. . .

Zijn wangen koelden niet af tijdens de motorrit. Hij had nog nooit zo dicht tegen iemand aan gezeten – en zeker niet tegen iemand die zo mysterieus en knap was als Onyx.
      Toen ze bij het gebouw kwamen waar de tentoonstelling werd gehouden, gleed Will van de motor af. Pas nu hij weer met beide voeten op de grond stond en zijn lichaam niet dicht tegen dat van de andere jongen aan gedrukt was, kon hij weer een beetje helder nadenken.
      Hij dacht aan wat Onyx gezegd had vlak voordat ze wegreden. Dat er veel was gebeurd, de laatste tijd. Hoe wist hij dat? Will had juist tegen iedereen gezwegen over zijn verleden.
      Onyx draaide zich naar hem toe nadat hij zijn Harley op slot had gezet en liet zijn blik over hem heen glijden. ‘Alles oké?’
      Will slikte. Hij had het nog steeds ongelofelijk warm en die onmenselijk blauwe ogen maakten de boel er niet beter op. Toch wilde hij vandaag genieten en niet de hele tijd piekeren over wat Onyx al dan niet over hem wist. Hij verzamelde zijn moed en vroeg: ‘Je zei dat het begrijpelijk is dat mijn moeder zo bezorgd is na wat er is gebeurd. Hoe – hoe weet je dat?’
      Onyx liet zijn handen in zijn zakken glijden en keek hem toen peinzend aan. ‘Je bent niet de enige die veel heeft meegemaakt,’ zei hij toen. ‘Ik wil weten met wie m’n zus rondhangt, dus ik heb een backgroundcheck gedaan.’
      Nu werd Will toch ook wel een beetje nieuwsgierig. Hij durfde alleen niet te vragen wát Ivory – en wellicht ook Onyx – hadden meegemaakt. Van zulke vragen werd hij zelf ook niet blij.
      ‘Ehm – wat weet je precies?’ Toch wel wat nerveus wrong hij zijn vingers in elkaar. Een tijdlang opgesloten zitten in het Ondersteboven, daarna bezetten zijn door de Mindflayer… het waren nou niet echt dingen waar anderen over konden meepraten.
      ‘Ik weet dat je geen gevaar bent voor m’n zusje,’ zei hij met een knipoog is. ‘Of dat andersom ook zo is – daar ben ik nog niet helemaal over uit.’
      Verward ving Will zijn blik. ‘Hoe bedoel je?’
      Onyx trok een mondhoek op. ‘We zijn hier niet om over Ivory te praten, wel? Of over de shit die we allebei hebben meegemaakt?’
      Will schudde vlug zijn hoofd. Zo goed kenden ze elkaar nog helemaal niet. Ze kwamen hier gewoon naar een tentoonstelling kijken, dat was alles.
      Ze liepen naar de entree toe. Heel spectaculair zag het museum er niet uit, het was een omgebouwde boerderij. Onyx betaalde voor hen beiden een kaartje, waarna ze een hal binnenstapten. Er liepen een paar oude mensen rond, maar niemand van hun leeftijd.
      Op tafels en in vitrines lagen wapens uitgestald, af en toe voorzien van een miniem stukje tekst. Hoewel Onyx had gezegd dat hij hem mee wilde nemen om nog wat mooie verhalen te horen, bleek hij zelf best wel veel te weten van de wapens, hoe ze gebruikt werden en in welke periode. Will probeerde zo veel mogelijk te onthouden: die informatie kon hij mooi gebruiken bij het uitdenken van een nieuwe campagne.
      ‘Hoe komt het dat jij er zo veel van weet?’ vroeg Will nieuwsgierig.
      Onyx haalde zijn schouders op. ‘Ik verdiep me nu eenmaal graag in het verleden.’
      Ze liepen verder. Het was niet zo’n hele grote tentoonstelling, na zo’n twintig minuten hadden ze alles wel gezien. Will baalde ervan. Hij vond het wel gezellig en Onyx bleek een hoop te weten.
      ‘Kom, ik wil je nog wat laten zien.’
      Will voelde iets in zijn buik fladderen toen de oudere jongen hem aankeek. Achter hem aan liep hij naar buiten toe, over een groot stuk gras. Hij liep op een oude wilg af en ging tegen de stam aan zitten. De boom was breed genoeg om ruimte aan hen beiden te bieden. Voor hen bevond zich een soort weiland. Wat er zo bijzonder aan was wist Will niet en hij keek afwachtend opzij. Zodra zijn ogen het ijzige blauw van de ander vonden, vergat hij even hoe hij moest ademen. Een blos kroop naar zijn wangen.
      De grijns op Onyx’ gezicht maakte het nog tien keer erger.
      Vlug wendde Will zijn blik weer af. Onyx wist vast wel wat voor uitwerking hij op hem had. Hij dacht terug aan de keer dat de jongen hem subtiel bij zich op schoot had getrokken bij het bespelen van de synthesizer.
      ‘Ik wil je iets laten zien wat fucking vet is – maar het is wel heftig. Maar ik ben bij je en er gebeurt je niets.’
      Verward keek Will om zich heen. Er was niemand in de buurt en dit was wellicht het saaiste landschap dat hij ooit had gezien. Wat voor gevaarlijks kon er hier op hem af komen?
      Onyx haalde iets uit de binnenzak van zijn leren jack vandaan. Het was een mondharmonica. Hij staarde er vol ongeloof naar. Dat was wel een heel suf instrument.
      Zodra de jongen het aan zijn lippen zette, veranderde hij echter van gedachten. Noten vlogen om heen, pakten hem in. Ze klonken magisch, brachten tonen voort die niet bij een instrument als dit pasten.
      Will begon zich licht in zijn hoofd te voelen. Zijn omgeving werd vager. Speelde Onyx hem soms in slaap? Vaag voelde hij een streling langs zijn hand. Direct sperde hij zijn ogen open, maar zijn omgeving bleef mistig. Kleuren flitsten erdoorheen. Een doffe hoofdpijn kwam op.
      Opeens kreeg hij amper lucht. In paniek wilde hij zich losrukken uit de magie die zich om hem heen wikkelde en hem leek te verstikken. Er was iets heel erg verkeerd. Hij voelde het, hij voelde een duisternis die hij altijd uit duizenden zou herkennen.
      Het was alsof er donkere slierten door zijn hoofd gleden en hij gilde het uit. De Mindflayer – was het terug? Dikke tentakels wikkelden zich om hem heen, hij wilde schreeuwen, gillen, maar het duister drong zijn mond binnen.
      ‘Geef je eraan over, Will.’
      Onyx’ stem klonk hypnotiserend.
      ‘Ik ben bij je, er gebeurt je niets.’
      Will verstijfde van top tot teen. Zijn vingers verkrampten rondom de vingers die hem vasthielden. Het leek zijn enige anker, dat wat hem vasthield aan het licht. Hij kneep. Onyx kneep terug.
      Toen trokken de schaduwen weg, lieten weer ruimte aan het licht.
      Aan geluid, aan beelden.
      Voor Will adem kon halen, kreeg hij de volgende schok te verwerken.
      Overal om hem heen werd geschreeuwd, paarden stoven langs en er werd met zwaarden rond gezwaaid. Pijlen doorkliefden de lucht, eentje ging rakelings langs zijn hoofd. Het was een geschreeuw van jewelste. Rook hing in de lucht, vlakbij donderde een huis in elkaar. Steekvlammen kwamen eruit.
      Een kreet bleef in zijn mond steken.
      Onyx trok zijn hand los. Even dacht Will dat zijn benen het zouden begeven omdat het zijn enige houvast was geweest, daarna gleed Onyx’ arm om zijn middel.
      ‘Het zijn maar beelden,’ zei de jongen, al trok hij hem evengoed beschermend tegen zich aan.
      Will trilde over zijn lichaam. ‘W-waar zijn we?’
      ‘In 1685.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen