Chryssante Amaryllis Liora


     
“Ik had je nog meer brood en water beloofd. Ik doe je geen pijn, dat beloof ik. En ik hou me altijd aan mijn beloftes.” Ik stak het brood zo ver mogelijk door de tralies – niet bang voor het wezen wat in het verste hoekje van de kooi zat. Nadenkend fronste ik mijn wenkbrauwen. Hoe kon ik hem nou ervan overtuigen dat iedereen recht had op een gelijkwaardige behandeling. Dat ik het nooit eens was geweest met de methodes die ze gebruikte om weerwolven in bedwang te houden. Geweld bestreed je niet met geweld in mijn ogen. Het resultaat zou altijd uitlopen op meer geweldadigheid.
      Het geluid van mijn hechting die knapte, klonk dof vanonder het verband. Heel even vertrok mijn gezicht van de pijn. “Dat hoort zo,” mompelde ik – de pijn wegwensend. Nog altijd hield ik het brood in mijn handen. De spieren in mijn arm begonnen zelfs te verzuren van de tijd dat ik deze gestrekt hield. Maar het wachten was het zeker waard zodra Red mijn kant op kwam gekropen. Hij hield zich laag bij de grond en zijn manier van voortbewegen, leek weer dierlijk dan menselijk. Ik hield mijn adem in toen Red zijn vingers uitstrekte om het brood te pakken. Heel even aarzelde hij en ik keek op – maakte oogcontact voor een milliseconde. Meteen trok hij het brood uit mijn handen om vlug weer twee passen achteruit te doen.
      “Het spijt me.” Zijn stem klonk als een schorre fluistering en even twijfelde ik of ik hem niet goed verstaand had. Ik hield mijn hoofd schuin en wachtte af – niet meer verder aan willen dringen totdat hij er zelf klaar voor was. “Ik had het niet moeten doen. Ik deed je pijn.” Zijn woorden staken recht door mijn ziel heen. ‘Het was een samenloop van omstandigheden,’ wilde ik hem zeggen. ‘Calix maakte dat je de controle verloor. Hij had beter moeten weten.’ In plaats daarvan bleef ik stil en schoof ik alleen de smalle kruik met water de tralies door.
      “Volgens mij maakt het niet meer uit wat ik zeg. In jouw ogen heb jij al uitgemaakt wie de slechterik is. Toch wil ik je een ding duidelijk maken: alleen iemand met een goed hart weet berouw te tonen voor zijn daden. En als ik naar jou kijk, Red...” Ik haalde beverig adem alvorens ik opstond en verderging: “zie ik een man verteerd door schuldgevoel die is gaan geloven dat hij het monster is. En ik durf eerder mijn leven in jou handen te leggen dat een monster die doet alsof hij een man is.” Tranen welde op vanachter mijn oogleden bij de herinneringen die ik diep weggestopt had.
      “In dit potje zit een kruidenmengsel. Dit zorgt ervoor dat je wonden sneller zullen helen.” Met mijn voet schoof ik het potje Red’s richting op, mijn hoofd hield ik weggedraaid. Waarom hij me zo leek te raken, wist ik zelf niet. Alleen dat hij me aan alles waar onze samenleving op was gebouwd deed twijfelen. Hoe graag ik hem ook wilde helpen; iemand die niet geholpen wilde worden, zou met geen mogelijkheid in beweging komen - hoe hard ik ook duwde. Het was misschien beter voor ons beide als ik mijn afstand hield. Als mijn aanwezigheid hem zoveel pijn deed, leek me dat het beste om te doen. "Morgenochtend kom ik de kruik en het potje weer weghalen zodat je niet nog een gestraft wordt voor mijn acties." Het bleef even stil. "Welterusten," fluisterde ik zachtjes waarna ik mijn weg vervolgde naar mijn vertrekken.

In de dagen daarna probeerde ik zoveel mogelijk de nieuwe aanwinst in onze familie te ontlopen. Kortom zoveel mogelijk in mijn kamer blijven, Darius helpen in de keuken voor de voorbereiding van het banket dat verzet was wegens slecht gedrag, Isidore vermaken door over te gooien met de bal en paard te rijden over het gigantische terrein. Heel af en toe kon ik een glimp opvangen van een roodharige man - al stond ik mezelf niet toe er lang bij stil te staan. Over een paar maanden zou ik toch weg moeten aangezien mijn vader mijn hand aan de eerste de beste had meegegeven. Haast nog met geld toe, zo graag wilde hij van me af.
      De dag van het banket was eindelijk aangebroken. Er werd grootst uitgepakt en de meest beroemde omhooggevallen figuren waren uitgenodigd voor senator Liora zijn verjaardag. Thavma vlocht mijn haar hardhandig in een ingewikkeld kapsel en ik zou zweren dat ze mijn hoofdhuid met haar ruwe bewegingen metrok. Ik zou de kleur bordeauxrood dragen, de kleur die huize Liora onderscheidde, met gouden armbanden om mijn armen zodat mijn litteken niet op zou vallen.
      "Chrys! Wat zie je er mooi uit!" Isidore was mijn kamer binnengewandeld en keek me nu met glinsterende ogen aan. Ik grinnikte en streek zijn opspringen haar glad aan de achterkant. "Jij ziet er ook uit als een echte heer, niet dan Thavma?" De lange fijngebouwde vrouw haalde slechts haar neus op. "Het is nog maar de vraag hoe lang dat zo blijft," zei ze kortaf waarna ze mijn kamer uit beende. Hoofdschuddend keek ik haar na.
      "Geen zorgen. Vanavond zal ik sowieso met je dansen." Ik knipoogde en prikte plagend in de zij van mijn jongere broertje. "Welnu, zullen wij ons onder de gasten gaan begeven en ons te goed doen aan de lekkernijen die uitgestald staan. Ik kijk daar al de hele week naar uit, maar Darius liet me niets proeven," pruilde ik. Isidore grinnikte en haakte zijn arm door de mijne. Resoluut stapte we de kamer uit, zonder door te hebben dat we niet alleen waren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen