Foto bij Protection 070

Het enthousiasme van Yvonne en George zakt lichtjes als we er al geruime tijd zijn. Waarschijnlijk worden ze moe van de drukte en is het tijd om naar huis te gaan. Louis merkt het ook op en zonder woorden communiceren we dat we nog zullen helpen opruimen om daarna de oudjes met rust te laten. Omdat Sacha ons bevreemdend aanstaart, leg ik haar onze plannen uit. Louis meldt ondertussen dat het tijd is voor ons.
Ondanks de protesten van Yvonne, stapelt Lou de bordjes op elkaar. Zelf neem ik de lege theekopjes van iedereen mee om die in de vaatwas te steken. Sacha blijft achter aan tafel.
“Hé, alles goed trouwens?”
“Ja, natuurlijk. Waarom?”
Zijn mouw strijkt langs mijn arm als hij de borden in de machine zet. “Je keek nogal ontzet toen jij en Sacha daarnet het hout zaagden. Ik weet dat het mijn zaken niet zijn, maar ik maakte me zorgen.”Zijn rug staat inderdaad wat gespannen. Louis spoelt geduldig de kruimels van zijn handen af als hij klaar is. “Ik hoef niet te weten over wat het gaat, alleen of je oké bent.”
Ik trek hem achteruit via de zoom van zijn trui. Gespeeld wankelt hij naar achteren. Mijn ideetje slaagt echter, want hij vermijdt mijn ogen nu niet meer. “Alles is goed momenteel. Ik heb inderdaad wat dingen waarover ik moet nadenken, maar het is denk ik geen slecht nieuws.”
“Nee?”
“Nee.”
“Oké, goed.”
“Inderdaad.” Ik geef hem een knipoog.
Zijn blauwe kijkers worden groter: “Een knipoog? Van Mademoiselle Camilia? Mon dieu. Ooh, la la.” Waar die Franse tongval vandaan komt, weet ik ook niet. Ik stomp hem vrolijk. Als snel zijn we in een poroorlog verwikkeld.
Wanneer ik het beu ben, sluiten mijn vingers rond zijn polsen. Door mijn conditie kan ik hem in die houding laten, al probeert hij precies minder goed dan anders om uit mijn greep te ontsnappen. Lou faket gewoon dat hij niet kan tegenstribbelen. Sowieso dat hij na een tijdje een schijnbeweging zal uitproberen om me daarna in een houdgreep te nemen en me te kietelen, zoals hij meestal doet.
Maar nee. Uitzonderlijk probeert hij niets.
Vragend flitsen mijn ogen naar de zijne. Wat is dit nu alweer? Heeft hij een ander achterliggend plan gekregen? Zou er iets veranderd zijn waar ik niets van heb doorgekregen? Met een kleine stap kom ik dichterbij. Zijn lachje wordt iets zachter en mijn wangen worden daardoor ook lekker verwarmd.
“Louis? Cam?” roept Sacha. Goed, daar gaat het momentje.
Galant doet hij teken dat ik mag voorgaan. Ik kijk niet weg als ik hem passeer. “Ja?” vraagt hij aan Sacha terwijl zijn vingers langs mijn onderrug strijken wanneer hij eveneens door het deurgat komt.
Ze wenkt ons hyperactief. “Will is er.”
Ik spurt naar het raam waar Sacha staat. We hurken neer en piepen geheimzinnig onder het half doorzichtige witte gordijntje. Zijn ouders halen de rolstoel uit de koffer en openen de achterdeur van de auto zodat Will zich in het toestel kan manoeuvreren. Zelfs vanuit het raam is het heel duidelijk dat hij er een aantal gefrustreerde woorden uitgooit. Zijn mama krimpt elke keer iets meer in elkaar.
Ze laat op den duur haar man verder Will helpen en gaat zelf naar de brievenbus om de post eruit te halen. Jammer genoeg haalt ze haar mouw over haar gezicht, bijna alsof ze een traan wegveegt. Ik word ietwat zenuwachtig als ik zie dat ze mijn brief naar Will opmerkt tussen de andere documenten.
Gelukkig doet ze er niets mee en voegt zich bij de rest van haar gezinnetje. De drie mensen blijven stokstijf op hun plek wanneer ze naar de voordeur kijken. De vader gebaart kwaad naar het huis en zoekt meteen om zich heen naar de personen die aan zijn eigendom hebben gezeten. Wills moeder probeert hem te kalmeren.
In tegenstelling tot zijn ouders, die hem nu even geen aandacht meer schenken, komt Will wel in actie. Rustig rijdt hij naar het begin van de rolstoelhelling. Na enige twijfel zet hij zich toch schrap en duwt zichzelf omhoog via de minder steile ramp. Zelfs vanaf hier kunnen we zijn opgeluchte glimlach zien wanneer hij zonder al te veel moeite en helemaal zelfstandig tot bij de voordeur geraakt.
“Weet je? Dit is de eerste keer dat ik onze Will gelukkig heb gezien. Sinds zijn thuiskomst.” George piept zelf naar de situatie die zich afspeelt.
“Echt?”
“Ja. Jullie zijn een stel opmerkelijke kinderen.”
Louis geeft me een korte, zijwaartse omhelzing. “Cams idee.”
“Inderdaad.” Sacha duwt lichtjes tegen me aan. Ze fluistert iets persoonlijks: “Dank je om me ook te laten helpen. Ik heb me nog niet echt nuttig gevoeld sinds… je weet wel.” Ze knikt naar het stompje van haar arm.
Met mijn mond vol tanden knik ik vluchtig. Erg goed kan ik niet tegen die complimenten dus ik spoor Louis en Sacha aan om afscheid te nemen vanaf het gezin Tresbitt in hun huis verdwijnt. We wachten enkele minuten zodat Will of zijn ouders ons niet uit het huis van zijn buurman zien komen. We spreken alvast af met George en Yvonne dat ze eens bij hun buren polsen welke verbeteringen nog mogelijk zijn voor Will.
George zal zogezegd de verantwoordelijkheid van de helling op zich nemen zodat Sacha, Louis en ik buiten schot blijven. Voor andere veranderingen zouden we wel toestemming kunnen vragen, zeker als we effectief dingen zouden moeten uitbreken of losvijzen. Ik speel bijvoorbeeld al met het idee om de deurposten binnen te vervangen.
Zo kan Will sneller via de deuren naar andere kamers met zijn rolstoel, de vorige keer raakte hij er namelijk niet altijd helemaal door. Met de reservesleutel van George kunnen we dan gemakkelijk nog eens voor onzichtbare kaboutertjes spelen die het huis aanpassen aan Wills noden.
En eerlijk? Wills glimlach toont dat onze koppigheid effectief loont.
We wuiven ten afscheid en springen over de struiken om zo veel mogelijk uit het zicht te blijven. Toch kan ik het gevoel niet van me afschudden dat Will ons toch kan volgen. Nou ja, het is niet alsof hij wil praten, dus ik hoef niet bang te zijn voor een confrontatie.
Louis krijgt in de tussentijd Sacha aan het lachen door haar mee te trekken in een soort van gehuppel. Halverwege de route naar de auto wachten ze op mij. Ze fezelen alsof ze een geheim verbergen. Haar hand laat Lou voorlopig nog niet los.
Ik wil ze al passeren, maar Lou grijpt me beet zodat hij me meesleurt in het gehuppel van hen twee. We worden een grote warboel van personen de allemaal op een andere ritme huppelen. Het is hilarisch. Vreemd genoeg leer ik Sacha op een heel andere manier kennen. Ik had nooit gedacht dat we zo goed overeen zouden komen na onze missies.
Tenzij ik door Louis nu een soft spot heb gekregen voor uitbundige karakters. Misschien kan de spontane kant van mensen beter waarderen dan ervoor. Sacha is naar mijn mening niet echt veranderd in vergelijking met vroeger, dus het zal wel aan mij liggen.
“Hé.” Sacha drentelt om me heen bij de auto. “Cam. Ik wilde je nog eens bedanken.”
“Dat heb je daarnet al gedaan, Sacha. Geen zorgen.” Ik lach vriendelijk zodat ze het laat vallen.
“Nee, echt.”
Er is duidelijk nog wat werk aan mijn social clues aangezien Sacha mijn intenties niet doorkrijgt.
“Dank je.” Ze pruts wat zaagsel uit haar lokken dat ze nu pas opmerkt. “Dank je om me bij je projectje te betrekken en om me nog steeds normaal te behandelen. Ik voelde me nuttig. En… en dat was al even geleden.”
“Met plezier.”
Ze slaat haar ogen op naar de hemel. “Wauw. Ik ben hier toch niet goed in; in gedachten overbrengen.”
“Denk je? Heb je mij al bezig gehoord?”
“Ja, dat is ook weer waar.” Mijn mond valt open en lachend sprint ze naar Louis, want ze weet dat ze zo nog relatief veilig is voor me. Ik doe teken dat ik ze allebei in de gaten houd.
“Stap maar gewoon in.” Ik doe zelf wat ik zeg en maak het me alvast gemakkelijk in de bestuurderszetel. Via de gps sla ik alvast de adressen op van zowel Louis als Sacha, want ik heb het gevoel dat we nog vaker gelijkaardige tripjes zullen maken in de toekomst.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen