Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Even sta ik mezelf toe om erover na te denken. Even maar. Daarna moet ik de neiging onderdrukken om mijn hoofd te schudden en te lachen.
Ik, in een relatie. Dat gaat dus echt nooit gebeuren.

Blijkbaar, als iemand je opsluit in een ijskoude douche, is dat slecht voor je gezondheid. En misschien voel je je de dag erna ontzettend ziek. En misschien ga je toch maar gewoon naar de universiteit, omdat Davis anders heel ongerust zou worden.
Ik draag wel drie truien tegen de bijtende kou die ik in mijn hele lichaam voel, ook al ben ik aan het zweten en heb ik koorts. Ik ben op komen dagen omdat ik geen colleges wil missen en om Davis niet al te ongerust te maken, maar blijkbaar wordt hij ook bezorgd als je gewoon ziek bent.
'Hailey, hoe kan dit in godsnaam in één dag gebeurt zijn?' vraagt hij op een stil moment, terwijl hij alweer zijn jas om mijn schouders probeert te slaan.
Ik ga een beetje nerveus verzitten.
'Ik... Ik was gewoon iets te lang blootgesteld aan de kou. Ik zal er beter op gaan letten,' zeg ik, maar er ligt iets berekenends in zijn blik, alsof hij elke mogelijke betekenis van die zinnen nagaat. Hij kiest ongetwijfeld de mogelijkheid uit waarin dit Deans schuld is.
'Had je niet beter thuis kunnen blijven?' vraagt hij, met de rug van zijn hand mijn wang aftastend om de koorts te meten.
Ik schud mijn hoofd en neem een slokje thee uit mijn thermoskan.
'Ik wil liever zo min mogelijk missen. En ik kon jou toch niet alleen laten?' antwoord ik, met een geforceerd glimlachje.
Hij beantwoord de glimlach, maar hij kijkt nog wel bezorgd. Daarna wordt zijn uitdrukking weer serieuzer en hij vraag, op zachte, indringende toon: 'Hailey, wat is er in hemelsnaam gebeurd?'
Ik voel een golf van terughoudendheid over me heen spoelen en begin ineens mijn pennen te sorteren, zonder daar eigenlijk een goede reden voor te hebben. Ik haal mijn schouders op.
‘Ik heb het gisteren gewoon net wat te koud gehad, en nu ben ik gewoon wat ziek. Maak je geen zorgen.’
Hij bromt iets wat betekent dat hij me volgens mij niet echt gelooft en drapeert de jas nog wat beter rond mijn rillende bovenlichaam.
'Als het een longontsteking is, heb je antibiotica nodig,' merkt hij op.
'Het is helemaal niet zeker dat het een longontsteking is. Overdrijf niet zo,' zeg ik, rollend met mijn ogen, maar ik begin me in mijn achterhoofd wel een beetje zorgen te maken.
Terwijl de professor nog alles aan het klaarzetten is voor het college, pakt Davis zijn laptop erbij en begint hij furieus te typen. Ik zie de denkrimpel in zijn voorhoofd ontstaan, die daar altijd te vinden is als hij zich focust.
Het duurt maar een paar minuten voordat hij zijn laptop weer wegschuift.
'Oké, na dit college hebben we drie uur niks te doen. Ik heb een afspraak voor je gemaakt bij de huisarts in de buurt. Dat kun je makkelijk halen,' zegt hij.
Ik bijt op mijn tong.
'Je hebt een afspraak voor me gemaakt achter mijn rug om?' vraag ik dan, net wat te vinnig.
Hij stopt even, lijkt het ineens te beseffen.
'Sorry, ik dacht... ik dacht er even niet bij na. De afgelopen jaren waren we zo gewend om van alles samen in te plannen dat... Ik...' Hij aarzelt even. 'Ik had dat niet moeten doen. Sorry.’
'Dit is het gedrag waardoor je Dean van mishandeling beschuldigt, weet je wel? En nu doe je het zelf. Zie je nou, dat het ook gewoon gedachteloos kan gaan? Het hoeft niet altijd constante onderdrukking te zijn of zo,' probeer ik hem te laten begrijpen.
Hij zwijgt weer even, en die frons keert terug.
'Bedoel je dat Dean dit systematisch doet?' vraagt hij. 'Kijk, ik deed het een keer per ongeluk, en dat was fout, maar als hij constant achter je rug om dingen om je inplant, is... dan is dat misschien toch wel een beetje problematisch, vind je niet?'
Ik zucht.
'Laat maar. Ik had er niet over moeten beginnen,' zeg ik. 'Je begrijpt het niet.'
Maar het knaagt wel aan me. Hoe vaak krijg ik wel niet op het laatste moment een appje van Dean dat hij iets voor me heeft ingepland, en dat ik me dan ineens moet haasten voor iets waar ik helemaal geen idee van had? Ik kan niet ontkennen dat ik het soms onprettig vind, en dat het me het gevoel geeft dat ik de controle over mijn eigen leven kwijtraak. Maar zo bedoelt hij het niet. Ik weet dat Dean het niet zo bedoelt. Ik zou gewoon zo graag willen dat Davis het ook begreep.
Hij zucht en haalt een hand door zijn bruine haar, met die ene felrode lok die hij er in laat verven.
'Ik... Wil je dat ik de afspraak cancel?' vraagt hij.
Ik denk even na, maar schud dan mijn hoofd.
'Nee, het is goed zo. Ik zat er eigenlijk ook al aan te denken om even naar de dokter te gaan,' zeg ik dan.
Hij knikt.
'Het is op loopafstand, maar ik kan je ook even met de auto brengen, als je je niet zo lekker voelt. Het is koud buiten.'
Ik wil het aanbod al afwijzen, maar knik dan toch. Ik werd al moe toen ik van de parkeerplaats naar de universiteit liep, en ik weet dat Davis graag het idee heeft dat hij me helpt.
'Dank je, Dave, dat zou ik fijn vinden,' geef ik toe.
Nog voor hij iets kan zeggen - hopelijk niet over Dean - schraapt de professor haar keel en sterft al het geroezemoes in de zaal weg. Ik draai mijn haar in een rommelige knot, zodat het niet in de weg zit, en mijn dag begint.

Na het college brengt Davis me met zijn auto naar de huisartsenpraktijk, die inderdaad maar twee straten verderop zit. Hij wenst me succes en geeft me nog een knuffel. Ik ga in de wachtkamer zitten. Zoals gebruikelijk duurt het iets langer voordat ik aan de beurt ben, maar ik word ook wel snel geholpen.
En, blijkbaar, heb ik longontsteking. Wie had dat nu gedacht?
Ik krijg een recept mee voor antibiotica en loop snel weer naar de parkeerplaats. Davis' auto staat daar al trouw op me te wachten, zo dicht mogelijk bij de deur. Hij stapt al uit om de deur voor me open te doen.
'Longontsteking,' zeg ik snel, terwijl ik de warmte van de auto opzoek. Ik houd het briefje dat ik van de arts mee heb gekregen omhoog. 'Recept voor antibiotica.'
En we rijden naar de apotheek.
Hij heeft een warme koffie voor me opgehaald, zodat ik die onderweg op kan dringen. De plotse warmte die mijn lichaam vult doet me rillen.
'Zal ik je naar huis brengen?' vraagt hij, met een subtiele ondertoon in zijn stem die zijn mening over dat huis prijsgeeft.
Ik schud mijn hoofd.
'Ik wil naar mijn colleges,' zeg ik. 'Gelukkig hebben we deze en de volgende week vooral theorie, dus fysiek kan ik het wel aan. Bovendien is het bacterieel en niet viraal, dus het is niet besmettelijk. Ik red me wel, echt. En ik wil niet met een achterstand beginnen.'
Hij slaakt een zucht, maar hij weet dat het geen zin heeft om me op andere gedachten te brengen. Ik ben koppig als een ezel.
'Nou, dan moet je in ieder geval wel goed lunchen. We hebben nog bijna twee uur. Laten we naar een restaurant of zo,' zegt hij. 'Er is een nieuwe Thai geopend vlakbij de uni. Klinkt dat goed? Ik betaal.'
Ik glimlach om zijn ratelende enthousiasme en knik.
Hij rijdt naar het restaurant parkeert, opnieuw zo dicht mogelijk bij de ingang. Hij is wel een beetje heel erg bezorgd. Ik schud mijn gewoon mijn hoofd en laat hem zijn gang gaan.
We lopen naar binnen en bestellen het eten. Terwijl we wat van onze drankjes nippen, vind ik de moed om te zeggen: 'Ik moet Dean even bellen. Zodat hij weet wat er aan de hand is.’
Ik had verwacht dat Davis net zo boos zou worden bij het horen van Deans naam als andersom, maar hij lijkt het vrij goed op te vatten, ook al mogen ze elkaar niet.
'Ja. Ja, natuurlijk,' zegt hij.
Ik haal mijn telefoon uit mijn jaszak, verberg me nog dieper in al mijn truien, en bel Dean. Hij gaat één keer over, anderhalf, tw-
'Wat is er?' vraagt hij, zo kortaf dat ik er een droge mond van krijg. Het is duidelijk dat hij niet een al te beste dag heeft.
Ik moet eerst drie keer stamelen voordat ik weet te vragen: 'Is... Is alles oké?'
Hij maakt even een gefrustreerd geluidje, en ik ga nerveus wat verzitten. Ondertussen houdt Davis me met haviksogen in de gaten, ook al hoort hij alleen mijn kant van het gesprek.
'Best. Gewoon wat mensen op werk die moeilijk doen,' antwoordt hij. Hij zucht. Haalt diep adem. Zijn stem klinkt helderder wanneer hij vraagt: 'Waarom bel je, schatje?'
'Ik... Uh... Ik voelde me toch best wel heel erg slecht, eigenlijk. En... Davis heeft me net naar de huisarts gebracht,' zeg ik. Mijn blik glijdt nietsziend door het restaurant. 'Ik heb een longontsteking, blijkbaar. Ik heb een antibioticakuur meegekregen.'
Er klinkt zoveel bezorgdheid door in zijn stem dat het pijn doet als hij zegt: 'Echt? Oh, schatje, toch. Ga je nu naar huis?'
'Nee. Nee, ik blijf liever op de uni. De komende tijd zullen we vooral met theoretische dingen bezig zijn, en die zijn fysiek niet zo vermoeiend. Ik... Ik wil zo min mogelijk missen. Tegen de tijd dat we echt met practica beginnen zal ik wel weer beter zijn,' leg ik uit.
'Waar ben je nu, dan?'
Mijn willekeurige blik vindt uit het niets één tafeltje, in de hoek van de ruimte. Daar zitten twee politie agenten te lunchen, in uniform. Marco Kowalski en Nathan Darling. Ik probeer kalm te blijven, wanneer ik hen zie, maar ik kan niet voorkomen dat ik opveer. Wanneer ik even oogcontact maak met Marco, die mij ook heeft gezien, voel ik mijn hart sneller kloppen. Hij glimlacht naar me, en ik beantwoord het gebaar. Wanneer Nathan snel naar me zwaait, doe ik hetzelfde.
'Hailey? Hailey, ben je daar nog?'
'Wat? Ja. Ja, sorry. Het is niets,' zeg ik, en ik herinner me zijn vraag weer. 'Ik zit nu even met Davis te lunchen in een nieuw Thais restaurant.'
Ik blijf naar naar Marco kijken, en naar Nathan. Davis volgt mijn starende blik en draait zich om richting de bron van mijn interesse. Hij begrijpt niet waarom ik zo kijk, natuurlijk. Ik leg het later wel uit.
'Met Davis?' herhaalt Dean. De bezorgdheid in zijn stem maakt plaats voor iets anders, voor iets donkerders.
Mijn mond is kurkdroog. Ik neem een slokje water uit het glas op tafel.
'Ja,' antwoord ik. Meer niets.
Zodra hij verder praat, klinkt zijn stem anders. Minder duister, minder afkeurend. Ik hoor dat hij toneelspeelt, maar hij probeert het in ieder geval.
'Is goed, schat. Ik ben om half zeven thuis, ongeveer. En jij?'
'Vijf uur, gok ik. Ik zal zorgen dat er avondeten klaarstaat als je thuiskomt.'
Marco's blik kruist de mijne weer. Ik kijk weg.
'Dankjewel, Hails. Ik moet nu gaan. Ik hou van je.'
'Ik ook van jou. Tot vanavond.'
Ik wacht tot hij ophangt en doe mijn telefoon weg. Mijn blik glijdt weer naar de twee agenten, en dan kijk ik definitief weg en ga ik verder met mijn dag.
Het eten wordt geserveerd. Nog voor ik een eerste hap kan nemen, beland ik ineens in een enorme hoestbui. Het klinkt als de diepe, pijnlijke hoest van een longontsteking. Aan Davis' gezicht zie ik dat hij dat ook hoort. Wanneer ik vluchtig over zijn schouder kijk, zie ik dat Marco en Nathan me ook wat bezorgde blikken toewerpen.
Davis biedt me wat water aan en ik neem dankbaar een paar slokjes. Mijn longen en keel doen gewoon pijn, en ik voel een dringende behoefte om gewoon te gaan liggen en slapen, maar ik dwing mezelf om wat te eten.
Kauw, kauw. Slik. Het smaakt goed, ook al voel ik me dusdanig verdoofd dat alle smaken een beetje gedempt lijken te zijn.
Na een tijdje werpt Davis een schuine blik op Marco en Nathan.
'Die ene agent. Met het donkere haar. Zou hij single zijn?' vraagt hij.
'Nathan? Geen idee, eigenlijk,' geef ik toe.
'Nathan? Je weet zijn naam? Ken je hen?'
Ik knik. Heel even aarzel ik, en dan vertel ik hem ongeveer hoe we ontmoet hebben, in dat winkelcentrum, en daarna bij die verklaring.
'Maar... Een winkeldiefstal is niet zo... Waarom zijn ze nog met je in contact gebleven?' vraagt hij. Eerst fronst hij. Dan snapt hij het. 'Ze vertrouwen Dean niet.'
Ik voel een drukkend gevoel in mijn borstkas ontstaan. Davis vertrouwt Dean niet. Marco en Nathan vertrouwen Dean niet. Als je leeft met zoveel wantrouwen, hoe kan iedereen dan van Dean verwachten dat hij zichzelf nog wel vertrouwt? Hebben ze enig idee hoe moeilijk iedereen het hem maakt?
Ik antwoord niet. Voor Davis is dat genoeg.
'Kijk, zelfs zij zien het. En zij zijn de experts,' zegt hij. 'Letterlijk. Veertig procent van de politie-agenten mishandelt hun gezin op de een of andere manier.'
Het is een bittere waarheid omgetoverd tot een soort grapje, maar ik kan er niet om lachen.
'Nou, ze hebben ongelijk,' zeg ik, en ik neem nog een hapje van mijn curry.
'Is het niet in ieder geval waard om naar hen te luisteren?'
'Ik wil het er niet over hebben, Davis,' zeg ik, scherp, kortaf, zoals Dean dat zou zeggen.
Hij perst zijn lippen op elkaar, maar houdt zijn woorden in. Terwijl we eten, praten we wat over de studie, over wat we goed snappen en over wat we echt helemaal nog niet begrijpen. De woorden voelen als lege lucht.
Wanneer we klaar zijn betaalt Davis de rekening, ook al vertel ik hem wel twintig keer dat ik het hem terug zou willen betalen. Voordat we vertrekken, legt hij de rug van zijn hand nog even tegen mijn gezicht, om de koorts een beetje aan te voelen. Ik zie dat hij me weer aan wilt raden om gewoon naar huis te gaan, maar hij bedenkt zich. Hij weet dat dat geen zin heeft.
Zodra ik mijn duizend truien en jassen weer aan heb, lopen we naar buiten. We hebben nog geen drie stappen gezet voordat ik Marco's stem achter me hoor roepen: 'Hailey, wacht even!'

Reacties (2)

  • BethGoes

    Ergens vind ik wel dat Marco en Nathan Hailey met rust moeten laten.

    3 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    O nee.. ik ben bang wat Dean gaat doen..

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen