NASH THOMAS CARTER


What good are wings without the courage to fly?

Tijdens de gehele rit naar deze godsvergeten plaats, had Nash zichzelf ervan willen overtuigen dat ze echt niet in een ongeluk zouden komen. Dat ze echt niet zo plat door de bocht gingen als het nu voelde. Misschien had hij de halve rit met zijn ogen stijf dichtgeknepen gezeten. Geen zorgen, maar vijftig procent van de verkeersongelukken zijn op de motor. Het is dit, of je bent voor honderd procent de lul als zij je te pakken krijgen, Pypers woorden waren niet echt geruststellend geweest.
Zijn trillende handen maakten het haast onmogelijk om de sluiting van de helm los te maken, en ware het niet dat Pyper zijn handen wegtikte en de helm losmaakte, dan had hij er waarschijnlijk nog zeker tien minuten mee staan prutsen. De beweging naar hem toe maakte dat hij haast onbewust een stap achteruit zette, en alle opgekropte spanning kwam er in één woordenstroom uit.
Niet dat Pyper nou echt onder de indruk was van Nash’ uitbarsting, zoals ze daar tegen haar motor geleund stond. “Ben je klaar?” Ze stond nog net niet te gapen van verveling. “Welkom in mijn leven. Niet direct de beste eerste ontmoeting, maar hey, ik heb net wel je leven gered. Graag gedaan, het was me een waar genoegen.”
“Nadat je het eerst in gevaar gebracht hebt,” mompelde Nash tegen zichzelf. Of eerder, het was een gedachte die weer eens op de slechtst mogelijke timing door hem uitgesproken werd. Het was wel waar. Zonder Pyper had Nash nog rustig daar in het cafeetje gezeten, had hij wat met Maya gekletst, wat huiswerk gedaan, en was hij daarna misschien met zijn camera erop uit getrokken.
“De reden waarom ik je hierheen bracht, is niet om je van de klif af te duwen. Als ik van je af wilde, had ik dat allang gedaan.” En rationeel klonk het erg logisch, maar toch bleef Nash sceptisch. “Ik dacht... Ik weet het niet, eigenlijk. Dit is de plek waar ik vaak heen ga als ik even geen zin heb om ergens aan te denken.”
Nash volgde Pypers bewegingen terwijl ze achter haar shirt viste en een taser tevoorschijn haalde. Voor hij echt weg kon stappen, had ze de taser neergelegd. “Hier. Verder heb ik niks bij me, behalve mijn dodelijke charmes natuurlijk. Je mag nachecken als je wil.”
Misschien waren het haar woorden, misschien de knipoog, of misschien dat ze door de taser in haar bh gestopt te hebben net iets te veel insinueerde, maar Nash voelde dat hij rood werd. “Nee, ehm, dat, ehm, dat is niet nodig,” stamelde hij. De taser pakte hij ook niet op. Hem kennende zou hij dan zichzelf weten te taseren.
Hij keek om zich heen. Het was een prachtige plek, en hij snapte waarom Pyper hierheen ging als ze wilde nadenken. Enkel de rand leek erg dichtbij, iets waar hij niet al te subtiel twee passen vandaan zette. Was hij hier op een ander moment terecht gekomen, dan was hij hier als fotograaf enorm gelukkig van geworden. Om de wijdsheid van deze plek vast te leggen zoals ze was, vroeg nogal wat.
“Het is hier prachtig,” zei hij zacht. Prachtig, zolang hij maar niet naar die rand keek en daar niet over nadacht. Zolang hij zijn hart dat veel te hard tekeer ging maar negeerde.
Maar hij was hier niet om naar de natuur te kijken, of omdat hij een leuk wandelingetje had willen maken. Hij was hier omdat Pyper hem hierheen gesleurd had, omdat de andere optie… Omdat de andere optie dood was klonk heftig, maar Nash wist niet zeker of het niet minder heftig was.
“Wie was dat?” Ditmaal klonk de vraag een heel stuk beheerster, al voelde Nash zich nog zeker niet zo.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen