Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik weet niet precies wat me bezielt, op dat moment. Ik ben alleen nog maar bang. Ik denk niet meer helder na. Dean blijft maar schreeuwen en ijsberen, en ik verwacht elk moment dat hij naar me toe komt om me een trap te verkopen. Ik kan geen vaste gedachte meer vormen. Ik weet niet precies waarom ik het doe.
Ik pak mijn telefoon en bel Marco.

Mijn telefoon gaat over. Ik neem meteen op.
'Marco?' hoor ik Hailey vragen, huilend en met bevende stem. Op de achtergrond hoor ik Dean van alles schreeuwen.
Van het een op het andere moment ben ik één en al bezorgdheid.
'Hailey?' breng ik geschrokken uit. 'Hailey, vertel me wat er aan de hand is.'
'I-Ik... Je... Je zei dat ik mocht bellen als ik... als ik iets...'
Ze maakt haar zin niet af, verstrikt in de woorden.
‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik.
‘I-Ik... Dean... Marco, ik begrijp niet waarom-‘
Ze wordt onderbroken door Deans stem, luider en dichterbij.
'Hailey?! Wat doe je met die telefoon?!' roept hij. 'Geef dat ding hier!'
Ik hoor Hailey een kreet slaken, en daarna wordt de verbinding verbroken.
Ik kijk stamelend naar Nathan, probeer uit te leggen wat er gebeurd is, maar hij zegt al dat hij het gehoord heeft. Als één machine bewegen we naar de deur, naar de auto, naar Haileys huis. We parkeren scheef, en half op het gazon.
Het is Dean die de deur opendoet. Hailey zie ik nergens. Maar, als ik goed luister, hoor ik haar op de achtergrond wel gedempt snikken.
Dean doet alsof zijn neus bloedt en vraagt: ‘Kan ik iets voor-‘
Ik loop gewoon recht langs hem heen het huis binnen.
Officieel hoor ik hier niet te zijn. Ik ben momenteel niet aan het werk, en zelfs als dat wel zo was heb ik geen huiszoekingsbevel. Mijn bezorgdheid is echter veel groter en ik volg het geluid naar Hailey.
Ze zit ineengedoken in een hoek van de woonkamer. Ik herken paniekaanvallen wanneer ik ze zie, en ik wil meteen naar haar toe stappen.
Deans hand op mijn schouder houdt me tegen. ‘Jij hebt hier niets te zoeken.’
'Jezus Christus, man. Zie je niet hoe erg ze eraan toe is?!' sis ik. 'Laat me haar helpen. Is dat niet het belangrijkst?'
Hij klemt boos zijn kaken op elkaar, maar laat me dan uiteindelijk wel los. Ik begin meteen naar Hailey toe te lopen, zo rustig en niet-dreigend mogelijk.
Ze kruipt bevend naar me toe en grijpt wanhopig mijn broekspijp vast, haar vingers krampachtig om de stof heen geklemd. Ze beeft helemaal. Haar pols is helemaal rauw en rood waar Dean haar waarschijnlijk vast heeft gegrepen.
‘Marco, vertel hem dat ik niet vreemd ben gegaan,’ stoot ze in een snik uit.
En dan begrijp ik ineens waar het over gaat. Hij heeft ontdekt dat wij elkaar gisteren gezien hebben.
Ik besluit later wel met Dean af te rekenen en kniel bij haar neer. Ik houd precies zoveel afstand aan dat we wel contact hebben, maar ik haar geen claustrofobisch gevoel geef.
'Oké. We praten er zometeen wel over, oké? Nu moet je gewoon even goed ademhalen. Focus je daar maar op. Kun je dat voor me doen?' sus ik haar.
Ik zit met mijn rug richting Dean, wat me een onprettig gevoel geeft, maar ik herinner mezelf eraan dat Nathan er ook is en hem waarschijnlijk met haviksogen in de gaten houdt.
'Vertel hem... V-Vertel...' hijgt ze, maar ze komt niet meer uit haar woorden.
'Dat regelen we zo wel. Haal nu gewoon even adem. Doe maar met mij mee, goed? Volg mijn voorbeeld maar,' zeg ik, waarna ik overdreven rustig en diep begin te ademen.
Het duurt even, maar uiteindelijk begint ze toch mijn voorbeeld te volgen.
'Je doet het goed,' zeg ik na een tijdje.
Ze wordt steeds rustiger en rustiger, tot de blinde paniek van eerst plaatsmaakt voor een slopende vermoeidheid. Paniekaanvallen zijn erg uitputtend, weet ik uit ervaring, en deze aanval was geen kleine. Ze laat afgemat haar hoofd tegen de muur leunen. Nu pas zie ik iets van kwetsuur rond om haar hals - gezwollen huid, beginnende beurse plekken - en weet ik dat hij haar daar vast heeft gegrepen.
'Ik zal wat water voor haar halen,' zegt Nathan, en wanneer Dean hem niet tegenhoudt, loopt hij maar gewoon naar de keuken.
Dean loopt naar ons toe en hurkt ook bij Hailey neer. Hij legt zijn hand even op de hare.
'Hey, liefje, wat is er nou? Waarom doe je zo gek?' vraagt hij, zacht en met een geruststellende glimlach.
Ze slikt even en veegt de tranen van haar wangen. Haar angst en paniek maakt nu ruimte voor schaamte, en ze durft ons niet meer aan te kijken.
'Sorry. I-Ik... Ik weet niet... Ik voel me zo dom. Ik... Ik wilde gewoon niet dat je dacht dat er iets speelde tussen Marco en mij. Ik... Ik wilde gewoon niet dat je dacht dat i-ik ooit...' Ze valt weer stil en bijt op haar lip.
Net op dat moment komt Nathan de kamer binnen met een glas water, dat hij haar voorzichtig aangeeft. Ze neemt een paar slokjes.
'Dus er is niets aan de hand, toch, liefje? Je raakte gewoon in paniek, toch?' zegt Dean dan, met zo'n redelijke en overtuigende stem dat je in eerste instantie niet aan hem zou twijfelen. 'Je had de situatie een beetje verkeerd ingeschat.'
Hailey aarzelt even.
'J-Ja... Ik...' stamelt ze. 'Ja, ik denk het.'
Ineens begrijp ik heel goed wat hij doet. Hij heeft waarschijnlijk wel duizend manieren waarop hij haar manipuleert, en dit is er één van.
Hailey is een vrouw die niet alleen succesvol haar geneeskundestudie heeft afgerond, maar nu ook chirurgie studeert. En Dean heeft haar er op de een of andere manier van overtuigd dat ze ondanks dat helemaal niet zo slim is. Tegelijkertijd heeft hij haar er ook van overtuigd dat hij zielsveel van haar houdt, en dat hij altijd in haar voordeel handelt. Daarna plaatst hij haar in allemaal foute, verwarrende situaties, waardoor ze helemaal gedesoriënteerd raakt en niet meer helemaal kan begrijpen wat er aan de hand is. En op die momenten is het enige wat ze zeker denkt te weten dat hij van haar houdt en het beste met haar voor heeft. Zo kan hij haar bijna altijd van zijn eigen mening overtuigen.
Dean knikt. 'Dus Marco en Nathan hoeven hier niet meer te zijn?'
We veren allebei op.
'Pardon? Er is wel degelijk een reden dat wij hier zijn, denk ik zo,' sis ik door opeengeklemde kaken. 'Of denk je soms dat ik niet kan zien dat je haar bij haar pols en hals vastgegrepen hebt? Hou verdomme eens op met doen alsof Hailey geen redelijk persoon is en dat ze helemaal geen reden had om in paniek te raken.'
Ik schrik van mijn eigen felheid. Hailey en Dean ook. Zelfs Nathan vindt dit opvallend voor mij, zie ik, aangezien ik normaal gesproken juist zo vreedzaam ben.
'Ze zegt het zelf toch ook?' zegt Dean, waarna hij zich weer tot Hailey wendt. 'Jij vindt het toch ook? Hailey? Zeg maar.'
Hailey stamelt een paar keer, duidelijk een beetje opgejaagd. Dan knikt ze.
'Ja, ik... Ja, Dean heeft gelijk,’ zegt ze uiteindelijk.
Ik denk aan de vrouw die ik vond in de sneeuw, en die ik heb leren breien en met wie ik quiche heb gemaakt en die mijn vinger heeft verbonden en voor wie ik chocolademelk heb gemaakt. Dit is iemand anders. En het enige verschil is dat Dean aanwezig is.
'Over de telefoon hoorde ik je de hele tijd schreeuwen,' zeg ik tegen Dean. 'En ik kan zien dat je haar pijn hebt gedaan. Hoe kan ik weggaan als ik er bijna zeker van ben dat je dat weer zal gaan doen, zodra we weggaan?'
Dean snuift.
‘Jullie hebben hier niets te zoeken en dat weten jullie. De reden dat ik de politie nog niet heb gebeld, is omdat Hailey dan nog meer van slag zal raken,’ zegt hij, en dan voegt hij er ijzig aan toe: ‘Vertrek, en zorg dat deze situatie niet escaleert.’
Ik kijk automatisch even naar Hailey, zoekend naar steun die ik niet zal krijgen. Ze kijkt weg.
Dean doet haar afschuwelijke dingen aan, maar het lijkt in haar beleving wel mee te vallen, want ze gaat er niet tegen in. Dan, wanneer anderen mensen erbij betrokken raken en Dean wijzen op zijn gedrag, raakt de situatie gespannen en voelt ze zich niet op haar gemak. De conclusie die ze trekt is dat de andere mensen het ongemak veroorzaken, en niet Deans gedrag en het feit dat hij dan terechtgewezen wordt. Daardoor blijft ze in haar geïsoleerde bel met Dean, en gelooft ze dat het andere mensen zijn die haar leven moeilijk maken.
En, besef ik, daar kan ik niets aan veranderen. Niet nu. Nathan en ik horen hier officieel niet te zijn. Hailey wil dat we weggaan, ook al denk ik niet dat ze die keuze zelfstandig gemaakt heeft, en dan kan ik niet weigeren te vertrekken. In deze situatie is er geen keuze die ik kan maken die me niet het idee geeft dat ik een klootzak ben.
'Wil je dat we gaan?' vraag ik haar dan, gewoon voor de zekerheid, gewoon voor het geval dat ze toch "nee" zegt.
Ze slikt, wegduikend voor mijn blik. Dan knikt ze.
'Dat lijkt me beter,' zegt ze, haar stem zacht en hees.
Ik kijk opzij naar Nathan, die zijn blik strak op Dean gericht heeft en eruitziet alsof hij hem elk moment een klap kan verkopen. Ik vang zijn blik en vraag: 'Nathan? Kom je?'
Hij scheurt zijn aandacht los van Dean en knikt. Wanneer hij me aankijkt, zie ik onzekerheid in zijn blik.
Op korte termijn wil ik Hailey hier weghalen en in veiligheid brengen. Op lange termijn, echter, weet ik dat we Dean niet nog een reden moeten geven om ons te haten, en dat we maar beter weg kunnen gaan.
'Als er iets aan de hand is, kun je altijd contact met ons opnemen, goed?' vraag ik.
Hailey knikt, maar ik vind het niet heel overtuigend.
Nathan en ik beginnen richting de deur te lopen, elke stap een beetje zwaarder. Ik heb me er net van overtuigd dat dit het juiste is om te doen, wanneer ze opstaat, zodat ze naast Dean kan gaan staan. Dat is het moment waarop ik het zie.
Gisteren, toen ik haar in het park vond, had ze heel veel buikpijn, doordat hij haar die ochtend eigenlijk gewoon verkracht had. Het deed zoveel pijn dat ze haar hand er constant tegenaan hield, en dat ze niet helemaal rechtovereind kon gaan staan. In de loop van de dag was het afgezwakt.
Nu, echter, zie ik weer diezelfde pijn als gisteren, maar misschien zelfs nog wel erger. En dan weet ik het: ergens sinds de laatste keer dat ik haar gezien heb heeft hij haar weer verkracht.
Ik weet niet wat me bezielt. Ik ben niet iemand die snel de controle kwijtraakt, en ik heb nog nooit eerder alleen maar witte en rode vlekken gezien van de woede. Ik denk er niet bij na.
De enige reden dat ik Dean niet aanval, is dat Nathan het zag gebeuren en me meteen weggetrokken heeft.
'Jezus Christus, man! Wat is er met jou aan de hand?' stoot hij geschrokken uit, maar ik antwoord niet en probeer me van hem los te rukken. Ik denk alleen maar aan hoe Dean haar verkracht heeft, en hoe graag ik hem in zijn gezicht wil slaan.
'Hij heeft haar verkracht,' is het enige wat ik uiteindelijk uit weet te brengen, tussen opeengeklemde kaken door. Ik blijf het herhalen, keer op keer, alsof ik niet meer weet hoe ik iets anders moet denken of zeggen. 'Hij heeft haar weer verkracht.'
Dean snauwt me iets toe, woedend door de beschuldiging, en stapt dreigend naar me toe. Hailey stapt geschrokken tussen ons in, alsof ze weet dat hij op bloed uit is en ons wil beschermen met haar lichaam. Ze legt haar handen op zijn schouders, houdt hem tegen, probeert hem te sussen, te kalmeren.
Hij roept iets naar me, maar ik ben te in beslag genomen door mijn woede om hem te kunnen horen. Ik beef van emotie. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Ik kan alleen maar denken aan mezelf toen ik nog zes jaar oud was, met elke dag alleen maar die pijn, en ik had zo gehoopt dat iemand op een dag mijn vader in zijn gezicht zou slaan.
Nathan begrijpt wel dat ik op dit moment niet te vertrouwen ben en weigert me los te laten. Ik vraag me af of hij denkt dat ik een groter gevaar vorm voor Dean of mezelf.
Ik zie vaag dat Dean Hailey weg probeert te duwen, maar ze blijft staan en probeer de situatie te sussen. Uit het niets voel ik me schuldig dat ik ineens zo buiten zinnen van woede ben. Het is bijna pijnlijk kwetsbaar om haar broosgemaakte lichaam te zien, zo onbeschermd tussen twee polen van woede in.
'Verdomme, Hailey! Laat me erlangs!' schreeuwt hij. Nu ik weer wat begin te kalmeren, word ik me weer bewust van mijn omgeving en kan ik hem weer horen.
Maar Hailey laat hem er niet langs. Ik had niet gedacht dat hij het lef ervoor zou hebben, zo met twee politie-agenten erbij, maar hij kan zich niet meer bedwingen. Met de rug van zijn hand slaat hij Hailey in haar gezicht, en hard ook. Ze laat een verstikt geluid horen en struikelt opzij, waardoor ze tegen de muur aan valt en zich nog maar net overeind kan houden.
En dan is het opeens heel stil in de ruimte.

Reacties (3)

  • IrisThePiris

    Jeetje:|

    3 weken geleden
  • BethGoes

    Dean gaat zich hier sws onderuit praten! Shitshitshit!

    3 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    WoW! Beter is dit genoeg bewijs voor hen om iets te kunnen doen!

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen