Ze werd gevolgd door de blonde man met het vernielde kostuum en de Jood. ‘Wie bent u eigenlijk?’ vroeg ze, terwijl ze oogcontact maakte met de blonde man en Raphael negeerde, alsof hij gewoonweg niet bestond.
      ‘Mijn naam is Rune,’ antwoordde de man. Hij probeerde zijn das te corrigeren, maar het ding was compleet vernield. ‘Dit was een uniek model.’
      ‘Veel geld gekost?’ De das was niet eens zo mooi. Nee, het patroon – waren dat nu serieus pinguïns? – was kinderachtig en de kleuren pasten totaal niet bij de rest van zijn outfit.
      ‘Nee, mijn dochter heeft het voor me gemaakt.’
      ‘Is eraan te merken.’
      Als blikken konden moorden, dan had Rune Erin zonet neergeknald.
      ‘Vergeet wie we zijn,’ zei Raphael – Erin zou wensen dat hij zijn mond gewoon gehouden zou hebben. ‘Waarom zijn jullie hier?’ Was hij soms doof?
      ‘Zoals ik al zei,’ zei Erin, ‘ik heb niets gedaan.’ Ondertussen hadden ze de bron van het licht bereikt: een groot raam, dat een volledige wand van het station uitmaakte. De structuur zelf was icosahedraal, iedere driehoek net niet groot genoeg om je doorheen te wurmen als je het raam zou breken. Wellicht was het niet onmogelijk om zo’n driehoek uit de structuur te trekken, maar ze leken redelijk stevig aan elkaar bevestigd te zijn.
      Erin zette haar hand tegen het raam, niet dat ze echt verwachtte dat het iets zou doen.
      ‘Ik heb technisch gezien niets misdaan,’ zei Rune, ‘al kan ik me wel inbeelden waarom iemand het tegenovergestelde zou denken.’
      Vanuit haar ooghoek zag Erin hoe Raphael een wenkbrauw optrok. Ze had vast wel een idee waarom de Jood hier was. Stelen, misschien fraude – het zal vast wel iets met geld te maken hebben gehad. ‘Wat bedoel je daarmee?’ vroeg Raphael.
      ‘Ik ben een zakenman.’ Rune klonk gekwetst, alsof hij niet helemaal kon geloven dat zijn uiterlijk zijn status niet weggaf. ‘We moeten dingen doen.’
      ‘Dingen?’ drong Raphael aan.
      ‘Zwijg even en zoek naar een manier hieruit.’ Zover Erin kon zien, was er geen deur.
      Raphael keek haar aan alsof ze gestoord was. ‘Ik weet niet of je blind bent, maar ze hebben iemand neergeknald daarnet.’
      ‘Dus?’
      ‘Denk je dat ze ons zullen laten ontsnappen? Bovendien’ – hij knikt naar het raam, vermoedelijk doelend op het uitzicht dat erachter ligt – ‘het ziet er niet uit alsof de bewoonde wereld erg dichtbij is.’ Erin zou het niet toegeven als het niet moest, maar de Jood had gelijk. Achter het raam lagen bomen. Hoe ver die bomen zich uitstrekte; wie zou het zeggen? Het was in ieder geval niet gek om te denken dat ze ver, ver verwijderd waren van de bewoonde wereld, anders had iemand dat geweerschot vast wel gehoord. Als deze hele opstelling in het zicht stond, ergens waar iedere verloren ziel het kon zien, dan zou iets als dit nooit kunnen gebeuren.
      ‘Wat moeten we dan doen?’ Erin draaide zich om naar de twee mannen.       ‘Meedoen in dit gestoorde spel?’ Ze schudde haar hoofd afkeurend. ‘Die vrouw is gek.’
      ‘Gek genoeg om ons neer te schieten als we niet meedoen met haar gestoorde spel.’ Raphael keek Erin zo intens aan dat er een rilling over haar schouder liep.
      ‘Oké,’ zei Erin uiteindelijk, tegen haar zin. Ze snapte niet dat deze mannen niet at meer vechtlust in zich hadden. Als een vrouw weg zou kruipen en geen andere uitweg kon zien, zou ze dat nog kunnen begrijpen. Deze mannen waren allebei echter jong en sterk en bang gemaakt door niets meer dan een simpel schot door het hoofd van een waardeloze man. ‘We zullen zien waar dat wijf ons brengt.’


Reacties (2)

  • Duendes

    Erin is zo'n trut en het is echt genietenxD

    2 weken geleden
    • Akemi

      Haha, ze is idd wel echt een trut he :') Was ook heerlijk om te schrijven

      2 weken geleden
  • Long

    Spannend! Kan niet wachten op het volgende hoofstuk!

    3 weken geleden
    • Akemi

      Dank je voor je reactie, zo lief <3

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen