Foto bij Protection 071

De combinatie van perfectionisme met faalangst is echt...een bitch. Eigenlijk belachelijk omdat er toch een aantal stukjes al af waren voor jullie.
Maar goed, hier ben ik weer, maanden later:)Stukje 81 is sinds gisteren af, dus trek maar aan mijn oren als het opnieuw te lang duurt. Fijn weekend voor iedereen!

“En nu?” vraagt Louis.
Ik maan zowel Sacha als Louis aan om hun gordel aan te doen, want ze zitten gewoon chill in de auto zonder zich echt klaar te maken. “Ik wist niet dat er nog plannen waren.” Omdat ze niet bewegen klik Louis’ gordel vast.
“Wel, ik heb niets meer te doen vanavond.”
Sacha gaat op het randje van haar stoel: “Ik ook niet. Ik zou alleen wel mijn medicijnen moeten ophalen als we nog de hele avond lang iets zouden doen.”
“Cam?” Met engelgezichtjes tuiten ze hun lippen. Ik word hier gewoon geboycot om een beslissing te nemen. “Maken we er nog een gezellige avond van met ons drietjes?”
Vreemd genoeg voel ik me hier teveel. Mijn hoofd verzint bijna meteen een reeks uitvluchten en er ligt bijvoorbeeld nog een stapel documenten van de nieuwe missie klaar om in te vullen. Langs de andere kant heb ik morgen vrij en moet ik pas overmorgen terug dubbele shiften draaien bij de McDonald’s. “Ik, euh.” Mijn mentale meter geeft ook wel aan dat ik al bijna aan mijn maximum zit van sociaal gedoe per dag. “Ik weet het niet.”
“Please?”
Ik zucht diep.
“Je hoeft niet, het leek alleen leuk. Beetje zoals vorige week.”
Automatisch glijden mijn ogen naar de zijne. En boem. Natuurlijk trap ik zo in de val. Lou kijkt me in die mate oprecht aan dat ik even mijn kluts helemaal kwijt been. “Ik ben moe. Heel sociaal zijn zit er ook niet meer in door alle drukte vandaag.”
Net zoals een haai ruikt hij zijn prooi en laat niet meer los: “Je kan wel chillen bij mij. Gewoon op het gemakje.”
Sacha doet een extra duit in het zakje: “Ik heb ook al mijn limiet aan heftigheid gehad vandaag. Dus voor mij zal het ook voornamelijk rustig moeten zijn, geen zorgen.”
“Inderdaad,” beaamt Louis, “geen zorgen.”
“Waarom vertrouw ik jullie hier niet over? Geen stiekeme plannetjes maken.” Belerend steek ik mijn wijsvinger op. Ik bestudeer ze beiden om na te gaan of ze niets achterhouden. Als twee kleine kinderen veinzen ze hun onschuld.
“Nooit.”
“In geen honderd jaar, ik zou niet durven.”
Enkele seconden lang laat ik ze sudderen in twijfel. Dan geef ik met tegenzin toe: “Goeeeeed.”
“Yes! Oké, eerst en vooral moeten we Sacha’s medicijnen en spullen ophalen, dan gaan we naar Cam om het werkgerief af te zetten en daarna gaan we naar de winkel om vanavond te koken. Ik dacht ook om koekjes te bakken die we daarna kunnen versieren. En daarna misschien zelfs een logeerpartijtje!“
“Ik wist het,” lach ik als een boer met kiespijn. “Ik wist dat jullie niet zomaar een chill avondje zouden willen.”
“Vind je het erg?” vraagt Louis stilletjes nadat ik de auto start richting Sacha’s huis. Hij wordt nog net niet overstemd door de radio.
Pas nadat een voorbijganger voor me heeft overgestoken, geeft ik antwoord: “Nee, maar ik meende dat ik niet al te sociaal ga kunnen zijn. Dus zolang dat oké is voor jullie, zit het goed voor mij.”
“Je gezelschap is al voldoende.”
“Slijmbal.”
Lou klikt met zijn tong en toont zijn finger guns: “Dat je het maar weet.”
We zijn sneller dan verwacht bij het huis van Sacha. We kennen haar familie nu niet zo heel goed, dus meer dan een licht gewuif vanuit de auto doen we niet. Louis en ik babbelen niet echt terwijl Sacha haar spullen bijeen zoekt. Dat hoeft ook niet, we genieten van de stilte in de auto en de regen die zachtjes boven ons tikt. Wel houdt hij mijn hand vast. Met regelmatige strelingen laat hij zijn vingers over de minieme littekens dwalen. Gelukkig begint hij niet over mijn missies.
Sacha’s vader draagt haar rugzak naar de koffer omdat het voor haar blijkbaar te moeilijk gaat. Zelf brengt ze een klein tasje en drinkfles naar de auto. We zwaaien vrolijk naar haar ouders en gaan dan verder op weg. Rond vijf uur rinkelt het alarm op haar gsm en zie ik via de achteruitkijkspiegel hoe ze enkele pillen naar binnen kiepert.
“Is het goed als ik jullie afzet bij de winkel en dat jullie alvast boodschappen doen?”
Sacha begrijpt het niet goed: “Waarom?”
“Multitasken. Ik heb niet veel nodig van thuis en tegen ik klaar ben, hebben jullie waarschijnlijk net kunnen beslissen wat we allemaal nodig hebben voor vanavond.”
“Hey!”
Grinnikend rijd ik verder naar de dichtstbijzijnde winkel in de omgeving van Louis’ appartement. “Het is waar, Lou, niet zeuren.”
Nep mokkend rust hij zijn hoofd tegen het autoruitje. Lang houdt hij het niet uit. De liedjes op de radio zijn te grote meezingers voor hem en hij kan zich niet inhouden wanneer er enkele klassiekers passeren. Vanuit de spiegels zie ik dat Sacha geïnteresseerd luistert naar zijn zangstem. Hoe vreemd kan het lopen. Ze kennen elkaar nog maar sinds vandaag en komen al zo goed overeen.
Bij de eerstvolgende supermarkt zet ik ze af. Ik geef ze nog een balpen en stukje papier zodat ze gemakkelijk kunnen brainstormen over het gerecht vanavond. Sacha stapt enthousiast uit. Louis wil volgen, maar ik zorg ervoor dat hij nog niet meteen weg doen.
“Wacht even, meneer de superster.” Uit het handschoenenkastje pik ik een versleten legerpet en duw die over zijn hoofd. Lachend schuift hij de pet goed.
Met een bijna onmerkbaar kneepje in mijn hand neemt hij afscheid: “Dag Cams. Zie je straks.”
Het laatste wat ik van hen zie, is hoe ze een kar proberen nemen zonder ongelukken te veroorzaken. Op mijn gemak rijd ik verder naar huis. Normaal gezien zouden ze wel in staat moeten zijn om iets te verzinnen voor vanavond.
Thuis helpen mijn ouders met uitladen. Aangezien ze spontaan een etentje hadden gepland, blijven ze niet bijster lang en verdwijnen ze even snel weer. Gelukkig is het restaurantje slechts een aantal straten verder en vinden ze het niet erg om te wandelen.
Zenuwachtig check ik tussendoor soms mijn gsm. In mijn laatste brief naar Will heb ik mijn nummer gegeven. Ik gokte dat hij het even zou uitstellen om mijn brief van vandaag te lezen en dat hij dan uit frustratie me een bericht zou sturen. Ik vrees alleen dat hij mijn plannetje doorheeft. Dat ik hem zodanig irriteer met mijn schrijfsels dat hij wel contact moet opnemen.
Jammer.
Later dan verwacht, parkeer ik me aan de winkel waar ik Sacha en Louis heb achtergelaten. Als ik heel eerlijk ben, was ik lichtjes vergeten om het adres van de winkel in kwestie te onthouden. Dus ik heb een aantal rondjes moeten draaien in de buurt van Louis’ appartement. Uiteindelijk ben ik wel bij de juiste plek beland; ik herken het flikkerende licht van de lamp bij de ingang.
Hoewel ze vrij veel tijd hebben gekregen om in de winkel te zoeken, zie ik ze nergens op de parking wachten. Zouden ze serieus nog binnen zijn? Nadat ik al later ben? Niemand neemt ook op als ik bel.
Ik maak al aanstalten om uit te stappen. Vooraleer ik het portier open, hoor ik bekend rumoer dat Louis steeds lijkt aan te trekken. Het komt van de ingang en inderdaad, ik merk twee bekende hoofdjes op. Ik had echter niet verwacht wat ze nu aan het doen zijn.
Sacha hangt tussen Louis’ armen aan de winkelkar en hijzelf duwt de kar vooruit alsof hij een step zou gebruiken. Beiden sjeezen over de gelukkig bijna lege parking. Tussen de parkeerplekken door rollen ze verder tot ze mijn auto opmerken. Uit vrolijkheid versnellen ze zelfs een beetje en maken er een race van.
Nog net op tijd remmen ze af. Bijna een bluts in mijn auto.
De ingehouden woede is waarschijnlijk van me af te lezen, want ze verontschuldigen zich. Zoals twee kleine kinderen wiebelen ze met hun voeten om onschuldiger over te komen. Ik reageer er amper op en laat het eten in de auto. Voor iedereens veiligheid zet ik zelf de kar weg en doe de auto pas van het slot als ik terug ben.
Sacha kan dan misschien wel Louis aangespoord hebben, of omgekeerd, maar ze ziet er niet zo goed uit. Ze glimlacht bleekjes. Ik geef haar subtiel de drinkfles zodat ze wat op adem kan komen. Het werkgedoe bij Will en de avonturen met Louis zijn duidelijk iets te veel van het goede geweest. Zo heel lang is ze namelijk nog niet uit het ziekenhuis ontslagen.
Pas als ik me minder zorgen over haar maak, schakel ik de motor aan en rijd ik vlotjes naar Louis’ stulpje. Eenmaal daar dragen Lou en ik alle zakken zodat Sacha zich niet meer hoeft in te spannen. Dankbaar protesteert ze niet tegen deze regeling. Ter compensatie krijgt ze wel de verantwoordelijkheid van de huissleutels. Het houdt Sacha echter niet tegen om als een echte commandant commentaar te leveren dat we de boodschappen wel wat sneller naar boven mogen dragen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen