Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Zodra ik mijn duizend truien en jassen weer aan heb, lopen we naar buiten. We hebben nog geen drie stappen gezet voordat ik Marco's stem achter me hoor roepen: 'Hailey, wacht even!'

'Hailey, wacht even!' roep ik, terwijl Nathan en ik het restaurant uit snellen.
Hailey, en de man waar ze mee liep, stoppen en draaien zich naar ons om. Ze glimlach naar me, maar ziet er nog steeds een beetje vermoeid en ziekjes uit.
'Hi, wat doen jullie hier?' vraagt ze, haar koude handen diep verbergend in haar zakken.
'Dat is geclassificeerd,' moet ik toegeven.
De eigenaar van het restaurant is onlangs bedreigd, en daarom zijn Nathan en ik hier naartoe gestuurd om het te bespreken. Toen we klaar waren, wilde de eigenaar ons per se een gratis maaltijd aanbieden.
Ze knikt. Net wanneer ze haar mond opent om nog iets te zeggen, stoot ik uit: ‘Gaat het wel met je? Je... je...’
Net op tijd herinner ik me dat de meeste vrouwen het niet waarderen als je zegt dat ze er ziek uitzien, maar ik denk dat ze het wel begrijpt.
‘Oh, ja, uh... ik... Ik heb een longontsteking, zeg maar. Gaat wel weer over.’
Ik knipper een paar keer verbaasd met mijn ogen.
‘Serieus? Hoe is dat gebeurd?’ vraag ik.
Wanneer Hailey en de man - ik vermoed dat hij Davis is - een blik uitwisselen, weet ik genoeg. Het antwoord is Dean, op de een of andere manier, en dat is niet het antwoord dat ze gaat geven.
Ze fronst.
‘Moet ik je nu meenemen in de wonderlijke wereld van het menselijk lichaam of is “het is fucking koud buiten” genoeg?’ vraagt ze.
Ik schud mijn hoofd.
‘Natuurlijk, maar... Waarom ben je niet thuis, als je ziek bent? Moeten we je naar huis brengen?’ stel ik voor.
‘Ik voel me goed genoeg om mijn lessen te volgen. En, nee, bedankt,’ zegt ze. Dan gebaart ze even naar de jongeman naast haar. ‘Dit is Davis, trouwens. Een vriend van me die ook chirurgie studeert.’
Mijn vermoedens waren correct. Dit is de Davis waar ik haar met Dean over heb horen praten.
Ik bekijk hem even. Hij is net wat minder lang dan Hailey, en is vrij dun. Hij heeft kastanjebruin haar, een warme kleur, met één lok in zijn kuif die felrood is geverfd. Bruine ogen, wat donkerder dan zijn haar. Een blanke huid, vrij bleek.
Hij schudt mij de hand, en daarna Nathan.
‘Davis Montgomery,’ zegt hij. ‘Ik breng Hailey na onze colleges wel naar huis.’
Hailey fronst. 'Maar... Mijn auto?'
'Dat kunnen we misschien beter regelen wanneer je je weer goed voelt. Of wil je dat liever niet?'
Ze aarzelt even, maar zegt dan: 'Nee, dat klinkt wel goed. Ik zou nu niet achter het stu-'
Haar zin wordt onderbroken door een beltoon, en met koude handen haalt ze haar mobiel uit haar jaszak.
'Het is Dean,' zegt ze. 'Ik ga even opnemen.'
We stotteren alledrie een andere vorm van "oké" uit en ze gaat een eindje verderop staan, buiten gehoorafstand. Met een vriend als Dean zou ik ook niet willen dat andere mensen meeluisteren.
Het is Davis die uiteindelijk als eerste iets zegt, wat ik niet had verwacht.
'Jullie weten van Dean?' vraagt hij, met opgetrokken neus. Er klinkt zoveel minachting in zijn stem door dat ik me afvraag hoe hij überhaupt bij Hailey in de buurt kan zijn zonder constant woedend te worden over wat die man met haar doet.
We knikken.
'Jullie kunnen niks doen?' vraagt hij. Hij klinkt net iets beschuldigender dan ik zou willen, maar hij klinkt ook ontzettend wanhopig, en bijna smekend. Ik kan er niet boos om worden.
'Zolang Hailey zelf niet bereid is mee te werken, kunnen we eigenlijk niets doen. We... We zouden graag...' zegt Nathan, maar zijn stem sterft weg.
Mijn blik glijdt even opzij naar Hailey, die een eindje verderop staat te bellen. Ze stapt een beetje heen en weer om warm te blijven, en ik wil haar opeens ontzettend graag in een warme deken wikkelen en in mijn armen houden.
Ik herinner me de commissaris en voeg eraan toe: 'En... Er zijn nog wat andere factoren vanuit het politie-bureau zelf die het moeilijk maken.'
Ik kies mijn woorden zorgvuldig uit, en hoop dat hij begrijpt dat hij er niet naar door kan vragen. Hij knikt, en ik weet dat hij het snapt.
'Ze...' Davis zwijgt even, bijt op zijn lip. 'Ze is niet altijd zo geweest. Ze hebben nu... anderhalf jaar een relatie? Twee, bijna. Het... Het ging zo geleidelijk. En ik... ik probeer me soms voor te stellen wat hij allemaal tegen haar zegt, wat hij allemaal met haar doet, zodat ik het kan begrijpen. Er is zo, zo, zo ontzettend veel nodig om een vrouw als Hailey klein te krijgen, en het is hem gelukt. En hij weet het. Ik ga nou niet heel veel met hem om, natuurlijk, maar ik denk dat hij er trots op is. Ik denk dat hij begrijpt dat hij de meest sterke, zelfstandige vrouw in zijn omgeving om heeft kunnen toveren in...' Hij houdt weer even stil, alsof hij het niet hardop wil zeggen. Niet over zijn beste vriendin. Hij haalt minachtend zijn neus op. 'Hij is advocaat. Een gladde prater. Hij weet precies hoe hij van harde leugens zachte waarheidjes moet maken, en zo heeft hij haar beetje bij beetje veranderd.'
Ik knik, een beetje van mijn stuk gebracht door zijn bevestiging van mijn vermoedens.
'Ziet Dean jou niet... zeg maar... als een bedreiging voor hun relatie?' Het is Nathan die de vraag stelt, en ik kan me niet meer zo goed herinneren hoe lang we al stil zijn geweest.
Davis knikt, maar schudt dan zijn hoofd.
'Niet op de manier die jij denkt. Hij ziet me als een bedreiging omdat ik Hailey ervan probeer te overtuigen dat ze bij hem weg moet, en omdat ik haar probeer in te laten zien wat hij met haar doet. Maar hij ziet me niet als een bedreiging om... om andere redenen,' legt hij uit, gevolgd door een kort lachje. 'Nee, voor zulke "bedreigingen voor hun relatie" ben ik net iets te gay.'
Ik knik. En dan voel ik een knagende onzekerheid in me opkomen. Ik stel een vraag, zonder erbij stil te staan of ik wel klaar ben voor het antwoord.
'Denk je... Denk je dat ze nog te... redden is?' vraag ik, ook al denk ik niet dat ik het los zou laten als zijn antwoord nee is.
Hij is langer stil dan ik zou willen, en ik zie een glazige blik in zijn ogen ontstaan. Ik vraag me af hoe vaak hij zich deze vraag al zelf heeft gesteld. Het duurt even voordat hij antwoordt, en wanneer hij wel antwoordt, zou ik weer terug willen naar die stilte.
'Ik zal nooit kunnen accepteren wat hij met haar doet, en het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb, is het gewoon laten gebeuren. Elke dag wil ik gewoon schreeuwen dat ze zich verdomme idioot gedraagt en wil ik haar mee naar mijn eigen huis sleuren, wil ik haar met dwang bij hem weghalen en hem nooit meer bij haar in de buurt laten komen. Maar als ik dat zou doen, zou alles verloren zijn. Dan zou ze harder dan ooit terug in zijn armen rennen, en zou ze denken dat hij het hartverscheurende slachtoffer is wiens vriendin onterecht van hem is afgenomen. Dan zou ze voor altijd bij hem blijven, tot hij haar op een dag echt vermoordt of zo. Dan zou ze voor hem zelfs met haar studie stoppen om de pronk-/huisvrouw te zijn die hij eigenlijk hebben wil,' brengt hij bitter uit. 'Tot nu toe is dat het enige waar ze haar poot stijf heeft gehouden. Ze wil studeren. Dat heeft hij nog niet van haar af kunnen nemen. Maar als ik haar dwing - als wij haar dingen - is ze verloren. Het moet langzaam gebeuren. En het voelt fout om dat te doen, want ik wil haar niet manipuleren zoals Dean dat doet, maar... eigenlijk denk ik niet dat er ik deze situatie een juiste keuze is. Ik doe maar wat en hoop dat het haar leven uiteindelijk kan verbeteren. Ik... Ik heb nog nooit zoveel moeite gehad met geduldig zijn.'
Ik zie dat hij het meent. Ik zie dat hij het zo erg meent dat het hem pijn doet, en die pijn voel ik zelf eigenlijk ook, zij het in mindere mate. Ik ken Hailey niet zo heel erg lang. Hij kent haar blijkbaar al jaren, en heeft haar voor zijn ogen weg zien kwijnen.
Ik haal uit mijn borstzak een notitieboekje en papier. Ik schrijf mijn telefoonnummer op. En dat van Nathan. Ik controleer of Hailey niet kijkt en geef het hem dan aan.
'Zo kun je met ons in contact blijven,' zeg ik, want er zijn nog wel wat meer dingen die ik met Davis Montgomery zou kunnen bespreken.
'Als... Als je morgen de oude Hailey zou ontmoeten,' zegt hij met een wanhopige, droeve zucht, 'zou je haar niet herkennen. Echt. Ze was altijd zo...'
Zijn stem sterft weg, en ik knik, want ik denk het te weten. Elke keer als ik met Hailey praat, voelt het alsof er een felle, betere Hailey onder de oppervlakte zit, die net niet door de nieuwe laag heen durft te breken. Het voelt alsof ze haar oude versie onder de nieuwe probeert te verstikken. En het is volgens mij juist die oude versie die zoveel moois aan de wereld toe zou kunnen voegen.
Ik weet niet wat we nog tegen elkaar gezegd hadden als het gesprek langer had geduurd, maar we zullen het nooit weten, want dat is het moment waarop Hailey terug komt lopen.
'Sorry. Dat was Dean even over het avondeten,' zegt ze.
Van alle dingen waarvoor ze zich zou kunnen verontschuldigen, wat Dean betreft, staat dit wel het laagste op het lijstje. Toch knik ik.
Ik bekijk haar eens goed en voel een frons over mijn gezicht kruipen.
‘Voel je je wel goed?’ vraagt Nathan, voordat ik dat kan doen.
Ze knikt en schudt haar hoofd tegelijk.
‘Oh, gewoon een beetje...’ antwoordt ze, en er volgt nog een nonchalant handgebaar.
‘We kunnen waarschijnlijk beter gaan. Je bent al veel te lang buiten geweest,’ zegt Davis, met een groeiende bezorgdheid die goed in zijn stem te horen is.
Ze aarzelt en kijkt even naar me. Er is negenennegentig procent kans dat ik ongelijk heb, maar ik klamp me vast aan de ene procent die me vertelt dat ze misschien - heel, héél misschien - nog niet wil gaan; dat ze ook in dit moment wil blijven, net als ik, ook al heb ik geen idee waarom.
Dan knikt ze, en is het moment voorbij. Davis haakt zonder erbij na te denken zijn arm in de hare, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik snap waarom Dean hem als een bedreiging ziet. Niet omdat ze een romantische band zouden kunnen krijgen, maar omdat ze zich zo op hun gemak bij elkaar voelen dat ze samen zouden kunnen smelten tot één.
We nemen afscheid, en ze lopen weg, naar Davis' auto, naar de universiteit, naar warmte. Naar Dean.
Het voelt ondraaglijk om haar te zien vertrekken, wetend dat ze weer nieuwe blauwe plekken zal hebben, de volgende keer dat ik haar zie, en dat Dean haar weer nieuwe afschuwelijke halfwaarheden in zal hebben gefluisterd.
Ik heb pas door dat ik daar al heel lang in stilte sta wanneer Nathan zegt: 'Hey, Marco, misschien moet je niet verliefd worden op Hailey en alles nog veel ingewikkelder maken.'
Ik kijk hem geschokt aan. Het voelt alsof ik een emmer koud water in mijn gezicht heb gekregen, en ik weet niet waarom.
'Ik... Ik ben niet verliefd op Hailey,' sputter ik.
Hij haalt een wenkbrauw op. Hij zegt niets. Hij weet dat het beter is om er nu maar gewoon over op te houden.
'Laten we terug naar het bureau gaan,' zeg ik dan, en hij knikt.
We ploeteren door de sneeuw terug naar onze auto. Zelfs ik begin het koud te krijgen, en ik heb geen longontsteking. Hoe moet Hailey zich dan gevoeld hebben? En hoe heeft ze die longontsteking überhaupt gekregen? Iets in Davis' gezichtsuitdrukking vertelde me dat Dean er iets mee te maken had, maar ik zou niet weten hoe dat gebeurd zou kunnen zijn.
Ik heb veel te veel vragen en veel te weinig antwoorden. Als politieagent raak je daar wel gewend aan - onafgemaakte zaken, verhalen van getuigen die niet kloppen, etcetera, etcetera - maar nu zit het me meer dwars dan normaal.
We stappen in de auto en blijven even in stilte zitten om de motor op te laten warmen. Wanneer we dan uiteindelijk toch vertrekken, is het enige wat ik nog zeg: 'Ik ben niet verliefd aan het worden op Hailey.'
Nathan knikt, en hij gelooft er niets van.

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    Yes het begin van de gevoelens!

    2 weken geleden
  • BethGoes

    Awhhhh toch wel Marco, toch wel.

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen