De twee honden kwamen uit op een open veld. Vanaf daar leek de straal zelfs een soort zoemend geluid te maken, tot het uiteindelijk stopte.
Ze kropen naar voren, iets dichterbij waar de straal vandaan kwam. Het stond nu ineens uit.
Noë keek omhoog om te kijken of de koepel er nog was, en die leek niet weg te gaan.
“We hoeven ieder geval de straal niet meer uit te zetten,” zei Qyma terwijl hij nog naar de kant keek waar de straal vandaan kwam.
“We moeten alleen een andere manier verzinnen die koepel weg te krijgen. Die zit er nog steeds…” Qyma keek met Noë omhoog en maakte een bedenkelijk geluidje.
“Wat wordt nu het plan dan?” Noë keek terug naar Qyma en kroop verder het openveld op.
“Kijken wat de koepel in stand houdt.” Qyma sloop achter Noë aan en hield zich voor de rest stil.
“Ik ruik hele vreemde geuren, er zijn andere wezens hier.” Qyma stopte met sluipen en tikte Noë aan. Hij merkte op dat er iets of iemand heel dichtbij was.
Noë keek hem vragend aan en beide honden werden plots mee getrokken door een onbekende kracht, tegen een van de stenen aan de rand van de open plek.
Een vreemde stem met een spraak dat heel onbekend klonk. Het sprak met woorden en geluiden die Noë en Qyma nog nooit hadden gehoord.
Het wezen zag eruit als een slangachtig wezen met voor en achterpoten. Klauwen dat leek op die van een draak.
Het leek niet bepaald sterk, maar het bracht hen wel waar ze nu waren. Mogelijk met magie.
“We kunnen je niet verstaan…” Noë en Qyma voelde beide zich ongemakkelijk hierover. Het wezen zag er niet uit alsof die kwaad in de zin had, maar er was toch een sfeer die niet fijn aanvoelde.
Het wezen werd stil. Alsof hij hen wel kon verstaan.
Iets verscheen in een van zijn klauwen. Het wezen wees naar een van Noë’s poten en maakte een gebaar dat hij die op het knopje moest gaan drukken. Als een soort handdruk.
Noë was niet zeker of hij dit wel zou moeten doen, maar hij was deels wel nieuwsgierig ernaar. Hij hield zijn poot omhoog en bewoog die langzaam naar het knopje toe.
Eenmaal dichtbij genoeg hielp het wezen zijn poot op het knopje te zetten. Het gaf een lichte schok. Geen pijnlijke, maar wel eentje die Noë liet schrikken. Hij trok meteen zijn poot terug.
“Waar was dat voor?!” Noë keek naar het wezen, lichtelijk geïrriteerd, maar het wezen liet niet veel emotie zien.
“Sorry daarvoor, kan je mij nu verstaan?” Noë knipperde met zijn ogen en knikte toen in verbazing.
Ditmaal hield het wezen het knopje voor Diablo op. Waarbij Noë hem bemoedigde hetzelfde te doen.
Diablo schrok zelf ook van de schok na hij zijn poot op het knopje had gelegd, en keek even kort naar zijn poot.
“Sorry daarvoor, nogmaals.” Diablo keek verrast op wanneer hij het wezen ook kon verstaan.
“Wat is dit voor magie…” zei hij nog verbazend er achteraan.
“Het is voor ons een manier andere hun taal te leren, zonder moeite. Een soort vertaalmachine.” De honden gingen wat gemakkelijker zitten, maar vroeg zich beide af wat het wezen hier deed.
“Ben je verantwoordelijk voor de koepel?” Noë bracht meteen de belangrijke vraag op, hij had niet heel veel zin om een normaal gesprek te houden. Het idee dat er straks misschien geen zuurstof meer was beviel hem niet.
“Niet ik persoonlijk, maar wij… Groep wezens.” Het bracht niet veel duidelijkheid op, maar misschien wist dit wezen wat ze hiermee wilden, voor ze iets konden vragen vertelde het wezen nog meer.
“…Wij zijn onderzoekers. En testen graag hoe andere intelligente wezens reageren op bepaalde situaties. Wij waren verbaast over hoeveel soorten intelligente wezens er op deze wereld rondliepen. Alleen…” Het wezen keek even weg, voor het eerst leek het wezen meer emoties te tonen dan iets neutraals.
“Je bent dus een alien,” zei Qyma wat er vrij bot uitkwam, Noë gaf hem een stootje om zijn redelijk onbeschofte toon.
“Ja, eentje die jullie graag wilt helpen… Meeste van ons zijn niet zo aardig. Ze testen graag wezens en jagen ze zelfs de dood in als het moet… Ik houd daar niet van. En dit experiment moet stoppen.” Noë en Qyma knikte allebei.
“Ik zit niet graag zonder zuurstof, nee.” Het wezen keek een beetje verbaast dat ze wisten wat deze koepel betekende voor dit gebied.
“Wil je ons dus helpen die koepel uit te zetten?” Het wezen schudde zijn kop, hij kon onmogelijk ze daarbij helpen, maar hij was wel bereid meer informatie te geven over wat die koepel in stand hield.
“Er is een zwarte bol, zwevend op een machine in het midden van het kamp. Het is wat de koepel in stand houdt. Ikzelf kan niets doen, als ze mij zien bij die bol gaan ze mij zeker vermoorden. Ook als ze zien dat ik tegen jullie praat… Ze houden niet van verraders.” Noë keek even zorgelijk naar het wezen. Het was fijn dat ze nu eindelijk meer informatie kregen over wat de koepel in stand hield.
“We moeten dus die bol kapot maken?” Qyma draaide zijn kop vragend scheef.
“Of zijn kracht laten afnemen.” Noë knikte begrijpend.
“Dat klinkt wel als een plan, we vinden wel een oplossing voor dit probleem. Hopelijk snel ook.” Noë keek naar Qyma die toen ook knikte.
“Ik moet nu gaan, maar ik kan je dit nog wel meegeven. Vertrouw de Q’nar niet. En de Syntechs ook niet. Ze horen bij de Q’nar, onze organisatie.” Met die woorden wandelde het wezen bij de honden vandaan.
De honden zuchtten even diep. Ze wisten niet zo wat die twee namen betekende. De Q’nar en de Syntechs. Ze hadden nog nooit van die dingen gehoord.
“Zullen we voor nu terug gaan?” Qyma keek om naar Noë die toen knikte.
Eenmaal wanneer ze van plan waren terug te wandelen zagen ze dat D’agon langs hen liep. Hij keek niet eens naar de honden om.
“Oh nee, niet alweer,” zei Qyma zorgelijk.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen