Nathan terug de kamer binnen. Zijn natte, pas gewassen handen veegt hij ondertussen nog af aan zijn broek.
'Lusten jullie nog een kopje koffie?' vraagt mijn moeder, terwijl ze al overeind komt.
'Ik maak het wel even. Blijf maar zitten,' zegt Nathan, waarna hij meteen de keuken in verdwijnt. Ik ben niet de enige die mijn moeder graag helpt.
We knikken en laten hem zijn gang gaan.
'Hoe gaat het met hem?' vraagt ze dan aan mij, op wat gedemptere toon.
Ik aarzel even.
'Hetzelfde, denk ik. Hij... Hij heeft het moeilijk. Soms heeft hij de motivatie niet eens om 's ochtends naar werk te komen, en dan moet ik hem op gaan halen,' zeg ik.
Haar gezicht betrekt een beetje. Het doet haar pijn, zie ik, net zoals het mij pijn doet.
'Waarschijnlijk gaat het even wat slechter omdat het nu net een jaar geleden is. Over een paar weken is het misschien wel beter,' voeg ik eraan toe. Het was een poging haar gerust te stellen, maar het werkt niet. De zorgen zijn te groot om met een paar woordjes te sussen.
Het duurt niet lang voordat Nathan met een dienblad vol koffie terugkomt. Hij geeft ons onze kopjes aan. Mijn moeder doet nog een scheutje melk door die van haar, en ik gooi wat melk en suiker door de mijne. Dat Nathan zijn koffie zwart drinkt, betekent niet dat ik ook geen smaakpapillen heb.
We praten wat over koetjes en kalfjes, tot mijn moeder uiteindelijk zegt: 'Ik ben voor over een maand of twee een reis aan het plannen. Jullie zouden mee mogen komen, als jullie willen. Op mijn kosten, natuurlijk.'
Zowel Nathan als ik hebben een mentaliteit die het moeilijk maakt om geld van anderen aan te nemen, maar mijn moeder heeft een hele glansrijke carrière en kan het zich zeker veroorloven. Ze zou beledigd zijn als we zelf wilden betalen.
'Waar wil je heen?' vraag ik.
Ze haalt haar schouders op. 'Ik zat te denken aan een resort in Thailand of zo. Gewoon even totaal relaxen. Snelle wifi, zodat jullie zoveel films kunnen downloaden als jullie willen. Hoewel, ik zet misschien mijn telefoon uit, zodat werk me niet lastig kan vallen, maar whatever. Misschien een keer gaan duiken. Onbeperkt buffet. Exotische dieren. Eindelijk weer zon.'
Het klinkt precies als de vakantie die Nathan altijd beschreef als hij praatte over wat hij zou doen als hij rijk werd, en nu begrijp ik wat ze probeert te doen. Sinds Blueberry's dood, heeft Nathan het woord "vakantie" niet eens durven denken. Hij is doodsbang dat er weer iets ergs zal gebeuren, het moment dat hij weggaat.
Ik spring haar meteen bij, hopend dat dit de verleiding is die Nathan uit zijn angsten kan helpen.
'Oh, dat klinkt goed. Ik zeg zeker geen nee,' antwoord ik, waarna ik me tot Nathan wend. 'Jij?'
Hij gaat een beetje ongemakkelijk verzitten.
'I-Ik... Ik denk dat ik thuisblijf,' weet hij dan uit te brengen, zijn wangen een beetje rood. 'Ik ben al in Thailand geweest, weet je wel. En ik weet niet of de commissaris het leuk zal vinden als wij allebei op hetzelfde moment weggaan. Maar jullie zouden zeker moeten gaan.'
Mijn schouders gaan hangen. We zien allebei meteen door hem heen.
'Nathan, misschien... misschien is dit wel goed voor je,' probeer ik, maar zijn schouders verstrakken en ik weet dat het geen zin heeft.
Hij slaat in één keer het restje koffie achterover.
'Nee. Gewoon, ik... ik wil niet. Ik blijf wel hier. Dan kan ik jullie planten water geven en zo. Post bijhouden,' zegt hij.
Mijn moeder aarzelt even, maar stelt dan voor: 'En wat als we ervoor zorgen dat we altijd op locaties blijven met goed internet, zodat je altijd bereikbaar bent? Misschien voelt dat veiliger aan. Dan hoef je je geen zorgen te maken over dat er iets achter je rug om gebeurt.'
Hij schudt fel zijn hoofd. Hij voelt zich nu echt te opgejaagd, merk ik. Ik werp mijn moeder een blik toe dat we het erbij moeten laten, en ze knikt lichtjes ten teken dat ze het begrijpt.
'Is goed, Nathan. Als je nog van gedachten verandert, laat het dan maar weten,' zegt ze vriendelijk.
Hij knikt, duidelijk een beetje opgelaten. Ik voel een zekere paniek in hem opkomen, en ik stel voor: 'Zullen we misschien richting huis gaan? Het wordt al laat.'
Nathan knikt, enigszins ontspannen.
We helpen mijn moeder om alles even in de vaatwasser te zetten, waarna zij en Nathan afscheid nemen. Terwijl Nathan zijn jas aantrekt, komt mijn moeder naar mij toe, met een droevige glimlach.
Ik omhels haar. Ze wrijft even over mijn rug, nauwkeurig op de plek waar mij wonden het beste genezen zijn en eigenlijk nooit meer pijn doen.
'Ik hou van je,' zegt ze.
'Ik ook van jou, mama.'
Ze pakt me nog iets steviger vast, alsof ze elk druppeltje liefde uit zich wil persen. Ik voel haar slikken en ze drukt me op het hart: 'Je doet het goed, lieverd.'

Hoewel ik niet zeker weet of het slim is om Nathan nu alleen te laten, spreek ik hem niet tegen wanneer hij zegt alleen te willen zijn. Ik zet hem af bij zijn appartement en rijd door naar mijn eigen thuis.
Wanneer ik me die avond omkleed, kijk ik even over mijn schouder in de spiegel, naar mijn met littekens bezaaide rug. Het zijn niet de littekens die je krijgt van leugens. Daar zou ik makkelijker mee kunnen leven. Dat zijn keuzes die je maakt. En bovendien doen ze minder pijn. Dit zijn littekens van bloed en pijn en wonden. Wat er met mijn rug gebeurd is, is me aangedaan, en dat maakt het moeilijk om er meer dan een paar seconden naar te kijken.
Ik trek mijn shirt weer aan. Ik denk aan mijn vader, in de gevangenis, en ik kan me niet meer helemaal herinneren hoe zijn gezicht eruitziet. Ik weet dat ik erg op hem lijk. Ik ben honderd procent mijn vader, op de kuiltjes in mijn wangen na. Die heb ik van mijn moeder gekregen. Ik zou willen dat ik meer op haar leek. Mijn vader was eind dertig, ongeveer, toen hij met me deed wat hij heeft gedaan. Ik weet niet zeker of ik mezelf wel in de spiegel aan zal kunnen kijken, wanneer ik de veertig nader. Het zou niet mijn eigen gezicht zijn, dat ik zou zien. Ik zou mezelf willen vertellen dat ik er tegen die tijd al wel over heen ben, maar om eerlijk te zijn weet ik het niet zo zeker.
Ik doe het licht in de badkamer uit en ga in bed liggen, gewikkeld in de warme cocon van dekens. Ik denk aan mijn vader. Ik denk aan Nathan. Ik denk aan Dean, en aan Hailey, en vraag me af wie die "Davis" gast is waar ze het over hadden.
Misschien, denk ik, als we Hailey willen helpen, moeten we maar eens achterhalen wie Davis precies is, en dan ontdekken we misschien of hij net zo ongerust is over haar welzijn als wij.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Die moeder is echt kei lief!

    3 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    Zo lief hoe graag ze Hailey willen helpen

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen