Het heeft even geduurd en het zal nu het nieuwe studiejaar begonnen is misschien wel vaker wat langer duren, maar ik ben terug met een nieuw hoofdstuk.

Helaas kan ik niet lang van mijn troon blijven genieten, want Day draait zich naar me om en zucht. "Als jij ze zo blijft uitdagen, moet je misschien toch een beetje oppassen," zegt hij ernstig, maar tot mijn grote opluchting breekt er dan toch een glimlach door op zijn gezicht. "Het zou jammer zijn als ze je al vermoorden voordat ik je kan zien stuntelen met die bijlen," voegt hij er plagend aan toe. Maar ondanks zijn lach, is het duidelijk dat hij zijn waarschuwing wel meent, wat betekent dat ik écht op moet gaan letten met wie ik ruzie schop - want eerlijk is eerlijk, ik weet ook wel dat de vraag niet is óf ik weer ga vechten, maar met wie en wanneer.

"Hé, het is nog niet zeker dat ik ga stuntelen," zeg ik snel, om hem af te leiden van het feit dat ik geen beloftes kan doen over het oppassen wie ik uitdaag, hoewel ik echt niet van plan ben om ze me te laten vermoorden.

Day grijnst. "Ik ben benieuwd. Ik stuntelde enorm in het begin."

Voor hij meer kan vertellen over zijn leven in zijn thuisdistrict, vliegt er iets langs ons af - gevaarlijk dicht langs Day. Iemand die even goed nadenkt, zou wegduiken, maar aangezien ik daar niet echt de kans voor krijg, stap ik dichterbij. Het idee was, denk ik, om Day weg te trekken, maar voor ik hem zelfs maar aan heb kunnen raken, steekt het ding al naast ons in de muur. "Woah, rustig aan. Ik heb vandaag al wel genoeg doodsbedreigingen gehad," zeg ik, terwijl ik snel weer achteruit stap. Ik slik, als ik me besef dat het gegooide voorwerp geen onschuldig broodje of een pen is, maar een echt mes, glimmend en vlijmscherp. De werper is ook niet mijn enge, maar toch niet hele sterke zusje, maar een gespierde vrouw, die ons net zo dodelijk aankijkt als ik van Luna gewend ben. Dit moet Days mentor zijn, besef ik me.

Wacht even. Days mentor moet me aardig vinden, zodat ze hem een bondgenootschap met mij niet af zal raden - of misschien zelfs saboteren. Maar aangezien ze al begint met messen gooien voor ik me zelfs maar heb kunnen voorstellen, krijg ik het idee dat ik op een hele oneerlijke achterstand begin. Meestal worden mensen pas boos op me als ze een paar minuten met me gepraat hebben. Hier krijg ik niet eens de kans om het zelf te verpesten - of niet, maar dat is op een dag als vandaag vrij onwaarschijnlijk - en dat is niet eerlijk. En bovendien, wat is dat met enge mentorvrouwen die dingen naar me gooien? Ik weet relatief zeker dat ik dat niet verdien.

Day lijkt een beetje geschrokken, maar niet verbaasd, waaruit ik de conclusie trek dat het vaker gebeurd. Is dit een gewoonte uit District 7 waar ik niets vanaf weet? Als dat het geval is, blijf ik daar denk ik ver uit de buurt. Mijn overlevingskansen zijn volgens mij al klein genoeg zonder dat er messen naar me worden gesmeten. "Oh, Mary," begint Day aarzelend, "hoi, eh..."

De enge vrouw - Mary, hoewel die naam veel te lief klinkt voor haar - kijkt eerst nog even duidelijk oordelend naar mij, maar richt zich dan tot Day, zonder zich zelfs maar aan me voor te stellen. "Ten eerste: je bent laat voor de lunch. Ten tweede: wat doet hij hier?" Ze knikt in mijn richting, maar doet verder alsof ik er niet bij ben.

Ik sla verontwaardigd mijn armen over elkaar. Ik weet dat ik niet de langste persoon ooit ben, maar doen alsof je me niet ziet gaat me te ver. Wat zij ook heeft besloten over mij, ik heb besloten dat ik haar niet echt heel aardig vind.

"Ja, dat eh... is een goede vraag," begint Day, waarna hij zich omdraait naar mij. "Is er een plan?"

"Het plan was lunch, geloof ik?" Ik haal een hand door mijn haar, waar ik meteen spijt van heb. Niet alleen vestig ik zo de aandacht op de glitters die er nog altijd in zitten, maar de beweging doet ook meer pijn dan ik zou willen. Ik klem mijn kiezen op elkaar en probeer niet al te ver ineen te krimpen, maar ik geloof dat ze al wel genoeg gezien hebben. "Maar eerst ijs," mompel ik, met een slap gebaar naar mijn bont en blauw getrapte en geslagen borstkas.

Day kijkt me aan, en knikt, met een glimlach, maar een bezorgde blik op zijn gezicht. Het is alsof er weer een storm woedt in zijn ogen, hoewel het hem niet minder vriendelijk laat kijken. "Kom maar," zegt hij zacht, "er is wel ijs in de keuken, denk ik." Hij wil me voorgaan, maar wordt direct tegengehouden door Mary.

"Wijs hem naar de keuken, maar kom daarna meteen terug," zegt ze resoluut. Als Days ogen een storm zijn, dan zijn die van haar een orkaan. Ineens ben ik opgelucht dat ik Luna heb om op te vertrouwen. "Ik wil even met je praten."

Day laat zijn blik afdwalen naar Mary's riem, waar nog meer messen glimmen, en slikt, maar dan knikt hij beleefd naar haar. Snel loopt hij richting de keuken en gebaart me hem te volgen.

"Hadden we zwaarden mee moeten brengen van beneden?" fluister ik in zijn oor, als we zijn enge mentor voorbij zijn. Ik had gehoopt dat het buiten de trainingszaal veilig zou zijn, maar de lift was dat al niet, en ook de zevende verdieping lijkt vol gevaren. Hoe stom de zwaarden hier ook zijn, ik zou me veiliger voelen als ik er nu een in mijn hand zou hebben.

Er verschijnt een kleine grijns op Days gezicht, maar hij probeert het uit alle macht te verbergen, terwijl hij me een zachte, waarschuwende stomp met zijn elleboog geeft en me naar de keuken begeleidt. Daar tovert hij naar wat zoeken een icepack uit de vriezer, die hij over het aanrecht naar me toe schuift. "Hier," zegt hij. "Heb je verder nog iets nodig?"

Ik pak de icepack vast en hou me met mijn andere hand vast aan het aanrecht, in een poging om mezelf te dwingen om te stoppen met trillen. Maar het is niet alleen de fysieke pijn, maar ook het gevoel van op de grond liggen, met een zwaard op mijn keel, en het gevoel van tegen de liftwand aan gedrukt worden, het gevoel dat dit het was. Alsjeblieft, laat me leven. Van Samuel durf ik nog te zeggen dat ik dat gevecht gewonnen heb, in ieder geval voor een deel, maar dat geldt niet voor Aderyn. Haar minachtende blik blijft opduiken in mijn hoofd, net als het gevoel van koud staal dat me de adem beneemt. "Ligt er toevallig ook iets om je ego mee te repareren in die vriezer?" Het was niet de bedoeling om dat hardop te zeggen, maar als ik zie hoe Day me eerst even verbaasd aanstaat, maar dan begint te grijnzen, weet ik dat ik dat wel gedaan heb.

"Het is wel een Capitoolvriezer, dus de kans bestaat. Je mag zo wel even kijken," lacht hij, maar dan glijdt zijn blik naar de deur en fronst hij. "Ik moet eerst even met mijn mentor gaan praten, denk ik, maar ik zie je zo."

"Heb je hulp nodig? Een schild?" vraag ik, maar ik realiseer me ook meteen dat ik geen schild heb, en een menselijk schild worden is ook niet helemaal mijn ding. "Ik kan erbij komen staan en proberen vriendelijk te glimlachen, ofzo." Ondertussen probeer ik de pijnlijke plekken te koelen, maar dat zou aanzienlijk makkelijker zijn als ik mijn shirt uit zou doen. Nu Day er nog bijstaat, is dat misschien niet het beste idee ooit. Niet alleen zou dat echt heel ongemakkelijk zijn, ik zou ook nog eens een beetje voor schut staan. De jongen uit District 7 is aanzienlijk gespierder dan ik, en bovendien ben ik bont en blauw.

Day lacht. "Ik overleef het vast wel. Ga jij nou maar snel koelen." Hij schenkt me nog één bemoedigende glimlach en loopt dan de keuken uit.

Zodra hij de keuken uit is, trek ik mijn shirt over mijn hoofd en druk de icepack tegen de beurse plekken. Mijn eerste reactie als ik de kou voel is om het ding meteen weer weg te trekken, maar ik bijt op mijn lip en hou hem er toch stevig tegenaan. In tegenstelling tot die Flynn uit District 8, die met zijn blauwe oog rondliep alsof het een trofee was in plaats van een bewijs dat hij in elkaar geramd was, weet ik wél dat het het snelste weer voorbij is als je de plekken waar je geslagen bent koelt voordat ze de kans krijgen om blauw en dik te worden. En in tegenstelling tot wat Luna denkt, men ik ook verstandig genoeg om het dan ook daadwerkelijk te doen.

Ik haal even diep adem en probeer mijn gedachten van de pijn en kou af te leiden, maar de onderwerpen die in mijn gedachten boven komen drijven zijn niet veel aangenamer. Steeds weer die Aderyn, die op me neerkijkt en me dood verklaart. Het lukt steeds minder goed om mezelf ervan te overtuigen dat ik een overwinning behaald heb door haar te raken. Eén punt maakt nog geen overwinning, dat weet ik ook wel. Ik heb de slag niet gewonnen, laat staan de oorlog, maar ik kan in ieder geval doen alsof dat wel gaat gebeuren. Zelfvertrouwen, zelfs nep, is het halve werk, toch?

Maar zelfs als ik mijn verlies tegen Aderyn als een overwinning kan interpreteren, blijft ook Samuel in mijn gedachten opduiken. Ik heb de laatste stoot kunnen uitdelen en daarmee zou ik mezelf tot winnaar kunnen kronen, wat ik ook erg graag zou doen, maar het feit blijft dat hij me daar had kunnen doden. We waren weg uit de relatief veilige trainingszaal, waar er in ieder geval nog supervisie was, en hoewel hij geen wapen had - denk ik - kan ik uit de kracht waarmee hij tegen de muur stompte wel opmaken dat ik er geweest was als hij in plaats daarvan besloten had die hand om mijn keel te klemmen. Als Day er niet tussengekomen was, was dat misschien alsnog gebeurd. Hoewel ik het haar echt niet ga vertellen, denk ik dat Luna misschien wel gelijk had. Ik heb Days hulp nodig. Bondgenootschappen zijn een risico, maar ik begin steeds meer het idee te krijgen dat de wereld me probeert te vertellen dat mijn persoonlijkheid ook een risico is, en dat Days hulp die risico’s misschien wel genoeg kan verkleinen om ervoor te zorgen dat een bondgenootschap het waard is. Het idee dat ik luister naar wat de wereld me te zeggen heeft staat me niet aan, maar het klinkt nog altijd prettiger dan luisteren naar mijn vader. Want door naar Luna en de wereld te luisteren en te accepteren dat ik nou eenmaal niet zo goed ben in ‘geen ruzie zoeken’, bewijs ik dat hij fout zat. Mijn handen zijn niet gemaakt om te helen. Mijn handen zijn gemaakt om te vechten, en als ik wil leren om de juiste gevechten te kiezen, heb ik Day nodig. Met hem kan ik de Spelen winnen.

Reacties (2)

  • Megaeraaa

    Ondertussen probeer ik de pijnlijke plekken te koelen, maar dat zou aanzienlijk makkelijker zijn als ik mijn shirt uit zou doen. Nu Day er nog bijstaat, is dat misschien niet het beste idee ooit.
    Ik ben blij dat hij toch nog dat verstand heeft. Even was ik echt ongerustxD

    Mijn handen zijn gemaakt om te vechten,
    Hmm... volgens mij overschat hij zichzelf een beetje. Het enige waarmee hij kan vechten is een bezem.
    Niet in de zin van Adey is een bezem

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Oh, niet teveel vertrouwen hebben

      En hé, hij zegt dat ze gemaakt zijn om te vechten. Hij zegt niet dat ze er ook goed in zijn

      2 weken geleden
    • Megaeraaa

      Da's pech hebben

      2 weken geleden
  • Duendes

    Gosh Chris lieverd je bent zo'n ongelofelijke schat maar ook zo'n ongelofelijke idioot awhh alsjeblieft probeer maar niet met Days mentor te vechten honey

    maar ik begin steeds meer het idee te krijgen dat de wereld me probeert te vertellen dat mijn persoonlijkheid ook een risico is


    Also not to be That Person maar... zou je denken Chris? Misschien een beetje lieverd
    Maar AWH hij heeft geaccepteerd dat hij Day toch wel als bondgenoot zou willen YESYESYES

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Het is Chris, natuurlijk gaat hij met haar vechten. Dat is zijn ding. Zijn persoonlijkheid is een probleem remember?

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen