Ik hoop dat iedereen een fijne kerst heeft gehad! Ik wens jullie alvast een gelukkige jaarwisseling. Tot volgend jaar!(flower)

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik schrik op wanneer ik een hand op mijn schouder voel, en er valt iemand naast me op zijn knieën.
‘Hailey? Hailey, gaat het wel?’
Het is Marco.

Verassing! Nathan en ik moeten tijdens kerst de ochtend- en middagdienst draaien. Blijkbaar is dat een rotklusje dat het liefst op de groentjes af wordt geschoven. 's Avonds hebben we in ieder geval vrij. Ik ben benieuwd welke arme agenten ze met die diensten op hebben gezadeld.
Achteraf moet ik toegeven dat ik wel blij ben. Achteraf zou ik het afschuwelijk gevonden hebben om te missen wat er die ochtend is gebeurd.
Nathan en ik besloten aan het begin van de dienst om onszelf toch nog een beetje een kerstontbijt te gunnen, dus eerst rijden we langs een deli om wat lekkere broodjes en koffie op te halen die we in de auto kunnen eten.
Daarna: patrouilleren, patrouilleren, patrouilleren. Af en toe worden we opgeroepen om een huiselijke ruzie op te lossen, want dat gebeurt tijdens kerst nu eenmaal meer dan genoeg.
In de avond zullen we bij mijn moeder gaan eten. Ze zal een kerstmaal voor ons drieën bereiden, had ze beloofd. Normaal gesproken zou ik meehelpen, maar dat kan nu niet vanwege werk. Ik weet dat ze het niet erg vindt, maar toch zit het me dwars dat ze nu de hele dag in haar eentje in de keuken staat. In ieder geval hebben we wel samen de kerstboom versierd, een paar weken geleden.
Het begin van de dienst is gewoonweg saai, en ik zit vooral te mokken dat ik moet werken tijdens kerst. Maar dan zie ik Hailey, en dat had ik voor geen goud willen missen.
Ze zit bij de ingang van het park, in de sneeuw. Ze beeft, niet alleen van de kou, maar ook van iets anders.
‘Nathan,’ zeg ik, wijzend. ‘Nathan, parkeer de auto. Daar is Hailey.’
Hij stopt de auto meteen en we stappen uit. Door de knersende sneeuw hollen we naar haar toe.
Ik laat me bezorgd naast haar in de sneeuw neervallen, leg mijn hand op haar schouder en knijp er indringend in.
‘Hailey? Hailey, gaat het wel?’ vraag ik.
Ze maakt een verstikt geluid en zakt tegen me aan, zachtjes jammerend.
‘Marco,’ piept ze, en ik help haar al met vooroverbuigen zodat ze kan overgeven. Het is al aan het begin van de middag, maar het ziet er niet naar uit dat ze al iets gegeten heeft. Ik vraag me af waarom.
Nathan pakt snel wat zakdoekjes en water voor haar. Ondertussen wurm ik me uit mijn winterjas om haar die om te slaan. Ze draagt immers alleen maar een of ander dun jurkje, alsof ze het blindelings uit de kast heeft gerukt. Ik vraag Nathan om een handdoek uit de auto te halen voor haar ijskoude voeten.
Ik denk niet dat ze hier al heel lang zat, maar elke minuut is een beetje te lang in deze omstandigheden. Ze is niet onderkoeld, maar wel koud.
Ik help haar overeind en zet haar neer in de auto, met de stoelverwarming aan. Ik strijk een paar natte haren uit haar gezicht.
‘Hailey? Wat is er gebeurd?’ vraag ik, maar ze schudt alleen maar haar hoofd. ‘Was het Dean?’
Ik omhels haar troostend wanneer ze begint te snikken. Onder de verstikkende bezorgdheid en medelijden voel ik ook woede, jegens Dean, omdat ik weet dat hij iets wel heel ergs gedaan moet hebben. Toch voel ik het nog niet echt. Ik ben in de allereerste plaats gewoon veel ongeruster om de huilende jonge vrouw in mijn armen.
'Shhh,' sus ik. 'Het is oké. Vertel zometeen maar wat je wilt vertellen. Probeer nu maar even bij te komen.'
Nathan geeft me nog een deken aan, die ik half om haar heen sla en haar half in wikkel. Beetje bij beetje warmt ze op, en kalmeert ze ook een stukje.
Ik begin bijna te denken dat het allemaal wel meevalt wanneer ik ineens Nathans blik vang en zie dat hij slecht nieuws heeft. Ik kijk hem vragend aan.
'Ik werd net gebeld door het bureau,' zegt hij, 'waar ze blijkbaar magisch weten dat we hier met Hailey zitten. Er werd me verteld dat het geregeld is en ons wordt gevraagd om haar naar huis te brengen.'
Dean. Hij heeft ons blijkbaar gezien en heeft zijn connecties met de commissaris gebruikt om van alles te regelen. Ik knik ten teken dat ik hem begrepen heb, maar ik ben allesbehalve blij, en ik voel niet echt veel behoefte om te gehoorzamen.
Als Hailey niet terug wilt, is er geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om haar terug te brengen. En als ze wel terug wilt... verdomme, ik ga haar natuurlijk niet ontvoeren, maar ik kan niet ontkennen dat ik het héél even overweeg.
‘Hailey?’ vraag ik, maar ze lijkt in eerste instantie nog te erg in shock om mijn woorden daadwerkelijk te registreren. Haar ogen zijn leeg, wanneer ze me aankijkt. ‘Waar wil je heen? Je hoeft niet terug naar Dean. Als je je niet veilig bij hem voelt, hoef je niet terug naar Dean. We kunnen je beschermen.’
Ze fronst. De woorden lijken beetje bij beetje binnen te sijpelen. Ze reageert traag, maar ze lijkt weer na te denken.
‘Dean?’ herhaalt ze, alsof ze het woord proeft, alsof ze wil testen hoe ze zich voelt bij het uitspreken van die naam.
‘Ja. Je hoeft niet terug, als je dat niet wilt. Je hoeft het alleen maar te zeggen,’ druk ik haar op het hart.
Ze fronst langzaam. Dan schudt ze haar hoofd.
‘Nee, wacht. Nee. Ik... Ik moet terug naar huis. Dean wacht op me,’ sputtert ze. Haar stem begint vervaarlijk te breken. ‘H-Het is kerstmis.’
Ze probeert overeind te komen, haar hele lichaam in gevecht met zichzelf. Ze begeeft het bijna meteen en zakt terug in de auto.
‘I-Ik moet terug naar Dean,’ sputtert ze.
Ze denkt wel na, maar ze is nog altijd in de war, in shock.
'Wat heeft hij met je gedaan, Hailey?' dring ik aan. 'Als je denkt dat je niet veilig bij hem bent, hoef je niet terug. Je mag eerlijk zijn.'
Ze schudt haar hoofd weer, haalt een hand door haar warrige haar.
'Nee. Nee, i-ik moet terug. Dean... Hij is vast heel bezorgd, e-en hij weet helemaal niet waar ik ben,' stamelt ze.
Hij weet precies waar je bent. denk ik, maar ik zeg het niet hardop.
Er vormen weer tranen in haar ogen. 'Als je me niet terugbrengt, loop ik wel.'
Ze draagt absoluut geen warme kleding. Ze heeft niet eens sokken aan, laat staan schoenen.
Mijn mond wordt automatisch samengeperst tot een dunne, ontevreden streep. Toch knik ik. Pas wanneer ik mijn stem helemaal vertrouw om neutraal te klinken, bevestig ik: 'Goed, we rijden je wel even terug.'
En dat doen we. Elke meter die we afleggen voelt als verraad, alsof ik haar zometeen aflever bij het hol van de leeuw. Alles in mij schreeuwt erom om het gaspedaal in te trappen en naar het bureau te rijden, waar ze veilig is, waar Dean haar niet kan raken.
Maar, besef ik, dat kan hij wel. Op de een of andere manier heeft hij het hele politiebureau in zijn vingers gekregen. Ze weet het niet, maar zelfs als ze weg had gewild, had ze nergens heen gekund.
Maar dat was voordat ze mij leerde kennen. Voordat ze Nathan leerde kennen. Commissaris Morris zou haar dan wel niet beschermen als het uit de hand loopt, maar ik wel, en Nathan ook. De enige reden dat ik het over mijn hart kan verkrijgen om haar nu terug naar huis te rijden, is dat ze niet echt gewond lijkt te zijn.
Als ze ooit bij hem weg wil - en ik bid dat die dag ooit zal komen, en het liefst een beetje snel - zullen wij er in ieder geval voor haar zijn. Ik zou mijn carrière bij de politie ervoor op het spel zetten.
Zodra we de auto voor haar huis parkeren, hoeven we niet lang te wachten. Dean komt meteen naar buiten.
'Als je niet terug wil, hoef je niet terug. Ik beloof het je,' zeg ik nog een laatste keer. Nathan blijft stil.
Bij wijze van antwoord begint ze de autodeur alvast te openen. Ze heeft hem nog maar net geopend of Dean is al bij haar. Hij trekt haar in zijn armen, alsof hij niet al lang wist dat ze wel terug zou komen en ongedeerd zou zijn.
'Oh, schatje, toch. Ik was zo bang. Ik was zo bang dat er iets gebeurd was,' zegt hij ademloos.
Hailey kan niets uitbrengen.
'Wat is er gebeurd?' vraag ik, terwijl ik ook uitstap.
Als Hailey terug hier naartoe wil, kan ik haar niet stoppen. Maar ik kan ook niet alleen voor chauffeur spelen. Het is geen onredelijke vraag, zeker niet van een politie-agent. Met een béétje geluk verspreekt hij zichzelf en geeft hij me aanleiding tot arrest.
Dean kijkt me met een half oog aan. Zijn woorden klinken ijzig wanneer hij antwoordt: 'We lagen in bed en ze raakte een beetje van slag.'
'Van slag?' vraagt Nathan, bijna schamper. 'Toen we haar bij het park troffen, leek ze wel iets meer dan een beetje "van slag".'
Hij schenkt me een kille glimlach.
'Ze is er inderdaad niet al te best aan toe, zoals jullie zien,' zegt hij. 'Daarom kunnen wij tweeën maar beter naar binnen gaan. Ik wil jullie bedanken dat jullie haar terug hebben gebracht. Fijne feestdagen, nog.'
Ik zou iets willen antwoorden, maar mijn aandacht blijft net iets te lang hangen bij Hailey, die eruitziet alsof haar benen het elk moment kunnen begeven. Het zou inderdaad het beste zijn als ze naar binnen zou gaan - maar niet met hem.
'Als ik niets meer voor jullie kan betekenen, zou ik graag terug naar binnen gaan,' zegt hij met een kille vriendelijkheid, waarna hij zich iets betuttelend tot Hailey wendt. 'Hé, liefje. Zullen we naar binnen gaan? Dan laat ik even een lekker warm bad voor je vollopen.'
Ze maakt een zwak geluidje dat instemmend lijkt te klinken. Hij begint haar terug naar het huis te leiden, en Nathan en ik kijken maar gewoon toe.
Hij doet de deur achter hen dicht en ik vraag me af of ik de grootste fout van mijn leven heb gemaakt.

Reacties (5)

  • IrisThePiris

    Fijne jaarwisseling!

    8 maanden geleden
  • BethGoes

    Ach nee arme Hailey. Ughh. Ughhhhhhhhh. Wanneer stopt dit?!!

    8 maanden geleden
  • Hermione2003

    Jij ook een fijne jaarwisseling!

    8 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    Arme Hailey

    8 maanden geleden
  • Allmilla

    Ook voor jou een fijne jaarwisseling!(flower)

    8 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen