Za'afiel vloog achter Kevalth aan voor een tijdje en wist niet wat hij moest zeggen, hij voelde de duistere sfeer van Kevalth zelfs over zijn ziel kruipen.
Dit was niet Kevalth, het kon onmogelijk zijn zoon zijn. Iets had hem in zijn greep. Iets liet Kevalth deze acties doen, wist hij maar wat dat had kunnen zijn.
"Weet je eigenlijk wel waar we naar toe gaan?" Za'afiel probeerde hem aan te kijken, maar dat was niet gemakkelijk tijdens een vleugelvlucht.
"We zijn onderweg naar een bos, een tempel. Daar zal ik mijn laatste ei vinden." Kevalth stem was rustig, alsof het normaal was wat ze aan het doen waren.
Za'afiel had in de tijd dat hij het ei in zijn bezit had maar weinig informatie gevonden. Hij begreep ook niet hoe het Kevalth is gelukt om al twee eieren te bemachtigen en zelfs in gebruik nam. Het was Za'afiel niet eens gelukt om één ei aan de praat te krijgen.
"Waar heb je de informatie vandaan gehaald over deze eieren?" Opnieuw probeerde hij naar Kevalth te kijken.
"Ik had geen informatie nodig. De eieren riep naar mij. Ze wilden mijn hulp om te ontsnappen. Ze zochten hun meesters. En nu ga ik ze die geven." Kevalth grinnikte een beetje. Za'afiel begreep niet helemaal waarom Kevalth' sfeer hem zoveel deed, aangezien hij altijd degene was die al die slechte dingen deed en zou doen.
"Dit is niet de juiste oplossing, Kevalth. die kracht doet iets met je, iets slechts." Kevalth zuchtte zacht, hij was duidelijk teleurgesteld in zijn vader.
"Van alle wezens had ik van jou verwacht dat je dit begreep. Kracht is macht, met deze kracht kan ik er zo voor zorgen dat niemand mij meer zal verlaten!" Kevalth verlaten? Is dat waar het hem om gaat?
Za'afiel realiseerde zich dat Kevalth naar Czabock onderweg was. Hij had niet verwacht dat na zo lang dit nog iets met hem zou doen. Wat heeft Czabock zelfs tegen hem gezegd dat hem zo ver zou duwen.
"Dit is niet de manier, Kevalth." Kevalth gromde en draaide vliegend om, hij zweefde nu voor Za'afiel terwijl Kevalth hem pissig aan keek.
"Wil je opnieuw een gevecht met mij? Naar mijn weten kwam je de laatste jeer maar amper van mijn aanvallen weg, daarbij je durft niet eens je eigen zoon aan te vallen, dat is gewoon zwak." Opnieuw woorden die Kevalth anders nooit zou gebruiken.
"Ik wil dat je na gaat denken over wat je aan het doen bent, je weet niet eens wat er gebeurt als je dat derde ei tot je neemt. Het kan je vermoorden." Kevalth grijnsde. Het leek Kevalth niet te interesseren wat er met hem zou gebeuren.
Kevalth draaide zich weer om en vloog verder naar zijn bestemming terwijl Za'afiel alleen achter bleef. Hij had door dat hij Kevalth niet kon beschermen. Hij keek hem nog even toe in de hoop dat Kevalth het zou opmerken en terug zou kijken, maar het werd wel duidelijk dat Kevalth zijn eigen plannen ging doorzetten. Niets kon hem meer ophouden. En dat deed Za'afiel pijn.
De man in zijn droom had gelijk. Kevalth kan mogelijk dus wel erger worden dan hij ooit was geweest.
Za'afiel landde op de grond en bleef daar even liggen. Hij moest even rusten, en wennen aan die gedachten. Of hij wilde gewoon graag even die gedachtes vergeten.

Kevalth vloog ondertussen verder naar de groene tempel. Eerlijk gezegd had hij inderdaad liever dat Za'afiel niet met hem mee was gegaan. Hij hoeft niet constant die preek van hem te horen. Kevalth ergerde zich enorm eraan. Nog meer vanwege het feit dat Za'afiel complete volken van de kaart verwijderde, en dit ging alleen maar om een paar eieren.
"Ik vraag mij af of hij wel echt bezorgd was, of gewoon bang." Een nieuw stemmetje kwam naar boven, 'Red'. De stemmen hadden geen naam, maar als ze die wel hadden dan had Kevalth ze zo genoemd zoals ze zijn.
"Za'afiel is gewoon bang. Als hij echt bezorgd was had hij mij proberen te stoppen." Ondertussen zag Kevalth het bos al in de verte, en zag al voor zich hoe het gebouw eruit zou moeten zien, alsof hij zich herinnerde hoe het eruit zag. Ook al was hij daar nog nooit geweest.
"Hij leek wel even bang," lachte de blauwe stem. Het liet een grijns opkomen op Kevalth' gezicht. Hij kon zich nog moeilijk voorstellen wat dat laatste ei met hem zou doen, maar hij kon zich prima voorstellen hoe het zou zijn om met drie stemmen te leven. Om nooit meer die eenzaamheid te voelen. En daar bovenop nog eens de kracht die daarbij kwam.
"Jullie maken mij echt blij, wisten jullie dat?" Hij kon natuurlijk niet de gezichtsuitdrukkingen van de kleuren zien, maar dat maakte hem niets uit. Hij vond het prima zo.
Hij zag de tempel in zicht komen en landde er net voor. Het leek hem echt heel bekend. Dat het hem zo bekend voor kwam irriteerde hem een beetje, maar misschien hielp het hem om door die gangen heen te komen.
Hij herinnerde een zin dat random naar boven dreef. 'Een tempel dat zich bevindt in het hart van de levenden, met een hart zo duister als de nacht, waarbij zelfs de doden van angst weg blijven.' Zelfs Kevalth wist niet wat hij daarvan moest vinden, maar het klonk wel interessant voor hem.
Hij wandelde instinctief naar een steen en plaatste een edelsteen in het motiefje die hij uit het niets had gepoeft. Hij had niet eens meer door wat hij deed. Het maakte niet uit. Hij voelde hoe hij dichter bij dit ei kwam. Hij voelde gewoon hoe het naar hem riep om dichterbij te komen. Zich te verenigen met de andere twee in zijn lichaam.
Een trap verscheen dat onder een gigantische boom ging. Het zag er om eerlijk te zijn erg indrukwekkend uit.
Hij wandelde naar binnen en voelde meteen hoe een zware druk aan magie op zijn lichaam begon te rusten. Kevalth voelde hoe de lichtjes van zijn magie begonnen te doven. Het bracht hem een zware koppijn, waarbij zijn zicht verslechterde naarmate de hoofdpijn verergerde. Hij kon niet opgeven, hij wilde niet opgeven. Zijn laatste ei was hier. Het groene ei. Als hij dat ei zou bemachtigen, zou hij zeker weten nooit meer alleen zijn. En dat was wat Kevalth wilde. Waarvoor hij vocht.
Eenmaal wanneer hij verder door de gangen wandelde was er plots een stem hoorbaar, een vrouwelijke stem.
"Wat een gekwelde ziel, zo zielig en alleen. En toch, deze ziel, zo bekend." Er was een gegrinnik te horen.
Kevalth wist niet dat hier überhaupt wezens zouden zijn, maar deze voelde aan alsof het wezen overal had kunnen zijn.
"Ik ben bekend?" vroeg Kevalth kort terwijl hij verder wandelde. Hij voelde nog steeds het derde ei in de buurt te zijn. En zolang hij die kon voelen was het allemaal goed.
"Jij niet, maar jouw ziel is bekend. Een hele sappige ziel." Het wezen lachtte en stond ineens voor Kevalth stil. Ondanks dat Kevalth bijna niets kon zien stond hij wel meteen stil.
"Zo oplettend ook, jouw ziel heeft zeker potentie." Kevalth wist niet waar ze over aan het spreken was. Eerlijk gezegd interesseerde het hem ook niet, hij kwam hier maar voor een reden, dat groene ei.
Kevalth wilde daar om vragen, maar voor hij dat kon doen begon het wezen voor hem opnieuw te spreken. "Jij wilt dat groene ei, is het niet? Misschien is het maar beter dat ik je die nu geef. De toekomst hangt er een beetje van af. Daarbij is het nog te vroeg om jou alles te laten zien, Kevalth." Hoe wist ze zijn naam? Hij heeft die nooit uitgesproken. Haar hele gesprek riep zoveel vragen op, waren hier nog meer dingen waar hij vanaf moest weten? Voor Kevalth weer wilde spreken leek zijn keel wel dicht geknepen. Iets liet hem niet spreken.
"Te vroeg voor je vragen, mijn naam is Nerva, onthoud die maar goed, jonge draak." Zonder dat Kevalth iets deed hield hij zijn klauw naar voren. Hij kon ermee iets aanpakken, maar dat hij zichzelf niet kon besturen was vrij beangstigend.
"Just do, what you do best." Nerva grinnikte en gaf hem dat groene ei. Dit ging veel gemakkelijker dan gedacht, en ondanks hij toch niet kon spreken, was hij alleen maar meer verbaast dat hij ineens weer buiten stond, midden in het bos. Hij kende dit deel van het bos niet eens, en die grote boom was hier ook niet in de buurt. Hij had nu wel het groene ei. Hij voelde hoe het ei naar hem fluisterde. En hoe de andere twee terug fluisterde. Het voelde zo compleet.
Kevalth glimlachte. Hij wist meteen wat hij moest doen en opende het ei. In een spiraal kwam het groene stof op hem af dat hij op snoof in zijn geheel. Hij sloot zijn ogen toen hij de kracht tot zich op nam en voelde meteen hoe compleet dat hem maakte. Het voelde zo goed dat hij nu alle drie de eieren samen had. Dat hij nooit meer alleen hoefde te zijn van deze stemmen.
Hij opende zijn ogen, maar hij zag niets.
Hij maakte er niet eens zorgen over. Hoe kan iemand zich geen zorgen maken als die niet meer ziet?
Kevalth was misschien nu wel blind, maar hij kon prima zien. Alleen was alles nu anders. Zijn zicht was veranderd in zoveel meer. Alsof geuren een kleur had. Hij kon zelfs de steen van zo ver ruiken dat hij prima zou kunnen zien waar hij liep. Niemand zou denken dat hij blind was. Waarom zouden ze?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen