Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik let wel een beetje op Hailey, in je afwezigheid,' belooft Nathan me.
Ik voel dat er een spanning mijn lichaam verlaat waarvan ik niet wist dat ik hem bij me droeg. Ik kan niet ontkennen dat ik me er geen zorgen om heb gemaakt. Ik ben gewend om te weten dat ik binnen een kwartier bij haar zou kunnen zijn, als ze me nodig zou hebben. Ze heeft mijn nummer. Ze heeft me al eens eerder gebeld.
Het voelt oneerlijk om te denken dat Nathan - of ik - op haar zou moeten "letten". Maar ergens is het wel zo. Ze zit heel erg verstrikt in het net dat Dean heet, en hij wordt gevaarlijker en gevaarlijker. Het voelt neerbuigend om op welke manier dan ook te denken dat ze een oppas nodig heeft, maar toch...
Toch knik ik, en zeg ik opgelucht: 'Dank je.'

In de week die volgt gebeurt niet heel veel bijzonders. Ik stort me vol overgave op mijn studie. Dean begint steeds meer aan te dringen om ons huwelijk te gaan plannen, en ik merk dat ik dat vermijd. Ik voel dat Dean het ook merkt.
Er is een soort afstand tussen ons. Lege lucht. En ik merk tot mijn schaamte dat ik dat niet zo erg vind. Ik merk tot mijn schaamte dat ik niet altijd aan Dean denk, wanneer ik in Deans armen lig.
Ik doe minder mijn best om hem altijd te behagen, en ik loop minder op eieren. Ik kook minder uitgebreid en doe minder mijn best om alles perfect te maken in het huishouden op dagen dat ik meer uren moet werken of studeren dan hij. En dat begint hem op te vallen. Enerzijds voelt het zo bevrijdend, en anderzijds merk ik dat Dean er gefrustreerd door raakt.
Uiteindelijk gebeurt het iets meer dan een week na de jaarwisseling. Ik heb net een nachtdienst in het ziekenhuis gedraaid en ben meteen gaan slapen, toen ik thuiskwam. Ik was al bijna vertrokken voordat ik goed en wel onder de dekens lag.
Ik word wakker terwijl Dean me draagt. Ik ben zo moe dat ik het in eerste instantie gewoon accepteer, maar dan merk ik dat we de kelder in lopen en na een tijdje murmel ik toch: ‘Dean, waar gaan we naartoe?’
Hij antwoordt niet ik en ik zak weer weg.
Wanneer ik daarna weer wakker word, zit ik vastgebonden op een stoel. Ik draag alleen nog maar een hemdje en een onderbroek, wat vrij koud is voor januari in Nebraska. Mijn onderbenen zitten met ducttape vastgemaakt aan de stoelpoten, en mijn torso en armen zijn met touw aan de rugleuning gebonden. Het is donker, maar niet zo donker dat ik Dean niet kan zien staan, met een mes in zijn handen.
Ik probeer hem te vragen wat er aan de hand is, maar dan merk ik dat ik ducttape voor mijn mond heb. Ik kijk hem angstig aan en produceer wat onverstaanbaar gemurmel. Hij stapt naar me toe, waardoor ik de blik in zijn ogen zie. Hij ziet er niet uit als Dean. Hij ziet er maniakaal uit.
Ik maak een paar zenuwachtige geluidjes en doe een poging om hem te vragen waar hij mee bezig is.
Hij stapt naar me toe, knielt voor me neer, en legt het mes neer. Zijn handen vinden mijn blote bovenbenen, die koud zijn en onder het kippenvel zitten. Nu pas voel ik de brandende pijn tussen mijn benen die me vertelt dat hij seks met me heeft gehad, en wanneer ik naar beneden kijk, zie ik dat mijn onderbroek doordrenkt is met bloed.
‘Oh, Hailey, wat moet ik toch met jou?’ zegt hij, zijn stem laag en zacht en heel, heel eng. ‘Je bent vergeten van wie je bent.’
Ik schud stilletjes mijn hoofd en kijk hem angstig aan. Wanneer en tranen uit mijn ogen beginnen te vallen, vangt hij die met zijn vingertoppen op.
‘Niet huilen, schatje. Ik doe dit omdat ik van je hou. Ik moet je gewoon even een lesje leren, en dan kunnen we weer voor de rest van ons leven van elkaar houden. Ik doe dit voor jou. Voor ons,’ belooft hij me.
Ik vecht tegen de touwen en probeer weg te komen, maar hij heeft me heel stevig vastgemaakt. Door de ducttape heen probeer ik hem te smeken om me gewoon los te maken, om er gewoon even over te praten. Hij kan me niet echt verstaan, maar ik weet zeker dat hij begrijpt wat ik probeer te zeggen.
Hij pakt het mes en ik begin te snikken.
‘Nee,’ piep ik. Het is een van de weinige woorden die ondanks de tape goed te verstaan zijn. ‘Nee, nee, nee, nee.’
‘Ik moet je gewoon even markeren. Je bent van mij. Zo zul je dat nooit vergeten. Ik doe dit voor ons,’ belooft hij me. ‘Je moet me aan je laten zien hoe veel ik van je houd. Je moet volledig van mij kunnen zijn.’
Hij maakt een redelijk ondiepe, maar vrij lange snee, schuin over de bovenkant mijn linkerdijbeen. Ik krijs het uit, maar hij maakt een paar sussende geluidjes, prevelt dat het moet, dat dit een teken van liefde is. Hij maakt nog een snee, dwars over de andere heen, en daarna nog een paar. Mijn hele lijf begint te trillen en ik worstel tegen de touwen. In het begin krijs ik het nog uit, maar na een tijdje ben ik dusdanig uitgeput dat het een misselijk gejammer wordt. Ik ben helemaal klam van het zweet.
Hij verplaatst het lemmet van met mes naar mijn rechterbeen. Hij maakt de eerste snee heel langzaam, waardoor ik alles nog beter voel en toch nog ergens de energie vandaan haal om het uit te schreeuwen. De tape dempt het voornamelijk, maar het is duidelijk te horen. Hij kijkt met oppervlakkige, snelle adem toe hoe het mes beetje bij beetje mijn huid splijt. Het maakt hem opgewonden. Hij draagt een broek, maar ik kan zien dat hij een erectie heeft. Hij buigt zich naar me voorover en likt een klein beetje van het bloed weg. Er gaat een tevreden golf van ontspanning door hem heen.
Hij slaakt een weeïge zucht en kijkt naar me omhoog.
‘Kijk, liefje. Zo erg was dat toch niet? Nu ben je echt van mij,’ zegt hij ademloos. ‘Nu zullen we voor altijd samen blijven.’
Ik begin weer te snikken en kijk weg. Het zijn geen diepe sneeën, maar het zijn er wel veel, en ze zijn vrij lang, en de kelder is niet de meest sanitaire omgeving.
Ik kijk hem wanhopig aan, hopend dat hij me nu los zal maken zodat ik de wonden kan behandelen. Dat doet hij echter niet.
Hij komt overeind en geef een kus op mijn voorhoofd.
‘Ik ga nog eventjes naar werk om iets te regelen. Over een paar uurtjes ben ik terug. In die tussentijd kan jij even goed nadenken over wat er gebeurd is, en wanneer ik terugkom zal alles perfect zijn, goed?’
Ik probeer hem wanhopig duidelijk te maken dat niets hieraan goed is, en dat ik echt vrij dringend medische hulp nodig heb. Over een paar uur kan de wond al heel vuil zijn geworden, en wie weet hoeveel bloed ik tegen die tijd al zal hebben verloren.
Hij vertrekt echter zonder nog iets te zeggen. Ik dacht dat ik bang was toen hij er nog was, maar nu pas slaat de echte angst toe. Ik val regelrecht in een paniekaanval, wat echt een hel is doordat ik alleen maar door mijn neus adem kan halen. Wanneer de vlaag van paniek voorbij is, begin ik zachtjes te huilen. Ik heb me nog nooit zo afschuwelijk gevoeld. Als ik nu op een knop zou kunnen drukken die mijn leven spontaan zou beëindigen, zou ik het nog doen ook, zelfs al is het in een opwelling.
Ik weet niet hoe lang het duurt, maar uiteindelijk zie ik de rest van mijn kleren gewoon naast mijn stoel op de grond liggen. Mijn telefoon is uit mijn zak gevallen, en zit vlak naast mijn voet. Er gloeit iets van hoop in me op en minutenlang ben ik bezig om de mobiel met mijn voet dichterbij te schuiven. Uiteindelijk lukt het en ik begin te proberen om met mijn grote teen mijn toegangscode in te vullen. Ik faal echter zo vaak dat ik eerst vijf minuten moet wachten voordat ik het opnieuw kan proberen, maar dan lukt het me toch. Na wat een eeuwigheid lijkt te duren slaag ik erin om Marco te bellen. Hij neemt al vrij snel op en ik kan het gesprek met wat moeite op de luidsprekerstand zetten.
‘Hey, Hailey. Met Marco,’ zegt hij.
Ik kan niets zeggen, maar ik probeer gewoon door de ducttape heen zo veel mogelijk geluid te produceren als ik kan, zodat hij gealarmeerd genoeg zal zijn om naar mijn huis toe te komen.
‘Hailey? Hailey, ben jij dat?’ vraagt hij geschrokken, en ik probeer een instemmend geluidje te maken.
Ik begin van opluchting te snikken bij het besef dat hij er waarschijnlijk zometeen aankomt.
‘Oké, blijf daar. Oké? Ik zal zorgen dat er hulp komt. Ik kom eraan,’ zegt hij snel.
Hij hangt op en een kwartier later, wanneer ik zo uitgeput ben dat ik denk dat ik buiten bewustzijn ga raken, hoor ik dat de deur open wordt gebroken.
‘Hailey?!’ roept een stem - onmiskenbaar Marco. Al een paar seconden later hoor ik Nathan ook mijn naam roepen.
Ik begin zo luid mogelijk te schreeuwen, maar ik heb al zo veel gegild dat ik nauwelijks nog geluid kan produceren. Het is blijkbaar genoeg om hen in de goede richting te sturen, want bijna meteen hoor ik achter me de kelderdeur opengaan en ik hoor hen de trap af rennen. Al snel verschijnen mijn twee redders voor me. Terwijl Nathan paniekerig de touwen rond mijn torso losmaakt, begint Marco mijn benen te bevrijden. Er komt een klein beetje vel los wanneer hij de tape lostrekt, maar dat is wel het minste van mijn problemen. Hij rukt ook de ducttape van mijn mond en wanneer Nathan mijn bovenlichaam los heeft gekregen, val ik huilend voorover in Marco’s armen. Hij vangt me op en trekt me bij hem op schoot.
‘De versterking komt eraan, oké? En er komt een ook een ambulance. Ze kunnen er elk moment zijn,’ belooft hij me, en ik ben te hard aan het snikken om hem te kunnen bedanken.
‘Jezus Christus, wat heeft hij met je gedaan?’ stoot Nathan uit, gebarend naar mijn bovenbenen.
Het is al snel voor iedereen duidelijk dat ik niet in staat ben om ook maar een woord uit te brengen, en Marco tilt me snel op. Ik lig in zijn armen alsof ik een klein vogeltje ben, en hij draagt me naar boven alsof ik niets weeg. Er moet wel heel veel adrenaline door zijn aderen pompen.
Hij legt me voorzichtig neer op de bank en ze proberen me allebei te sussen. Ik zie de verschrikking op hun gezichten wanneer ze zien dat ik ook tussen mijn benen allemaal bloed heb en ze zich realiseren dat hij me ook verkracht heeft.
Ik ben zo overweldigd dat ik tekens wissel tussen wel en niet bij bewustzijn zijn. Wanneer Nathan voorzichtig een snee in mijn been aanraakt om hem nader te kunnen bestuderen, laat ik ineens zo’n harde schreeuw horen dat hij verschrikt achteruit schiet, en ik begin zachtjes te schokken van de pijn.
‘Ik wil nooit meer terug,’ snik ik, met mijn laatste krachten. Ik grijp me zo stevig mogelijk aan Marco vast, zodat hij snapt dat ik het meen, dat ik het heel, heel erg meen. ‘Marco, ik wil nooit… Laat me nooit meer…’
Hij maakt een zacht, sussend geluidje en trekt me dichter tegen zich aan. Hij wrijft over mijn rug. De krampachtigheid van zijn omhelzing vertelt me dat hij net zoveel wanhoop voelt als ik.
‘Je zult nooit meer naar hem terug hoeven,’ zweert hij. ‘Ik beloof het je.’
Ik knik, huilend van opluchting en pijn en angst en nog duizend andere dingen ook.
Al snel hoor ik sirenes en Marco verzekert me dat de ambulance er is. Hij tilt me op van de bank en draagt me naar buiten, terwijl Nathan de deuren openhoudt. Het is koud buiten, zeker als je alleen maar een onderbroek en een hemdje draag, en ik jammer zachtjes van een koude windvlaag. Marco belooft me zachtjes dat het oké is, en dat het allemaal beter zal worden. Hij draagt me de ambulance in en wanneer hij me neerlegt, schiet ik angstig en stukje overeind.
‘Blijf,’ piep ik. ‘Blijf.’
Hij overlegt even snel met het ambulancepersoneel en belooft dan om bij me te blijven. De wagen begint te rijden en ik vraag hem paniekerig waar Nathan is.
‘We zijn met dezelfde auto gekomen. Hij rijdt de auto even naar het ziekenhuis zodat hij ons daar weer kan ontmoeten, goed?’ legt hij uit, en ik knik stilletjes.
Terwijl de ene ambulancemedewerker het bloed weg begint te vegen, vraagt de ander me naar wat er gebeurd is. Door de paniek, verwarring en pijnscheuten heen weet ik vrij goed te vertellen wat er gebeurd is, en ik zie dat Marco lijkbleek is geworden.
Wanneer ze grondiger de sneeën schoon beginnen te maken, begin ik het uit te schreeuwen van de pijn. Het doet zoveel pijn dat het me bang maakt. Marco probeert me wanhopig te sussen, maar ik lijk in een hele andere wereld terecht te komen. Hij staat toe dat ik zijn hele hand fijnknijp, en ik smeek hem huilend om ze te laten stoppen, wat hij natuurlijk niet kan doen.
Blijkbaar word ik echt te lastig, want een van de verplegers pakt een spuit met kalmeringsmiddel en injecteert me ermee. Ik voel de golf van vermoeidheid over me heen glijden, en mijn verzet breekt al snel. Hoewel ze juist grondiger te werk gaan, voel ik de pijn veel minder. Wanneer ik een slopende uitputting over me heen voel vallen, verplaats ik mijn blik naar Marco, die droevig naar me glimlacht. Hij heeft tranen in zijn ogen, zie ik, en zijn haar staat rechtovereind. Ik wil hem ergens mee geruststellen, zelfs als het maar iets kleins is als een glimlachje, maar het wordt al snel zwart voor mijn ogen.

Reacties (3)

  • Hermione2003

    Arme Hailey...
    Ik hoop wel dat dit ervoor gezorgd heeft dat ze écht niet meer terug gaat naar Dean, zelfs als ze weer beter is.

    8 maanden geleden
  • BethGoes

    Jezus mina.

    DIT IS DE DRUPPEL!

    DEAN BLIJFT UIT DE VERDOMME BUURT VAN HAILEY

    8 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    Arme arme Hailey..

    8 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen