D’agon landde voor de twee honden en de wolf en keek daarna om zich heen zoekende naar Za’afiel.
“Za’afiel ergens gezien?” vroeg hij erbij.
De drie andere keken elkaar aan en schudde hun koppen.
“Hij was toch bij jou?” D’agon was even stil en ging toen naast hun liggen.
“Blijkbaar niet meer. Hij vloog weg voor ik dat kon. Ik heb niet gezien welke kant.” Hij keek ze aan terwijl hij sprak maar er kwam niet echt een vloeiend gesprek uit. Noë vond al dat D’agon zich raar gedroeg, maar hij was al blij dat de koepel er niet meer was.
“Moeten we wachten op hem dan? Ik zou graag even rond willen rennen. Genieten van het weer en frisse lucht.” Noë stond op en rekte zich toen even uit terwijl hij wachtte op een antwoord, maar hij kreeg die niet.
D’agon was niet heel spraakzaam en Noë besloot toen weg te wandelde met Qyma en Diablo van D’agon weg. Noë zuchtte terwijl ze wegwandelde.
“Volgens mij is er iets mis met D’agon, ik weet niet precies wat het is. Als hij Za’afiel wilde zoeken had hij gewoon het gebied kunnen scannen, maar in plaats daarvan wist hij niet eens waar Za’afiel heen vloog. Ik maak mij zorgen.” Qyma knikte instemmend met Noë aangezien hij ook niet wist wat er gaande was.
“Ik ken D’agon niet zo goed als jullie dat doen, maar ook voor mij is het wat vreemd. Hij is wat trager met reageren. En zoals jij dat zei, Noë, zijn reacties kloppen niet helemaal.” Noë zuchtte opnieuw en rende toen even vooruit, om even wat energy kwijt te raken.
Diablo en Qyma keken elkaar even aan, uiteindelijk besloten ook zij achter Noë aan te rennen tot Noë stopte en zichzelf tegen een boom aan liet vallen.
“Stel je voor dat D’agon er straks niet meer zou zijn,” zei Noë toen Diablo en Qyma voor hem stopte.
“Denk je echt dat hij er straks niet meer zou zijn? Hij leeft toch niet zoals wij dat doen?” Qyma ging voor Noë zitten en likte hem in zijn gezicht om vriendschappelijke redenen.
“Ik begrijp het niet zo. D’agon lijkt inderdaad niet levend. En het interesseert mij niet wat er met dat ding gebeurt om eerlijk te zijn. Het blijft toch een eng ding.” Noë keek op naar wat Diablo zei, hij was daar helemaal niet mee eens. D’agon was voor hem een goeie vriend, net zoals Qyma,
“Hoe kan je dat nou zeggen, jij kent hem niet eens, dat zei je net zelf.” Noë keek hem zelf even kort boos aan.
“Misschien heeft Za’afiel wel gelijk, dat soort dingen zijn niet te vertrouwen.” Noë gromde kort naar Diablo en duwde hem toen opzij om vervolgens terug te rennen. Qyma keek kort om wanneer Noë wegrende en zuchtte toen.
“Ik weet ook niet wat ik van D’agon moet vinden, maar voor Noë is hij een vriend.” Qyma keek op naar Diablo en wandelde toen rustig terug.
Diablo zat daar nog even in zijn eentje en ging toen even liggen om nog te rusten van het rennen. Hij wist dat hij dat misschien niet had moeten zeggen, maar hij maakte wel een beetje zorgen. D’agon was geen levend wezen. En Diablo had hem ook niet meegemaakt toen hij dat nog wel was. Om dan te bedenken dat D’agon wel ooit een levend wezen was, is vrij lastig.

Noë kwam terug bij D’agon die nog op dezelfde plek lag. Hij leek totaal niet bewogen te zijn.
“D’agon… Alles goed?” vroeg Noë toen. Hij wist niet precies of hij een duidelijk antwoord kreeg omdat D’agon altijd zo vaag was over zijn antwoord. Het was altijd maar dat het goed met D’agon ging. Of dat het niet uitmaakt of het goed met hem ging omdat hij dat niet meer zo voelt als hoe hij dat vroeger deed.
“Nee, het gaat niet goed.” Toen Noë dat te horen kreeg, voelde dat aan alsof hij door de grond heen zakte. Als het niet goed gaat met D’agon dan betekend het dat het vrij serieus kan zijn.
Noë kwam tegen D’agon aan zitten, maar D’agon duwde Noë van zich af.
“Het is beter… …Het is beter als je op afstand blijft, Noë.” Noë keek onbegrijpelijk op, en ging op een klein afstandje zitten.
“Waarom?” vroeg hij zachtjes.
Er was een korte stilte, D’agon wist zelf even niet wat hij moest zeggen. Hij merkte zelf dat er wat mis was met hem. Al langer dan alleen vandaag.
“Ik ben stuk.” Noë wist niet precies wat dat betekende. Hij wist wel wat de woorden betekende, maar niet wat het betekende voor D’agon.
Noë schudde daarna zijn kop.
“Dan maak jij jezelf toch weer? Je hebt het eerder gedaan.” D’agon keek Noë aan en knikte toen.
“Ik krijg steeds meer problemen. Ik wilde bijvoorbeeld eerst als zuurstof regelaar werken, maar na een korte tijd ging dat al niet goed. Dat was waarom we vier dagen hadden om te leven, maar na een paar uur was dat al stuk. Het verkorte de zuurstof voor jullie met twee dagen. Het halveerde de tijd.”
“Daarom was Diablo zo buiten adem net voor de koepel weg ging, in realiteit was het erger dan je zei.. Waarom zei je dat niet gewoon eerlijk?”
“Wat had ik moeten zeggen? Dat ik langzaam uit begin te vallen? Want dat is wat er gaande is. Als dit langer door gaat zal… zal ik niet meer wakker kunnen worden.” Het ging Noë niet specifiek over hoe het met D’agon ging, maar ook dat er minder zuurstof was dan er eigenlijk was.
“Het feit dat er minder zuurstof was, was fijn geweest… En dat je langzaam uitvalt zou ook fijn geweest zijn… Dat had je ons kunnen vertellen. Wezens beginnen te denken dat je vreemd doet, dat je straks schadelijk bent voor ons. Za’afiel en Diablo… Zij vertrouwen je niet.” Noë keek zorgelijk, ondertussen was Qyma ook weer terug gekomen en ging toen naast Noë zitten. Noë keek Qyma aan met een verdrietige blik.
“Het gaat niet goed met D’agon,” zei hij tegen hem.
“Het is niet zo erg als het lijkt, het is deels interessant dat ik straks uitval en niet maar aan zal gaan. Het… Het is anders dan dood gaan. Het hoeft niet voor altijd te zijn.” Heel af een toe leek het alsof D’agon niet meer uit zijn woorden kwam, bleef hangen bij sommige letters. Het begon ineens heel snel te gaan. En misschien viel dat wel meer op voor de twee honden dan dat het voor D’agon deed.
Noë voelde zich verdrietig aangezien het voelde alsof een van zijn vrienden stervende was. Alleen in dit geval was er geen geur dat hem liet denken aan de dood, je zag niet eens dat D’agon ‘stervende’ was. Je zag niets, maar Noë voelde het. Hij voelde dat D’agon er straks niet meer zou zijn. En dat was misschien wel net zo erg als iemand dood zien gaan.
“Alles… Alles komt goed… Maar… Voor het geval dat… Zorg dat het goed komt met Kevalth… Dit zal hem veel pijn doen… En voor jullie ook… Ik hoop dat… Dat het goed gaat tussen hem… En Czabock… Zeg dat hem. Het moet goed komen tussen die twee… Dat moet…” D’agon’s spraak werd steeds slechter, het duurde steeds langer voor hij woorden uitsprak. Het zag er zo ongeloofwaardig uit voor Qyma omdat hij geen idee had wat er gaande was. Hij kon namelijk ook niet ruiken dat D’agon stervende was. Hij wilde liever in zijn instincten geloven dan te geloven in D’agon’s woord. D’agon zag er altijd goed uit. Ziet er nog steeds uit zoals hij dat de gehele tijd deed.
“Ik geloof dit niet.” Zei Qyma toen en stond weer opnieuw op. “Misschien heeft Diablo wel gelijk dat dit niet echt is. Misschien is D’agon gestorven, het moment dat hij veranderde in dit.” Qyma keek Noë kort even aan en wandelde toen naar het water toe waar hij ging liggen.
Noë snapte niet waarom Qyma zo iets zei. D’agon heeft nog nooit gelogen. D’agon heeft nooit iets verkeerds gedaan. Waarom zouden ze hem anders moeten behandelen dan een ander levend wezen? Noë was ieder geval niet van plan om D’agon alleen te laten.
“Rustig maar… Wezens begrijpen het niet… Het is onbekend… Het is ook voor mij onbekend… Maar… Wezens zoals mij… komen… komen binnenkort hier heen… Er is al één in de buurt… Ik weet niet… niet… Of die te vertrouwen zijn…” Kort na D’agon’s zin was het duidelijk te zien dat zijn energietoevoer slecht begon te lopen. De gloed die D’agon had van zijn energy begon te flikkeren.
“Duurt… Dit… Dit duurt… Niet lang…” D’agon leek compleet niet meer te bewegen terwijl zijn mechanische stem langzaam afzwakte.
Tot uiteindelijk de gloed die D’agon had van zijn energietoevoer weg was.
Plots, in een mum van tijd was D’agon verdwenen. Een soort vortex had D’agon opgezogen alsof het niets was.
Noë voelde er niets van, het enige wat hij deed was er geschokt naar kijken. D’agon was er ineens niet meer. Hij keek om naar Qyma die het ook vanaf een afstandje had gezien.
Qyma rende naar Noë toe omdat hij nu wel geloofde dat er iets gaande was met D’agon.
“Wat gebeurde er?” Noë schudde zijn kop en keek naar waar D’agon verdween. Hij was ook niet zeker wat er gebeurde.
“Hij is weg… En komt misschien nooit meer terug… Hij ging uit… En… Verdween…”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen