Foto bij Agent Holemen: Saints & Storms [Part 4]

• • •


Financial District, San Francisco, California, 11:59 AM May 3rd 2016

Wat had ik graag gewild dat ik één van de in tijd bevroren personen was, zodat het lot van de stad niet in mijn handen lag. Je kan helaas ook niet alles hebben.
      Beneden aangekomen zagen we dat er inderdaad een barst in een van de ramen verschenen was. Hij liep niet helemaal verticaal, maar was een beetje schuin. Het deed me aan een wijzer van een klok denken.
      ‘Hoe houden we bij hoeveel tijd we nog hebben als we naar SHIELD gaan en de barsten niet kunnen zien?’ vroeg ik me hardop af.
      Silver was verder de straat ingelopen. ‘Eh, jongens?’ Ze wees omhoog.
      Adam en ik volgden haar blik en zagen dat er in de lucht boven de Salesforce Tower een zwarte barst in dezelfde vorm als in het raam was verschenen. Het hing daar als een vreemd sculptuur. Het ging mijn verstand te boven hoe zoiets kon, maar de anderen haalden hun schouders op en liepen richting de auto. In ieder geval konden we nu de tijd van ver weg bijhouden.
      Opnieuw zigzagden we om stilstaande voertuigen heen. Om de zoveel tijd keek ik achterom naar de toren, maar er hing nog steeds een enkele barst. Ik wist dat klokken het niet meer deden, maar toch vroeg ik me af hoeveel minuten ze ons hadden gegeven.
      ‘Hé, Silver,’ begon Adam, die voorin op de passagiersstoel zat. ‘Hoe ben jij eigenlijk in San Francisco terechtgekomen? En hoe kan het dat niemand hier doorheeft dat je al zestig jaar hetzelfde eruit ziet?’
      Ze manoeuvreerde net om een vrachtwagen die schuin over de weg stond. ‘Ik vond het wel een leuke stad. En ik verhuis veel, ik heb inmiddels bijna in alle wijken gewoond.’
      ‘In het dossier dat Edward over je hebt geschreven stond dat je veel in oorlogen gevochten hebt,’ zei ik.
      Ze keek me met haar onpeilbare donkere ogen via de binnenspiegel aan. ‘En je vraagt je zeker af waarom ik nu niet in Afghanistan of Syrië ben.’
      Ik had het niet zo direct willen stellen, maar het was wel bij me opgekomen. Een onsterfelijke supersoldaat was waardevol, kijk maar naar wat ze met Steve hadden gedaan.
      Silver zuchtte en zei toen: ‘Ik was het zat op een gegeven moment. Je zou denken dat na een paar duizend jaar mensen wel doorhebben dat vechten geen zin heeft, maar ze blijven het doen. Wie ben ik dan om me er mee te blijven bemoeien? Ik vecht, we winnen, en er komt weer een nieuwe oorlog. Maar ik wil ook gewoon leven.’
      Dat leek me een deprimerende kijk op de menselijke geschiedenis, maar voor het grootste deel ervan was ik er niet bij. Ik kon me niet voorstellen wat ze allemaal had meegemaakt.
      Een aantal momenten was het stil en dacht ik na over wat ons te doen stond. Het wapen wat we zochten lag waarschijnlijk in het best beveiligde deel van de basis, maar ik wist niet zeker of ik wel bevoegd was om daar te komen. En als we al binnenkwamen, wisten we alsnog niet zeker welk wapen de aliens bedoelden. In ieder geval zouden we geen beveiligers tegenkomen die lastige vragen gingen stellen, dus dat scheelde weer.
      ‘Wat stond er nog meer over mij in het dossier?’ vroeg Silver. Het was haar bedoeling dat ze nonchalant klonk, maar ik kon een lichte spanning horen. Een dossier over haar bij een organisatie zoals SHIELD zou een onopvallend leven wel moeilijker maken.
      Ik wilde antwoorden, maar Adam was me voor. ‘Klopt het dat je je soms als een man vermomde om dingen te doen die anders onmogelijk waren?’
      ‘Oh, dat.’ Ik kon haar gezicht vanaf de achterbank niet helemaal zien, maar ze leek bijna te glimlachen. ‘Ja en nee.’
      ‘Dat is heel verhelderend.’
      ‘Ik bedoel dat ik me soms als man vermomde terwijl ik me vrouwelijk voelde, vanwege de reden die jij noemt. Maar de meeste tijd ‘vermomde’ ik me als een man terwijl ik me echt mannelijk voelde, dus dan is het niet echt vermommen meer, of wel?’
      Er begon me iets te dagen. ‘Je bedoelt… dat je genderfluid bent?’
      ‘Ik ga nu echt heel oud klinken, maar vroeger hadden we die term niet en wist ik nooit hoe ik mezelf moest omschrijven. Ik denk dat het ongeveer is wat ik ben, als dat jullie helpt.’
      ‘Cool,’ zei Adam.
      ‘Als je dat ook tegen Edward zegt, kan hij je dossier bijwerken,’ voegde ik grappend toe.
      Nu lachte Silver echt. ‘Wat leven we toch in een geweldige tijd. Vroeger zouden ze me met hooivorken achterna hebben gezeten.’
      ‘Misschien helpt het dat je bewapend bent en waarschijnlijk meer manieren weet om mensen te doden dan elk leger op aarde bij elkaar, maar ik heb bijna medelijden met degenen die jou ooit in de weg hebben gestaan,’ zei Adam, wat volgens mij het aardigste was dat hij de afgelopen uren gezegd had.
      ‘Ik weet niet of ik dat als een compliment moet beschouwen, maar bedankt.’
      De omgeving begon er inmiddels bekend uit te zien en ik keek uit de vooruit. ‘Dat is SHIELD. We zijn er.’


SHIELD base, Excelsior District, San Francisco, California, 11:59 AM May 3rd 2016

Alles zag er nog precies hetzelfde uit zoals we het hadden achtergelaten. Ik moest toegeven dat het nogal schrikken zou zijn als dat niet het geval was geweest, maar toch was het verontrustend.
      In de lucht boven de Salesforce Tower was er nog een barst in de lucht verschenen, nu op de plek waar op een klok de wijzer op het tweede uur zou staan. Het was moeilijk te zeggen, maar ik schatte dat we nog tussen de een en twee uur hadden voor de vrij letterlijke deadline.
      We liepen langs de Romeinen het gebouw in. Ik checkte bij Natasha en de anderen in de controlekamer en iedereen stond nog op zijn plek. In de kantine zat Clint er ook nog steeds, met zijn mond in het midden van het vormen van een woord. Ik weerstond de neiging om een grap bij hem uit te halen, zoals iets op zijn hoofd leggen.
      ‘Dus, Ray, waar bewaren ze wapens?’ vroeg Adam, voordat hij een frietje in zijn mond deed, gestolen van het bord van de accountant een paar tafels verderop.
      Ik wees naar de vloer. ‘Een paar verdiepingen onder ons. Ik hoop dat ik de lift aan de praat weet te krijgen.’
      ‘Heb je überhaupt wel toegang tot die verdieping?’ vroeg Silver. ‘Misschien hebben we iemand van hogerop nodig, no offense.’
      ‘None taken. Ik denk dat Clint ons wel kan helpen.’ Ik begon in de zakken van zijn jasje rond te wroeten en kwam onder andere snoepwikkels, extra batterijen voor zijn hoortoestellen, en haarelastiekjes van Natasha tegen. Uiteindelijk vond ik in zijn binnenzak datgene wat ik zocht: een toegangspas van een hogere bevoegdheid dan het mijne. ‘Ta-da! Bedankt, gast.’
      Godenzijdank deed de lift het nadat ik een aantal keer op de deuren geklopt had. We stapten uit op verdieping -5, waar het donker en akelig stil was. Ondanks dat er niemand was, legde ik een hand op mijn geweer.
      De anderen leken hetzelfde te denken. ‘Hoe eerder we dat wapen gevonden hebben, hoe beter,’ zei Adam.
      We liepen naar de deur van de opslag en ik probeerde de pas te scannen. Het apparaat reageerde niet. Ik probeerde het opnieuw, dit keer terwijl ik het aanraakte. Het licht sprong op groen, maar de deur schoof niet open.
      Wat was er met mijn magische apparaat-gave gebeurd? Terwijl ik het nogmaals probeerde begon ik me steeds meer als een oplaadkabel te voelen die het opeens was opgehouden te doen.
      Adam observeerde de deur. ‘Ik neem aan dat dit met een programma werkt, die de pas verifieerd met wat er in het systeem staat?’
      Ik gromde gefrustreerd. ‘Ja. Zoiets.’
      Hij knikte. ‘Dus daarom doet hij het niet. Het signaal kan niet naar de server gaan omdat de server het nu niet doet.’
      ‘Wat dan? Moet Ray naar de server gaan?’ vroeg Silver, die zo te zien net zo weinig ervaring had met deze dingen als ik.
      Adam wreef zijn kin nadenkend. ‘Dat zou niet werken. Hij kan niet tegelijkertijd de server en het systeem van de deur activeren.’
      ‘Ik kan teleporteren?’ stelde ik voor. ‘De server aanzetten en dan heel snel deze hier aanzetten.’
      Hij knipte met zijn vingers. ‘Dat is het!’
      Ik was zowaar onder de indruk van mezelf. ‘Echt waar?’
      ‘Nee, dat was een vreselijk idee. Ik bedoel dat je naar binnen kan teleporteren en dan de deur voor ons kan opendoen.’
      Silver fronste. ‘Waarom zou dat wel werken?’
      Adam moest zo te zien zijn best doen om zijn geduld niet te verliezen terwijl hij het ons uitlegde. ‘Als je al binnen bent en dan de deur open wilt doen, gaat het systeem ervan uit dat je al nagetrokken bent en daar mag zijn. Het hoeft het geen signaal meer te sturen naar de server. Alleen de apparatuur hier moet dan aanstaan.’ Hij hield zijn hoofd een beetje schuin. ‘Het is eigenlijk net zoals een bijenkorf.’
      Ik had mijn twijfels erbij. ‘Weet je zeker dat het zo werkt en ik niet daarbinnen vast kom te zitten?’
      Hij haalde zijn schouders op. ‘Het is het waard om het te proberen. De deur ziet er te zwaar uit om er doorheen te beuken.’
      Daar had hij gelijk mee, maar toch was ik er onzeker over. Bij alle keren dat ik vandaag geteleporteerd had, had ik er eigenlijk niet echt over nagedacht. Het was me gelukt omdat ik me bang of paniekerig voelde, en één enkele keer omdat ik me schaamde.
      Adam en Silver keken zo verwachtingsvol naar me dat ik wel iets moest zeggen. ‘Ik weet niet of ik het kan.’
      ‘Maar je hebt het eerder gedaan,’ drong Adam aan.
      ‘Niet doelbewust! Ik weet niet hoe ik dit aan moet pakken.’ Ik staarde naar de deur en kon me niets anders voorstellen dan dat ik halverwege erin vast zou komen te zitten.
      ‘Oké, dat snap ik.’ Silver legde een hand op mijn schouder. ‘Diep ademhalen. Stel je voor wat er aan de andere kant van de deur is.’
      ‘Nog meer deur. Het is een dikke deur.’ Ik probeerde niet in paniek te klinken.
      ‘De ruimte zelf, bedoelde ik. Probeer je in te beelden dat je er al bent.’
      Ik probeerde het, echt waar, maar wat het ook was dat me mijn krachten gaf, het leek verdwenen te zijn. Mijn adem begon vlak te worden.
      ‘Hé, kijk me aan.’ Uit Silvers ogen was geen teleurstelling af te lezen. ‘Je kan dit.’
      Om de één of andere reden wat het die drie woorden die me het meest hielpen. Ik kon dit. Ik moest wel, als ik mijn vrienden en de wereld weer normaal wilde maken.
      Ik stapte naar de deur en bevond me opeens ergens anders. Ik werd niet duizelig en mijn neus bloedde niet, maar dat was het enige goede. Het was donker en gedesoriënteerd voelde ik om me heen. Koude, metalen wanden. De lucht rook muffig. Een van mijn handen botste tegen een kastje op de wand voor me. Ik hield het vast en op gevoel scande ik de toegangspas.
      De deur schoof open en ik moest met mijn ogen knipperen tegen het plotselinge licht.
      Adam zuchtte alsof hij zijn adem in had gehouden. ‘Wat ben ik blij dat dat werkte.’
      Silver leek zowaar trots. ‘Goed gedaan. Nu alleen nog het juiste wapen vinden.’

Dat was makkelijk gezegd dan gedaan. Het bleek dat er meerdere wapens waren die aan de eisen konden voldoen. We kwamen langs een aantal 0-8-4’s, geweren van de chitauri uit New York, en een paar dingen die blijkbaar gevaarlijk waren, maar er niet zo uitzagen.
      Adam opende een klein doosje en wilde de roze pen die erin lag pakken, maar ik wist nog net op tijd zijn hand weg te trekken. ‘Niet doen! Je weet niet wat het is!’
      ‘Het is een pen,’ zei hij droogjes.
      ‘Dat door SHIELD bewaart wordt in een extra beveiligde afdeling.’
      We zochten verder. Ik liep langs een ijzeren halo dat in een glazen kast hing en een klein schild uit de tijd van de kruistochten, die van hetzelfde ijzeren materiaal gemaakt leek te zijn.
      ‘Hé, jongens? Zou het dit niet kunnen zijn?’ Silver stond bij een andere glazen kast waar een rek in hing. Ze wees naar één van de zwaarden die erin stonden. Ik huiverde en dacht dat het Harpe was, maar het bleek een ander zwaard te zijn, van Noorse maak. Er stond erbij dat het zwaard van Torunn was, en dat het onder andere bliksem af kon schieten.
      ‘Ik weet niet of het deze is,’ zei Adam. ‘De aliens hebben geweren en geavanceerde ruimtevaart, dus een magisch zwaard is misschien niet heel nuttig voor hen.’
      Silver haalde haar schouders op, waardoor haar boog en pijlen op en neer ging. In het halfduister van de kamer verspreidden ze een vaag, zilverachtig licht. Het deed me aan maanlicht denken. ‘Dus we moeten eigenlijk op zoek naar iets dat ook in de ruimte gebruikt kan worden?’
      ‘In dat geval…’ Ik draaide me om en liep naar de verste muur. Er stond een grote krat die mijn aandacht getrokken had. Ik haalde de deksel eraf en keek erin.
      Het bleek een soort kanon te zijn, gemaakt van zowel marmer als platina en ijzer. In plaats van een rond gat was de mond in de vorm van een kruis, zoals bij sommige militaire onderscheidingen.
      Adam las wat er op de deksel stond. ‘Waarom heet het “Crucifix”? Is dit bedoeld voor extreme exorcisme?’
      ‘Wat doet het?’ vroeg Silver, die over onze schouders meekeek.
      ‘Schot van pure energie, bereik van maximaal een paar duizend kilometer, brandt door alles heen,’ las Adam voor. ‘Kan een gat ten grote van tien bij tien branden. Hé, er zit een video bij.’
      ‘Wat?’ Ik had het over het hoofd gezien, maar in de deksel zat blijkbaar een schermpje die aan was gegaan toen ik het aanraakte. We zagen een onherbergzaam gebied waar een paar SHIELD agenten het kanon richtten op een berg. Er volgde een verblindende flits en een herrie die zo luid was dat het geluid statisch werd. Het licht doofde weer. De top van de berg was compleet verdwenen.
      Adam floot. ‘Met de groetjes van God.’
      Silvers gezicht vertrok. ‘Liever niet.’
      Ik keek weer naar het kanon en vroeg me af waar het al die energie vandaan haalde. Nu ik beter keek zag ik dat de letters OCS in het marmer gegrafeerd stonden.
      ‘Is dit het dan?’ vroeg ik. ‘Het wapen dat die Atirnbi gasten willen?’
      ‘Ik zie niets anders dat het zou kunnen zijn,’ zei Adam. ‘Tenzij we nog een extraatje willen meenemen? Een zwaard, iemand?’
      ‘Dat we inbreken betekent niet dat we zomaar kunnen winkelen,’ zei Silver streng. ‘We nemen dit mee en geven het aan de aliens voordat de tijd om is.’
      Dat was nog even een dingetje. Het krat was te zwaar om te kunnen dragen, maar een gang verder vonden we een handmatige palletwagen. We duwden het krat erop, rolden het naar de lift en stonden uiteindelijk in de hal ermee.
      ‘Dit gaat nooit in de auto passen,’ zei ik.
      Adam grijnsde. ‘Dan wordt het tijd dat we ook een busje jatten. Ik ben zo weer terug.’
      Na een paar minuten verscheen hij weer, met autosleutels in zijn handen. ‘Als het goed is, horen deze bij een busje dat buiten staat.’
      Hij leek gelijk te hebben, al wilde ik niet weten waar hij die sleutels vandaan had gehaald. We laadden het kanon in het busje en stapten in. Inmiddels waren er boven de Salesforce Tower drie nieuwe barsten verschenen, op de plekken van het derde, vierde en vijfde uur, wat in totaal 5 barsten gaf. Het zoeken naar het wapen had ons meer tijd gekost dan dat me lief was, maar als alles goed ging, hadden we meer dan genoeg tijd om naar de Golden Gate te rijden.
      Adam en ik gingen achterin bij het krat zitten terwijl Silver reed. Opnieuw zigzagden we langs stilstaande auto’s. Halverwege, toen we in het Golden Gate Park waren, zei Adam: ‘Ik vind dat we een plan B moeten bedenken, voor het geval dat.’
      Het laatste wat ik wilde was dat we een plan B nódig zouden hebben. ‘Hoe bedoel je?’
      ‘Hij bedoelt voor als het wapen toch niet het juiste blijkt te zijn,’ zei Silver. ‘We willen niet dat dit wapen dan alsnog in de handen van de aliens valt en het tegen ons gebruikt wordt.’
      Adam knikte. ‘Precies. Ik wil heel graag in leven blijven, als het even kan.’
      Ik dacht na. ‘De snelste manier om met het kanon weg te komen is om te teleporteren, maar ik weet niet of ik ons alle drie dan mee kan nemen.’
      ‘Heb je niet een hele bus met mensen geteleporteerd?’ vroeg Adam. ‘Dan moet dit ook kunnen.’
      Silver fronste en keek me via de binnenspiegel aan. ‘Je hebt wát gedaan?’
      ‘We stonden allemaal op het punt om dood te gaan, wat nogal slechte motivatie voor je argument is, dus ik had geen andere keuze.’
      ‘Goed dan,’ zei Adam. ‘Ik stel voor dat Ray in zijn eentje het kanon aflevert en dat Silver en ik verderop staan. Als het nodig is, kan je naar ons in de bus teleporteren en zijn we er zo vandoor.’
      Ik keek naar de top van de Salesforce Tower, net toen er een nieuwe barst kronkelend in de lucht verscheen. Dat maakte er zes barsten van, wat betekende dat we op de helft van de tijd zaten. Het kanon moest wel het juiste wapen zijn, want we zouden niet genoeg tijd hebben om met iets anders te komen.
      Toch zat het me niet helemaal lekker. ‘Jongens, ik weet dat we de stad moeten redden. Maar doen we nu wel het juiste? Is de vijand machtiger maken dan dat ze al zijn niet het tegenovergestelde van wat we willen?’
      ‘We moeten ervan uitgaan dat ze weer vertrekken als ze hebben wat ze willen,’ zei Silver, al klonk ze er onzeker over.
      ‘En als ze dat niet doen?’ vroeg ik sceptisch.
      ‘Dan hebben we een groot probleem,’ zei Adam. ‘We zijn er bijna, dus als iemand een beter plan heeft, hoor ik dat graag.’
      Hij had gelijk. Inmiddels reden we door het Presidio, het grote recreatiepark dat aan het zuidelijke uiteinde van de Golden Gate Bridge lag. Nog even en we zouden het ruimteschip kunnen zien en de aliens die ons opwachtten. Ik had er geen goed gevoel over, maar ik had ook geen beter plan.
      We reden de 101 op en ik hield mijn adem in, half verwachtend dat ik de rode torens van de brug zou zien. Maar nee, die waren ook ingestort en lagen nu ergens in de baai. We zagen het ruimteschip, dat aan het afgebrokkelde uiteinde van de weg in de lucht hing. Er stond een groepje aliens klaar, die zich zo te zien niet echt zorgen maakte om de verminderde integriteit van de structuur. Als dat deel ook zou instorten, zou ik zeker een val van 80 meter naar de grond maken. Geweldig.
      Op zo’n 200 meter afstand bleven we staan. We stapten uit en laadden het kanon met de palletwagen eruit.
      Voor een moment bleven we zwijgend staan terwijl we elkaar aankeken. ‘Oké,’ zei ik uiteindelijk. ‘Ik zie jullie zo weer.’
      Adam knikte. ‘Veel succes.’
      Silver glimlachte bemoedigend. ‘Ik ken een leuk restaurantje in het Marina District waar we hierna naartoe kunnen. Dat hebben we wel verdiend, denk ik.’
      Eigenlijk voelde ik me te nerveus om aan eten te kunnen denken, maar ik zei: ‘Klinkt tof. Uh, tot zo.’
      De anderen stapten weer in het busje en ik rolde een kanon dat een berg op kon blazen richting de aliens die er waarschijnlijk niet veel goeds mee zouden doen. Ik vroeg me af of we de juiste beslissing hadden gemaakt, maar daar zou ik al te snel achter komen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen