Hoi, lezers! Ik ben een paar weken afwezig geweest vanwege gezondheidsredenen. Ik wilde heel graag schrijven, maar dat lukte niet en in verband met een ziekenhuisopname heb ik eventjes pauze genomen. Ik hoop het schrijven nu weer op te kunnen pakken. Ik kan niet beloven dat ik even vaak/regelmatig upload als vroeger, maar ik zal mijn best doen. Heel erg bedankt voor jullie geduld en begrip. Ik hoop snel weer meer en vaker te kunnen gaan schrijven.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik denk weer aan Deans blik, aan zijn zware hand op mijn voorhoofd. Hij heeft helemaal niets gezegd. Dat hoefde hij ook niet. Ik weet precies wat hij me wilde vertellen.
Ik ben nog steeds van hem. En ik ben nog lang niet van hem af.

Ik ben, overduidelijk, oerstom. Wie had dat gedacht?
Niet te geloven. Gewoon - Niet te geloven! Niet te geloven dat ik Hailey toch alleen heb gelaten, ook al was het maar voor even. Ik had kunnen weten dat Dean iets van plan was - wat dan ook. Ik had kunnen weten dat hij als een soort slang op de loer zou liggen, en dat hij misschien nog steeds wel als een slang op de loer ligt.
Ik kan het ook gewoon niet goed begrijpen. Ik had toch zo goed opgelet? Hailey is wel even alleen geweest op haar kamer, maar ik heb het ziekenhuis geen moment helemaal verlaten. Ik heb een aantal van de verpleegkundigen op de afdeling een foto laten zien van Dean, gewoon voor de zekerheid.
Ik was maar héél even het ziekenhuis uit, samen met Nathan, zodat we een aantal mensen van het politiebureau konden inlichten. Van de commissaris verwachtten we niet enorm veel enthousiasme, maar dat Hailey naar het ziekenhuis was gebracht en nu zelf ook bang was voor Dean betekende wel dat er een grens was overschreden die geheimhouding niet meer mogelijk maakte. We moesten hen wel inlichten, en zij moesten ons wel helpen.
Het was ongelofelijk stom van de om te verwachten dat ik haar veilig alleen kon laten. Ik had beloofd haar te beschermen. Ze vertrouwde erop dat ik haar kon en zou beschermen. Dat vertrouwen heb ik geschaad.
Nathan voelt zich net zo schuldig als ik, ook al neem ik hem niets kwalijk. Ik ben vanaf begin af aan degene geweest die Hailey per se wilde helpen, en ik heb mijn verantwoordelijkheid niet genomen.
Het ergste is nog dat Hailey ons probeert gerust te stellen in plaats van andersom. Ze voelt ons schuldgevoel aan en probeert ons te troosten.
'Jullie konden niet weten dat hij zou komen,' zegt ze stellig, en daarna voegt ze er met een brok in haar keel aantoe: 'Ik had moeten weten dat hij iets zou proberen. Dit is mijn schuld, niet die van jullie.'
Ik kan wel duizend redenen bedenken waarom het niet haar schuld is, maar ik ben zo overstuur dat het me niet lukt om te praten. Ik schud gewoon alleen maar moedeloos mijn hoofd.
Nathan en ik zitten maar gewoon een beetje in stilte bij haar bed. Een verpleegkundige heeft meteen weer de morfine aangesloten, en nu wachten we tot die weer een beetje gaat werken. De ergste pijn lijkt al weggetrokken te zijn, maar er ze heeft nog altijd de gespannen gezichtsuitdrukking van iemand die pijn aan het verbijten is.
We worden pas opgeschud uit de stilte wanneer Nathans telefoon ineens overgaat. Hij kijkt met een frons op zijn mobiel, mompelt iets over dat het van werk is, en loopt dan de kamer uit om op te nemen.
Hailey en ik wachten maar gewoon stilzwijgend tot Nathan terugkomt. Er begint een mistige blik in haar ogen te ontstaan, en ik vraag me af of dat komt door de morfine of het trauma.
Het telefoongesprek duurt niet lang; al na een paar minuten loopt Nathan de ziekenhuiskamer weer binnen. Zijn mobiel is hij nog aan het wegstoppen in zijn broekzak.
'Dat was het politiebureau,' zegt hij. Hij heeft de grimmige uitdrukking van iemand slecht nieuws, maar gelukkig is zijn bericht vooral positief. De grimmigheid is waarschijnlijk vooral het gevolg van de serieusheid van de situatie. Glimlachen in een ziekenhuiskamer is moeilijk, zeker voor iemand als Nathan. 'Ze zijn nu officieel op zoek naar Dean. Ze hebben zijn foto ook gedeeld met andere politiebureaus.'
Ik ben vooral opgelucht, maar in Hailey denk ik vooral een hevige tweestrijd te zien. Er ontstaan hardnekkige tranen in haar wazige, versufte ogen.
'Gaat het?' vraag ik, heel zachtjes.
Ze kijkt me één oogwenk lang aan, maar wendt dan haar blik weer af. Ik denk dat ik haar haar heel lichtjes hoofd zie schudden, maar het is goed mogelijk dat ik het me maar verbeeldt.
Heel lang is het stil, en ik zie de woorden in haar opborrelen voordat ze ze uitstoot. Ze klinkt helemaal ten einde raad wanneer ze zegt: 'Maar Dean en ik houden toch van elkaar?'
Ze verliest de strijd en begint zachtjes te huilen, met hartverscheurende snikken.
'Sorry,' weet ze krakend uit te brengen, beschaamd voor haar verdriet.
Ik reik voorzichtig uit naar haar hand, en neem die vast wanneer ze hem mij aanbiedt. Ik geef een zacht kneepje, hopend haar iets van steun te kunnen bieden.
'Ik ben gewoon zo in de war,' kermt ze uiteindelijk, en ze klinkt zo verloren dat het pijn doet.
'Mag ik je een knuffel geven?' vraag ik, zo luchtig en open mogelijk. 'Als je dan toch in de war bent, kun je net zo goed in de war zijn tijdens een knuffel, toch?'
Mijn nonchalante aanpak lijkt te werken, want ik zie bijna een spoortje van een lachje in haar opborrelen. Ik wacht geduldig totdat ze knikt voordat ik op de rand van het ziekenhuisbed ga zitten en haar omhels.
Ze kruipt weg in mijn armen, ook al moeten we allebei voorzichtig zijn dat er niets tegen de sneeën in haar bovenbenen drukt. Hailey is geen kleine vrouw, en toch voelt ze zo klein als een vogeltje aan in mijn armen.
Het verdriet sijpelt langzaam naar buiten, snik voor snik. Ze beeft er helemaal van. Het ziet er bijna pijnlijk uit.
Ik weet ineens heel zeker dat de krassen in haar bovenbenen niet het meeste pijn doet, op het moment. Dean heeft haar hart op een manier geraakt die zonder twijfel ondraaglijk is.
Ze moet één grote mix zijn van van alles en nog wat. Ze moet vol zitten van verdriet, van schaamte, van afschuw, van verbroken vertrouwen.
'Dean, wij zouden toch altijd van elkaar blijven houden?' weet ze uiteindelijk nog pieperig uit te brengen, tussen tranen en snikken door.
Ik zeg maar gewoon niets en houd haar vast tot ze gekalmeerd is, en zelfs nog iets langer.
Uiteindelijk, wanneer ik aanvoel dat ze er weer klaar voor is, laat ik haar los en ga ik weer op mijn stoeltje naast het bed zitten.
Ze veegt de laatste tranen van haar wangen. Wanneer ze weer spreekt, klinkt ze een stuk helderder, maar nog steeds gepijnigd.
'Ik weet gewoon niet wat ik wil,' zegt ze eerlijk en plompverloren. 'I-Ik weet gewoon niet wat... wat ik wil. Ik weet niet of ik bij hem weg wil. Ik weet niet of ik wil dat hij wordt gearresteerd. Ik weet gewoon... niets. Ik weet dat hij gearresteerd zou moeten worden, maar i-ik weet gewoon niet wat ik wil.'
Dat is even slikken. Ik had gehoopt dat ze Dean na vandaag zou haten, en dat ze koste wat het kost bij hem weg zou willen. Achteraf begrijp ik wel dat ze jarenlange manipulatie niet ineens kwijt kan schelden, maar toch had ik de ijdele hoop gekoesterd dat ze van het een op het andere moment "wakker" zou worden.
'Maar begrijp je wel dat we hem niet meer bij je in de buurt kunnen laten komen?' vraag ik aarzelend.
Ik ben dolblij dat ze knikt, ook al lijkt het niet helemaal van harte.
'Ja, dat begrijp ik,' zegt ze, en ze klinkt net een tikkeltje te teleurgesteld wanneer ze dat zegt. Ze doet haar ogen dicht, zucht, en wrijft over haar slapen alsof ze hoofdpijn heeft. Haar stem beeft een beetje wanneer ze vervolgt: 'Ik kan hem gewoon zo moeilijk loslaten. Ik weet dat ik bij hem weg moet. Ik weet het, maar...'
Ze zucht weer en haalt haar moedeloos schouders op.
'Je weet het, maar je voelt het nog niet,' vult Nathan dan vloeiend aan.
Hailey kijkt hem aan en knikt, blij dat iemand het onder woorden heeft kunnen brengen.
Ergens moet Nathan wel goed begrijpen wat ze voelt, aangezien zijn relatie met zijn moeder ook wel wat wegheeft van Haileys relatie met Dean. Zijn moeder heeft hem dan wel nooit fysiek mishandeld, maar van mentale manipulatie was er zeker wel sprake.
Wanneer het buiten begint te schemeren, komt er een verpleegkundige binnen. Op een dienblad heeft ze drie maaltijden meegenomen: één voor Hailey, en twee voor Nathan en mijzelf, die we voor zeven dollar vijftig konden bestellen als bezoekers.
We eten de maaltijden in stilte op. Ik vraag me af hoe het voor Hailey is om opgenomen te worden in het ziekenhuis waar ze zelf ook werkt. Ik vraag me af of ze de artsen en verpleegkundigen die haar behandelen kent, en of ze zich zorgen maakt over wat ze van haar denken. Zouden haar collega's eerder al vermoedens hebben gehad, over de mishandeling die ze thuis ondervond? Is ze van plan hen eerlijk te vertellen wat er aan de hand is? Zou ze zich ervoor schamen?
Het zijn allemaal vragen die ik uiteindelijk maar gewoon niet stel. Ik denk dat het te vroeg voor haar is om daar over na te denken. Ze heeft nu wel genoeg aan haar hoofd.
Het is al donker wanneer er ineens twee andere politie-agenten op de deur kloppen: Ashley en Roger. Ze zeggen dat de commissaris Hailey beveiliging heeft toegewezen en dat zij tweeën deze nacht over haar zullen waken.
Ik ben blij dat de commissaris eindelijk actie onderneemt, maar ergens ben ik wel teleurgesteld. Nu zij zijn aangekomen, hebben Nathan en ik geen excuus om nog langer bij Hailey te blijven. Ik wil haar haar rust gunnen, maar toch voelt het niet gerust om haar achter te laten. Als het niet vreemd was geweest, zou ik tijdens haar hele ziekenhuisbezoek bij haar blijven.
'Je hebt mijn nummer,' zeg ik haar, wanneer we afscheid nemen. 'Aarzel niet om te bellen als ik iets voor je kan doen.'
Nathan geeft Hailey ook zijn eigen privénummer en biedt hetzelfde aan.
Waneer ik me dan eindelijk los heb gescheurd van haar ziekenhuiskamer, lopen Nathan en ik in het donker terug naar onze auto.
Morgen hebben we tot het eind van de middag dienst, maar daarna hebben we afgesproken om Hailey weer te bezoeken. Ik vraag me af wat ze van plan is te doen, na haar ziekenhuisopname. Waar wil ze gaan wonen? Zou ze bij haar ouders terechtkunnen, of heeft ze met hen geen contact meer vanwege haar geïsoleerde relatie met Dean? Zolang Dean nog vrij rondloopt, kan ze beter niet alleen wonen, en al helemaal niet in hun oude huis. Zou ze zich dat zelf ook realiseren?
Ik vraag me zelfs nog wel dringender af waar Dean is. Zou hij nog in de buurt zijn? Houdt hij ons in de gaten? Weet hij dat hij vanaf vandaag gezocht wordt door alle politiebureau's in de wijde omgeving? Heeft hij een plan?
Voordat we de auto instappen, werp ik nog een laatste blik op het ziekenhuis, naar waar Haileys kamer ongeveer moet zijn.
Het meest vraag ik me nog wel af of ze zich eenzaam voelt, en of ze weet dat ze er helemaal niet alleen voor staat. Niet als het aan mij ligt.

Reacties (4)

  • Hermione2003

    Fijn dat je weer terug bent! Wat betreft de kwaliteit: wat mij betreft is het hoofdstuk hartstikke goed, zoals altijd.
    Nog beterschap gewenst, en doe het rustig aan! 🍀

    2 weken geleden
  • IrisThePiris

    Wat fijn dat je terug bent! Nog beterschap gewenst.

    2 weken geleden
  • BethGoes

    Fijn dat je weer terug bent! Ik vind dat je je geen zorgen hoeft te maken om de kwaliteit, naar mijn mening is dit even goed als altijd! Je hebt me weer super benieuwd gemaakt naar het verdere verloop van het verhaal:)))

    2 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    Wat fijn dat je terug bent!!

    3 weken geleden
    • AmeranthaGaia

      Dankjewel. Het is fijn om weer terug te zijn. Ik ben nog niet helemaal de oude, dus de kwaliteit van wat ik schrijf is misschien niet zo goed als ik zou willen, maar ik vind het fijn om weer te kunnen schrijven.

      2 weken geleden
    • Sunnyrainbow

      Baby steps!

      2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen