Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Er komen weer nieuwe tranen in me op, maar ik ben veel te uitgeput om hen te kunnen huilen.
Nee, Marco is niet degene waar ik me zorgen om maak.

‘Vroeger dacht je dat moeders superkrachten hadden waarmee ze kunnen aanvoelen wanneer hun kinderen ergens mee zitten. Herinner je je dat nog?’ vraagt mijn moeder, terwijl ze haar theezakje wat op en neer beweegt in haar dampende mok.
Ik knik. Ik denk al half te weten waar ze naartoe wil, en de andere helft ontkent het.
‘Je had niet echt gelijk, daarmee. Maar je had zeker een punt.’ Ze haalt het theezakje uit het water en legt hem weg. Ze blaast in de gloeiendhete thee en kijkt me serieus aan. ‘Waar zit je mee, lieverd?’
Ik aarzel. Ik wil mijn moeder hier niet mee lastigvallen. Ze heeft al genoeg aan haar hoofd. Ik ga haar niet lastigvallen met werk, en de commissaris, en Dean, en Hailey, en wat er gisteren gebeurd is.
Dat houd ik ongeveer drie seconden vol. Daarna vertel ik haar alles.
Ze luistert zonder te onderbreken, en ze neemt alles in zich op. Ondertussen stromen mijn woorden maar gewoon onophoudelijk naar buiten, stotterend en zonder einde.
Wanneer ik uiteindelijk klaar ben, zijn we gewoon stil. Ze neemt de tijd om erover na te denken.
Ze neemt nog een slokje thee, en aan de frons op haar voorhoofd kan ik zien hoe hard ze erover nadenkt.
‘En er is geen manier waarop de politie haar daar nu weg kan halen, vanwege commissaris Morris?’ vraagt ze.
‘Niet echt,’ geef ik toe. ‘Ik denk... Het kan alleen als Hailey het zelf wil. Als ze op een dag doodsbang naar het bureau komt en ons smeekt haar te helpen, zullen alle agenten dat wel willen. Zo ver kan commissaris Morris niet gaan. Hij weet gewoon dat Hailey door alle manipulatie niet wegwil, en dus probeert hij ons gewoon achter de schermen te verhinderen wanneer wij haar op andere gedachten willen brengen.'
Mijn moeder neemt nog even bedachtzaam een slokje thee.
'Is er... Kunnen we niets doen om hem te stoppen? Heb je bewijzen voor zijn corruptie?' vraagt ze.
'Ik... Ik denk het niet. Hij weet heel goed wat hij doet. Ik... Ik zoek wel naar manieren, maar hij is heel voorzichtig. Het moment dat ik hem ergens van beschuldig, zal hij mij van nog ergere dingen beschuldigen. En als het mijn woord tegen het zijne is, denk ik dat hij zal winnen,' geef ik toe.
Ze knikt, diep in gedachten.
'Wat ga je doen,' vraagt ze, 'en hoe kan ik je helpen?'
Ik aarzel.
'Ik wil... Ik wil gewoon... in contact blijven met Hailey, denk ik. Ze is te ver opgeslokt in Deans manipulatie om zelf zomaar weg te willen. Ik kan haar niet dwingen, want dan zal ze zelfs nog liever bij hem willen blijven. En ik wil haar natuurlijk ook niet dwingen. Ik... Ik wil gewoon dat ze weet dat het anders kan, en dat het niet zo hoeft te zijn, en dat ze zelf keuzes kan maken,' antwoord ik. 'En ik denk niet dat je echt iets kan doen om daarbij te helpen. Af en toe zou ik het er wel even over willen hebben, zodat ik weet dat ik niet iets fout heb gedaan of zo. Maar over het algemeen wil ik je er niet bij betrekken.'
Ze knikt, en glimlacht droevig. Ik zie een soort trots in haar blik, omdat ze blij is een zoon te hebben die tot zoiets bereid is, maar ook een soort verdriet, omdat ze nog liever zou willen dat haar zoon een makkelijker leven zou leiden.
'Als er ook maar iets is wat ik kan doen, moet je het zeggen.'
Ik knik en schenk nog wat thee voor mezelf in. Ik merk pas dat ik er emotioneel uitzie wanneer ik de bezorgdheid in mijn moeders ogen zie.
‘Kom eens naast me zitten,’ zegt ze, terwijl ze naast zich op de bank klopt.
Ik doe wat ze zegt en laat haar even op mijn hand kloppen.
‘Gaat het wel?’ vraagt ze.
Ik zucht en laat mijn hoofd tegen haar schouder zakken, ineens overspoeld door de afschuwelijke oneerlijkheid en ondraaglijkheid van de hele situatie.
'Ik... Mama, ik vind het gewoon zo erg,' zeg ik, en ik bijt op mijn lip wanneer ik mijn stem hoor trillen. Ze strijkt even door mijn haar en wacht tot ik verderga. 'Je had haar moeten zien, gisteren. In haar eentje in de kou te huilen. En ze had zoveel pijn. Hij... Hij had haar gewoon serieus verkracht. Ze zag het misschien niet zo, maar dat is wel wat er is gebeurd. Het deed haar zoveel pijn. Het leek echt alsof ze zich nooit voor had kunnen stellen dat hij haar zoiets aan zou doen. Het was alsof ze in haar hele lichaam voelde dat het verkeerd was, maar dat ze er niet aan toe durfde te geven.'
Ik sluit mijn ogen even, maar toch voel ik dat er al een eerste traan ontsnapt.
'I-I-Ik wil gewoon niet dat ze pijn heeft.'
Ik begin te schokschouderen, ook al zou je het net niet helemaal snikken kunnen noemen. Mijn moeder houdt me maar gewoon in haar armen en laat me even alle stress loslaten. Mijn tranen lekken tegen haar schouder, maar ze klaagt geen moment.
‘Ik weet dat ik in deze situatie niet echt veel keus had, maar het idee dat ik haar gewoon terug heb laten gaan naar haar mishandelaar voelt zo afschuwelijk,’ weet ik uiteindelijk uit te brengen, zacht en schor.
Mijn moeder knikt woordeloos en houdt me gewoon nog even vast, ook al zijn mijn tranen inmiddels op. Na een paar minuten maakt ze zich van me los zodat ze mijn wangen droog kan vegen, en ze schenkt me een droeve, troostende glimlach.
Ze geeft me een kus op mijn voorhoofd en zegt: ‘Ik hou zo, zo ontzettend veel van je, en je doet het zo ontzettend goed. Ik wil dat je dat weet. Je bent een veel te goed persoon om zoveel obstakels te verdienen.’
Ik knik, want zoiets zegt ze wel vaker.
‘En toch ben ik blij dat ik haar ontmoet heb,’ zeg ik.
Ze schenkt me weer diezelfde glimlach. ‘En dat is precies waarom je zo’n goed persoon bent.’

Die avond maken mijn moeder en ik samen pizza, zoals we ook wel eens deden toen ik nog een kind was, bij speciale gelegenheden. Mijn moeder zet een playlist aan met de oude muziek uit haar jeugd die ik door de jaren heen ook heb leren waarderen, en we neuriën gezellig mee terwijl we alles klaarmaken.
‘Hailey is er niet bij om je te verbinden, dus probeer jezelf niet te snijden,’ raadt mijn moeder me aan terwijl ze me een paprika toeschuift.
Ik zucht.
‘Jullie hebben elkaar nog helemaal nooit ontmoet en jullie zijn het nu al lekker met elkaar eens,’ klaag ik. ‘Echt, het valt allemaal wel-‘
Dat is het moment waarop ik uitschiet en mezelf bijna in mijn vinger snijd - bijna. Vanaf dat moment houd ik maar gewoon mijn mond en rol mijn ogen wanneer mijn moeder moet lachen.
De rest van de avond verloopt vrij vlotjes. We eten de pizza, drinken nog even wat, en dan gaat mijn moeder terug naar huis.
‘Laat het me weten als je ergens hulp mee nodig hebt,’ zegt mijn moeder, wanneer ik haar een afscheidsknuffel geef. ‘Niet per se alleen met Hailey. Met wat dan ook, goed?’
Ik knik. Ze gaat op haar tenen staan om me een kus op mijn voorhoofd te geven en vertrekt dan.
Ik app Nathan of ik even langs kan komen om wat te drinken. Na een paar minuten krijg ik het berichtje terug dat hij dat goed vindt, en ik stap meteen in de auto.
Bij hem aangekomen praten we over van alles en nog wat. Ik heb hem nog niet verteld over mijn dag gisteren met Hailey, maar dat zal ik wel binnenkort moeten doen.
Het is inmiddels zondagavond. Morgen moeten we weer werken. Ik zie dat Nathan zijn appartement redelijk goed schoon heeft gemaakt, en de meeste klusjes heeft hij al gedaan, maar zometeen help ik hem wel met een paar dingen.
'Wat heb je allemaal gedaan dit weekend?' vraag ik terwijl ik wat drinken voor ons inschenk.
Ik klink net als de moeder die hij zou moeten hebben, realiseer ik me: hem vragen naar zijn weekend, controleren of hij wel genoeg eten in huis heeft, hem helpen met het vouwen van de was. Maar het is nu eenmaal nodig. Hij heeft het ontzettend zwaar, en hij staat met één voet in een depressie. Om hem te helpen ben ik best bereid om even zijn moeder te spelen.
'Ik ben met Benjamin gaan bowlen en naar de film geweest, gisteren,' zegt hij. 'Johanna had een paar afspraken in het ziekenhuis. Ik wilde niet dat hij alleen thuis hoefde te zijn. Hij heeft het al moeilijk genoeg.'
Ik knik. Benjamin is Nathans neefje, en hij is veertien, als ik het me goed herinner. Zijn moeder, Johanna, is zwanger van hem geraakt door een verkrachting. Ze is altijd een toegewijde moeder geweest en houdt ontzettend veel van hem, maar de realiteit is dat ze al wat ouder is. Een tijdje geleden is bij haar vroegtijdige dementie en parkinson vastgesteld. Haar gezondheid - zowel fysiek als geestelijk - gaat vrij snel achteruit. Dat moet verschrikkelijk voor hem zijn.
'Was het leuk?' vraagt hij.
Hij knikt. 'We zijn allebei nou niet bepaald heel goed in bowlen, maar het was gewoon gezellig.'
Ik glimlach en knik, geef hem het glas aan. Hij neemt een paar slokken. Het is fruitsap. Heel lang heeft hij geen melk en sap durven drinken, omdat het hem teveel aan zijn jeugd deed denken, en hij vindt dat hij het niet meer verdient om een tijd te herinneren waarin Blueberry nog leefde. Aan Blueberry mag hij alleen denken na een paar glazen whisky.
‘Wat heb jij dit weekend gedaan? Je zou naar je moeder gaan, toch?’ vraagt hij.
Ik schud mijn hoofd.
‘Nee, zij kwam naar mijn huis, vanavond. We hebben samen pizza gemaakt,’ leg ik uit. Het voelt als zo’n onnatuurlijk gesprek, maar we zijn het wel gewend. We hebben allebei wel eens dagen of weken dat het minder goed gaat - Nathan iets vaker dan ik - en daarom hebben we er een gewoonte van gemaakt om gewoon altijd eerlijk te vertellen wat er gebeurd is sinds de laatste keer dat we elkaar gezien hebben. Het gaat bijna automatisch, maar het klinkt altijd zo droog en oppervlakkig als je niet zou weten waarom we dit doen.
Ik aarzel, en voeg er dan aan toe: ‘En... En eergisteren ben in Hailey tegengekomen.’
Hij kijkt vragend op, zijn wenkbrauwen hoog opgetrokken.
‘Ja? Vertel,’ zegt hij vanachter zijn glas sap, terwijl hij nog een slok neemt.
Ik twijfel even. Waar moet ik in godsnaam beginnen? En waar moet ik in godsnaam eindigen? Wil ik wel alles vertellen.
‘Ik ging ‘s middags wandelen, na de lunch,’ begin ik dan. ‘Er was eigenlijk helemaal niemand. En toen ik in het park kwam, zag ik haar zitten. Bij de vijver. Ze zat gewoon stil op een bankje, terwijl het zo zo koud was. En ik ging naar haar toe, en-‘
Ik hoef me geen zorgen te maken over wat ik allemaal ga vertellen en in welke volgorde, blijkbaar, want ineens schelt mijn ringtone door de ruimte. Het is zo plots dat ik er bijna van schrik.
Ik peuter mijn mobiel uit mijn broekzak, terwijl ik naar Nathan afwezig wat ondefinieerbare woordjes brabbel die erop neerkomen dat ik gebeld word en moet opnemen, ook al snapt hij dat zelf ook wel. Ik val echter abrupt stil wanneer ik zie wie me belt.
Het is Hailey.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Oh god. Oh nee. Ik wil nú weten wat er gaat gebeuren!

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen