Kevalth keek naar het draken kop dat hij had meegenomen van het dorp. Hij vond het geweldig het gezicht van die griffioen te zien toen die griffioen de kop naast Kevalth zag staan.
Hij voelde de kracht nog steeds door zijn aderen branden van de korte ontmoeting met die griffioen, hij wilde eigenlijk meer van zijn krachten laten zien. Nog meer ideeën die hij had in zijn kop om uit te voeren. Nu hij eenmaal wist hoe hij zijn magie moest uitvoeren, leek het alsof hij al alle magie had geleerd dat hij kon. Hij vroeg zich niet eens hoe het kon dat hij dat allemaal al wist, dat interesseerde hem ook niet. Hij had magie nu, en hij zou met alle liefde iedereen laten zien wat hij met die magie allemaal kon.
Met een nagel tikte hij tegen het drakenkop tot het kop in een aantal stukken brak. In de kop leek een glinsterend gouden ei te zitten. Deze leek op degene die Za’afiel eens aan Czabock mee gaf toen Czabock vertrok naar het dorp. Hij moest grijnzen toen hij het zag.
Hij hoorde het gesprek opnieuw in zijn kop, het gesprek die Za’afiel had met Phoebe. Dat Za’afiel niet wist hoe dit gouden ei werkte. Voor Kevalth leek alles nu zo simpel. De magie die Za’afiel bezat was gewoon niet geschikt voor wat dit ei was, maar het was wel geschikt voor zijn krachten. De nieuw nog vormbare kracht. Een kneedbare kracht.
Kevalth sloot zijn ogen en ademde diep in. Hij voelde de magie van het ei tintelen op zijn schubben. De geur rook zo zoet. Hij wilde dit in zich opnemen. Hij moest dit in zich opnemen.
Eenmaal zijn ogen geopend keek hij opnieuw naar het gouden ei en bracht hij zijn klauw naar het ei. Hij maakte een cirkel met een van zijn boven het ei. Een klepje aan de bovenkant van het ei opende zich als een vier splitsing waarbij een blauw wolkje uitkwam.
Opnieuw kreeg Kevalth een grijns op zijn gezicht. Het aanzicht dat hij had was gewoon opmerkelijk. De inhoudt zag eruit als blauw poeder, blauw glinsterend poeder. Er kwam een sfeer af dat zo sterk was dat het begon te drukken op Kevalth’ ziel.
Opnieuw bewoog Kevalth met een vinger een cirkel in de lucht, hij zwaaide er even mee en sloot opnieuw zijn ogen.
Het blauwe glinsterende poeder bewoog als een spiraal omhoog, naar de snuit van Kevalth. En met een hele lange ademteug zoog Kevalth het blauwe poeder in zich.
Kort erna kreeg Kevalth het gevoel alsof zijn hart voor een korte tijd stopte. Zijn adem stokte alsof het onmogelijk was zijn ademtuig naar buiten te blazen. Hij begon te stikken.
In zijn lichaam was er ineens een gevecht. Een gevecht dat Kevalth pijn liet lijden.
Deze krachtbron die hij zojuist in zich nam was sterk, en daar moest hij nu tegen vechten.
Hij voelde hoe zijn schubben ineens open probeerde te scheuren. Blauw licht leek vanuit alle kanten zijn lichaam te willen verlaten, dus ook tussen de schubben door.
Kevalth voerde extra druk uit op zijn lichaam. Hij wilde van dit winnen, en moest er dus ook hard voor vechten. Hij kneep zijn ogen harder dicht en concentreerde op de krachten die nu in zich huisde. En in één lange schreeuw, schreeuwde hij een explosie aan kracht uit. Hij had niet die explosie niet verwacht, maar het hielp wel. Hij ademde diep in en uit om zijn ademhaling weer op controle te krijgen. En het blauw wilde niet langer meer ontsnappen uit zijn lichaam.
Hij voelde zich sterker dan ooit, ondanks het hem bijna zijn leven had gekost.
Na een korte rust periode stond hij weer op en wandelde een paar stappen. Het was donker, en hij wist niet zeker waar hij eigenlijk heen wandelde.
Ieder geval kwam hij een rivier tegen na een wandeling door het weiland, waar hij zichzelf had heen geteleporteerd. Hij keek er even in voor hij besloot of hij eruit wilde drinken en zag toen blauw oplichtende ogen. Zijn rode ogen waren dus van kleur veranderd naar een fel donkerblauwe kleur. Kevalth vond het vreemd, maar was er niet zo geschrokken van. Het interesseerde hem niet wat voor kleuren zijn ogen was.
Een klein wezen verscheen ineens voor Kevalth, het zweefde boven op het water en keek hem aan.
Kevalth keek op naar het kleine wezen dat eruit zag als een kleine draak, de draak had een blauwe gloed over zich heen. En de draak staarde hem aan met bijna diezelfde fel blauwe ogen die Kevalth nu had.
“Als jij voor dit pad kiest, is er geen weg terug. De toekomst waar jij voor kiest zal je einde kunnen worden.”
Kevalth staarde naar het wezen dat tot hem sprak, maar hij was helemaal niet onder de indruk van deze waarschuwing.
“Ik ben niet bang mijn leven te verliezen. Ik heb niets om te verliezen,” zei Kevalth tegen het wezen.
Het wezen knikte en sprak toen opnieuw.
“Het zal je achtervolgen voor de rest van je leven. Er is geen weg uit wanneer je ziel is geraakt door de duisternis.” Kevalth moest lachen op een spottende manier.
“Ik ben opgegroeid met het duister. Ik voel mij nu juist eindelijk eens vrij!” Kevalth blies een fel donker blauwe straal op het wezen af, en opnieuw moest Kevalth lachen. Zijn lachen klonk echt alsof hij zichzelf compleet had verloren.
Kevalth was altijd het wezen dat zo vriendelijk naar het leven keek. Hij wilde iedereen helpen. Hij was altijd de onschuldige. Eentje waarvan je zeker wist op het juiste pad zou komen. Dat was iets wat Za’afiel altijd over hem dacht tenminste. En nu, nu dat Kevalth deze keuze had gemaakt, maakte het dingen wat lastiger.
Kevalth wandelde weg van het rivier en vloog toen op.
Hij genoot van het landschap in het duister. Het was overal zo stil, zo vredig. En de lucht rook zelfs anders in de nacht. Hij zou voor uren kunnen vliegen met deze sfeer.
Na een tijdje vliegen merkte Kevalth opnieuw iets op. Een geluid. Een gefluister.
Ergens herkende hij het gefluister ergens van, het klonk bijna als hetzelfde gefluister als dat hij hoorde toen hij het dorp van Phoebe opnieuw binnen liep.
“Zou er dan nog meer gouden eieren zijn?” vroeg Kevalth zichzelf af.
Stel je voor, nog meer macht die hij kon verkrijgen. Hoe krachtig zou hij dan wel niet zijn als hij er meerdere kon vinden? Hoeveel verschillende eieren zou er dan uiteindelijk wel niet zijn?
Dat waren misschien vragen voor later, maar voor nu ging hij af naar het volgende doelwit, in de hoop een nieuw gouden ei te kunnen bemachtigen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen