Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Dean is Haileys pleister, die ze niet kwijt wil en die haar juist alleen maar meer en meer schade aandoet. Hij is haar pleister, en ik ga hem verwijderen, kosten wat het kost. Ik heb de tijd.

Ik sta in mijn lege huis bij het raam te kijken naar Marco's wegrijdende auto. En dat is het moment. Dat is het moment waarop het me ineens overspoelt: de eenzaamheid; de ongelukkigheid; de pijn in mijn buik, van hoe ruw Dean was toen we vanmorgen seks hebben gehad; de oneerlijkheid van dat ik hier vastzit en alleen maar kan wachten tot Dean terugkomt.
Het begint met een branderig gevoel achter mijn ogen, en een prop in mijn keel. Dan krijg ik ineens moeite om mijn onderlip niet te laten trillen, en mijn zicht wordt wazig. Wanneer ik dan uiteindelijk begin te snikken, met mijn hand tegen mijn mond gedrukt, doe ik snel alle gordijnen dicht, bang dat iemand me anders zal zien.
Ik wil niets liever dan in een hoekje van de kamer kruipen en huilen, maar dat doe ik niet. Ik voel me gewoon zo belachelijk stom, terwijl ik daar zo sta te janken, dat ik maar gewoon mijn lijstje met klusjes af begin te werken.
Ik ruim de vaatwasser uit en veeg af en toe de tranen af met mijn mouw. Ik stofzuig, schokschouderend. Ik klem mijn kaken op elkaar tijdens het vouwen van de was. Ik kan door de tranen heen nauwelijks iets zien wanneer ik het bed opmaak. Tegen de tijd dat ik de badkamer schoon heb gemaakt, gaat het wel weer.
Daarna droog ik mijn tranen en zeg tegen mezelf dat het zo wel genoeg is. En dat is maar goed ook, want binnen vijf minuten komt Dean alweer thuis.
Het is inmiddels al na elf uur, wat vrij laat is voor een zakelijk dinertje. Mijn zorgen worden niet minder groot wanneer ik zie dat hij ladderzat is.
'Dean, heb je gedronken?' vraag ik terwijl hij tevergeefs zijn schoenen los probeert te strikken en ze daarna maar gewoon uitschopt.
Hij leunt even tegen de muur terwijl hij zijn jasje losmaakt en maakt een half instemmend geluidje.
'Ik heb een taxi genomen,' zegt hij. 'Maak je maar geen zorgen.'
'Dean...' sputter ik een beetje onbeholpen wanneer hij strompelend naar me toekomt.
Hij moet steun zoeken bij de muur. Zodra hij bij me aangekomen is, zakt hij met bijna al zijn gewicht tegen me aan. Ik ga bijna door mijn knieën van alle last, maar ik weet ons toch staande te houden.
Hij duwt me een beetje half tegen de muur en verbergt zijn gezicht in mijn hals. Ik denk dat hij me daar probeert te zoenen, ook al is hij niet heel gecoördineerd bezig. Zijn handen vinden mijn heupen, zijn grip hard en zeker. Zijn vingertoppen dringen in mijn zij.
'Hailey, ik wil je,' bromt hij.
Ik probeer hem een beetje halfslachtig van me af te duwen, hopend dat hij de hint dan snapt.
'Dean, i-ik denk niet dat ik dit wil,' zeg ik schor.
Ik denk niet dat hij me hoort, want hij gaat ongestoord verder en begint mijn shirt en hemd uit mijn broek te trekken.
'Ik... Wacht even,' zeg ik ademloos. Mijn stem trilt. 'Dean, vanochtend, toen...'
Ik slaag er niet in mijn zin af te maken, en hij reageert er niet verder op.
'Ik kan vandaag geen genoeg van je krijgen,' weet hij uiteindelijk met dikke tong uit te brengen.
Hij begint me mee te trekken naar de slaapkamer, en ik laat me met minimale weerstand meenemen.
'Stop,' zeg ik uiteindelijk nog, maar het klinkt niet heel hard of dwingend. 'Dean, stop.'
En dat doet hij niet.
Ergens vraag ik me af waarom ik hem niet hard van me afduw, en waarom ik niet boos roep dat hij op moet houden. En eigenlijk weet ik het antwoord al. Als ik een harde grens trek, en hij overschrijdt die, is het een echt probleem. Nu kan ik doen alsof hij me gewoon niet echt gehoord heeft, of alsof hij me niet helemaal begreep. Er is heel veel moed nodig om te durven ontdekken of hij daadwerkelijk zou stoppen, als ik hem dat luid en duidelijk zou vertellen, en die moed heb ik niet.
In de slaapkamer aangekomen begint hij wat onhandig aan mijn kleding te trekken, in een poging ze uit te doen.
'Je draagt te veel kleren,' zeurt hij, waarna hij me zoent en ik proef hoeveel alcohol hij opheeft.
Ik sta daar maar gewoon een beetje als een slappe pop terwijl hij me uit probeert te kleden. Ik durf niet tegen te stribbelen, en ik kan mezelf er niet toe zetten om mee te werken.
'Hailey,' zegt hij dan, en er klinkt iets dreigends in zijn stem door dat me ineens erg motiveert om gewoon mee te werken.
Ik help hem om mijn kleren uit te trekken, tot ik naakt voor hem sta, rillend van de winterse kou en nog iets anders. Ik wil hem ook uitkleden, maar hij duwt me al op het bed voordat ik dat kan doen.
Ik wil me op mijn rug rollen, maar hij duwt me ruw op mijn buik. Misschien is dat ook wel beter. Ik wil niet dat hij me ziet huilen.
Achter me hoor ik dat hij zijn riem los doet en zijn broek losmaakt. Ik blijf gewoon maar onbeweeglijk liggen, met mijn gezicht in mijn kussen en mijn ogen dicht.
Hij komt bovenop me liggen, zijn gewicht drukkend op mijn machteloze lichaam. Hij grijpt mijn haren vast, mijn lokken strak om zijn vingers gewonden, en leidt met zijn andere hand zijn erectie tussen mijn benen.
Zodra hij in me stoot, veel te hard en veel te ruw, springen de tranen me in mijn ogen. Alles daar beneden deed al pijn door vanochtend, maar nu lijkt het wel verviervoudigd.
Ik bijt in het kussen om mijn snikken te dempen, en ondertussen voel ik Deans zweterige lichaam bovenop me, met zijn hijgerige ademhaling in mijn oor, en zijn vingers die net te hard in mijn haar verstrengeld zijn. Bij elk van zijn stoten voelt het alsof ik vanbinnen kapotgescheurd word.
En ik kruip weg. Het wordt me teveel, en ik kruip weg. Ik kruip weg uit mijn eigen lichaam en in mijn hoofd, naar een mooiere plek.
Ik denk aan Davis op de universiteit, keihard werkend, maar wel lachend, wel gelukkig. Ik denk aan Marco, en hoe licht en gelukkig ik me vandaag voelde. Ik kruip weg van Deans lijf dat me tegen het matras vastdrukt en vlucht naar hem, naar mijn herinneringen. Ik denk aan chocolademelk, en breien, en snijwondjes en quiche en gelach, de hele tijd, terwijl ik daarvoor juist zo’n slechte dag had.
Pas wanneer Dean kreunend in me spuit en naast me komt liggen, durf ik weer terug te gaan naar de realiteit. Hij is vrijwel meteen in slaap gevallen. Zijn onderbroek heeft hij weer omhooggetrokken, maar zijn broek hangt nog open, en de rest van zijn kleren heeft hij ook nog aan.
Ik kom overeind en schreeuw het bijna uit van de pijn tussen mijn benen en in mijn onderbuik. Er komt alleen maar een gekweld, piepend geluidje uit mijn keel, vervormd en bijna dierlijk. Ik heb een beetje gebloed, zie ik, en er zitten een paar kleine vlekken op de bovenkant van het dekbed.
Ik heb geen zin om nu opnieuw het bed op te maken, dus ik trek de vieze dekens maar gewoon over Dean heen en dek hem toe.
Kreunend van de pijn pak ik mijn pyjama en strompel naar de badkamer, waar ik meteen onder de douche ga staan. Ik wil deze avond van me afspoelen. Ik wil alleen nog maar schoon zijn.
Ik was mijn lichaam wel drie keer met doucheschuim, en ik zet de temperatuur van het water steeds hoger. Uiteindelijk is het zo heet dat het pijn doet, maar ik wil wat er net gebeurd is gewoon van me af schroeien.
Het duurt even, maar uiteindelijk slaag ik er toch in om mezelf onder de douche vandaan te trekken. Ik droog mezelf af, en ik ben heel voorzichtig tussen mijn benen. Het bloeden is inmiddels al gestopt, wat goed nieuws is, maar het voelt nog steeds branderig aan. Dat zal nog wel een tijdje zo zijn, ben ik bang.
Ik trek mijn pyjama aan en neem wat pijnstillers. Ondertussen heb ik het verschrikkelijk koud gekregen. Het contrast tussen de gloeiendhete douche en de ijskoude lucht is genoeg om me te doen rillen en klappertanden.
Ik loop terug naar de slaapkamer en kruip naast Dean onder de dekens, in een bed dat nooit meer helemaal hetzelfde zal zijn.
Morgen maak ik wel schoon, en dan zal ik ook mijn kleren van de grond rapen. Maar voor nu wil ik gewoon alleen even slapen.
Ik heb het zo ijskoud dat ik naar Dean toe kruip, die zelf alleen maar warmte afstraalt. Een deel van me word kotsmisselijk bij alleen al het idee om naast hem te liggen, maar een ander deel verlangt naar een beetje liefde, naar een beetje van de man die Dean ook kan zijn, en ik probeer me in zijn armen te nestelen.
Wanneer hij, nog altijd diep in slaap, voelt hoe koud mijn handen en voeten zijn, maakt hij een afkeurend geluidje. Hij duwt me halfslachtig van zich af en draait zich om, met zijn rug naar me toe.
Ik snap de hint en schuif een eindje van hem weg. Mijn kussen is nog nat van mijn tranen.
Ik rol mezelf in de dekens en doe mijn ogen dicht, verlangend naar de slaap. Die komt niet, ondanks mijn vermoeidheid. Ik heb teveel pijn en nutteloze adrenaline om te kunnen slapen. Ik verander twintig keer van positie voordat ik maar gewoon accepteer dat elke houding ondraaglijk veel pijn doet.
Ik denk weer terug aan het gesprek dat ik met Marco heb gehad, in zijn auto op weg naar huis. Ik wilde nog even duidelijk maken dat ik niets meer dan vrienden wilde zijn. Hij zei dat hij vandaag ook niet als een date zag, en dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Toen hij zag dat ik dat nog steeds deed, vroeg hij me wat hij kon doen om mijn zorgen weg te nemen.
‘Ik denk niet dat jij degene bent waar ik me zorgen om maak,’ heb ik toen geantwoord, en nu is dat het enige waar ik nog aan kan denken.
Ik neem het mezelf kwalijk dat ik nu liever bij Marco zou willen zijn, en ik haat mezelf omdat ik zelfs nog heel even overweeg om gewoon naar hem toe te rijden. Ik denk met iets teveel interesse terug aan onze omhelzing, en hoe het voelde om gewoon weg te kunnen smelten in zijn armen.
Er komen weer nieuwe tranen in me op, maar ik ben veel te uitgeput om hen te kunnen huilen.
Nee, Marco is niet degene waar ik me zorgen om maak.

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    Awh nee arme Hailey!

    10 maanden geleden
  • BethGoes

    Awhh nee! Wat ongelovelijk zielig! Ik hoop echt dat Hailey heel gauw bij die schoft weg gaat!

    10 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen