Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
In de stilte die volgt kijken we allebei naar Hailey; kijken naar hoe ze zichzelf bijeen probeert te houden, naar hoe ze moed probeert te verzamelen, naar hoe haar handen beven wanneer ze uiteindelijk zegt: 'Er is iets waar we het over moeten hebben.'

Ik knipper de tranen uit mijn ogen. Nathan en Marco zijn allebei stil, afwachtend, luisterend. Ik voel hun blikken op me.
'Het lijkt... Dean en ik...' begin ik, maar ineens voel ik een brok in mijn keel en zwijg ik. Ik weet dat mijn stem zal gaan breken als ik weer verder praat. Ik begin zachtjes te trillen. Toch ga ik verder. 'Het lijkt ons het beste als ik geen contact meer heb met jullie.'
Ik kijk hen niet aan. Ik kan het niet. Ik staar naar mijn bevende handen, die in mijn schoot liggen, en probeer het verband te ontwijken wanneer er een traan naar beneden valt. Ik veeg mijn gezicht droog en haal even diep adem.
'I-Ik... Ik vind het heel lief dat jullie je zoveel zorgen om mij maken, en dat jullie vandaag meteen gekomen zijn, maar... maar we hebben besloten dat het beter is als we geen contact hebben. Sinds ik jullie ontmoet heb zijn er gewoon veel meer spanningen tussen Dean en mij ontstaan en ik... i-ik...' Ik knijp mijn ogen even dicht, bijt mijn kaken op elkaar. Niet huilen. Nog eventjes niet huilen. 'Het is... In... In een relatie moet je nu eenmaal compromissen sluiten, en... en dat moet ik nu ook doen. En het is niet... Ik denk... Ik denk gewoon echt dat het zo beter zal gaan tussen Dean en mij. Dus jullie hoeven je dan ook geen zorgen meer om me te maken.'
Ik dwing mezelf om op te kijken, om hun gezichten te zien, om hun afkeur te trotseren.
Ze zijn allebei gewoon stil, heel erg stil. Marco ziet er een beetje bleek uit, en Nathan lijkt moeit te hebben om zijn protest in te slikken. Het duurt maar een paar seconden voordat ik weer wegkijk, niet in staat om de stille wanhoop in hun blikken te verdragen.
Toen ik zei dat ik wilde praten, hadden ze waarschijnlijk gehoopt dat ik zou zeggen dat ik bij Dean weg wilde.
'Ik weet dat jullie het er niet mee eens zijn, maar dit is mijn keuze,' zeg ik. Ik wil zelfverzekerd klinken, zonder ruimte voor twijfel, maar ik betwijfel of dat lukt. 'Dit is mijn keuze, en ik wil dat jullie die accepteren.'
Ik zie Marco knikken, maar hij vraagt toch: 'Is dit wat je wilt?'
Ik slik en wend mijn blik weer af. 'Soms... Soms moet je in een relatie compromissen sluiten. Soms is dat het beste.'
'En denk je dat dat nu het beste is?' vraagt Nathan.
Ik kijk naar hem op, met betraande ogen. Het is lastig om oogcontact te behouden, maar ik blijf zijn blik vasthouden. Het voelt als een mes dat ik tegen mijn eigen huid zet om te bewijzen dat mijn huid nog de mijne is.
'Wat voor persoon zou ik zijn als ik niet voor Dean zou kiezen?' vraag ik.
Ze antwoorden niet. Ik weet zeker dat ze wel een antwoord hebben, maar die houden ze voor zichzelf. Ik kan wel raden wat ze denken.

Ook als Marco en Nathan weggaan, ben ik niet lang alleen. Dean hoeft alleen ‘s ochtends te werken en komt iets na lunchtijd weer terug. Ondertussen zit ik in mijn studeerkamertje te leren, maar ik kan me maar niet focussen. Ik ben overweldigd door alle leerstof, en mijn gedachten dwalen steeds maar af naar de pijn in mijn lichaam van alle klappen, en de twee politieagenten die ik nooit meer ga zien.
Dean komt mijn kantoortje binnen en laat van achteren zijn armen om me heen glijden. Ik sluit mijn ogen en leun tegen hem aan.
‘Hey, schatje,’ murmelt hij, terwijl hij me een kusje in mijn nek geeft.
‘Hey, lieverd,’ antwoord ik een beetje hees. Ik aarzel even, maar zeg dan toch maar meteen: ‘Marco en Nathan zijn vanmorgen langsgekomen.’
Hij begint niet te schreeuwen, en dat is goed nieuws, maar hij reageert ook niet meteen. Dan pakt hij een stoel uit de hoek van de kamer en komt bij me zitten. Zijn hand ligt op mijn bovenbeen, en ik weet niet of het gebaar liefkozend of hebberig is bedoeld.
‘Hoe is het gegaan?’ vraagt hij.
Ik slik even. ‘Ik... Ik heb uitgelegd wat we besproken hebben. En ik heb gezegd dat ik liever geen contact meer met hen wil. Volgens mij zullen ze respect hebben voor mijn beslissing. Dat gaven ze in ieder geval wel aan.’
Hij glimlacht zwakjes naar me en wrijft even met zijn duim over mijn been.
‘Dat heb je goed gedaan, lieverd. Ik weet dat het moeilijk voor je was,’ zegt hij.
Ik knik, en hij buigt zich naar me voorover om me een kus te geven. Het is lang geleden dat ik zulke tederheid bij hem heb gevoeld, en ik slaak een zachte zucht. Hij geeft me nog een kus, en houdt me even in zijn armen, maar verder dan dat gaat hij niet. Hij snapt ook wel dat ik nog teveel pijn heb om nu zulke dingen te doen. Eerst moeten de blauwe plekken even wegtrekken.
Ik ontspan tegen zijn aanrakingen, zo oprecht en liefkozend, en voel een golf van opluchting wanneer ik besef dat dit de juiste keuze was. Ik heb het contact met Marco en Nathan nog maar een paar uur geleden verbroken, en het gaat nu al beter tussen Dean en mij. Ik geloof oprecht dat het weer goed zal komen, en dat het weer mooi zal zijn.
‘Hoe gaat het met studeren?’ vraagt hij dan, en ik voel een knoop in mijn maag ontstaan.
‘Ik... Het is gewoon...’ Ik val even stil, bijt op mijn lip. ‘Ik weet niet zo goed waarom... Het...’
Mijn stem sterft weg en ik schud gewoon moedeloos mijn hoofd. Ik voel tranen in mijn ogen prikken en probeer die terug te dringen.
Dean wrijft troostend over mijn rug.
‘Hé, schatje, toch. Het is oké. Vertel maar. Wat is er aan de hand?’ vraagt hij, zijn stem geruststellend, troostend.
‘Ik... Het gaat gewoon niet zo goed, sinds ik chirurgie ben gaan studeren. Ik had echt wel verwacht dat het moeilijk zou zijn, maar ik had gewoon gedacht dat het... beter zou gaan. Ik weet niet of het komt door eerst die hersenschudding en daarna die longontsteking en al dat gedoe, maar het... het gaat gewoon niet zo goed,’ antwoord ik. ‘Het voelt gewoon niet goed.’
Hij trekt me iets dichter naar hem toe, met zijn arm om me heen. Ik klem mijn kaken op elkaar om niet te huilen.
‘Oh, Hailey...’ verzucht hij, vol medelijden. ‘Ik vind het zo erg om dat te horen. Maar ja... Wees niet te streng voor jezelf. Het is een hele moeilijke studie. Er zijn maar weinig mensen die dat echt kunnen. En het is al heel knap dat je geneeskunde hebt gestudeerd. Maar... tja... het is niet voor iedereen.’
Het voelt alsof hij me een klap in mijn gezicht heeft gegeven, en ik kan weten hoe dat voelt. Het duurt even voordat ik überhaupt in staat ben om iets te zeggen.
‘Denk je... Je... Denk je dat ik het niet...?’ sputter ik, mijn gezicht wit weggetrokken. Ik kijk hem met verbaasde ogen aan, knipperend en met mijn mond een beetje opengezakt.
Ik wil me van hem losmaken, maar hij trekt me weer troostend tegen zich aan.
‘Sssh, schatje, het is oké. Ik bedoelde het niet als een belediging. Je bent een hele slimme meid, echt, maar iedereen heeft zijn grenzen. Je hoeft jezelf dit niet aan te doen, als je dat niet wilt,’ legt hij uit. ‘Met alleen een geneeskundestudie kun je bijvoorbeeld bij een verzekeringsmaatschappij gaan werken. Maar je hoeft ook helemaal niet te gaan werken, als je dat niet wilt. Daar is ook niets mis mee. Ik verdien genoeg voor ons tweeën, en het zal heel wat geld schelen als je stopt met studeren. Dan kun je gewoon het huis netjes houden. We zouden een gezinnetje kunnen beginnen. Jij en ik, ons leven. Maar niets hoeft, hoor. Je mag het helemaal zelf kiezen.’
Ik antwoord heel lang niet. Ik ben te erg in shock.
‘Maar...’ sputter ik dan, één en al verwarring. Het voelt alsof er een mist in mijn hoofd hangt. ‘M-Maar...’
Hij geeft me een kus op mijn voorhoofd.
‘Lieverd, het is oké. Je hoeft je er niet voor te schamen,’ zegt hij. ‘Je hoeft je niet voor je keuze te schamen.’
‘Maar...’ stamel ik, en dan houd ik het ineens niet meer en stromen mijn ogen over.
Ik probeer mezelf bijeen te houden, maar wanneer Dean me in zijn armen neemt en begint te troosten, begin ik toch echt te snikken.
‘Maar... Maar ik wil n...’ breng ik uit, maar ik weet niet meer wat ik wil.
‘We hadden al geconcludeerd dat het slechter tussen ons ging sinds je Marco en Nathan hebt ontmoet, maar dat was ook ongeveer toen je aan je chirurgiestudie begon,’ zegt hij dan nog. ‘Misschien speelt dat ook een rol. Misschien, als je stopt, gaat het zelfs nog beter tussen ons. Dan ben je voor altijd de mijne en zullen we altijd gelukkig zijn. Wil je dat niet?’
Ik begin in paniek te raken. Ik voel mijn hele toekomst wegglippen, zo, tussen mijn vingers door. Daar gaat het. Het glipt weg, en ik kan het nooit meer terugkrijgen. Ik raak in paniek, en ik wil gillen en huilen en schreeuwen, maar het gaat niet. Alle emotie blijft in me zitten, zo hevig dat het voelt alsof mijn huid gaat barsten. Maar dat doet het niet. Het blijft ik me zitten, en ik blijf in Deans armen zitten, vol afschuw.
‘Dit is hoe we weer gelukkig kunnen zijn. Wij allebei,’ zegt hij. ‘Vind je ook niet?’
Ik voel hem naar me kijken, zijn blik brandend op mijn bevende figuur, en kan niet anders dan knikken.
Hij wrijft even over mijn zij, geeft een kus tegen mijn schouder.
‘Misschien kun je beter Davis al appen. Dan heb je dat maar gedaan. Dan voelt het definitief. Hij zal je misschien op andere gedachten willen brengen. Als het definitief is, gebeurt dat misschien niet,’ stelt hij voor. ‘Vind je dat geen goed idee?’
Ik slik, voel zijn blik weer branden. ‘O-Oké.’
Met verdoofde, bevende handen haal ik mijn telefoon uit mijn broekzak. Ik open mijn chat met Davis en aarzel.
‘Toe maar,’ spoort Dean me zachtjes aan. ‘Dan heb je het maar gehad.’
Ik blijf nog even stil. Dan app ik hem: “Ik heb besloten te stoppen met mijn studie.” Meer niet.
Dean geeft me een kus op mijn hoofd en helpt me overeind. ‘Goed zo, schat. Kom, dan zal ik even thee zetten. En zometeen zal ik even gebak halen, om het te vieren, goed?’
Vieren. Om het te vieren.
Ik kan nog net knikken, maar meer niet. Ik voel me verdoofd, alsof ik iets ben kwijtgeraakt, alsof ik mezelf ben kwijtgeraakt.
Ik zie hem mijn schoolboek dichtdoen en wegleggen, zijn andere arm nog steeds rond mijn middel.
‘Kijk, die heb je toch niet meer nodig,’ zegt hij met een lach. ‘Morgen zal ik wel even alle officiële zaken regelen, en zal ik je officieel uitschrijven. Goed?’
Zijn woorden stromen langs me heen als water. Ik knik weer, maar ik voel me nog steeds verdoofd.

Dean had mijn lievelingsgebak gehaald, en nog een bos bloemen en mijn lievelingsbonbons, maar ik voelde niets, en ik proefde het eten nauwelijks. Als hij me vraagt of het wel met me gaat, zeg ik dat ik gewoon nog een beetje in shock ben. Dan glimlacht hij, geeft hij me een kus, en zegt hij dat ik maar beter aan dit nieuwe leven kan wennen. Hij neemt de rest van de dag vrij en we ontspannen gewoon, samen op de bank, dicht tegen elkaar aan.
Davis heeft mijn bericht wel gelezen, zag ik, maar hij reageert er niet op. Ik hoor de hele dag niets van hem, tot ‘s avonds rond een uur of acht de bel ineens gaan.
Dean en ik doen samen open, en vinden een woedende Davis voor de deur.
‘Jij fucking klootzak!’ roept hij, terwijl hij Dean een duw geeft.
Terwijl Dean zijn evenwicht nog even moet hervinden, ga ik snel tussen hen in staan, zodat Davis hem geen pijn meer kan doen. Zodra Davis mijn nieuwe blauwe plekken ziet, die ik gisteravond opgelopen heb, lijkt zijn hart te breken. Zijn mond valt open, zijn gezicht vertrokken van afschuw.
‘Hailey,’ brengt hij verstikt uit, zijn handen al uitstekend om me vast te pakken. ‘Hailey, wat heeft hij met je gedaan?’
‘Dave, i-ik...’ sputter ik, maar ik kom niet goed uit mijn woorden.
‘Hailey, kom met me mee,’ smeekt hij me, met tranen in zijn ogen. ‘Kom alsjeblieft met me mee. Laat me je hier weghalen. Je hebt geen idee hij doet.’
Ondertussen heeft Dean alweer zijn balans hervonden en ik voel zijn armen om hem heen wanneer hij weer bij me komt staan.
‘Wie denk je verdomme dat je bent?!’ sist hij Davis toe. ‘Ik bel verdomme de politie, jij vuile-‘
‘Dean, alsjeblieft niet,’ piep ik, en dat is genoeg om hem inderdaad even stil te houden.
Davis kijkt me weer aan, met opnieuw die hartverscheurende, gebroken blik.
‘Hailey, waarom laat je hem dit met je doen?’ brengt hij met onvaste stem uit. ‘Was dit jouw idee? Vertel me eens eerlijk, was dit echt jouw idee?’
Ik slik, overweldigd door de plotselinge aanval.
‘Ik... Davis, ik... We hebben besloten dat-‘ begin ik dan, maar hij onderbreekt me.
‘Er is geen “we”!’ schreeuwt hij, zo hard dat ik ineenkrimp. Er lopen inmiddels tranen over zijn gezicht, van woede en verdriet en angst en wanhoop. ‘Hailey, verdomme, er is geen “we”! Hij! Er is alleen hij! En hij plant al die afschuwelijke, giftige gedachtes, en... en...’
Hij zucht, zijn strijdlust ineens verdwenen. Hij haal zijn hand door zijn haar, door dat donkere bruin met die rode lok.
‘Hailey, alsjeblieft. Doe jezelf dit niet aan. Zie je dan niet wat hij met je doet?’ vraagt hij wanhopig.
Ik slik, voel Deans stevige arm om me heen.
‘Ik... We houden van elkaar,’ zeg ik, want dat is het enige dat ik zeker weet.
Hij zucht weer, en hij ziet er zo moedeloos uit dat het pijn doet. Ik wil nog iets zeggen - dat het wel goed komt, dat ik zo uiteindelijk het gelukkigst zal zijn, dat dit niet betekent dat ik hem helemaal nooit meer zal zien - maar ineens gooit Dean de deur gewoon voor Davis’ neus dicht. Ik schrik van de klap en krimp ineen.
‘Dean, ik... Wat...’ sputter ik, maar ik kom niet uit mijn woorden.
Dean geeft een kus op mijn hoofd omhelst me.
‘Het spijt me dat je dat mee hebt moeten maken. Ik had hem eerder moeten stoppen. Dit kon echt niet,’ zegt hij. Ondertussen belt Davis nog zestien keer aan. Ik maak aanstalten om open te doen, maar Dean houdt me tegen. ‘Ik had dit aan kunnen zien komen. Je hebt gekozen, en nu probeert hij je die keuze af te nemen. Is dat niet respectloos?’
Ik kan geen goed antwoord formuleren en knik maar gewoon. Ik voel een steen op mijn maag drukken wanneer ik hoor dat Davis het opgeeft en hij wegrijdt.
Dean neemt mijn handen in de zijne, houdt ze tegen zijn borstkas. Ik kan zijn hart voelen kloppen, hard en zeker, in een veilig ritme. Hij kust mijn voorhoofd.
‘Zie je nou wel? Marco, Nathan, Davis... Ze proberen je allemaal andere keuzes te laten maken. Ze willen je veranderen. Vind je dat eerlijk?’ vraagt hij, en ik kijk weg. Ik voel dat mijn ogen vochtig worden. ‘Ik vind je geweldig zoals je nu bent. Ik wil jou. Jij, nu, zoals je op dit moment bent, en zoals je morgen en alle dagen erna zal zijn. Ik zal je niet de keuzes laten maken die zij allemaal willen dat je maakt. Dit, jij, de jij die je nu bent, is voor mij meer dan genoeg.’
Ik knik en leun tegen hem aan, verlangend naar zijn warme lichaam tegen de mijne. Ik geef een kus op zijn kaak, slaak een zucht, ontspan.
‘Dank je, lieverd,’ prevel ik.
Hij knikt, vouwt zijn armen beschermend om me heen.
‘Maakt niet uit, schat,’ zegt hij, zijn wang leunend tegen mijn hoofd. ‘Het is gewoon jij en ik tegen de rest van de wereld.’

Reacties (2)

  • BethGoes

    Nee! Wat een ongelofelijke klootzak! Nee, nee, nee, wat erg!:@

    1 week geleden
  • Sunnyrainbow

    Ik kan dit echt maar moeilijk lezen.. vreselijk..

    1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen