Foto bij Protection 069

Met ons groepje van vier knutselen we de hele namiddag lang aan de nieuwe rolstoelhelling voor Will. Uren later kijk ik tevreden naar het resultaat. Iedereen met een rolstoel kan nu gemakkelijk naar het plateau net voor de voordeur geraken. Er is nog altijd een gedeelte van de trap vrij dus zijn ouders zullen geen verschil merken.
Louis, Sacha en ik ruimen de houtresten op terwijl de buurman alvast de thee opzet. Louis en Sacha huppelen achteraf even vrolijk naar het aangrenzende perceel. Ze laten de voordeur op een kiertje staan zodat ik straks gemakkelijk binnen kan. Om onze betrokkenheid bij het projectje geheim te houden, parkeer ik de auto verder in de straat.
Als ik binnenkom, hoor ik het gelach al. In de hal word ik begroet met familiefoto’s van George. Ik zie zelfs een zwart-wit foto van een groepje mannen in uniform. Nieuwsgierig stap ik verder het gezellige huis binnen tot ik mijn team aan de ronde eettafel in de living zie.
“Hey Cam!” Sacha wijst naar de stoel naast haar. George zit blijkbaar aan mijn rechterkant.
“Wauw. Dank je, George. Zo veel keuze.” Hij heeft praktisch een heel buffet tevoorschijn getoverd. Dit is heel wat meer dan een paar koekjes bij de thee.
“Neem maar. Geen zorgen, het moet toch op. Ik zal nog wat extra water opwarmen voor jou.” Hij schuifelt traag naar de keuken met de lege theepot. Lou duwt ondertussen de houten doos dichterbij waarin alle theesmaakjes in zitten. Zorgvuldig pik ik de Marokkaanse appelthee met oosterse kruiden eruit. Het kan geen kwaad om eens iets nieuws te proberen.
De soesjes en minidonuts lonken naar me. Gulzig neem ik van beide soorten sowieso al eentje. De pudding van het soesje valt er half uit, maar ik kan het nog net met mijn vinger opvangen en aflikken. Met volle mond veeg ik mijn handen af aan het doekje dat klaar lag.
“Cam?” George staat naast me.
Ik houd mijn kopje omhoog zodat hij het hete water kan ingieten. Met een bromgeluidje zakt hij neer op zijn stoel. “Dank je, George.” Tevreden dump ik het theezakje in de heldere vloeistof. Net zoals mijn opa vroeger deed, humt hij gelukkig wanneer hij in een zandkoekje bijt. Sommige kruimels hangen in zijn witte baardje. Het kan hem niet veel schelen en hij dept zijn mond gewoon af met een doekje.
“Zo, Louis vertelde me dat Sacha en jij allebei in het leger zitten?”
Sacha geeft antwoord: “We zijn opgeleid in een departement voor speciale missies. Dus ja, inderdaad in het leger, maar met iets specialere regelingen.”
“U ook? Ik zag een groepsfoto in de gang. Mannen in een uniform.”
“Inderdaad. Dat was mijn regiment. Wacht.” Hij schuifelt de living uit. Ik vat nog net een glimps op van Louis die naar Sacha lacht. Daarna krijgt George weer mijn onverdeelde aandacht. Met een hemelsbrede glimlach sloft de auto man naar de eettafel. Zijn trillende vinger met ouderdomsvlekken wijst naar een jongeman aan de rechterkant van de foto. “Dat ben ik.”
Ik zoek naar de insignes op zijn kledij om te zien welke rank hij had. Hij was sowieso geen gewone soldaat, want ik zie precies een voorwerp op zijn schouders. “Het is niet superduidelijk, maar had u een bepaalde rank?”
“Inderdaad. Toen was ik Captain George Bradford.” Van trots zwelt zijn borst op.
Zelf ben ik ook onder de indruk, hij had ongeveer mijn leeftijd op de foto en toch was hij al Captain. Louis reikt enthousiast naar de foto en stelt honderduit vragen aan onze gastheer. Ik merk dat George het heel fijn vindt om nog eens over die tijd te praten. Hij haalt op den duur ook oude fotoboeken uit. Hij vertelt ondertussen over alle legerranken die hij heeft gekregen en dat hij het uiteindelijk bij Kolonel heeft gelaten omdat die functie hem beter lag en veiliger was voor zijn familie.
Teder bladert hij doorheen zijn geschiedenis. Zijn eerste vrouw en hun kinderen komen aan bod. Na de onverwachte ziekte waaraan zijn eerste vrouw stierf, leerde hij zijn tweede partner drie jaar later kennen. Van die tussenperiode zijn er weinig foto’s te vinden in het boek. Pas bij zijn tweede vrouw leeft het voorwerp terug op met kiekjes van vrolijke momenten.
Hij kan ons allemaal boeien met zijn verhalen. We schrikken alleen op van de voordeur die dichtslaat. “Schat?”
“In de living, schat.” Zijn ogen vormen spleetjes door het plezier dat hij uitstraalt. George wacht tot zijn vrouw in dezelfde ruimte is om een compliment toe te voegen: “Een van de liefdes van mijn leven. De persoon voor wie ik elke dag opsta.” Hij geeft haar een zacht kusje op de mond. “Schat, dit zijn Louis, Sacha en Cam.” Hij gebaart dat ze op zijn stoel mag zitten en neemt de boodschappen uit haar handen.
Alsof haar man dit vaker doet, maakt ze kennis met ons. Ze lijkt zelfs niet verbaasd dat er plots vreemden in haar huis zijn. “Goedemiddag. Ik ben Yvonne.” Ze gaat de kring rond en neemt nieuwsgierig het fotoboek. “Oh.” Het album lag blijkbaar open op bladzijde die haar heel dierbaar is; liefdevol aait ze over de rand van een foto.
“Heeft George onze herinneringen bovengehaald?”
George drentelt ondertussen haastig naar het tafeltje en sleept een keukenstoel achter hem aan. Die duwt hij prompt naast zijn vrouw. Louis zit er wat krap bij en schuift dichter naar Sacha. “Natuurlijk, schat. Ik wil pronken met jou, je was zo een knappe vrouw.”
“Alleen toen?” daagt ze hem uit.
“Nog altijd, dat weet je.”
Ze lachen om elkaars mopje. Het zal wel iets zijn dat ze vaker bij elkaar doen. Het verdere gesprek houden ze elkaars hand stevig vast. Met de toevoeging van Yvonne krijgen de verhalen nog net dat extra sprankeltje waardoor we allemaal geboeid luisteren. Hun grapjes erdoorheen maken ook mijn hele dag goed. Ze spelen perfect op elkaar in.
Ik wil ze adopteren.
Zou dat niet fijn zijn? Een oma en een opa adopteren, net zoals je anders met een klein kindje doet? Alleen voeg je nu iemand van een andere leeftijd toe aan de familie. Ik moet toegeven dat George en Yvonne een gevoelige snaar raken bij mij. Mijn eigen grootouders zijn vrij vroeg gestorven dus ik heb ze nooit echt goed gekend.
Door George merk ik echter wat ik al die jaren heb gemist. En hoe leuk het kan zijn om verhalen over andere levens te horen, van mensen die in een andere tijd jong waren. Hij is ook opmerkzamer dan hij laat uitschijnen, want hij fronst vragend. Ik plak een neutrale glimlach op mijn gelaat.
Toch laat ik die uitdrukking niet lang erna varen. Wat geeft het? Ik kan toch proberen of ze mij misschien opnieuw willen zien? “George? Yvonne?” Het is heel stil. Stil genoeg om op de een of andere manier de hele ruimte te laten leeglopen van lawaai.
“Ja, lieve Cam? Wil je nog een zoetje? Neem maar.” Yvonne houdt het bord met de laatste soesjes vast. Plichtsbewust neem ik er eentje. Sacha en Louis ontsnappen eveneens niet aan de volhardende vraag om nog wat lekkers op te scheppen.
Goed, hier komt ie: “Ik zou jullie eigenlijk iets willen vragen.”
George schiet al recht om me nog wat thee te maken: “Ik zet wel nog een pot water op.”
“Nee, nee.”
Afwachtend keert hij terug naar zijn zitplek.
“Ik vroeg me af of ik hier in de toekomst nog mag komen? Ik weet dat jullie kleinkinderen en kinderen hebben, maar ik vond het gewoon heel erg gezellig en ik wil graag nog meer verhalen horen en jullie beter leren kennen en ik heb zelf geen grootouders meer en...” Ik kap mijn eigen geratel af.
Even weten de oudjes niet wat zeggen.
Louis steekt voorzichtig zijn vinger op. “Mag ik ook?”
Sacha veegt onzichtbare vuiltjes weg van de rand van haar theekopje. Ze bijt op haar lip voordat ze de moed krijgt om iets te vermelden: “Ik zou jullie gezelschap ook missen. Dus ik volg Cam en Louis een beetje.”
“Wat denk jij, schat?”
Met een verrassend stevige greep heeft Yvonne mijn hand vast. Ik weet niet waar kijken als ze de rug van mijn hand kust. “Een of drie kleinkinderen erbij. Wie ziet het verschil?” Bij het woord ‘kleinkinderen’ geeft ze me een extra kneepje. “Jullie zijn meer dan welkom in ons huis.”
“Het gevoel is zeker wederzijds. We zouden dit soort gesprekjes met jullie anders zeker missen.” George haalt hun telefoonboek en draagt ons allemaal plechtig op om onze contactgegevens neer te pennen. Zelf geeft hij visitekaartjes af waar de persoonlijke informatie van Yvonne en George op staat.
Als een soort trofee neem ik het kaartje aan en steek ik het weg in mijn portefeuille. Ik kijk er echt wel naar uit om meer tijd met hen te spenderen. In gedachten bedank ik Louis wel duizendmaal. Hij kan speciaal zijn, maar hij heeft er toch maar voor gezorgd dat ik nu twee pleeggrootouders heb door zo spontaan met George te babbelen.

Reacties (1)

  • Fermosa

    Awh wat een lief stukje ! George en yvonne lijken me echt leuke mensen:)

    Ik heb het vorige hoofdstuk pas net gelezen maar vandaag hadden we sneeuw ! Een beetje dan...

    1 maand geleden
    • Smeerkaas

      oh, heel leuk dat er toch een beetje sneeuw was:)

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen