Tijd vloeit constant, en elk moment is het begin van honderd verschillende verhalen. Maar als je dit verhaal een begin zou moeten geven, net zoals het uiteindelijk een einde heeft, dan is dat wel de avond dat juffrouw Luna Avalon Amity of Laios haar debut maakte in de hoge samenleving.

De introductie vond plaats tijdens het laatste bal van het seizoen. Een avond waar de jeugd nog één keer met hun maatjes of vriendinnen bijeen komt, en de oudere generatie proost of treurt om de resultaten van een zomer vol politiek en debat. Want hierna zullen de meeste edelen, baronnen en hertogen, zich weer naar hun eigen landgoederen begeven. In hun kastelen, villa's en buitens brengen zij het grootste deel van het jaar door. Daar bouwen zij hun weelde weer op, die zij afgelopen zomer hebben verkwanseld aan feesten en partijen. In het geval van sommigen ook nog aan gokken en fijn gezelschap.

Het afsluitende bal was net als andere jaren een hoogtepunt, en iedereen die ook maar iets betekent in De Stad wil aanwezig zijn. De ceremoniemeester bij de deur verwelkomt edelen van families met eeuwenlange geschiedenissen, hooggeplaatste overheidsfunctionarissen, en natuurlijke een selecte groep leden van de magische instituten. Elk is gekleed in pak, kostuum, baljurk of gewaad, zodat iedere hal en gang een bont palet van kleuren vertoont.

De locatie dit jaar was het voorouderlijke huis van de familie Oortwijn, en niemand minder dan Madame Edda Oortwijn-Von Haven zag toe op de festiviteiten. Wat zij miste aan magische kracht, compenseerde ze ruimschoots in de sterkte van haar karakter. Ze is namelijk onverbiddelijk en heeft geen geduld voor poespas of getreuzel. Al ruim veertig jaar bestiert zij het huishouden van de Oortwijns.

Op het moment echter, is haar gezicht vertrokken in een grimas terwijl ze het verslag van haar kamermeester aanhoort. Hoewel zij deze avond voornamelijk de plechtigheden waarnam bij de entree, stond zij nu in een zijgang op de tweede verdieping. Een lange gang gevuld met spiegels, standbeelden en schilderijen. De man was zoals gewoonlijk gekleed in zijn net kostuum, in zwart en wit, en met panden die tot nabij de vloer rijkten. Het enige teken dat het huishouden deze dag werd blootgesteld aan feestelijkheden was een roze zakdoek dat gevouwen uitstak uit zijn jasje. Roze de kleur van huize Von Haven, de plek waar Madame Edda veertig jaar geleden vandaan. Kamermeester Moran was echter al jaren daarvoor de eerste dienaar voor haar, en bleef dit uiteraard na haar trouwen. Het enige wat veranderde was de locatie en zijn titel.

"Meester Marcus heeft zich na een eerste ronde door de zaal afgezonderd met de heer Martens in zijn studeerkamer. En ik vrees dat de jonge heer Brandon met enkele van zijn vrienden en vriendinnen in de tuinen is verdwenen. Met uw welnemen zet ik de deuren van de studeerkamer open en leid ik - discreet natuurlijk - wat respectabele dames en heren naar de verblijfplaats van uw zoon." In een halve buiging wachtte de trouwe Moran haar woorden af.

Madame Edda herstelde zich snel van haar teleurstelling, en nam even de tijd om zich te verzekeren dat haar hoge kapsel nog recht zat. Niemand zou gedacht hebben dat deze berichten haar deerden. En toen zij sprak, waren woorden koel en precies gesproken. "Dank voor het nieuws, beste Moran. Het dunkt mij beter om de heer Petar naar de studeerkamer te brengen. Hij zal mijn man vanzelf naar buiten trekken. Als die man de helft van zijn energie in iets nuttigs zou steken, dan was hij nog wat geworden. Wat betreft mijn zoon, ik verwacht even geen gasten, dus laat ik mijn moederlijke plicht vervullen en hem opzoeken."

Even pauzerend om een lok goed te stoppen ging zij verder "Hou een oogje in het zeil voor de jongeren en heer Woedren. Ik wens geen baldadige jeugd vanavond, en Harrol voert wat in zijn schild. Wellicht dat hij vanavond enkele van zijn hulpjes verraadt."


Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen