“Amelia..” hoor ik in de verte. Niet lang daarna voel ik een hand op mijn schouder. Ik knipper met mijn ogen en draai mijn hoofd. Ik kijk recht in het gezicht van Callie. “Amelia, je zit hier al een week. Ga even naar huis, douchen en trek propere kleren aan.” Haar blik glijdt over me heen als ze de woorden uitspreekt. Ik reageer niet en kijk naar Richard. “Hij is stabiel, je kunt gerust eventjes weg. Als er iets is dan bellen we je meteen.” Ik kijk weer naar haar en ze ziet de twijfel op mijn gezicht. “Beloofd.” zegt ze zacht. Ik zucht en knik. “Bedankt.” zeg ik zacht. Ik sta op en neem afscheid van Richard. Ik neem mijn spullen en sluit de deur achter me. Een beetje verdoofd wandel ik door de gangen naar de uitgang. Ik krijg wat blikken van passanten en besef dan dat ik nog altijd dezelfde kleren draag als die nacht. De kleren die vol bloed hangen. Snel wandel ik het metrostation binnen en de metro is er al snel. Voor ik het goed besef sta ik voor de gesloten deur van de winkel. Ik haal de sleutels uit mijn handtas en houd de sleutel voor het slot. Ik merk dat mijn handen beven en het kost me moeite om de sleutel erin te krijgen. Ik haal diep adem en probeer nog een keer. De sleutel gaat erin en ik draai twee maal. De klink gaat omlaag en ik doe de deur achter me weer op slot. Ik knipper het licht aan en draai me weer om. Ik wandel langs de toonbank en kijk erachter. Er is niks meer van te merken. Blijkbaar is Callie langs geweest.. Ik wandel door en zet mijn handtas op tafel. Ik ga meteen naar de badkamer en draai de douche open met warm water. Mijn kleren belanden in de hoek en ik omarm de warme stralen van het water. Een douche en warme kleren verder zit ik op de bank. Een blik op mijn telefoon vertelt me dat niemand gebeld heeft. Mijn buik begint de knorren en dat vertelt me dat ik dringend iets moet eten. Ik doe overal het licht uit en neem mijn handtas. Een kleine wandeling naar de supermarkt en ik sta in de afdeling groenten en fruit. Waar heb ik zin in? Goede vraag! Ik zucht en draai me om. Ik bots tegen iemand aan en val op de grond. “Oh excuseer, ik had u niet gezien!” zegt een zachte mannelijke stem. Als ik naar boven kijk zie ik een uitgestoken hand en daarachter een vriendelijk gezicht. Ik neem de hand aan en voor ik het weet sta ik weer met beide voeten op de grond. “Nogmaals mijn excuses!” zegt hij nogmaals. “Neen, het is mijn fout, ik ben er niet echt bij vandaag.” zeg ik snel. Weer kijk ik op en een glimlach speelt rond zijn lippen. “Het gebeurt niet elke dag dat ik tegen een mooie dame aanloop.” zegt hij flirterig. Ugh, hier heb ik nu geen zin in. “Jaja, het zal wel…” zeg ik zacht als ik door wandel. Een paar stappen verder kom ik tot de conclusie dat ik mijn kar vergeten ben. Op mijn hielen draai ik me om en ja hoor, daar staat hij aan mijn kar. “Ik geloof dat die van mij is..” zeg ik als ik de kar wil nemen. “Het is wel de bedoeling dat je deze dingen vult.” antwoord hij wijzend naar mijn kar. Ik rol met mijn ogen en wandel verder met mijn kar. Aangekomen bij de kant-en-klare maaltijden houd ik halt. Een portie bami zou er wel ingaan. Ik neem een bakje bami en leg deze in mijn kar. “Dat is nogal voedzaam hoor.” hoor ik achter me. Ik draai me om en zie dezelfde man staan. “Ga je me lopen stalken?” vraag ik serieus. Hij ziet mijn gezicht en begint te lachen. “Dit is een winkel, ik kan je hier niet echt stalken. Daarbij wie zegt dat jij mij niet stalkt? Jij bent hier ook.” kaatst hij de bal terug. Verbaasd gaan mijn wenkbrauwen omhoog en ik begin te lachen. “Dat wou ik bereiken!” zegt hij met een vuist in de lucht. Hierdoor schud ik lachend mijn hoofd. Net als hij iets wilt zeggen gaat mijn telefoon. Snel neem ik op, het is Callie. “Amelia, je moet naar het ziekenhuis komen.” zegt ze kalm. “Wat is er aan de hand?” zeg ik een beetje in paniek. “Ik leg het je uit als je er bent, kom snel.” Ik leg af en steek mijn telefoon in mijn handtas. “Alles oke?” vraagt de man. Ik antwoord niet en loop zo snel ik kan de winkel uit. En net wanneer je dringend een metro nodig hebt, laten ze zolang op zich wachten. Nog voordat de deuren opengaan loop ik naar buiten richting het ziekenhuis. Wachten op de lift doe ik niet, de trap gaat veel sneller. Aangekomen bij zijn kamer houd ik even halt om op adem te komen. “Rustig Amelia” zeg ik zacht tegen mezelf. Nog een laatste diepe ademhaling en ik ga de kamer binnen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen