Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Met de rug van zijn hand slaat hij Hailey in haar gezicht, en hard ook. Ze laat een verstikt geluid horen en struikelt opzij, waardoor ze tegen de muur aan valt en zich nog maar net overeind kan houden.
En dan is het opeens heel stil in de ruimte.

Ik weet mezelf nog maar net overeind te houden tegen de muur, duizelig van de klap. Meteen voel ik Deans handen om mijn armen, bezorgd en ondersteunend inplaats van woedend en gevaarlijk.
'Sshhh,' probeert hij me te sussen. 'Oh, liefje, dat had ik niet moeten doen. Dat had ik niet moeten doen. Oh, schatje, dat was niet de bedoeling.'
Ik wil hem geruststellen, want ik kan niet tegen de pijn en het schuldgevoel in zijn stem, maar ik ben nog te gedesoriënteerd. Het is niet eens zo lang geleden dat ik een hersenschudding heb gehad, en daarna een longontsteking, waardoor ik nog vrij snel duizelig raak. Ik voel bloed over mijn kin stromen, een klein beetje maar, en probeer het weg te vegen met mij mouw.
Terwijl Dean me nog troostende en verontschuldigende woordjes toesust, verplaats ik mijn blik naar Marco en Nathan. Marco haalt bevend zijn handen door zijn haar, en Nathan staat er bezorgd bij.
Ik weet niet precies wat er gebeurd is. Van het één op het andere moment was hij gewoon woedend. Het was zo vreemd, zeker in contrast met zijn normaal zo kalme en vriendelijke persoonlijkheid. Hij leek niet helemaal Marco meer, en hij zag er zo kwaad en bovenal ook zo bang uit. Ik zag een wanhoop en angst in hem, zoals een kind bang is voor het donker.
'Marco, wat gebeurde er? Wat is er aan de hand?' vraagt Nathan geschrokken. Het maakt me nog bezorgder om zijn beste vriend ook ongerust te zien. Dat betekent dat dit normaal gesproken niet gebeurt.
'Ik moest aan mijn vader denken,' perst Marco dan ademloos over zijn lippen. Hij ziet er verafschuwd uit. Even denk ik dat hij moet huilen, en ik wil hem troosten, wil hem beschermen tegen wat zijn vader ooit gedaan heeft, wat dat ook is. 'Ik moest gewoon aan mijn vader denken en... en...'
Hij maakt zich los van Nathan en wendt zich tot mij, met een nieuw soort bezorgdheid op zijn gezicht.
'Hailey? Hailey, gaat het wel?' vraagt hij.
Ik knik, maar ik houd me voor de zekerheid nog altijd vast aan Dean om overeind te blijven. Ik probeer het bloed weer weg te vegen dat uit mijn lip sijpelt. Mijn gezicht begint te branden, op de plek waar hij me geslagen heeft.
'Marco,' zegt Dean dan, zijn stem zo laag en dreigend dat ik abrupt weer alert word. 'Jullie gaan zometeen weg. En jullie zeggen geen woord over wat er hier gebeurd is. Jullie weten heel goed dat commissaris Morris niet wil dat jullie je hiermee bemoeien. Als jullie dat wel doen, maak ik jullie leven kapot. Geloof me maar.'
Ik kijk Dean vol afschuw aan. Ik hoop elk moment dat hij zegt dat het een grapje was, maar ik weet dat dat niet zo is.
'Dus wij moeten weggaan, zodat jij je vriendin nog een keer kunt verkrachten of naar de grond kunt slaan?' sist Marco.
Zodra Dean een stap naar Marco toezet met dezelfde blik die hij in zijn ogen had voordat hij mij sloeg, neemt mijn instinct het over. Voor ik het weet sta ik tussen hen in, zodat hij niet verder kan lopen.
‘Als je Marco pijn doet, ga ik bij je weg,’ zeg ik ineens en ik houd mijn adem in terwijl Deans ogen nog donkerder lijken te kleuren.
‘Pardon?’ vraagt hij dreigend.
Ik slik en met trillende stem voeg ik eraan toe: ‘En hetzelfde geldt voor Nathan.’
Het komt er allemaal maar heel zwakjes uit, en ik klink allesbehalve intimiderend, maar het lijkt alsof de hele wereld stilstaan en aan het draaien is tegelijkertijd.
Ik heb hem nog nooit bedreigd. Nog nooit. Ik ben maandenlang - jarenlang - te bang geweest om tegen ook maar íéts van protest te leveren en nu gooi ik het gewoon in zijn gezicht.
‘Hailey, je gedraagt je als een hysterisch kind. Je denkt niet helder na,’ zegt hij. ‘Je hebt nu nog de kans om het terug te nemen.’
Ik schud mijn hoofd. ‘Nee.’
Hij zet een stapje naar me toe en ik moet mijn best doen om niet weg te vluchten. Vluchten heeft geen zin. Mijn plek is hier bij hem. En dat is een gevaarlijke positie, maar het is mijn lot.
‘Ik bied je een uitweg,’ legt hij poeslief uit, maar de blik in zijn ogen vertelt me dat hij het liefst het leven uit me wil knijpen. Hij kijkt even schrijlings naar Marco en Nathan, maar zijn blik keert al meteen terug naar mij.
‘Ik hoef geen uitweg,’ zeg ik met verstikte stem, ook al merk ik dat ik onbewust maar al te druk bezig ben met zoeken naar een ontsnappingsroute.
Hij knijpt zijn oogjes lichtjes toe, en het voelt alsof hij daarmee ook tegelijkertijd mijn keel dichtknijpt. Heel ijzig zegt hij: ‘Je begaat een fout.’
Ik weet niet wat ik moet zeggen, dus ik zeg maar gewoon weer: ‘Als je Marco of Nathan pijn doet, ga ik bij je weg.’
‘Jij deelt hier de lakens niet uit, Hailey,’ zegt hij, zijn stem zo laag dat mijn benen er slap van worden.
Ik haal trillerig adem en weet uit te brengen: ‘Ik meen het.’
Hij zet één stapje in mijn richting en binnen een fractie van een seconde staat Marco tussen ons in, klaar om mij af te schermen met zijn eigen lichaam. Ik pak zenuwachtig zijn uniform vast, bij zijn rug, en hij verstrakt alsof het pijn doet.
‘Ga aan de kant, knul,’ zegt Dean, maar Marco schudt zijn hoofd.
‘Ik ga je haar geen pijn laten doen.’
‘Wie denk je verdomme dat je bent?’ sist Dean met een stem die ervoor zorgt dat ik me in een hoekje van de kamer tot een bolletje op wil rollen en wil verdwijnen. ‘Ga weg en blijf weg. Ik weet dat je niet genoeg bewijs hebt voor een fucking huiszoekingsbevel, dus je hebt hier helemaal niets te zoeken. En ik meende het, toen ik zei dat ik jullie levens kon verwoesten. Ik bedoel... Wat zou je arme moeder ervan vinden als iedereen zou weten wat er met jouw vader gebeurd is? En Nathan? Heb jij je eigen zusje niet dood laten gaan?’
Marco begint een heel klein beetje te beven. Ik weet niet waar Dean het over heeft, maar ik krijg tranen in mijn ogen. Hij klinkt zo, zo gemeen.
En, besef ik, ze moeten hier weg. Als ze hier niet weggaan, loopt dit uit tot een gevecht. En ik ben heel bang dat Dean zijn dreigementen meent.
Mijn handen, die nog altijd de stof van Marco’s uniform omklemmen, trillen. Ik zak bijna door mijn knieën. Mijn blik wordt een beetje wazig, maar ik wel merk dat Nathan ook dichtbij me is komen staan.
‘Ga maar,’ breng ik zachtjes uit, stikkend in de woorden. Marco verstrakt, en ik voel zijn lichaam broeien van protest. Maar ik denk weer aan de woorden van commissaris Morris en Dean, en wat er voor hen op het spel staat, en ik zeg indringend: ‘Marco, ga maar. Alsjeblieft.’
Hij kijkt me over zijn schouder even aan, een gebroken blik in zijn ogen. In mijn ooghoek zie ik dat Nathan het er ook niet mee een is.
'Ik wil dat jullie gaan,' zeg ik dan zachtjes, en ik voel een dun litteken in mijn zij ontstaan, vlak boven mijn heup. Ik laat er niets van horen en neem mijn woorden niet terug.
'Hailey...' verzucht Nathan.
Ik slik en zeg nogmaals: 'Ga.'
Marco stapt tussen mij en Dean weg, maar kijkt me verbijsterd aan. 'Hailey, we kunnen je toch niet gewoon achterlaten?'
Ik schud mijn hoofd.
'Jullie laten me niet achter. Ik zal bij Dean zijn,' zeg ik, en ik heb mijn leven nog nooit zo goed begrepen. Ik weet precies wat mijn plaats is. Ik weet precies wat mijn leven is. Ik ben niet gelukkig, maar het is ook niet aan mij om gelukkig te zijn. Ik verdien het helemaal niet. Dean wel. En als mijn aanwezigheid hem gelukkig kan maken, dan weet ik wel wat de juiste beslissing is. 'Ik wil bij Dean zijn. Het is mijn keuze.'
Nathan en Marco staan allebei met hun mond vol tanden. Volgens mij wisselen we nog wel een paar woorden, maar ik ben er met mijn hoofd niet bij. De wereld is even te veel om te kunnen volgen. Maar in ieder geval ben ik precies waar ik thuishoor: daar waar Dean gelukkig is en ik niet.
‘Je weet dat ik je hier niet mee weg kan laten komen,’ zegt hij, wanneer Nathan en Marco vertrokken zijn en we hun auto weg hebben horen rijden.
Ik knik, zonder hem aan te kijken. Ik voel een soort leegte binnenin me, een onverschillig soort afwezigheid, bedoeld om de onvermijdelijke pijn die zometeen zal volgen iets minder hard aan te laten komen. Toch vult de leegte zich ineens op met tienduizend verschillende emoties, die te wild door elkaar heen kolken om aan te wijzen, en mijn ogen springen vol tranen. Ik probeer het te verbergen, maar wanneer mijn onderlip lichtjes begint te trillen, kan het niet anders dan dat hij het ziet.
Zijn armen glijden om mijn trillende lichaam en hij trekt me tegen zich aan. Ik verberg mijn gezicht tegen zijn borstkas en, hoe erg ik mijn best ook doe om het tegen te houden, ik begin te snikken. Zijn handen, die me over een paar minuten zo ontzettend veel pijn zullen gaan doen, strijken over mijn rug en haar en hij sust me wat troostende woordjes toe. Dit doet hij soms, voordat hij flipt en er bloed begint te vloeien, een hele hoop bloed. Dan neemt hij me in mijn armen en laat hij me even huilen en bang zijn en zorgt hij dat ik weet dat hij het niet doet uit verlies van controle of woede, maar omdat het gewoon moet gebeuren, omdat het het beste is. Het vertelt me keer op keer dat hij doet wat hij doet uit liefde, en niet uit boosheid.
Hij drukt een kus op mijn haar en ik begin harder te snikken, zonder te weten of ik hem haat of aanbid. Met schorre, zachte stem, zegt hij: ‘Oh, Hailey, ik hou zoveel van je. Ik wil dat je dat onthoud, oké? Alles wat ik doe, is omdat ik van je hou.’
Door het huilen heen weet ik geen woord uit te brengen, dus ik knik maar gewoon en laat me door hem vastgehouden worden alsof ik een klein kind ben.
‘Ik-‘ zeg ik haperend, zonder te weten hoe die zin moet eindigen. ‘Dean, i-ik… ik…’
’Shhhh,’ sust hij me. ‘Ik weet het.’
Na een paar minuten, wanneer het paniekerige huilen over is, laat hij me los en strijkt de laatste tranen van mijn wangen. Mijn angst en wroeging en verdriet heeft weer plaatsgemaakt voor een soort vlakheid, het soort lege emotieloosheid dat ik net ook voelde. Het is een gevoel waar ik inmiddels maar al te goed gewend aan ben. Het is de enige manier waarop ik kan ondergaan wat ik allemaal moet ondergaan.
‘Wat ik ga doen, ga ik doen omdat ik van je hou. Dat weet je toch? Alles wat ik doe is omdat ik van je hou,’ drukt hij me op het hart.
Ik knik. ‘Ik weet het.’
‘Het is gewoon jij en ik tegen de rest van de wereld.’
Ik knik weer en herhaal: ‘Jij en ik tegen de rest van de wereld.’
De regen van klappen laat ik zonder protest over me heen komen.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Jeetje! Wat een achterlijk verschrikkelijk persoon!

    2 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    Dit is echt ziek..

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen