Erin liep zo snel door Oranje als haar voeten haar konden dragen. Toen ze de deur achter zich sloot en achterom keek, kwam iemand uit zijn stoel omhoog. Het was de zwarte man van eerder, die grijnzend naar de deur wees. ‘Die kunnen we openen, juffrouw.’ Zijn woorden werden gedempt door de gesloten deur, maar Erin kon ze horen.
      Ze slikte en hield de deur dicht, zodat de zwarte man haar niet kon achtervolgen. ‘Rune!’ riep ze onzeker, terwijl ze een snelle blik over haar schouder wierp om te zien of Rune er al aankwam. Toen ze haar ogen terug op de deur wierp, was de zwarte man weer gaan zitten.
      ‘Wat is er?’
      Ergens had ze bijna verwacht dat haar team in de tussentijd volledig uitgemoord zou zijn, maar Rune zag er nog springlevend uit.
      ‘Ik heb Eddie niet gevonden.’
      ‘Oh.’ Rune krabde zijn bovenarm. ‘Het klonk alsof je bang was.’
      ‘Oranje is eng.’ Ze wierp een blik door de deur. Ieder lid zat nog steeds in de stoel, behalve de ‘verkrachter’ op het bed. Hoe meer ze erover nadacht, hoe meer ze begon te geloven dat die man helemaal geen verkrachter was, dat Oranje dit inderdaad gewoon had verzonnen, zodat ze iemand hadden om onder de bus te gooien.
      Een rilling liep over Erins rug. Ze mocht de leden van haar team misschien niet heel erg, maar toch was ze blij dat ze het team had dat ze had – zelfs de Jood leek zo slecht nog niet.
      Rune keek over Erins schouder naar binnen. ‘Zeg dat wel… Zou Eddie op het toilet zitten?’
      Erin knipperde een paar keer met haar ogen. ‘Misschien?’
      Rune begaf zich naar het toilet, Erin volgde hem. Ze vond het niet leuk om met haar rug naar de scheiding met Oranje te staan, dus draaide ze zich om, terwijl Rune op de toiletdeur klopte. ‘Eddie-’ Hij stopte abrupt. ‘Eh? De deur staat open.’
      Erin had waarschijnlijk naar de toiletdeur moeten kijken, maar was te gefixeerd op het dunne, doorzichtige deurtje dat haar scheidde van een stel psychopaten. Met een piepend geluid ging de deur naar de toilet open. ‘Mijn God…’ stootte Rune uit. Erin draaide zich met een ruk om om te zien wat er gaande was, maar Rune blokkeerde haar zicht met zijn hand. Even hield ze haar adem in, bang dat Rune haar iets aan zou doen, maar toen fluisterde hij: ‘Dat hoef je niet te zien.’
      Hij leidde haar terug naar de wagon en duwde haar bijna letterlijk in één van de sofa’s.
      ‘Je ziet bleek.’ Raph had een glas thee in zijn hand. ‘Is er iemand dood of zo?’ Er trok een speelse grijns over zijn gezicht, die snel genoeg verdween toen Rune niet antwoordde en enkel voor zich uit bleef staren.
      Erin sloeg haar hand voor haar mond, ze wist wat er gebeurd was nog voor Rune de woorden uitsprak.
      ‘Eddie is dood.’ Rune liet zich in één van de sofa’s vallen. Het leek een beetje alsof zijn eigen benen het begaven en hij geen andere keus had buiten neer te zitten. Zodra er weer wat bloed naar zijn gezicht stroomde, vervolgde hij: ‘Ik ben er vrij zeker van dat hij vermoord is.’ Hij sloot zijn ogen een paar seconden. Niemand was écht aangedaan door het verlies van Eddie – ze kenden de man immers amper – maar het feit dat er iemand vermoord was, betekende dat ze hier niet veilig waren.
      Erins blik ging naar Femke, die zichzelf in de lakens op haar bed had gerold. Ze sliep zo vredig dat Erin er jaloers op was. Er was geen manier waarop zij vannacht nog zou slapen, dat was zeker.
      Raph zette zijn rooibos thee – die zo intens rood was dat het bloed zou kunnen zijn – neer op de kar die nog steeds in het gangpad stond. Zover Erin wist, hadden Femke en Rune nog niets gegeten. Ze wachtten waarschijnlijk af om te zien of het vergiftigd was of niet.
      Het bleef een hele tijd stil.
      ‘Wat doen we nu?’ vroeg Erin aarzelend.
      ‘Er zijn andere wc’s,’ merkte Rune op.
      ‘Ik ga niet opnieuw door Oranje.’ Erin schudde haar hoofd.
      ‘Verona inlichten?’ opperde Raph. Zijn ogen zagen er klein uit, hij was duidelijk moe geworden. Wie kon hem beschuldigen daarvoor? Middernacht was al even geleden gepasseerd. ‘Als we niet willen verliezen morgen, moeten we misschien ook rusten.’ Raph zei het niet, maar iedereen wist wat hij bedoelde: Oranje is niet te vertrouwen.
      ‘Ik denk niet dat ik kan slapen.’ Erin trok haar benen op tegen haar borst. De slaap begon nu ook aan haar bewustzijn te knagen, maar er was geen manier waarop ze kon slapen met een lijk op het toilet. ‘En… ik moet plassen.’
      ‘We kunnen om de beurt de wacht houden,’ stelde Raph voor.
      ‘En het toilet?’
      Rune kwam overeind en zuchtte. ‘Ik ga Verona zoeken. Dit kan toch niet de bedoeling zijn?’ Niemand antwoordde, want het was heel duidelijk dat dit wél de bedoeling was. Hun leven deed er niet echt toe. Het was niet van meer of minder waarde als ze het eind van de rit haalden.
      Erin balde haar handen tot vuisten, zo stevig dat er halve manen achter bleven waar haar nagels zich in haar huid hadden gedrukt. Haar hart raasde in haar borstkas, ook al voelde ze zich slaperig. Voor het eerst drong het tot haar tot dat ze kon sterven hier. Eerst had het zo’n verre gedachte geleken, een vreemde realiteit die niet helemaal waar kon zijn. Zelf toen de eerste man voor haar ogen stierf, dacht ze niet dat haar zoiets ooit zou overkomen. Die man was gewoon dom genoeg om zich niet aan de regels te houden. Ze had zich bedacht dat ze het spel gewoon zou spelen en er aan het eind levend uit zou komen.
      Eddie had de regels echter niet overtreden. Hij was vermoord, zonder Verona te hebben beledigd of wat dan ook. Of je dit overleefde of niet, werd niet bepaald door duidelijke regels waar je je aan kon houden. De kans op sterven werd niet verlaagd door dingen die je zelf onder controle had. Ze had totaal geen grip op de situatie, geen grip op haar eigen leven zelfs.
      De dood en het leven: het was compleet willekeurig – en het maakte haar gek.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen