Dusss, I think I'm back?

Mijn oprechte excuses dat ik dit verhaal nooit heb afgewerkt. I guess life got in the way.

Ik heb me echter voorgenomen om dit verhaal toch af te werken (en deze keer ga ik me hier echt aan houden, het leven is veel minder stresserend geworden voor mij en ik heb wat meer speling). Daarom ga ik mijn best doen om hier toch een einde voor neer te pennen en jullie het einde te geven dat jullie na al die jaren eigenlijk verdienen.

Qua regelmaat kan ik nog niets zeggen aangezien ik dit verhaal net opnieuw heb opgenomen en mezelf niet al te veel stress wil geven zodat ik dit schrijfsel effectief afwerk:)

Opbouwende kritiek is zeker welkom! Ik ben namelijk misschien een beetje roestig geworden en Quizlet is precies ook wat veranderd, haha.

Dusja, dikke kus van een beschaamde Soldaat Smeerkaas;)

~Voor eventuele Wattpad lezers: dit verhaal kan ook gelezen worden bij het profiel van JellyBeanBelly~

Louis en ik spenderen de rest van de ochtend nog aan het opruimen van de ontbijttafel en we doen een kleine afwas om mijn ouders niet met een hoop vieze vaat te verwelkomen vanavond. Het zal hier heel rustig zijn als ze lang op die drink met vrienden blijven; mijn ouders kunnen namelijk nogal genieten van een feestje of elke andere gelegenheid die erop lijkt. Zolang ze maar kunnen babbelen en lachen met andere mensen is het allemaal goed voor hen.
Ondertussen pieker ik over het verdere verloop van de dag. Normaal gezien zou Will ‘s middags toekomen. Dat liet mijn papa toch weten na informatie te krijgen van zijn legervrienden die iets meer over Wills missie wisten.
Louis probeert driftig een vlek van een bord te boenen en het natte gepiep vult mijn oren. Ik weet nu niet of het mijn allerslimste idee ooit was om Louis mee te laten komen, maar het is nu zo. Op deze manier heb ik ook een beetje een back-up als er iets mis zou zijn of als ik met mezelf geen blijf weet.
Gefrustreerd zucht Louis: “Stomme vlek.” Hij grabbelt al naar de schuurspons om de viezigheid weg te krijgen. Door mijn dromerigheid duurt het even om alle elementen goed te registreren. Oeps, dat is helemaal geen vlek.
“Louis, het is oké.” Ik leg mijn hand op zijn schouder en probeer het item beter te bekijken. “Dat is een verfdruppel van de pottenbakker. We hebben dat bord zo gekocht en dat zwart kan er dus niet af.”
Ook al heb ik hem net de hele uitleg gegeven, Louis kan het toch niet laten om nog eens over het plekje te wrijven en grumpy te grommen als er nog altijd niets verandert. Ik pak het ding voorzichtig van hem aan en droog het oppervlak. Nadat we alles in de kasten hebben gezet, plof ik gelaten neer in de zetel. Ik volg de secondewijzer van de klok voor me in de hoop de tijd sneller te laten gaan.
Moet ik al vertrekken om Will zeker op tijd te kunnen ontvangen bij de luchthaven? Of wacht ik nog even? Of zoek ik beter wat afleiding zodat ik niet al te veel op deze belangrijke dag focus?
Mijn ogen glijden naar Louis.
Nee, niet de juiste afleiding. Hij heeft gisteren bijna geprobeerd om me te kussen. Al was dat misschien gewoon een plagerij en moet ik hier niet meteen heel veel meer achter gaan zoeken. Of wel? Nee, dat kan niet. Bekende mensen zoeken eerder andere bekende mensen om dat soort gevoelens toe te laten en dingen mee te doen. Shit zeg. Ik kan me langzaam maar zeker toch iets meer verplaatsen in Niall en waarom hij me heeft gemeld. Louis en ik waren inderdaad nogal dicht naar elkaar toe aan het groeien.
Misschien moet ik toch eens mijn excuses aanbieden. Ik was echt hard tegen de blonde gast.
“Cams?” Louis laat zich naast me vallen en duwt tussen mijn wenkbrauwen om de rimpels daar weg te werken. “Je bent nogal aan het fronsen. Gaat alles wel goed?”
Ik weiger hem aan te kijken. “Ja hoor. Gewoon wat zenuwachtig.”
“Oh, oké.” Zijn schouder duwt tegen de mijne omdat we naast elkaar zitten. Ik kijk vluchtig naar hem en hij is ook gefixeerd op de klok nu. “Is het wel een goed idee dat ik nog mee ga? Ik wil het ook niet ongemakkelijk maken als je Will ziet.”
Mijn nagels prutsen aan de vingers van mijn linkerhand. “Ja hoor. Will is sociaal genoeg. Plus,” voeg ik er met een klein stemmetje aan toe, “ik heb zoveel stress dat het deugd doet om te weten dat jij er ook bent.”
Vertederd geeft hij een kus op de rug van mijn linkerhand. Als ik zijn gezicht wil bestuderen merk ik dat hij me al aan het bekijken is. Ik word vuurrood en vlecht mijn eigen vingers opnieuw in elkaar zodat Louis en ik niet meer elkaars handen vasthouden. Om mijn roodheid te verbergen buig ik me voorover en laat mijn krullen een scherm vormen tussen ons.
“Goed.” Ik spring op. “Wanneer wil je vertrekken? Het is ongeveer twee uur rijden naar de luchthaven.”
Louis kruist onderuitgezakt zijn armen. Zijn neus krult terwijl hij nadenkt. “Eigenlijk kunnen we al bijna vertrekken. We zullen misschien iets te vroeg zijn, maar aangezien je het precieze aankomstuur niet echt kent...” Hij prutst een vuiltje uit zijn ooghoek. “We kunnen wel met mijn auto gaan. Die zal iets minder gemakkelijk uit elkaar vallen dan jullie blikken doos.”
“Hey,” ik gooi een kussen naar hem, “ons doosje niet beledigen. Dat wagentje doet nog haar best.”
“Zal ik nooit meer doen.” Hij maakt wat dramatische gezichten en wappert emotioneel met zijn handen. “Wat een magnifiek stalen ros, ik zou niet durven.” Hij schiet ook recht en maakt wat schijnbewegingen met zijn vuisten naar me, natuurlijk van op een veilige afstand of ik had hem al tegen de grond gekregen.
Ik neem zijn vuisten beet om hem wat te kalmeren: “Zeg, jouw sleutels lagen toch nog in de auto? Hoe wil je dan vertrekken?”
“Juist, dat is een heel goed punt dat je daar maakt. Op de een of andere manier had ik er wel vertrouwen in dat jij daar raad op zou weten.”
“Oh.”
“Dus, kan je het fiksen?” Zijn blauwe kijkers houden de mijne vast.
“Ik heb een ideetje.” Hij wil al beginnen juichen, maar ik probeer zijn enthousiasme wat te temperen. “Je gaat het niet superleuk vinden.” En inderdaad, hij lijkt niet helemaal tevreden te zijn met mijn oplossing, maar heel veel andere opties hebben we niet als we nog op tijd willen zijn voor Will en geen fortuin aan een taxi willen uitgeven. Oké, Louis heeft het geld dan misschien wel, maar dan is hij eigenlijk iets aan het betalen dat totaal niets met hem te maken heeft. Ik ben ook geen goed doel. Dat geld zou ik hem daarna willen terugbetalen, maar ik zit dan eigenlijk aan mijn spaargeld waarmee ik een appartementje zou willen beginnen huren.
Om geen discussies te starten, spurt ik alvast naar boven om een metalen kleerhanger uit mijn kleerkast te halen. Eenmaal beneden gris ik ook de deurstop bij de voordeur mee. Daarna geef ik Louis instructies om de huissleutels bij te houden terwijl we naar zijn auto stappen. Met de legerpet en zonnebril van mijn vader aan, is hij onopvallend genoeg om niet de aandacht van toevallige fans te trekken. Ondertussen buig ik de kleerhanger al in de juiste vorm; een lange staaf met een klein haakje onderaan.
“Ben je hier klaar voor?” vraag ik als we bij de auto aankomen, doelend op het metalen staafje in mijn hand.
“Niet echt, maar vooruit.” Met een spijtige blik staart hij naar zijn wagentje. Ik kijk door de ruiten en inderdaad, de sleutels liggen mooi op de grond voor de passagiersstoel. Nog een geluk dat er geen dieven dit hebben opgemerkt.
Eerst even checken of het nog zo een oud model is of al eentje met een automatisch slot. Het lijkt me sterk dat dit een oud model zijn, maar ik ben liever zeker zodat ik zijn eigendom niet per ongeluk kapot maak. Bingo. Ik zie een ‘unlock’ knopje binnenin het voertuig, in de deur en vlak naast de knop om de ramen automatisch te openen. Het is dus een auto met automatisch slot dus we gaan snel genoeg te werk moeten gaan zodat het veiligheidsalarm niet de hele buurt wakker gaat maken.
Samen proberen we de deurstop tussen het frame en de autodeur te schuiven. Met veel moeite lukt het ons. Het alarm wordt geactiveerd en algauw vullen mijn oren zich met het schelle geluid. Er verschijnen stresszweetdruppeltjes op Louis’ bovenlip.
Ik probeer dat beeld te vergeten en ga het resultaat van ons werk na. Er is nu een klein kiertje waardoorheen ik de vervormde kleerhanger kan proppen. Het kost me moeite om het uiteinde van het staafje tegen de knop te duwen.
Volgens mij hoorde ik een klik. Ik doe teken naar Louis dat hij de deur mag proberen openen. Zijn gezicht begint te stralen als de autodeur meegeeft. “Yes! Dank je, Cammie!” Opgelucht installeert hij zich achter het stuur en zet het alarm af. “Vertrekken we dan?” Hij wijst naar het klokje in de auto dat nu oplicht. Het is al praktisch half elf.
“Oh nee, we gaan te laat zijn.” Hebben we echt zo lang aan deze auto zitten werken? Ik wilde er tegen twaalf uur zijn en met de twee uur lange rit… “Louis, ligt er nog iets van jou bij mij thuis?”
“Gsm, portefeuille, autosleutels.” Hij klopt bij elke check over zijn benen en broekzakken. “Ik heb alles dat ik nu nodig zou kunnen hebben.”
“Goed, ik ga juist mijn spullen nog ophalen thuis.” Ik steek mijn hand uit voor de huissleutels, die hij er snel in dropt. “Tot zo.” Met nogal een warrig hoofd sprint ik naar huis met de metalen staaf en deurstop. Thuis aangekomen smijt ik de twee voorwerpen op de kast in de gang en gris ook mijn eigen sleutels, gsm, trui, portefeuille en drinkfles mee. De naden van mijn kleine rugzakje barsten bijna kapot. Och ja, hiermee moet ik het maar doen.
Na alle sloten en ramen te controleren van ons huisje spurt ik vliegensvlug terug naar Louis. Hij zingt zachtjes mee met een liedje op de radio en glimlacht vrolijk wanneer hij mij opnieuw ziet. “Dat was snel. Klaar?”
Met een kleine knik bevestig ik die woorden. Ik doe mijn gordel aan en kruip door de zenuwen kleintjes tegen de autozetel aan. In gedachten pruts ik ook aan de velletjes rond mijn vingernagels zodat ik niet helemaal wordt opgeslokt door mijn gedachten. Louis laat me gelukkig doen en brengt ons veiig en wel naar het vliegveld waar Will zou toekomen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen