Terwijl de ergste pijn weg begint te trekken, hoor ik hoe de stemmen buiten de keuken zich steeds meer beginnen te verheffen - of eigenlijk alleen die van Mary, en ze is duidelijk niet blij.

Nieuwsgierig loop ik de keuken uit en leun tegen de deurpost, met de icepack nog steeds tegen mijn zij aangedrukt. Meteen als ik Day en zijn mentor zie, herken ik de situatie: Mary is Day op zijn donder aan het geven, hoogstwaarschijnlijk onterecht, voor iets waar hij niet heel veel aan kon doen. Ik heb vaak genoeg in die situatie gezeten.

"Dat betekent niet dat iedereen hier meteen zomaar moet komen lunchen, Daniel." Mary's strenge blik laat een rilling over mijn rug lopen, hoewel het me al meevalt dat ze niet met een mes aan het zwaaien is. "Dit is niet het moment om vrienden te maken. Dit zijn de Hongerspelen. Wanneer dringt dat besef tot je door?" Alsof ik het met mijn gedachten in het leven geroepen heb, trekt ze een mes, dat ze hard in het tafelblad ramt.

Ik kijk er even verdwaasd naar. Nu was het een tafel, maar het had ook een mens kunnen zijn. Mary is de moordenaar die Luna zo hard probeert niet te zijn, en het maakt me heel erg nerveus.

Dan dringen haar woorden tot me door, en richt ik mijn blik met een frons op haar. Ik kwam hier met de hoop op een bondgenootschap, dat is alles. Day is heel aardig, dat kan ik niet ontkennen, maar ik ben niet gekomen om vrienden te maken. Day zou een goede bondgenoot kunnen zijn. Hij is sterk, kan met een bijl omgaan, heeft waarschijnlijk veel plantenkennis, kan vermoedelijk aardig klimmen en ik denk dat zijn conditie ook echt niet slecht is. Maar bovenal lijkt hij me niet het persoon dat me zou verraden. Natuurlijk, dat biedt geen enkele garantie zodra de Spelen zijn begonnen, maar het is beter dan proberen samen te werken met iemand waarvan je zeker weet dat het eindigt met een mes in je rug - zoals bij de gemiddelde Beroeps het geval is. Een bondgenootschap is een risico dat ik moet nemen, maar ik ga hierin voor de verandering het gevaar niet opzoeken, want gevaar is er al wel genoeg. Als ik met Day bevriend zou raken, zou dat alles alleen maar pijnlijker en ingewikkelder maken. Een van ons zou de ander moeten zien sterven, en dat wil ik ons allebei besparen. Day is niet mijn vriend.

Ik trek een wenkbrauw op naar Days mentor. "Niet te hard van stapel lopen," zeg ik tegen haar. Ze mag meteen weten hoe het zit. Ik heb geen zin om het later allemaal op te moeten helderen. Als ze bang is dat ik Day afleid met vriendschap of zoiets, kan ik haar geruststellen: ik zit daar net zo min op te wachten als zij.

Day kijkt even verbaasd mijn kant op, maar laat zijn hoofd dan hangen en richt zich weer tot zijn mentor. Van zijn glimlach en de storm en twinkeling in zijn ogen is geen spoor. "Begrepen, Mary," antwoordt hij op zijn mentor. Zijn stem is zacht, formeel. Hij geeft zich over. "Kunnen we hier een andere keer verder over praten?" Hij kijkt op, en meteen is tot mijn opluchting ook zijn glimlach terug. "Volgens mij waren we namelijk al laat voor de lunch," voegt hij er op onschuldige toon aan toe.

Snel grijp ik de kans om mezelf als bondgenoot aan te prijzen, klem de icepack onder mijn arm en stap snel naar voren. "En volgens mij had ik me nog niet echt voorgesteld," zeg ik, terwijl ik een grijns tevoorschijn tover en mezelf nogmaals vertel dat ik vanmorgen twee keer een overwinning behaald heb, ook al was het niet het goud waar ik op had gehoopt. "Ik ben Chris, ook wel bekend als de jongen die een Beroeps versloeg en een andere geraakt heeft," zeg ik, terwijl ik met weinig succes probeer zo min mogelijk te trillen bij de herinnering.

De blik waarmee Mary me aankijkt is duidelijk oordelend en niet echt blij, maar het lijkt minder negatief dan ik verwacht had van haar. "Aha," zegt ze, en ze knikt langzaam. "Aangenaam. Vertel daar tijdens de lunch maar meer over." Ze staat op van de bank waar ze op zat, trekt het mes uit het tafelblad, hangt het weer aan haar riem en trekt dan haar wenkbrauwen naar me op. "Was je nog van plan om iets aan te trekken of lunch je altijd zonder shirt?"

Oh. Shit. Dit is waarschijnlijk erger dan wanneer ik mijn shirt had uitgetrokken waar Day nog bij stond. Ik voel het bloed naar mijn wangen stijgen en snel trek ik mijn shirt, dat ik nog in mijn hand had, weer over mijn hoofd. "Nee, dit is beter," zeg ik snel. Ik hou de icepack nog steeds tegen mijn huid aangedrukt, maar nu het shirt er weer overheen zit, is het nog ongemakkelijker. "Luncht u altijd met werpmessen binnen handbereik?" flap ik eruit, maar ik realiseer me meteen dat dat misschien aanvallender klonk dan de bedoeling was. Het was een oprechte vraag - ik weet dat het winnen van de Spelen een verschillende invloed heeft op verschillende winnaars, maar dit is anders dan ik gewend ben van Luna. Mijn zusje is het afgelopen jaar ontroostbaar geweest, en altijd bang, maar ze heeft nooit naar iets gevaarlijkers gegrepen dan een pen, terwijl ik me van Mary niet kan voorstellen dat het überhaupt in haar is opgekomen om met iets minder gevaarlijks dan een mes te gooien. Luna is veel geweest het afgelopen jaar, maar ik heb haar nooit gezien als paranoïde of gewelddadig, zoals Days mentor op me overkomt.

Even is de mentor stil, en kijkt ze me peilend aan, waardoor ik vrees dat ik misschien het doelwit in een demonstratie met haar messen wordt. "Ja," zegt ze dan simpelweg, waarna ze de gang op loopt en mij met Day achterlaat.

De jongen grijnst hoofdschuddend en gaat aan tafel zitten, maar dan glijdt zijn blik naar mijn icepack. "Gaat het?"

"Ja, het gaat," zeg ik, half naar waarheid. Het doet behoorlijk zeer, maar dat wil ik eigenlijk niet toegeven. Hij mag de wonden daarnet dan gezien hebben, ik kan het beste doen alsof ik er niet zo veel last van heb. Na die sneue vertoning van net, moet ik me toch weer een beetje sterk zien te presenteren. "Ik denk dat ik er wel op tijd bij was. En hoe gaat het met jou? Niet gespiest, gelukkig, zo te zien."

"Nog niet." Day grimast. "Maar we hebben nog wat dagen te gaan. Kansen genoeg, want erg blij leek ze niet."

"Komt het door mij?" Meteen schieten er duizenden dingen door mijn hoofd die ik anders had moeten doen. Ik had eraan moeten denken dat ik mijn shirt weer aandeed, zodat ze mijn verwondingen niet zou hebben gezien. Ik had bescheidener moeten zijn over mijn gevechten met de Beroeps. Ik had überhaupt niet moeten vechten met de Beroeps. Ik had niet die bezemstelen moeten pakken. Ik had niet meteen moeten gaan zwaardvechten. Ik had moeten doen alsof ik een besmettelijke ziekte had, op de dag van de Boete. Ik had met Luna moeten verhuizen uit het District, naar het Capitool desnoods. Ik had hier niet moeten zijn. Maar het zijn geen dingen die ik kan veranderen, en ik weet dat ik de meeste van mijn gemaakte keuzes zo weer zou vragen. Zo standvastig - of koppig en hardleers, aldus Luna - ben ik wel. En dus stel ik het enige wat ik kan bedenken dat misschien nog zou kunnen werken voor. "Moet ik breder glimlachen?"

"Probeer het." Day grijnst, maar dan schudt hij zijn hoofd. "Nee, ze is de hele tijd al zo prikkelbaar. Zenuwen, denk ik."

Ik knik en zicht. "Luna ook," mompel ik, meer vermoeid dan geërgerd. "Het is voor hen vast ook niet erg leuk."

De jongen knikt instemmend, maar geeft geen antwoord, aangezien dat het moment is waarop de rest van zijn team binnenkomt en een plek aan tafel inneemt. Het meisje, Jade, volgens mij, kijkt even verbaasd op als ze me ziet zitten, maar kijkt dan ter begroeting. "Christian, toch?" vraagt ze. Ze laat haar blik over me heen glijden, en haar ogen blijven uiteraard op mijn icepack rusten. "Alles in orde?"

"Zeg maar Chris," beantwoord ik haar eerste vraag, terwijl ik haar blik volg. "Aanvaring met Aderyn. Het valt wel mee. Ik kan in ieder geval nog gewoon eten." Als een stoot in je maag niet dodelijk is, is het in ieder geval pijnlijk. Ik heb in ieder geval iets voor elkaar gekregen, besef ik met een triomfantelijke grijns. "Zij waarschijnlijk niet."

Jade fluit, en grijnst dan ook. "Dan heb je nog redelijk wat bereikt," zegt ze, en ze lijkt het tot mijn opluchting echt te menen. Als zij me ook mag, vergroot dat hopelijk mijn kansen om dit bondgenoot te krijgen een beetje.

"Heb je tegen een Beroeps gevochten?" In tegenstelling tot de bewonderende grijns van Jade, is de blik van Days districtsbegeleider vooral erg verbaasd.

"Tegen twee van hen, soortvan," zeg ik snel, in een poging ook haar ervan te overtuigen dat ze geen enkele reden heeft om zo verbaasd te zijn. Ze moet maar snel wennen aan het idee dat de jongen uit District 11 iets kan - ik bedoel, veel kan. "We kwamen Samuel tegen onderweg hiernaartoe."

"Wauw, wat stoer!" verzucht ze, waarop ik een trotse glimlach niet kan onderdrukken. "Ik zou het niet durven - ze zagen er op televisie al gevaarlijk uit."

"Maar met Samuel was het anders," zegt Day dan snel, zowel tegen mij als tegen zijn begeleidster. "Er was geen echt gevecht in de lift."

Ik kijk hem verontwaardigd aan. Wat er in de lift gebeurd is, was een echt gevecht, ook al zijn er uiteindelijk geen klappen uitgedeeld. Dit ging over macht en over onze trots als strijders. "Wel verbaal. En ik won," antwoord ik, "en werd bedreigd, maar dat terzijde," mompel ik er achteraan, waarna ik de herinnering aan mijn rug tegen de muur en Samuel die op me neer kijkt weer snel wegduw. Het mes, waarmee ik net mijn broodje open wilde gaan snijden, leg ik snel weer neer, voordat iemand kan zien hoe hard mijn handen geven.

Day kijkt me recht aan, en geeft me dan een zachte trap onder de tafel, terwijl hij blijft glimlachen. "En gelukkig weet je best wat over verwondingen om jezelf te verzorgen en te weten waar je Aderyn moest raken, zodat één slag genoeg is."

Zodra ik hoor wat hij zegt, verdwijnen zowel mijn verontwaardiging en verwarring vanwege de trap die hij me gaf - meestal wordt daarmee bedoelt dat ik moet stoppen met praten, maar hier doe ik hetzelfde als hij: ik prijs mezelf aan als bondgenoot.

Het feit dat Day meteen mijn medische kennis noemt, als eerste relevante kwaliteit als bondgenoot, laat me nog meer wensen dat ik het hem nooit had verteld dan ik dat al deed. Het voelt alsof mijn geheim, dat ik had willen beschermen in het Capitool, nu zomaar wordt prijsgegeven. Het is niet eerlijk, tegenover ons allemaal. Hetgene waarop ik nu beoordeeld zal worden, is hetgene wat ik niet kan doen. Wat er ook gebeurd, als Day gewond zou raken, zou ik hem niet helpen, bondgenoot of niet. Dit zijn de Hongerspelen, en ik ben hier niet om levens te redden. Als dat is wat ze van me verwachten, heeft dit bondgenootschap minder toekomst dan ik dacht. Ik heb Day verkeerd ingeschat.

Ik kijk even naar hem, terwijl hij rustig met Jade begint te praten over hoe haar ochtend was. Op dit moment is hij gezond, heeft hij geen verwondingen en blijft hij maar lachen, maar terwijl ik naar hem kijk, dringen bloederige beelden zich aan me op. Ik zie hem liggen, op de grond, in de arena, met een steekwond die ik zou kunnen verbinden, gebroken botten die ik zou kunnen spalken, een stilstaand hart dat ik weer op gang zou kunnen krijgen. Het is wat ik heb geleerd, niet wie ik ben. Ik ben niet de arts die mijn vader, mijn district en Day willen dat ik ben. Ik ben de bondgenoot die zou moeten leven met het feit dat hij zijn partner kon redden, maar dat niet deed.

Reacties (2)

  • Megaeraaa

    "Was je nog van plan om iets aan te trekken of lunch je altijd zonder shirt?"
    AAAAAA!!!! Dit is echt gewoon het ergste wat kon gebeuren

    Day die iemand kwetst? Dat is nieuw. Ik twist niet dat hij dat zelfs kon

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Er gebeuren wel ergere dingen dit hoofdstuk, maar het is wel gênan

      En tja, niet opzettelijk, maar hij doet het wel

      2 weken geleden
  • Duendes

    Ohgosh Chris nee Dat verwacht niets van je hij wil gewoon niet dat Mary je met een mes de verdieping af jaagt gosh arme jongen nee awh
    Also wat een kneus en cutie awh i love him

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Chris zou zich niet zomaar laten wegjagen tho, hij zou Mary gewoon bevechten
      Ironisch genoeg jaagt Day hem nu zelf weg

      2 weken geleden
    • Duendes

      Auwtsj oef

      2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen