Foto bij Protection 057

Volgens mij zijn velen van jullie hier niet meer actief, hahaha.

Maar bon, misschien komen jullie hier nog eens terecht;)

Wow. We zijn er. Ik staar naar de vliegtuigen die witte streepjes trekken in de lucht en vraag me af of Will al geland zou zijn. Hoe zou ik hem eigenlijk begroeten? Met een kus? Een knuffel? Het is nu niet meteen correct dat we een relatie hebben. En wie zegt dat Will nog steeds dezelfde gevoelens voor mij zou hebben? Misschien is hij wel een leuk meisje tegengekomen tijdens zijn nieuwe missie. Waarschijnlijk is het beter om mijn begroeting neutraal te houden. De kans is ook groot dat ik al mijn voornemens vergeet wanneer hij eindelijk voor me staat.
Ik knipper geschrokken wanneer de koningsblauwe hemel plaats maakt voor somber beton dat met felle lampen verlicht wordt. “We zijn er,” verklaart Louis vrolijk.
De jongeman zoekt een parkeerplekje om zijn auto aan toe te vertrouwen. Met de nodige concentratie lukt het hem om iets te vinden in de parkingtoren. Hij wacht tot ik actie onderneem, maar ik blijf twijfelend zitten.
“Cam, het komt wel goed.” Voorzichtig duwt hij een krul achter mijn oor. “Maak je nou maar geen zorgen. Will zal jou ook gemist hebben.” Hij klikt alvast zijn gordel los. “Kom, wie weet is hij net geland.” Ik knik afwezig en doe hetzelfde. In de tussentijd grabbelt hij iets uit de autodeur. Vol verbazing volg ik hoe hij de achteruitkijkspiegel gebruikt om met een stift op zijn gezicht te tekenen.
“Wat?” mompelt hij geconcentreerd terwijl hij een unibrow tekent. Zijn baardje en snor maakt hij eveneens wat voller. Voor de lol voegt hij nog wat bakkebaarden toe.
“Waarom?” pers ik eruit.
Hij houdt even op en de stift zweeft tussen ons in als hij me aankijkt: “Mensen kunnen zich vragen stellen waarom ik een zonnebril binnen zou dragen. Dus mijn getekende gezichtshaar kan hen op een dwaalspoor zetten.” Hij grinnikt. “Daarnaast is het ook gewoon grappig om mensen in de war te brengen.” Zijn guitige uitdrukking doet mij ook glimlachen. Dramatisch voegt hij nog enkele lijntjes toe, nu hij weet dat hij mij hiermee kan opvrolijken.
We stappen uit en hij biedt me zijn arm aan terwijl hij de auto op slot doet. Op het ritme van mijn gedachten gaan we sneller of trager; sneller wanneer ik een enthousiast hersenspinsel krijg over Will en trager wanneer ik opnieuw stress krijg om hem te zien. Louis moet me zo ongeveer over de laatste meters heen sleuren zodat ik doorheen de deuren in de aankomsthal beland.
“Wat nu?”
“Geen idee, verder dan dit punt heb ik hier nog niet over nagedacht.”
“Oh.” Louis wijst naar de vertrek- en aankomsttijden van de verschillende vluchten. “Misschien staat zijn vlucht ertussen. We kunnen een gokje doen.” Hij bijt op zijn lip. “Daar is er eentje die om 13 uur zou aankomen, uit Dubai. Bij de vroegere vlucht uit Teheran zijn ze de bagage aan het uitladen.” Hij krabt aan zijn slaap waardoor het petje wat omhoog wipt. “Ik zie verder niet echt vluchten die me iets zeggen, maar ik heb misschien ook wat vooroordelen over waar de missies kunnen zijn. Kan een missie in Canada ook?” Met vraagtekens in zijn ogen staat hij voor me.
“Geen idee, Lou.”
“Gaan we anders ergens zitten?” Hij draait als een ballerina rond om een plekje te vinden. “We zullen Will sowieso wel herkennen als hij passeert. We moeten gewoon in de gaten houden wie er allemaal een legerbroek draagt.”
Nukkig stem ik ermee in. Ergens had ik gehoopt op een magisch moment. Dat Will bijvoorbeeld net op hetzelfde moment in de aankomsthal was en we in slow motion naar elkaar liepen. Of zoiets.
Louis trekt me mee en laat me, op een hand na die de mijne vasthoudt, gewoon doen. Ik zit op het uiteinde van het bankje zenuwachtig met mijn been te wippen. Verschillende reizigers passeren, maar ik zie niemand met de typische kledij uit het leger. “Wat ga je doen als je Will ziet?”
“Geen idee.”
“Ga je hem aanspreken over de brief?”
“Ik weet het niet, Lou,” snauw ik. Hij lijkt nogal geschrokken van mijn uitbarsting. “Het spijt me,” voeg ik iets later toe.
“Dank je.” Hij geeft me een licht kneepje rond mijn vingers.
Zelf begin ik figuurtjes te tekenen over zijn hand en bijt van de zenuwen op mijn onderlip. “Ik weet gewoon niet wat ik moet verwachten. Het is alsof ik helemaal niet op mijn beste maatje aan het wachten ben, eerder op een vreemdeling.”
“Er zijn slechts drie à vier maanden voorbij gegaan.” Zijn zachte stem doet me ontspannen. “Oké, Will kan veranderd zijn, maar jij bent waarschijnlijk ook niet helemaal dezelfde meer. Mensen veranderen, dat gebeurt gewoon.” Hij neemt me nog wat steviger beet. “En dat is helemaal niet erg. Het is juist spannend om steeds weer de verschillen te leren kennen.”
Met een glimlach volg ik zijn uitleg. “Dat is mooi gezegd.” Louis houdt eveneens mijn blik vast. Ik voel een blos opkomen dus ik draai me opnieuw naar de deuren voor toekomende passagiers. “Ik moet zeggen dat ik jouw verschillen ook al graag heb leren kennen.” Ik kuch ongemakkelijk.
Het blijft stil. Sowieso dat hij nu naar me zit te grijnzen, maar ik ontwijk het beeld. “Opnieuw: dank je.” Hij prutst aan mijn vingers, waarschijnlijk omdat hij twijfelt om iets te bekennen. “Ik heb een nieuwe psycholoog en ik moet zeggen dat het inderdaad iets beter gaat.”
Die bekentenis verrast me.
Mijn mond valt ietwat open als ik hem wil toejuichen: “Lou, dat is geweldig.”
“Ja hè.” Zijn ogen worden stralende spleetjes. “Ik heb nog een lange weg te gaan om vrede te krijgen met de gekke persoonlijkheid die ik voorlopig opzet bij de media.” Hij haalt zijn schouders op. “Maarrr, het gaat al veel beter en dat is wat telt.”
“Helemaal waar.” Ik moet toegeven dat ik trots ben op hem. Als ik dit luidop ook nog eens herhaal, krijgt hij een blozende kop. Hij trekt aan de halsopening van zijn trui om zichzelf een houding te geven. Lou laat mijn hand ook voor een hele tijd hierna niet meer los. Zo blijven we nog een hele tijd gezellig babbelen en lachen.
“Cams.” Louis schudt aan mijn schouder om de aandacht te trekken.
“Hm?”
“Is dat Will?” Mijn hart slaat aan het bonken. Ik volg de aanwijzingen, maar tot mijn grote teleurstelling is het niet mijn maatje. De persoon in kwestie is nogal klein en Will torent eigenlijk echt boven me uit.
“Nee,” mompel ik.
“Die dan?” poogt Louis opnieuw.
“Ook niet.” De radartjes beginnen wel te werken in mijn hoofd. Gestaag druppelen allerlei personen naar buiten in legeruniformen. Sommigen worden opgehaald door familieleden en de emotionele geluiden doen mij opstaan om over alle mensen heen te kunnen kijken. Koppig gebruik ik de zitbank om mijn lengte te vergroten. Voorlopig herken ik niemand uit mijn oude team. Dus misschien is dit niet Wills vliegtuig.
“Cam!?”
Ik probeer me te oriënteren naar het geluid van de mannenstem. Het is van een dieper timbre dan dat van Louis. Door de menigte zie ik echter niet meteen wie naar me riep. Nu sta ik hier mooi, ik kan moeilijk een naam terugschreeuwen, want ik ben niet helemaal zeker wie het was.
“Cam!” In de verte staat er naast de drankautomaat iemand in uniform te zwaaien. Ik schiet als een kogel vooruit. Al mijn tegenwerpingen lijken voor een moment vergeten en de opluchting overheerst. Ik probeer zo min mogelijk mensen te duwen, maar hier en daar geef ik toch per ongeluk een stomp. De man bij de automaten heeft zijn tas nog niet eens uitgedaan als ik tegen hem aan bots om een knuffel te geven.
“Sinds wanneer ben jij zo een knuffelbeer?” merkt hij geamuseerd op.
“Sinds ik je zo heb gemist.” Uit tegendraadsheid verberg ik mijn hoofd nog iets meer in zijn armen.
Een lach borrelt bij hem op. “Wauw. Wat gaat dat dan zijn geweest toen je Will opnieuw zag?”
Pas na enkele seconden registreer ik die woorden. Verward gaap ik mijn vroegere teamgenoot aan. “Anton, wat bedoel je?”
“Will. William. Hij zal blij zijn geweest met de verwelkoming twee weken geleden.” Hij onderzoekt me niet‑begrijpend. “Cam.” Vertwijfeld leest hij mijn gechoqueerde ogen. “Je weet daar toch van? Will heeft je toch al gecontacteerd, niet?”
Natuurlijk kiezen enkele andere groepsleden van mijn vorige grote missie ook dit moment uit om erbij te komen staan. Als in een droom geef ik Marlow, John en Noël ook een omhelzing. Noël merkt mijn houding op en vraag of het wel met me gaat.
“Ik voel me niet goed.” Verdwaasd leun ik plots tegen de drankautomaat. Marlow houdt een colablikje onder mijn neus. Om hen tevreden te stellen neem ik een klein slokje. Vaag hoor ik hoe Louis zich voorstelt aan iedereen.
Door mijn keel te schrapen probeer ik de aandacht te trekken: “Kan iemand me de situatie uitleggen?”
Anton wrijft bezorgt over mijn kruin. “Will en Sacha zijn twee weken geleden gerepatrieerd omdat ze verwondingen hadden opgelopen.” Hij knijpt in mijn schouder als steun. “Will is dus al even terug.”
“Lag hij in een coma of...” Ik kan het gewoon niet vatten.
“Nee, totaal niet eigenlijk. Al weten we natuurlijk niet wat er hier nog kan gebeurd zijn.”
De woorden doorboren mijn lichaam alsof het messen zijn.
“Oké,” fluister ik gepijnigd.
“Hier.” Noël geeft me een stukje toiletpapier waar een adres op is gekrabbeld. “Dit is het ziekenhuis waar hij naartoe zou gaan.” Hij wijst eveneens naar een lijntje eronder: “Dat is het thuisadres van Will, hebben we gekregen voor noodgevallen. Misschien mocht hij al naar huis als alles weer oké was en dan kan je het hier eens proberen.”
“Bedankt.”
Anton buigt door zijn knieën om me op dezelfde hoogte aan te kijken. “Cam.” Zijn groene ogen proberen tot me door te dringen. “We moeten eigenlijk gaan, sorry. De taxi staat te wachten en onze familieleden willen ons ook graag zien.” Dan richt hij zich naar Louis. “Mogen we erop vertrouwen dat je je over onze Cam ontfermd?”
“Natuurlijk.”
Een voor een geven mijn vroegere teamgenoten me een knuffel en enkele lieve afscheidswoorden om me op te beuren. Ik probeer me sterk te houden voor hen en te doen alsof ik al een actieplan aan het verzinnen ben. Anders blijven ze zich toch maar zorgen te maken. Ik zwaai hen vrolijk uit. Louis komt naast me zitten bij de automaat en trekt me in zijn armen. Normaal gezien zou ik serieus tegenstribbelen, maar op dit moment heb ik daar echt de fut niet voor. Ik verwelkom zijn troostende warmte zonder meer.

Reacties (1)

  • EvaSalvatore

    ik ben er nog! leuk dat je er weer bent! ik ben het verhaal een beetje kwijt maar ik ga het binnenkort weer opnieuw lezen zodat ik weer helemaal bij ben!

    1 week geleden
    • VampireMouse

      Precies mijn idee! Haha

      1 week geleden
    • Smeerkaas

      haha, yesss :p Jullie hebben geen idee hoe leuk het is om te zien dat er nog mensen zijn;)No pressure als het jullie ding niet meer is, maar anders: 'Welkom terug!!'

      5 dagen geleden
    • VampireMouse

      ❤❤❤

      4 dagen geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen