Ik keer mijn blik naar de lucht, een deken van grijs met witte stompjes. Mijn broeders waren al eerder omhoog gefladderd, op en neer, op en neer. En ze vlogen omhoog, blauwe stipjes in mijn zicht. Ik, een jongere zwaluw dan de andere, slaak weifelend kleine schreeuwtjes naar ze. Twee jonge vogels krijsen terug, het geluid van hun wieken dichtbij. 'vlieg mee, vlieg mee'
Langzaam spreidt ik me uit en ik voeg me bij ze.

Ik was hiervoor nooit zo hoog geweest, de kleine witte dotjes bleken niet zo bol als van beneden. Wanneer ik mijn kleine oogjes daarop richt, ontvouwt de wereld zich als een moestuin met vele kleuren. Mijn angst heeft plaatsgemaakt voor geluk, en mijn kreetjes komen juichend uit mijn snavel.

We vliegen door, de moestuin wordt steeds kleiner naarmate we hoger komen. Totdat onze groep een mooi plekje in de lucht heeft veroverd, heersers van de wereld.
Maar heersers worden toch hongerig en moe, en wanneer blauw overgaat in zwart vinden we een rustplaats op de takken van een boom.
In de verte zie ik hoe lichtjes worden gedooft, totdat de bouwwerken der mensen vermengen met de donkere hemel..

We vliegen onmiddellijk door nadat we onze rust hebben gegrepen, en dat blijven we ook doen. De wind giert door mijn veren, kietelde ze terwijl de bomen langzamerhand hun dos verliezen. Beneden begint het kouder te worden, en dus snerpen de ouderen in de groep naar de jongsten. Maak haast! Maak haast!
Ik voel me vaak aangesproken daarop, omdat ik degene ben die vaak achter de anderen slenterde. Alhoewel ik van het uitzicht geniet, kan ik niet vaart maken zoals mijn leeftijdsgenoten. Zij tuimelen door de lucht, speels en onbevreesd. Ik aan de andere kant, kijk om… verlangend naar huis. Naar de vaste plek, zonnig en knus. Kou was het enige dat ik tijdens deze tocht voel.

Maar langzamerhand, naarmate we verder komen blijkt het landschap te veranderen. De trotse, fiere bomen van thuis worden dunner en geuren naar onbekende vruchten. Rotsen pieken omhoog als de stekels van een egel. Maar het belangrijkste: warmte. De zon omarmt me als een moeder die haar verloren zoon weer heeft gevonden, en nooit meer los wou laten. De ouderen vliegen voort zonder een snerp uit hun snavel, maar ik en de andere jonge vogels slaakte vreugde kreetjes. Zon! Zon!



Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen