Foto bij Agent Holemen: Saints & Storms [Part 6]

• • •


Laurel Heights, San Francisco, California, 11:59 AM May 3rd 2016

Voor zover was het ons gelukt om onopgemerkt van het Marina District richting het Golden Gate Park te lopen, maar dat kwam absoluut niet door Adam.
      Hij weidde uit over mijn krachten en benoemde overeenkomsten en verschillen met die van Wanda. Uiteindelijk ging hij over op het speculeren over waar ze vandaan kwamen. Ik kon er niet meer tegen en legde toen maar uit wat er in Cardiff gebeurd was, en dat er een interdimensionaal wezen bij betrokken was.
      Voor het eerst in wat voelde als een halfuur was hij stil. Toen zei hij: ‘Dus als ik het goed begrijp, zal er ooit een gevecht tussen jou en dit wezen komen, waarbij het lot van deze wereld bepaalt wordt? En als jouw krachten sterker worden, wordt het wezen ook sterker?’
      Ik knikte. ‘Dat is min of meer wat het impliceerde.’ En dat het overal bij me zou zijn, als een schaduw in mijn ooghoek. Die gedachte stond me niet aan, en onwillekeurig keek ik naar de lucht en de schepen van de aliens. Was het hier ook ergens, wachtend op het juiste moment? En zag het nog steeds uit als ik in 2010?
      Moest ik überhaupt mijn krachten wel gebruiken? Was de wereld niet veiliger zonder? Misschien wel, als de situatie waar we nu in zaten voorbij was.
      Ik legde het voor aan Adam en Silver. ‘Misschien maakt het niet uit,’ zei Silver, ‘en komt het hoe dan ook. Misschien dat je het alleen kan uitstellen.’
      ‘Weet SHIELD hiervan?’ vroeg Adam, turend naar het einde van de weg. We waren bijna bij het park.
      ‘Ja, en iedereen dacht eerst dat mijn krachten permanent weg waren. Tot vandaag dan.’ Ik dacht dat ik iets bij een gebouw zag bewegen en bleef staan.
      Silver volgde mijn blik. ‘We hebben gezelschap.’ Inderdaad; een enkele aliensoldaat zat verscholen achter een auto, zijn geweer op ons gericht. Maar waar waren de anderen?
      We liepen verder door de straat. Het eerste deel van het plan was gelukt, namelijk aliens lokken die we hoopten te kunnen ondervragen. Het was nog steeds vreemd dat het alleen eentje was, maar misschien waren zijn collega’s beter verstopt. In ieder geval maakte het een stuk makkelijker voor ons. Nu nog het tweede deel.
      Na de straat verder gevolgd te hebben, gingen we een bocht om en verdwenen we uit het zicht. De alien ging ook de bocht om, in de verwachting ons te zien, ware het niet dat ik ons net achter hem geteleporteerd had.
      De alien stond verrast richting het uiteinde van de straat te kijken, maar draaide zich vliegensvlug om toen Adam zijn keel schraapte. ‘Mooie dag voor een wandeling, of niet?’
      Ondanks het feit dat de alien een pijl en een geweer op hem gericht had, hief hij toch zijn geweer naar ons op. Voordat hij kon schieten had ik met een gebaar zijn wapen uit zijn armen gegooid. Hij reikte naar iets op zijn rug, maar ik teleporteerde voor hem en takelde hem, zodat hij op de grond belande. Ik hief mijn handen op en met mijn krachten klemde ik alle vier zijn armen naast hem.
      Ik zei, zo luchtig als ik maar kon: ‘We hebben wat vragen waar we antwoorden op willen krijgen.’
      Ik kon zijn gezicht niet zien, maar zijn stem klonk nijdig en ergens ook verrassend bekend: ‘Van mij krijgen jullie niets te horen.’
      ‘Eerst even kijken tegen wie we het hebben.’ Adam hurkte naast hem neer en terwijl Silver nog steeds een pijl op de alien gericht hield, schoof hij het vizier omhoog.
      Ik staarde naar mijn eigen gezicht, dat boos naar ons keek.
      Een naar gevoel van déjà vu kwam bij me op, maar het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Oh, fuck. Niet alweer.’
      ‘Je bent een mens,’ merkte Adam op, alsof we dat nog niet gezien hadden.
      Mijn dubbelganger leek als twee druppels water op me, afgezien van een litteken bij een wenkbrauw. Ondanks het feit dat hij op de grond lag, keek hij hooghartig. ‘Het duurde verrassend lang voordat jullie dat doorhadden.’ Zijn Engelse accent was overduidelijk Brits, net zoals die van de alienleider op de brug.
      ‘Dat verklaart niet de extra armen,’ zei Silver.
      Ik zag het nu pas, maar op de plek waar een van de extra armen aan zijn lichaam vastzat was er een kogelgat. In plaatst van vlees of bloed zag ik bedrading en stalen scharnieren.
      ‘Robotarmen,’ concludeerde Adam. ‘Omdat jullie wapens te zwaar zijn voor twee armen, of niet?’
      Tegen zijn zin in knikte de niet-alien. Zijn blik bleef maar op mijn gezicht gericht, vol met woede. ‘Die kogels krijg je nog een keer terug van me.’
      Er begon me iets te dagen. ‘De Home Depot, dat was jíj?’ Er was een alien vlak achter Clint, Natasha en Steve toen zij naar de Home Depot renden. Ik had op hem geschoten, waar hij overduidelijk niet blij mee was. Zijn woede lag dus niet alleen aan onze identieke gezichten, maar ik denk niet dat hij dat ook erg tof vond.
      Adam keek van de soldaat naar mij en toen weer terug. ‘Oh, ik zie het.’
      ‘Zie je nu pas dat hij hetzelfde gezicht hebt als ik?’ Ik probeerde niet al te geïrriteerd te klinken. ‘Want dat was mij nu ook pas opgevallen.’
      Hij zuchtte. ‘Nee. Ik bedoel dat ze niet aliens van een andere planeet zijn, maar mensen uit een andere dimensie. Ik had het eerder al kunnen weten.’
      ‘Mensen uit een andere dimensie,’ herhaalde Silver. ‘Oké, dit is nieuw. Hoe heet je, soldaat?’
      ‘Soldaat Ray Ziv Solius, 71ste regiment van het heilige galactische keizerrijk van Atirnbi Major,’ dreunde hij trots op.
      ‘Heilig?’ herhaalde ik, met een opgetrokken wenkbrauw.
      ‘Galactisch, als in de ruimte?’ vroeg Silver verward.
      ‘Atirnbi Major,’ zei Adam alleen, veelzeggend naar ons kijkend. ‘Al die tijd was het recht voor onze neus.’
      ‘Ik heb het idee dat ik dit vandaag al te vaak gezegd heb,’ begon ik, ‘maar ik ga het alsnog zeggen: ik snap het niet.’
      Adam keek hoopvol naar Silver, maar hij schudde ook zijn hoofd. ‘Ik volg je ook niet.’
      ‘Atirnbi is een anagram,’ legde hij uit. ‘Met dezelfde letters kan je ook Britain schrijven. Dat in combinatie met Major, wat ook groot betekent, en je krijgt Great Britain, Groot-Brittanië. Blijkbaar is het Verenigd Koninkrijk in deze dimensie een galactisch keizerrijk geworden.’
      ‘Daar zal Cecil Rhodes blij mee geweest zijn,’ mompelde Silver.
      Solius keek wantrouwend naar hem. ‘Hoe ken jij de naam van mijn generaal?’
      Adam kuchte. ‘Dat terzijde. Welk wapen willen jullie van ons? En waarom hebben jullie het nodig?’
      Nijdig probeerde Solius zich te bewegen, maar ik klemde nog steeds zijn handen op de grond. ‘Ik beantwoord geen enkele vraag, tenzij ik rechtop mag staan.’
      Ik keek de anderen aan. Adam haalde zijn schouders op en Silver haalde al een rol stevig touw die hij uit een winkel had gejat tevoorschijn.
      Uiteindelijk wisten we al zijn vier armen vast te binden en stond hij overeind. Tot mijn grote ergernis leek hij iets langer dan mij, maar hopelijk kwam dat door zijn laarzen. Hij keek inschattend naar ons en haalde toen diep adem, alsof de woorden die hij ging uitspreken moeilijk waren. ‘We hebben het wapen nodig omdat onze dimensie in gevaar is. Er is een soort… wezen, denk ik. Het zorgt ervoor dat onze wereld stukje bij beetje uit elkaar valt. Delen veranderen in een soort grijze… ruis.’
      Er begon me iets te dagen. ‘Als pixels?’
      Solius knikte. ‘Ik weet niet precies wat het wapen is, maar het zou ervoor zorgen dat onze wereld weer zou kunnen helen en we het tegen het wezen op kunnen nemen. Anders vernietigt het onze wapens als we te dichtbij komen.’
      Ik keek naar de anderen, en ze leken hetzelfde te denken als ik. Het kon niet anders, maar het wezen wat mij had aangevallen bedreigde ook de wereld van mijn dubbelganger. En het wapen dat ze zochten…
      Adams schild is nooit als wapen bedoelt, had Silver gezegd. Wat als hij ongelijk had? Was genezing ook niet een soort wapen als het andere wapens beschermt, of sterker maakt? Al die tijd hadden we het al bij ons gehad en gebruikt.
      Het duizelde me, maar Adam zette een stap naar voren. ‘Als dit waar is, waarom hebben jullie het ons dan niet kunnen uitleggen? De tijd stil zetten en dreigen dat jullie de stad zouden vernietigen was helemaal niet nodig geweest.’
      Solius haalde een wenkbrauw op. ‘Oh nee? Als het wapen daadwerkelijk zo krachtig is, hadden jullie het nooit vrijwillig willen afgeven. En de tijd voor ons dringt, want onze wereld valt steeds sneller uiteen.’
      Daar had hij een punt, maar wat moesten we doen? Het schild aan hem meegeven, zodat ze de stad met rust zouden laten en hun wereld konden redden?
      ‘Ik stel voor dat we dit even gaan bespreken,’ stelde Adam voor. ‘Ray, kan jij je dubbelganger misschien ergens vastzetten?’
      Ik grinnikte. ‘Als een hond?’
      Solius snoof. ‘Dat is hoogst beschamend. Ik kan hier wel gewoon blijven staan.’
      ‘We houden een oogje op je,’ waarschuwde Adam, terwijl we iets verderop gingen staan.
      Na een moment stilte zei Silver: ‘Ik vind dat we het schild niet aan hen moeten geven.’ Hij probeerde wat ontsnapte haren terug in zijn vlecht te stoppen.
      ‘Ik ben het met je eens, maar ik weet niet zeker of we een keuze hebben als we ook de stad willen redden.’ Adam keek twijfelend naar Solius en toen naar mij. ‘Jullie lijken echt heel veel op elkaar. Zelfs jullie stem is hetzelfde, afgezien van het Britse accent.’
      Ik rolde met mijn ogen. Dat Britse accent kon ik ook wel geloofwaardig na doen, maar dat zei ik niet. ‘Dus als ik het goed begrijp, willen we dat ze weggaan zonder het schild en dat ze San Francisco verder met rust laten. Dit is onmogelijk. Kunnen we echt niet het schild geven?’
      Zowel Silver als Adam schudde het hoofd. ‘Ik heb het vage vermoeden dat wij zelf het schild later nog nodig zullen hebben,’ zei Adam onheilspellend.
      Ik zuchtte. ‘Dank je wel, Adam. Dat helpt heel veel.’
      Hij hield zijn hoofd een beetje schuin, alsof er een idee in zijn hoofd begon te vormen. ‘Weten jullie nog dat ik zei dat dit net als Troje is?’
      ‘Wat wil je doen, een Trojaans paard maken?’ vroeg Silver grappend.
      Hij fronste. ‘Ik dacht eerder aan Patroclus eigenlijk.’
      Het was al een tijdje geleden dat ik de Ilias voor het laatst gelezen had, dus die naam kwam me niet helemaal bekend voor, maar Silver schudde verwoed zijn hoofd. ‘Nee, dat gaan we niet doen.’
      Ik probeerde een veilige gok. ‘Ging hij niet dood of zoiets?’
      Silver keek alsof hij een pijnlijke herinnering herbeleefde. ‘Na de ruzie met Agamemnon weigerde Achilles nog voor de Grieken de vechten. Maar toen de Trojanen het kamp binnenvielen, stond hij toe dat Patroclus zijn wapenrusting droeg om als nep-Achilles de Grieken te helpen en de Trojanen weg te jagen. Het werkte, maar uiteindelijk werd hij door Hector gedood.’
      ‘Oké,’ zei ik, ‘maar ik snap niet helemaal hoe je dat dan hier wilt doen, Adam. Het liefst zonder dat er iemand van ons doodgaat.’
      Adam keek naar Solius, die nog steeds boos richting ons keek. ‘Is het nog niet duidelijk? Jij en Solius wisselen van plek, jij infiltreert hun moederschip, zorgt ervoor dat de tijd weer verder loopt en ze allemaal vertrekken.’
      Ik lachte, maar stopte al snel toen het bleek dat hij serieus was. ‘Hoe moet ik dat in vredesnaam in m’n eentje doen?’
      ‘Je hebt toch al een keer wezens terug naar hun dimensie gestuurd? In New York?’
      Ik aarzelde. ‘Ja, maar dat was met een speciaal apparaat gemaakt door Banner en Cho. En de grens tussen dimensies was sowieso al dunner aan het worden, wat het makkelijker maakte. Ik heb geen idee hoe ik dat hier zou aanpakken.’
      ‘Ik heb een idee,’ zei Silver plotseling. ‘Als de tijd weer verder loopt, worden de Avengers weer wakker. Misschien kunnen zij helpen om de aliens weg te krijgen als we ze uitleggen wat er aan de hand is. Eén van ons zal dan wel bij hun moeten wachten, willen we het zo snel mogelijk doen.’
      Adam knikte. ‘Dan krijgen zij ook eens de kans om iets nuttigs te doen. En anders kan je altijd nog teleporteren als het mis gaat, Ray.’
      ‘Nog één ding,’ zei Silver. ‘Wat doen we met Solius? Het zal opvallen als er twee soldaten met hetzelfde gezicht rondlopen.’
      Adam haalde zijn schouders op. ‘We kunnen hem wel ergens opsluiten, lijkt me.’
      ‘Maar als het plan lukt, gaat hij niet terug naar zijn eigen dimensie,’ zei ik haastig. ‘Ik wil liever geen dubbelganger hier hebben.’
      Hij keek me nieuwsgierig aan. ‘Wat wil je dan doen? Hem doden?’
      ‘Adam,’ zei Silver streng. ‘We doden geen gevangenen. Ik stel voor dat we zijn gezicht bedekken en Ray hem meeneemt als gevangene voor hun kant. Hij kan doen alsof Solius een van ons is.’
      ‘Dat is een heel groot risico,’ protesteerde Adam. ‘Als ze hem iets vragen wat alleen hij weet, komen ze er zo achter wie de echte Solius is.’
      ‘Dit hele plan is een groot risico,’ zei ik. ‘Silvers optie is het beste.’
      Adam zuchtte geïrriteerd. ‘Goed dan. Nu moeten we Solius nog overtuigen om zijn pak uit te trekken.’

‘Geen sprake van,’ protesteerde Solius, en dat was precies het antwoord wat ik van hem verwachtte. ‘Ik weiger om aan dit plan mee te werken en ik zal er alles aan doen om jullie over te leveren aan mijn oversten. Wat het wapen ook is, we vinden het- ’
      ‘Goed dan,’ onderbrak Adam hem. ‘We hebben het netjes gevraagd. Tijd voor de niet zo nette manier. Ray?’
      Plotseling, voor ik ook iets kon doen, schudde de aarde opeens. Mijn eerste gedachte was dat er nog een aardbeving was, maar toen keek ik omhoog.
      Voor de tweede keer die dag kreeg ik een gevoel van déjà vu. Bewegend als poollicht was er een scheur in de hemel boven ons verschenen. Bij ons was het nog steeds bijna middag, maar in de scheur was het inktzwart, met hier en daar fonkelende sterren.
      ‘Wat… wat is dat?’ vroeg Silver aarzelend.
      ‘De andere dimensie,’ antwoordde ik. ‘Dit gebeurde ook in New York, al zagen we toen een andere versie van de stad. Het betekent dat de grenzen tussen onze dimensies aan het vervagen zijn.’
      Alsof het zo getimed was, stortte Solius zich opeens op Adam. Hij gaf hem een klap, greep zijn geweer en richtte het op me. Voordat ik mijn handen ook maar kon opheffen om mijn krachten te gebruiken, had hij al geschoten. En raak ook.
      Ik voelde een stoot tegen mijn ribbenkast, maar ik bleef staan. Met een scherpe beweging vanuit mijn pols wierp ik Solius tegen een muur, waar hij ineengezakt bleef liggen.
      Adam krabbelde overeind en ik zag dat het schild op zijn rug weer deels licht gaf. ‘Met alle respect, Ray, maar je dubbelganger is echt een klootzak.’
      Silver liet zijn boog zakken. ‘Ben je niet geraakt?’
      Ik pulkte de kogel uit het gat in mijn jack. ‘Kogelvrije binder,’ legde ik uit toen ik hun verbaasde gezichten zag. ‘Cadeautje van Stark. Ik houd er alleen een blauwe plek aan over.’
      We keken weer omhoog. ‘Hoe lang voordat die dimensie in de onze crasht?’ vroeg Adam.
      ‘Moeilijk te zeggen. Achteraf had Banner uitgerekend dat er een uur tussen het verschijnen van de scheur en crash zit, maar… ik weet niet of het hier ook geldt.’ In ieder geval zou het makkelijker worden om de niet-aliens terug te sturen. Elk nadeel heeft zijn voordeel, blijkbaar.
      We liepen naar Solius en ik knielde bij hem neer. Hij was bewusteloos, maar afgezien van een paar deuken was zijn pak nog heel. Ik hoopte maar dat ik erin paste, en dat ik hem geloofwaardig na kon doen.
      ‘Ben je er klaar voor om het moederschip van mensen uit een andere dimensie te infiltreren, en ze terug naar huis te sturen?’ vroeg Adam opbeurend.
      Ik zuchtte. ‘Ik zal wel moeten. Hier ben ik immers voor getraind.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen