Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Wanneer ik een slopende uitputting over me heen voel vallen, verplaats ik mijn blik naar Marco, die droevig naar me glimlacht. Hij heeft tranen in zijn ogen, zie ik, en zijn haar staat rechtovereind. Ik wil hem ergens mee geruststellen, zelfs als het maar iets kleins is als een glimlachje, maar het wordt al snel zwart voor mijn ogen.

'Jij en je moeder vertrekken over vier dagen, toch?' vraagt Nathan, terwijl hij me mijn kop koffie geeft en zelf ook aan het aanrecht gaat zitten.
Ik roer wat in het kopje en knik. 'Ja, vrijdagavond. Vrijdagnacht. Ik weet niet precies hoe ik het moet noemen. Het is een vrij lange vlucht, naar Thailand. En tijdsverschil en zo...'
Hij knikt en neemt nog een slokje van zijn koffie. Het is richting het einde van de middag, ongeveer. We zijn net terug van onze dienst. We zijn vooral nog gewoon een beetje moe, ook al was het niet heel druk. Het voelt goed om even te hebben kunnen douchen en iets schoons aan te trekken.
'Ik heb op de website wat foto's bekeken van het resort,' vertelt Nathan. 'Dat zag er zeker niet verkeerd uit.'
Ik grijns als een boer met kiespijn. 'Ja. En ik vond het onbeperkte buffet er ook zeker uitzonderlijk smakelijk uitzien.'
Hij moet er ook om lachen en knikt. 'Geniet ervan. Je hebt het de laatste tijd druk gehad.'
Hij heeft het ook druk gehad, wil ik zeggen. Hij verdient het ook om op vakantie te gaan. Nog meer dan ik, zelfs. Ik baal er nog steeds van dat ik hem niet heb kunnen overhalen om toch mee te gaan. Ik voel me bijna schuldig, alsof ik het niet hard genoeg geprobeerd heb. Maar, na Blueberry, is hij denk ik gewoon echt nog niet klaar voor vakanties. Hij vindt het veel te eng om ver weg van huis te zijn, om misschien wel onbereikbaar te zijn.
Nog voor ik iets kan zeggen gaat mijn telefoon af. Het is Hailey. Ik voel een vreemde combinatie van enthousiasme en angst, want elk telefoongesprek met haar kan twee kanten opgaan.
Ik neem op en zet hem op luidsprekerstand, zodat Nathan mee kan luisteren.
‘Hallo?’ vraag ik, maar ik krijg geen antwoord.
Ik hoor vreemd geschuif op de achtergrond, en probeer nog een keer: ‘Hey, Hailey. Met Marco.’
Nu hoor ik meer. Het klinkt alsof iemand aan het schreeuwen is met tape voor hun mond. Ik voel een kruipende angst door me heen gaan.
‘Hailey? Hailey, ben jij dat?’ breng ik verbijsterd uit.
Ik hoor weer wat geschuif, gevolgd door gedempt, hartverscheurend gesnik. Het is onmiskenbaar Hailey. Nathan en ik kijken elkaar doodsbang aan.
‘Oké, blijf daar,’ zeg ik, ook al klinkt het niet alsof ze echt veel andere opties heeft. ‘Oké? Ik zal zorgen dat er hulp komt. Ik kom eraan.’
Ik hang op en bel meteen om versterking en een ambulance, die ik naar haar adres stuur. Ik kan niet zeker weten dat ze thuis is, maar het lijkt me een redelijk veilige gok.
Nathan en ik stappen ook meteen in de auto en rijden zo snel als we kunnen naar haar huis. We zijn er eerder dan de politie of ambulance.
Aangezien Hailey contact met ons op heeft kunnen nemen, ga ik ervan uit dat Dean niet thuis is. En als hij wel thuis zou zijn, zou hij niet voor ons open doen, dus ik breek met mijn schouder de deur open. Ik voel de pijn niet eens.
Het is stil in het huis. Geen Dean, maar ook geen Hailey.
‘Hailey?!’ roep ik, waarna Nathan hetzelfde doet.
Geen antwoord, maar ik hoor wel een vreemd, gedempt geluid van beneden komen. Nathan hoort het ook.
‘Kelder?’ zegt hij, en ik knik.
Ik ruk allerlei deuren open tot ik de kelder vind en ren naar beneden, op de voet gevolgd door Nathan. Ik zie Hailey in de slecht verlichte kelder zitten, met haar rug naar het trappegat. Ze zit vastgebonden op een stoel. Op de grond naast haar ligt een stapeltje kleren, en ik zie een donkere vloeistof aan de vloer plakken. Bloed.
Terwijl Nathan paniekerig de touwen rond haar bovenlichaam los begint te maken, wijd ik me aan haar onderbenen, die met ducttape vastgemaakt zitten aan de stoelpoten. Er zitten allemaal sneeën op haar bovenbenen, en het bloed is overal naar beneden gelekt.
Ik maak haar benen los en ruk dan ook de tape van haar mond. Ik wil iets zeggen, maar ik voel me helemaal bevroren. Er is zoveel aan de hand dat ik niet weet waar ik moet beginnen.
Nathan heeft haar nu ook los en ze zakt voorover van de stoel af. Ik vang haar op en trek haar tegen me aan, zodat ze praktisch bij me op schoot terecht komt. Ze snikt en klampt zich aan me vast.
‘De versterking komt eraan, oké? En er komt een ook een ambulance. Ze kunnen er elk moment zijn,’ verzeker ik haar sussend.
Dan ziet Nathan ook de afschuwelijke ravage van haar bovenbenen, en het bloed trekt uit zijn gezicht weg.
‘Jezus Christus, wat heeft hij met je gedaan?’ stoot hij uit.
Ik merk dat ze antwoord probeert te geven, maar het lukt niet. Ik til haar snel op, er zorgvuldig op lettend dat ik haar zo min mogelijk bezeer. Ze maakt zichzelf klein in mijn armen. Ze voelt zo kwetsbaar aan dat het pijn doet.
De adrenaline zorgt ervoor dat het me totaal geen moeite kost om haar omhoog te dragen. Ik leg haar voorzichtig neer op de bank. Ik wrijf over haar arm en probeer haar te kalmeren, maar ik kan alleen maar kijken naar de sneeën op haar bovenbenen, met het half geronnen bloed dat alles bedekt. Ik zie nu ook de rode vlek in haar onderbroek, precies tussen haar benen. Ze zou ongesteld kunnen zijn, maar ik weet wel beter. We weten alledrie beter.
Er stromen tranen over haar gezicht, en er zijn momenten dat ik niet zeker weet of ze wel wakker is of niet.
‘Hey, Hailey, het is oké. Wij zijn er nu. Wij zijn er. Er komt hulp aan. Je bent veilig, nu,’ beloof ik haar. Ik weet niet of ze me hoort.
Nathan knielt ook naast de bank neer en ontfermt zich over haar verwondingen. Wanneer hij zachtjes een van de sneeën aanraakt, laat Hailey een bloedstollende schreeuw horen. We schieten allebei geschrokken achteruit. Ze begint te snikken, zachtjes schokkend. Mijn hart klopt in mijn keel.
Ineens werpt ze zich haast bovenop me, met haar laatste krachten. Ze klampt zich aan me vast, zachtjes snikkend.
‘Ik wil nooit meer naar hem terug,’ huilt ze, eindelijk, na al die maanden. Ik dacht dat ik blijer zou zijn om die woorden te horen, maar ze klinkt zo doodsbang en verraden dat het me pijn doet. ‘Marco, ik… ik wil nooit… Laat me nooit meer…’
Ik trek haar dichter tegen me aan, houd haar steviger vast. Ik probeer zo goed mogelijk op de sneeën op haar bovenbenen te letten. Ik voel een brok in mijn keel wanneer ik zeg: ‘Je zult nooit meer naar hem terug hoeven. Ik beloof het je.’
Het duurt niet lang voordat ik sirenes hoor. Het is de ambulance.
‘Ik ga je weer optillen, oké? De ambulance is er,’ zeg ik, maar ik denk niet dat ze me hoort.
Nathan houdt de deur voor me open en ik draag haar naar buiten. Ze jammert wanneer ze de kou van de buitenlucht voelt en ik probeer haar zachtjes gerust te stellen. De ambulancemedewerkers zien me al aankomen en doen de deuren voor me open.
Ik voel Nathans hand op mijn schouder en hij zegt: ‘Ik rijd wel met de auto naar het ziekenhuis. Ik zie je zo.’
Ik knik en ga met Hailey naar binnen. Ik leg haar neer op het tafelblad. Zodra ze niet m eer in mijn armen ligt, lijkt ze onrustig te worden. Ze schiet een beetje overeind.
‘Blijf,’ brengt ze met een klein, hoog stemmetje uit. Ze kijkt me smekend aan. ‘Blijf.’
Ik werp een van de ambulancemedewerkers een vragende blik toe. Hij knikt.
‘Ik blijf. Beloofd,’ zeg ik.
We beginnen te rijden.
‘Nathan? Waar is Nathan?’ vraagt ze, ineens weer volledig in paniek.
‘We zijn met dezelfde auto gekomen. Hij rijdt de auto even naar het ziekenhuis zodat hij ons daar weer kan ontmoeten, goed?’
Ze kijkt me even wazig aan, maar knikt dan.
Één ambulancemedewerker begint heel voorzichtig het bloed weg te vegen. De ander vraagt haar wat er gebeurd is.
‘Hij drogeerde me,’ begint ze. Haar stem lijkt vrij helder, maar ze begint na die eerste paar woorden al onbedaarlijk te snikken, alsof het ineens weer over haar heen golft. ‘E-En hij droeg me naar een kelder. Hij-hij-hij had me vastgebonden. Ik… Niet doen… En hij had en mes en ik zag dat hij er opgewonden van raakte en… en… voor liefde… hij zei… voor liefde. En toen ging hij naar werk… e-en ik wist niet… mijn telefoon…’
Haar stem sterft weg. Ze is alles volledig kwijt. Maar het is genoeg. Het is meer dan genoeg.
Ik merk dat ze zich nu meer op de sneeën focussen. Hailey gilt het uit wanneer de ontsmettingsalcohol in de wond terechtkomt. Het lijkt wel een duiveluitdrijving. Ik wil helpen, maar de verplegers zeggen dat ik moet blijven zitten. Ik haal wanhopig mijn hand door mijn haar en kijk haar gekweld aan.
Wanneer ze bijna het bed af rolt, wisselen de twee ambulancebroeders een blik uit, waarna één haar stilhoudt en de ander haar met kalmeringsmiddel injecteert. Er gaat een soort zucht door haar heen en ze ontspant. Haar blik vindt de mijne. Ik probeer haar geruststellend aan te kijken, maar ik zie er waarschijnlijk volledig verstrooid uit. Haar lippen bewegen alsof ze iets wil zeggen, maar al snel vallen haar ogen dicht. Ze doet ze niet meer open.

Reacties (2)

  • IrisThePiris

    Wat vreselijk heftig... Hopelijk blijft ze nu bij haar standpunt om niet meer naar hem terug te gaan. Hij heeft inmiddels wel heel veel grenzen overschreden:|
    Ook weer fijn in dit geval om het via 2 POV's te lezen!

    8 maanden geleden
  • BethGoes

    Awhh arme Hailey - nogmaals:)

    8 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen