NASH THOMAS CARTER


What good are wings without the courage to fly?

En hoewel Nash zeker geweten had dat de klap zou komen, zou hij ook zeker te laat zijn om de klap te ontwijken. Hij was geen geweldige sporter, en ook zijn reflexen waren simpelweg niet de snelste. Ware het niet dat een plotselinge ruk aan zijn broeksband hem opzij trok, dan zou de vuist van de jongeman voor hem vol in zijn gezicht beland zijn.
Voor de jongen tijd had om zich te herstellen, en voor Nash de tijd had om te maken dat hij hier weg kwam, was het Pyper die in actie kwam. Een tel later lag de jongen schokkend op de grond. Een taser?!? Waar the hell haalde ze die nou weer vandaan? Like seriously? Wie had dat soort dingen nou bij zich voor een bijles?
Het zou de woede van de onbekende zeker niet verminderen, daar was Nash zeker van.
“Jij. Grijp je spullen bij elkaar. Ik kom achter je aan. Ze zullen je niks doen, geloof me.” Ze? Er waren nog meer mensen hierbij betrokken? En wat was ‘hierbij’ precies? Maar hij draaide zich om en liep naar de plek waar zijn tas nog lag. Buiten inmiddels lauwe koffie had hij niks meer op tafel staan, iets waar hij nu blij mee was. Zeker gezien Pyper zijn hoofd nog naar beneden duwde en overduidelijk hier niet herkend wilde worden door de mysterieuze ‘ze’.
Hij wist ook helemaal niet waarom hij Pyper naar buiten volgde, en waarom hij de helm aanpakte die ze hem praktisch in handen drukte. Hij kende Pyper niet, en was hier zeer zeker in iets beland waar hij absoluut niet in beland wilde zijn. “Heb je ooit op een motor gezeten?”
“Nee?” En dit had het moment moeten zijn waarop hij weg zou lopen en haar haar eigen zaken zou moeten laten regelen. Maar ze had wel hem uit de weg getrokken toen die ander hem een klap had willen voorkomen, en het geschreeuw dat van binnen kwam beloofde niet al te veel goeds. Te voet zou hij nooit snel genoeg weg zijn.
En dus zette hij de helm op en klom bij Pyper achterop die doodsbak voor ze wegscheurde. Haar intentie was duidelijk om een verkeersongeluk te krijgen voor die jongeman bij haar was, en Nash klemde zich wellicht iets te stevig vast. De hele rit was zijn gedachtegang iets van oh god, ik ga dood. Ik ga dood. Of dat door de motor of door de gehele situatie was, of doordat hij bij een volslagen onbekende die blijkbaar standaard tasers en wat nog meer in haar zak had zitten, wist ook hij niet.
Tegen de tijd dat Pyper eindelijk stopte, was Nash compleet verkrampt, en afstappen ging dan ook niet heel soepel. Zijn handen trilden zo hard dat het moeite kostte de helm weer af te krijgen.
“What the hell?!” barste hij uit tegen Pyper. “Wat was dat? Wie was die gast? Waarom heb je een taser bij je?”Hij gebaarde om zich heen. “En waar de fuck heb je me heen gebracht?”
Normaal zou hij niet zomaar zo tegen mensen praten, maar adrenaline en een bijna-doodservaring konden rare dingen met mensen doen, wat maakte dat zijn toch al niet geweldige filter als het ging om woorden (like seriously Nash, genderneutrale toiletten?), nog wat beroerder functioneerde. En misschien was het ook een beetje angst wat er speelde. De plek waar ze hem heen gebracht had, was verdomd verlaten.
Zouden ze zijn lichaam hier straks terugvinden?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen