Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik... Ik ben gewoon niet in een hele feestelijke stemming, Dean. Sorry.'
Dean begint dingen te zeggen, over hoe hij dat begrijpt en dat ik het moet zeggen als ik iets nodig heb, wat dan ook, en dat hij er voor me is, maar ik luister niet zo goed. Ik loop maar gewoon langs hem heen, de badkamer in, en wacht tot ik onder de douche sta voordat ik begin te huilen.

Twee weken later hebben Nathan en ik Hailey niet meer gesproken. We hebben elkaar wel eens in het openbaar gezien, maar we kwamen nooit verder dan "hoi" en "doei". Ik zie haar pas weer echt, toevallig, wanneer allebei onze dagen op verschillende manieren helemaal verpest zijn.
Nathan en ik zijn erbij wanneer het telefoontje gepleegd wordt. We waren toevallig even in de ruimte waar de 911-telefonisten zitten, om een babbeltje te maken. De afdeling zit immers vast aan het bureau. De telefoniste waarmee we aan het praten waren - Trix, heet ze - had niet eens de tijd om de telefoon van de luidsprekerstand te halen en haar koptelefoon op te doen, toen er gebeld werd. Ze nam meteen op, en het gegil aan de andere kant van de lijn was goed hoorbaar.
Het was een vrouw, die iets schreeuwde over haar man, over dat hij een veteraan was, over dat hij PTSS had, over hoe hij zijn geweer had gepakt en nu aan het schreeuwen en dreigen was en stuur alsjeblieft help, help help help help help.
Zodra we het adres uit haar hadden gepeuterd, gingen Nathan en ik er meteen naartoe.
En nu, wanneer we haastig voor het huis geparkeerd hebben, hoor ik het geschreeuw luid en duidelijk. We rennen naar de voordeur en bonken er hard op. Wanneer niemand opendoet en het gedempte geschreeuw alleen maar aanzwelt, breken we de deur open.
De vrouw vinden we in een hoekje van de keuken, op de grond en in elkaar gedoken. Haar echtgenoot staat een paar meter bij haar vandaan met zijn geweer te zwaaien. De helft van zijn geroep kan ik niet verstaan.
‘Politie!’ roep ik. ‘Leg je wapen neer!’
Hij draait zich in één ruk naar ons om en lost een wanhopig, slordig schot. We deinzen achteruit. Terwijl Nathan meteen om versterking roept, probeer ik de man gerust te stellen.
‘Emmett,’ snikt de vrouw. ‘Emmett, wat doe je? Houd alsjeblieft op.’
Ik zie de man - Emmett, blijkbaar - diep en schokkerig ademhalen, zijn borstkas zichtbaar krimpend en uitzettend. Hij kijkt schichtig om zich heen, en dan roept hij dat iedereen stil moet zijn, dat ze allemaal verdomme hun kop moeten houden. En dan richt hij het geweer recht op mijn borstkas, waar binnenin mijn hart een slag overslaat. Hij kijkt me met bloeddoorlopen, panische ogen aan, en vraagt: ‘Heb jij het gedaan? Ben jij het?’
‘Heb wat gedaan?’ vraag ik, zo kalm mogelijk. Ik laat mijn handen zien om te tonen dat ik ongewapend ben, en hoop dat hij de holster aan mijn heup niet ziet.
‘Leg. Het. Geweer. Neer,’ zegt Nathan. Hij klinkt nog zenuwachtiger dan ik, ook al is hij niet degene waar een wapen op gericht wordt.
Emmett begint te huilen, en automatisch laat hij het vuurwapen wat zakken. Ik kan alleen maar even opgelucht ademhalen.
Zijn schouders schokken wanneer hij zegt: ‘Heb jij het gedaan? Mijn lieve, lieve Olivia. Heb jij haar vermoord? Heb jij mijn vrouw vermoord?!’
Zijn vrouw - Olivia - krijst wanhopig: ‘Emmett, ik ben hier! Wat ben je in godsnaam aan het doen?! Ik ben gewoon hier!’
Hij draait zich vliegensvlug naar haar om en duwt de loop van het geweer tegen haar voorhoofd, zo hard dat haar hoofd achteroverslaat tegen de muur. Ze snik en laat een jammerend geluidje horen.
‘Heb jij er iets mee te maken?!’ eist hij.
Ze huilt, probeert weg te komen van het wapen. Hij loopt weer weg en schreeuwt iets wat ik niet kan verstaan, maar Olivia ineen doet krimpen. Dan zakt hij ineen bij de keukentafel, hulpeloos huilend. Hij snikt iets, maar ik versta alleen maar de naam van zijn zogenaamd vermoorde echtgenote, ook al zit zijn vrouw gewoon in de kamer.
Nathan en ik durven nog niet dicht genoeg bij hem in de buurt te komen om het geweer af te pakken, bang dat dat hetgeen is wat tot een slachting zal leiden. Olivia is de eerste die iets durft te doen en kruipt bevend van angst over de vloer naar haar man toe.
‘Liefje. Liefje, ik ben gewoon hier,’ kermt ze schokschouderend. ‘Emmett, lieverd, kijk me aan. Het is alleen een hallucinatie. Ik ben hier. Ik ben echt. Kijk me aan, schatje.’
Dat doet hij niet, en wanneer ze haar hand op zijn knie legt, gaat hij weer door het lint. Hij schreeuwt moord en brand en trapt om zich heen. Olivia probeert hem vast te pakken, maar hij duwt haar van zich af.
‘Olivia, stap bij hem weg,’ zeg ik, en ik stap al naar hen toe om haar weg te trekken.
Dat is, natuurlijk, het moment waarop het allemaal misgaat. Emmett grijpt haar ruw vast en trekt. Ik denk niet dat het geheel opzettelijk was, maar ik hoor haar vingers breken. Ze krijst het uit van de pijn. Ik pak haar vast en trek haar snel weg, buiten Emmetts bereik. Terwijl hij in een soort dierlijk gekreun “nee” blijft kermen, keer op keer op keer, pakt hij opnieuw het geweer. Hij doet zijn mond open, plaatst de loop tegen zijn gehemelte. Hij haalt de trekker over.
Het enige wat luider is dan de knal van de kogel die wordt afgevuurd, is Olivia’s gil van afschuw. Ze rukt zich van me los en werpt zich bovenop het dode lichaam van haar man. Ze schreeuwt het uit, trekt aan zijn kleren. Ik denk dat ze zijn naam probeert te roepen, maar het is voornamelijk onverstaanbaar gesnik. Ze drukt zich tegen hem aan, verbergt haar gezicht in zijn hals en tegen zijn schouder. Ze begint te jammeren; een monsterlijk, verscheurend geluid, dat van heel diep vanbinnen komt. Ze duwt zijn hand tegen haar mond en probeert op te houden met snikken, maar het lukt niet.
In de verte hoor ik sirenes van politie-auto’s en ambulances harder worden: de versterkingen. Te laat.
Het duurt niet lang voordat er een hele zwerm aan mensen het huis binnen komt vallen. Nathan en ik staan daar maar gewoon, volledig overweldigd, en kijken toe hoe anderen proberen deze ravage op te lossen. Markson, de teamleider, haalt mij en Nathan even opzij om ons te spreken.
‘Het spijt me,’ zegt hij. ‘Ik weet niet wat er organisatorisch mis is gegaan, maar dit hadden jullie niet in je eentje hoeven doen. Jullie hebben nog maar een paar maanden ervaring. Later kunnen jullie uitgebreider vertellen over wat er gebeurd is, maar als ik afga op wat ik nu zie, kan ik wel concluderen dat dit niet iets is wat jullie zonder hulp hadden moeten hoeven doorstaan,’ zegt hij. ‘Waarschijnlijk kunnen jullie het beste gewoon even met die vrouw meegaan naar het ziekenhuis, om te controleren of alles goed gaat, en daarna mogen jullie wat mij betreft de rest van de dag vrij nemen. Als jullie nu al liever naar huis willen, neem ik het nu al wel van jullie over.’
Ik maak even oogcontact met Nathan, en omdat we elkaar zo goed kennen staat dat voor anderen mensen eigenlijk gelijk als een heel gesprek.
‘We brengen haar nog wel even naar het ziekenhuis,’ zegt Nathan, en ik vraag me af of hij ook denkt aan het geluid van haar brekende vingers. ‘Om uit te kunnen leggen wat er gebeurd is.’
Markson lijkt even te aarzelen, maar knikt dan.
‘Is goed,’ geeft hij dan toe. ‘Doe rustig aan. Ik neem morgen nog wel weer even contact met jullie op.’
We knikken en lopen snel met de ambulancebroeders mee naar buiten, waar de hysterische Olivia de ambulance in wordt getrokken. Ze snikt en gilt, probeert terug te rennen naar haar man, naar haar huis, naar alle ellende van de afgelopen minuten. Uiteindelijk slagen Nathan en ik erin om haar ervan te overtuigen mee te gaan naar het ziekenhuis.
Terwijl de ambulance vertrekt, lopen Nathan en ik naar onze patrouillewagen.
‘Ik kan rijden,’ zeg ik, wanneer ik zie dat Nathan aanstalten maakt om achter het stuur te gaan zitten.
‘Weet ik,’ zegt hij, en toch neemt hij plaats achter het stuur.
Ik loog niet: ik kan rijden, in principe. Maar er is vandaag een geweer op me gericht, en ik was heel dichtbij toen Emmett zichzelf om het leven bracht, en het is waarschijnlijk inderdaad het beste als Nathan de taak van chauffeur op zich neemt.
De rit verloopt heel lang in stilte. Ik voel me een beetje week, en het lukt me niet helemaal om mijn knieën stil te houden. Nathan, zie ik, houdt het stuur heel stevig vast, alsof hij zijn handen onmogelijk kan ontspannen.
'Dat was...' begin ik uiteindelijk, maar ik maak mijn zin niet af.
Nathan begrijpt al wat ik bedoel en knikt. 'Ja.'
We komen later bij het ziekenhuis aan dan de ambulance, maar we weten al vrij snel de artsen te vinden die Olivia behandelen en leggen alles zo helder mogelijk uit. Als politie-agenten horen we kalm en duidelijk te zijn, horen we orde te kunnen handhaven en zelfverzekerdheid uit te kunnen stralen. Op het moment zijn Nathan en ik gewoon twee jongens van begin twintig die zwaar in shock zijn.
We helpen de artsen zo goed mogelijk om de situatie te begrijpen, en daarna gaan we maar gewoon weg. De rest van de dag hebben we vrij gekregen (we hadden toch nog maar een paar uur te gaan), en ik denk dat het wel terecht is. We zullen hier allebei aan moeten wennen, ooit, maar we hebben nu nog maar een paar maanden werkervaring, en dan is een situatie als deze heel heftig.
We strompelen maar een beetje door het ziekenhuis richting de uitgang. We hebben hier zo vaak gelopen toen Blueberry ziek was dat we het gebouw op ons duimpje kennen.
Ik voel nog steeds de schok van wat er gebeurd is, samen met een slopende vermoeidheid en een heel verdoofd gevoel.
En de ellende is nog lang niet voorbij, blijkt.
Mijn tweede hartaanval van de dag komt wanneer we door een gang van het ziekenhuis lopen en er ineens een deur open wordt gezwaaid. Ik zie Hailey naar buiten strompelen, gekleed in een doktersjas vol dieprode vlekken. Haar handen zitten onder het bloed, en daarmee laat ze donkere vegen achter op de witte muren, wanneer ze daar steun bij zoekt. Ze ziet er week uit, en ik ben bang dat ze door haar benen zal zakken. Haar gezicht is asgrauw, lijkbleek.
Het gaat bijna automatisch. Ik stap geschrokken naar haar toe, sla een beschermende arm om haar middel. Zodra ze mijn ondersteuning voelt, begeven haar knieën het en vang ik haar gewicht op. Ze beeft. Ik vraag: ‘Hailey, gaat het wel?!’

Reacties (3)

  • IrisThePiris

    Die koppeling naar Hailey's kant van wat er met haar is gebeurd is echt goed.
    Maakt me benieuwd!

    9 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    O nee wat is er met haar gebeurd?

    9 maanden geleden
  • BethGoes

    O. Mijn. God. Wat heftig dit zeg! Ik ben nu zó benieuwd wat er is gebeurd!

    9 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen