Foto bij Protection 060

Momenteel is er al sowieso tot stukje 66 geschreven (bezig met 67) zodat er een voorraadje is.
Tips/ideeën blijven welkom:)

Met een diepe zucht laat ik mijn nek en schouders kraken. Mijn ogen zijn nog dicht, maar als ik ze open is het bijna even donker. Slechts een klein beetje maanlicht komt door het ruitje in de voordeur. Rustig probeer ik de omgeving in me op te nemen. Mijn kont heeft het alvast ijskoud en ook mijn benen lijken ijsklompen. Om de paar seconden voel ik warmte in mijn nek. De armen om me heen hebben me ook al die tijd warm gehouden.
Dit kan maar een persoon zijn.
“Lou?”
De man smekt vlak achter mijn oor. Wakker wordt hij er alvast niet van.
“Tomlinson?” Ik aai zijn linkerarm voor zover dat mogelijk is, zelfs in zijn slaap heeft hij me zo stevig vast. De haartjes voelen ruw aan. Louis krijgt door mijn aanrakingen kippenvel en duwt zijn hoofd nog verder in het plekje tussen mijn schouder en hals. “Lou.”
“Nah.”
De voorzichtige manier werkt blijkbaar niet. Dan maar wat strenger. Ik trek aan zijn armhaar om een reactie te krijgen. Ik por hem ook, al kan ik dat niet bijster lang volhouden omdat ik mijn arm vrij onnatuurlijk moet draaien.
“Cam. Soms kan je fucking irritant zijn.” Hij wrijft over zijn baardje om wakker te worden.
“En dat komt uit jouw mond,” pareer ik. Nu hij me lost, stel ik me recht. Dankbaar neemt de groggy gast de hand aan die ik aanreik om hem omhoog te helpen. Door de donkere ruimte grijpt hij er twee keer naast, maar daarna kan hij toch mijn pols lokaliseren.
“Daarom dat ik het herken.”
Ik duw hem speels en schuif hem dan de living in. Hier is het ook vrij frisjes. “Ik ga het licht aandoen.” Als ik de lichtschakel indruk, krijg ik een grappig beeld voor mij van een Louis die met alle moeite van de wereld zijn ogen dichtknijpt.
Nogal awkward wacht ik op een zet van hem. Mijn oogleden voelen strak aan. Ik zou eens de sporen van de huilbui daarnet moeten afwassen. Louis volgt mijn bewegingen, maar stopt wanneer ik hem ook in de gaten houd. “Dus. Om hoe laat zou je naar huis willen vertrekken?”
“Cam. Ik laat je niet alleen vanavond.” Zijn felblauwe poeltjes dulden geen tegenstand. Zijn haar staat in piekjes overeind. Op de een of andere manier staat het hem wel.
“Het gaat alweer. Niets aan de hand.”
Louis slaakt binnensmonds een vloekwoord. “Ik vertik het.” Hij ploft neer in de zetel, neemt de afstandsbediening en start te zappen. “Kom je er nog bij?” Droogjes wrijft hij op de vrije plek naast hem. “Ik kan dit zo lang volhouden als ik wil, dat je het maar weet.”
Tegendraads als een geit doe ik het niet. “Ik ga me opfrissen.” Gelukkig volgt hij me deze ene keer niet.
In de hete douche spoel ik de emoties van me af. Kan goed zijn dat ik er iets langer ondersta dan zou moeten. Maar goed. Nog niet volledig opgedroogd zoek ik in mijn kamer naar mijn warme pyjama. Gekwetst valt mijn oog op de doos met brieven die ik had geschreven voor Will. Om er even niet verder aan te denken, schuif ik met mijn tenen het object terug onder het bed. De handdoek blijft nog rond mijn haar tot ik er zeker van kan zijn dat mijn pyjamabovenstuk daardoor niet helemaal doorweekt wordt.
Al in de gang op de bovenste verdieping ruik ik iets zoetigs. De geur wordt sterker naarmate ik de trap afdaal en richting leefruimte ga.
“Hey Cammie.” Bij het omdraaien spettert het gastje zowat mijn keuken onder. De melk drupt nog half van de lepel die hij vastklemt. “Oeps.” Louis heeft precies ook een vlek op zijn kin. Ik wijs ernaar en hij veegt zijn mond schoon.
“Maak je chocomelk?”
Zijn ogen glinsteren triomfantelijk: “Yes. Ik heb melk uit de ijskast genomen en chocolade uit die kast.” Hij wijst naar de ‘geheime’ snoepjeskast van mijn vader. Oei. Hopelijk is er genoeg voor mijn papa of het zal Louis’ beste dag niet zijn.
“Dat is allemaal niet nodig hoor.” Ik leun op het aanrecht en bestudeer hem verder.
“Tut tut. In mijn gezin is het traditie om chocomelk klaar te maken als iemand een dipje heeft.” Hij roert opnieuw in het pannetje met het mengsel. “En als er iemand daarvoor nu in aanmerking komt, dan ben jij het wel.”
Een glimlach schemert door: “Ik verdien jou niet. Dank je.” Ik kom dichterbij en steun tegen de schuiven naast de kookplaat.
“Wacht daar toch nog maar even mee. Ik ben niet honderd procent zeker of ik de chocolade wel of niet heb laten aanbranden.” Hij fronst diep.
“Volgens mij zal het wel klaar zijn.” Ik zoek twee tassen zodat hij de bruine melk erin kan gieten. “Kan je het verder alleen aan? Dan zoek ik een film uit.”
“Ik weet niet of ik jouw filmsmaak mag vertrouwen.” Hij pruilt angstig.
Gespeeld beledigd steek ik mijn tong uit. “Nou, ik dacht dat Barbie nochtans ook jouw ding was.”
“Daar heb je helemaal gelijk in. Barbie en de Notenkraker, it is!” Vrolijk doet ik een wiebelend dansje terwijl hij de warme drank in de tassen doet. Ik ben het niet helemaal zeker, maar ik denk dat hij zelfs al een liedje uit die film humt.
“Niet gelogen, ik denk dat ik effectief die dvd heb liggen.”
“Dat is een voorteken.” Hij geeft me al een grote kop. “Kom, trage.” Met zijn nu vrije hand schuift hij me bijna onopmerkelijk naar de zitbank. Louis dimt de keukenlichten en knipt een gezellige staanlamp aan zodat we iets kunnen zien.
Jaloers staart hij naar het dekentje dat ik zorgvuldig rond mijn schouders drapeer. Ik placeer de kop op het tafeltje naast me en doe teken dat hij er ook onder mag. Uit kinderlijke blijheid legt hij zijn hoofd op mijn schouder. Ik tik er even tegen met mijn slaap en zit dan weer rechtop om de film te starten. Louis geeft een kusje op mijn schouder. Daarna slurpt hij van zijn eigen kooksel en gaat helemaal op in de bewegende figuurtjes op het scherm.
“Wat ga je doen met jouw brieven voor Will?” vraag mijn gezelschap ongeveer een vierde van de film later.
Ik drink het laatste restje uit en nestel me wat dichter tegen Lou aan. “Weet ik nog niet goed.”
“Zou je ze willen vernietigen in een rituele verbranding? Dan zingen we van die duistere liedjes.” Hij begint te trommelen op mijn been. “Of we maken er bootjes van en dan kijken we wat er blijft drijven. Nee?” Guitig legt hij verder uit.
“Waarschijnlijk zou ik ze wel afgeven. Misschien brengt het hem op andere ideeën en duwt hij me niet meer weg.”
“Slim idee. Piep.” Hij tikt op mijn neus. Jammer genoeg kan ik me niet inhouden en maak ik een snuivend geluid. Dat geeft hem het idee om me te kietelen zodat het gelach nog luider wordt.
“Lou, stop,” schater ik uit.
“Nope.”
Halfslachtig probeer ik hem ook te porren. Ik krijg minder resultaat omdat ik zelf uitgeput ben, maar hij grinnikt toch. Ik maak een schijnbeweging. Het werkt en ik kan me op hem werpen. Vlug houdt ik zijn polsen samen boven zijn hoofd zodat ik nergens meer naartoe kan. Ik lach nog zachtjes verder met mijn voorhoofd tegen zijn borst totdat ik weer wat op adem kan komen. Zijn oogjes twinkelen wanneer ik hem van dichtbij aankijk en en zijn armen loslaat. Ik wriemel tot ik wat beter lig.
Teder duwt hij een krul achter mijn oor. Natuurlijk floept die er even snel weer uit, wat zorgt voor een nieuwe glimlach bij zowel hem als mij. Bij de tweede poging lukt het gelukkig wel weer. “Dat wispelturige van jouw haar. Tss.”
Dat doet me een nieuw ideetje geven. Ik schuif nog wat meer naar voren en tot onze gezichten exact op dezelfde hoogte zijn. Dan schud ik mijn lokken volledig los boven hem zodat er een gordijn ontstaat dat ons van de rest van de kamer scheidt. Hij trekt enkele gekke bekken omdat er wat haar in zijn mond is geraakt.
Ik besluit dat ik hem genoeg geïrriteerd heb. Ik werp het haargordijn allemaal naar dezelfde kant zodat we elkaar kunnen aankijken. Veel komt er niet meer uit hem. “Waar denk je aan? Alles oké?” Bezorgd volg ik zijn uitdrukkingen.
“Ja hoor,” ontwijkt hij me.
“Lou.” Ik draai zijn gezicht naar me toe. “Zeker? Wat scheelt er?”
“Cam, dit is het moment echt niet.” Hij pakt me voorzichtig vast en laat me naast hem rollen in plaats van op hem. Waarschijnlijk balanceert hij nu vervaarlijk op de rand van de zitbank.
Verwachtingsvol draai ik me op mijn zij zodat ik hem kan blijven aankijken terwijl mijn hoofd half op zijn sleutelbeen rust. “Ik wil het toch weten.”
“Geloof me, Cam, dat zou je achteraf niet meer zeggen.”
“Heb je iets uitgestoken dat me zou kwetsen? Wil je me beschermen omwille van deze dag met Will?” Ik geef nog niet meteen op.
Hij slikt. “Nee en ja. Ik heb niets verkeerds gedaan, maar is het inderdaad door Will.” Afwezig streelt hij mijn bovenarm.
“Zeg het maar.” Ik pruts aan de zoom van zijn shirt om me af te leiden van het mogelijke nieuws.
“Goed,” beslist hij.
“Ja?”
Ik hoor hem intens inademen. “Goed.” Hij wendt zich van me af en richt zich op het plafond. “Eerst wil ik graag zeggen dat ik helemaal niets van jou verwacht, oké? Ik wil niet dat je je plots anders zou gedragen door dit nieuws. Dit is iets dat ik helemaal voor mezelf moet uitmaken en zien waar het tot leidt.”
“Euh, ja, denk ik.”
“Dus.” Louis blaast de lucht uit zijn longen. Hij prutst aan de velletjes rond zijn nagels. “Ik…” Nogmaals doet hij een poging: “Ik denk dat ik gevoelens voor je aan het krijgen ben.”
Wauw. Van een ingeslagen bom gesproken.
Uit paniek verstijf ik. Wat moet ik nu alweer met deze informatie doen? De warmte stijgt al naar mijn wangen en waarschijnlijk heb ik nu een kop als een boei.
Als een boer met kiespijn lacht hij bij het opmerken van mijn houding: “Jij wilde het per se weten. Maar goed. Ik weet dat je met Will zit en moet weten of hij nog gevoelens heeft voor jou. Geen zorgen, zelfs als je niets voor hem zou voelen of met hem zou beginnen, weet ik dat je daarom niet meteen halsoverkop voor mij zou vallen.” Na dit geratel wordt hij wat serener: “Ik ben daarnaast nog niet helemaal zeker op welke manier ik je graag zie. Is het vriendschappelijk, romantisch of eerder als een zusje… dat weet ik dus nog niet.”
Mijn god, hoe kan hij hier in godsnaam zo volwassen over doen?
“Ik verwacht dus helemaal niets van jou,” vervolgt hij. “Ik wens je echt al het beste toe. Dus als je gelukkig zou zijn met Will dan ga ik dat zeker niet in de weg staan. Jouw vriendschap is me heel veel waard en ik wil je hoe dan ook niet kwijt. Dus laat dit ook zeker niets beïnvloeden. Het is gewoon een miniem gegeven.”
Stilte.
“Je bent dus verliefd op me?” Nieuwsgierig tikt ik met mijn vingers op zijn borstkas volgens de maat van de Barbieliedjes in de film.
“Goh. Er zijn sterke gevoelens, maar mijn relatie met Eleanor heeft me zodanig in de war gebracht dat ik nog niet zeker ben of het al dan niet romantisch is. Het is iets dat ik met mijn psycholoog wilde bespreken.”
“Begrijp ik.”
Kleintjes vraagt hij me: “Je bent dus niet kwaad op me?”
“Waarom zou ik kwaad zijn?”
Hij haalt zijn schouders op voor zover dat kan. “Ik weet het niet. Je hebt hier niet om gevraagd.”
“Jij heb er niet om gevraagd om gevoelens te krijgen.” Ik geef hem een dikke knuffel om duidelijk te maken dat hij nog niet zo snel van me af is. “Plus, als ik dit eraan mag toevoegen: je hebt een belabberde smaak.”
Louis grijnst: “Alleen maar als ik effectief verliefd op je ben.”
Meegaand met het grapje ga ik opnieuw boven hem hangen. “Wie niet? Mijn grumpiness heeft iets aantrekkelijks, ik weet het.”
Met rollende ogen aapt Lou me na. Na een harde por houdt hij er gelukkig mee op en ik worstel me uit zijn greep om plat bovenop hem te liggen. Zo kijken we verder naar de film waarvan we nu een groot stuk hebben gemist.
In de tussentijd probeer ik mijn bonkende hart en felrode, brandende blos te vergeten. Ik word misschien gezien als de durfal omdat ik op missies ga, maar ik ken weinig mensen die dit Louis nadoen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen