. . .


In 1685.
      Will hoorde de woorden wel, maar ze wilden niet binnenkomen. Wat bedoelde Onyx? Het jaar 1685? Maar – hoe kon dat? Een paard stoof recht op hem af en Will voelde de paniek door zijn borstkas razen. Hij wilde wegspringen, maar Onyx hield hem stevig vast en voor hij het wist, slaakte hij een gil.
      ‘Ssh.’ De oudere jongen trok hem nog dichter tegen zich aan. Het wilde paard was slechts een paar stappen bij hem vandaan – hij zou hem zo onder de voet lopen! Vlak voordat hij de vermorzelende hoeven verwachtte, draaide hij zijn hoofd opzij en drukte zijn gezicht tegen Onyx’ borst aan.
      Die trilde zachtjes doordat de jongen grinnikte.
      ‘Het zijn maar beelden, Will. Afdrukken van het verleden.’ Onyx’ vingers streken kalmerend door zijn haren.
      Verward maakte Will zich weer van de jongen los. Hij keek over zijn schouder, waar het pikzwarte paard verder galoppeerde. Het was dwars door hem heen gerend. Verbluft keek hij naar Onyx op.
      ‘Wat – wat is dit?’
      ‘Dat is wat ze nou magie noemen.’ De jongen gaf hem een knipoog.
      Met open mond bleef hij de zwartharige jongen aanstaren. Magie? Hij was natuurlijk niet onbekend met bovennatuurlijke dingen, maar dit…?
      ‘Is het allemaal een hallucinatie? Of zijn we echt… door de tijd gereisd?’
      ‘Dat laatste. Best cool toch?’ Onyx liet hem weer los en schoof zijn handen in zijn zakken. Hij glimlachte scheef. ‘Als kind heb ik al ontdekt dat dit soms gebeurt als ik een instrument bespeel. Normaal neem ik niemand mee, maar als geschiedenisfanaat dacht ik dat jij het wel leuk zou vinden.’
      Nu hem niets kon overkomen, begon het enthousiasme inderdaad omhoog te komen. Toch zat er een naar gevoel in zijn maag. Brandlucht prikkelde nog steeds zijn neusgaten en overal lagen poelen bloed, lagen kermende mensen of verminkte paarden. Tijdens de missies die hij verzon praatte hij altijd heel makkelijk over gevechten en veldslagen, maar het nu met eigen ogen zien… Dat was toch heel anders en hij vond het moeilijk om al het lijden aan te zien.
      ‘We kunnen ze zeker niet helpen?’
      Onyx schudde zijn hoofd. ‘Nee. Zoals ik al zei – we zien alleen letterlijk het verleden. We kunnen er geen invloed op uitoefenen.’ Onyx begon in de richting van de gebouwen te lopen. ‘Maar zo krijg je wel een beeld van een echt westerndorpje.’
      Vlug liep Will met hem mee, bang voor wat er zou gebeuren als hij Onyx zou kwijtraken.
      ‘Zijn we hier dan alleen… mentaal? Of zijn we verdwenen van de plek waar we net waren?’ Het was allemaal te moeilijk om te bevatten.
      ‘In de gewone wereld slapen we totdat we weer terugkeren.’
      ‘En kun je je ook naar andere plekken transporteren? Bijvoorbeeld – naar de oude Egyptenaren?’
      ‘Alleen als we in Egypte zijn. Het is wel plaatsgebonden. Maar we hadden ook duizend jaar terug in de tijd kunnen gaan.’
      ‘Wauw zeg.’ Vol ontzag keek hij naar Onyx op.
      Hij werd gaver en gaver en het voelde nog steeds heel onwerkelijk dat hij dit uitgerekend aan Will wilde laten zien. Jarenlang was hij onzichtbaar geweest en daarna was hij de freak van de school geweest. Maar Onyx… Onyx gaf hem het gevoel dat hij normaal was en dat Onyx juist zelf degene was die bijzonder was. Maar deze keer op een positieve manier!
      Will was opgelucht toen ze het slagveld achter zich lieten en het dorp bezochten, al hing daar ook een grimmige sfeer. De luiken zaten dicht en het was uitgestorven op straat. Af en toe zag hij iemand naar buiten gluren en Will moest zichzelf eraan blijven herinneren dat niemand hen kon zien. Hij vroeg Onyx op welke plaatsen hij nog meer was geweest en merkte dat het steeds makkelijker werd om met hem te praten. Hij bleef mysterieus en spannend, maar Will voelde zich wel bij hem op zijn gemak en hoewel hij eerst ieder woord had overwogen, merkte hij dat hij zelf ook makkelijker kletste. Helemaal comfortabel was hij toch ook weer niet. Onyx kon hem op een hele eigenzinnige manier aankijken waardoor zijn hart allerlei gekke sprongen maakte en hij begon te blozen. Soms raakte hij Will ook even kort aan om hem ergens op te wijzen, waarna het was alsof zijn hele arm of schouder in brand vloog.
      Onyx gaf hem helemaal niet het gevoel alsof hij nog heel jong was en hoewel hij net wel een beschermende arm om hem heen had geslagen, liep hij Will niet de hele tijd te betuttelen. Iets wat zijn moeder en zelfs zijn broer wel de hele tijd deden. Soms werd hij gek van hun overbeschermende gedrag, waardoor hij constant herinnerd werd aan wat hem overkomen was. Onyx wist daar blijkbaar ook van, toch liet hij dat verder niet merken en mocht Will zelf kiezen waar ze heen gingen en wat hij wel of niet wilde zien. Hij voelde zich vrij aan Onyx’ zijde en iedere keer dat de oudere jongen naar hem glimlachte, was het alsof hij ietsje groeide. Vond Onyx het gezellig met hem? Wilde hij vaker samen wat doen? Kriebels stuiterden door zijn buik bij dat vooruitzicht.

. . .


Het kon Joyce niets schelen dat de mensen haar voor gek verklaarden. Ze had haar vriend praktisch van zijn werkplek afgetrokken en geëist dat hij met haar mee zou gaan naar die tentoonstelling. Brommend had Jim uiteindelijk toegezegd. Eerst had hij achterhaald of er inderdaad een expeditie plaatsvond, daarna had hij onderzoek gedaan naar die mysterieuze jongen. Een achternaam wist Joyce niet, maar zowel de naam Onyx als Ivory leek weinig resultaat op te leveren, ook bij navraag. Dat hoefde niets te betekenen, had Jim haar verzekerd. Maar voor Joyce betekende het heel veel. Er was iets mis.
      Nu liepen ze de tentoonstelling door. Zoals ze gevreesd had, was haar zoon nergens te bekennen. De vrouw achter het loket kon haar wel vertellen dat twee jonge jongens kaartjes hadden gekocht, waarvan er één pikzwart haar had gehad. Het stelde haar weinig gerust nu ze haar zoon niet zag. Ze stapte weer naar buiten toe, bekeek de parkeerplaats en zag toen de motor staan. Gelukkig. Ze waren er nog, ergens.
      ‘Dit is hem. Zijn motor. Misschien kun je het kenteken straks natrekken,’ zei ze toen Jim naast haar kwam staan.
      Hij keek haar zwijgend aan en zuchtte toen. ‘Laten we nu eerst maar gewoon even afwachten, Joyce. Tot nu toe is er geen reden om aan te nemen dat er iets mis is.’
      Dat was er wel. Haar moederinstinct zei genoeg.
      Ze beende weer naar het gebouw toe, ditmaal liep ze eromheen. Nergens was iemand te bekennen. Waar konden ze naartoe zijn gegaan? Gespannen duwde ze haar nagels in haar handpalmen. Het zou haar toch niet weer gebeuren dat haar zoon verdween? Haar ademhaling schoot omhoog. De kalmerende hand die Jim op haar schouder legde, schudde ze van zich af terwijl ze een willekeurige kant op begon te lopen. Verderop was een bos. Daar waren ze vast heen gegaan. Wat zou die creep haar zoon aandoen? Misschien had Will zich wel losgerukt en vluchtte hij nu tussen de bomen door. Haar hart kromp ineen bij de gedachte aan hoe angstig hij zich moest voelen.
      Plots zag ze achter een boom twee benen uitsteken. De schrik sloeg haar om het hart. Lag daar nou iemand op de grond? Ze begon in de richting van het lichaam te rennen. Tranen gleden al over haar wangen toen ze de spijkerbroek van haar zoon ontdekte. Wat hadden ze hem aangedaan? Beelden van een bleek gezicht en bebloede lichaamsdelen schoten voor haar ogen langs.
      Hijgend kwam ze tot stilstand. Hij lag er niet alleen. De zwartharige jongen lag ernaast. Zijn vingers waren om die van Will heen geklemd. Beiden lagen roerloos in het gras. Een mondharmonica lag aan de andere kant van de jongen.
      Verdwaasd staarde Joyce naar de twee. Hun borstkassen gingen gestaag omhoog en omlaag – ze leefden duidelijk nog. Ze sliepen. Welke twee tieners gingen er nou op klaarlichte dag in het gras liggen slapen? Het werd almaar vreemder.
      ‘Zie je? Niets aan de hand,’ zei Jim.
      Giftig keek ze hem aan. ‘Niets aan de hand? Vind je het normaal dat ze hier liggen te slapen?’
      Jim haalde zijn schouders op en wreef in zijn nek terwijl hij iets over Wills toch al vreemde hobby’s mompelde.
      Joyce hurkte bij haar zoon neer en schudde aan zijn schouder. Hij reageerde niet. Haar maag kromp samen. Wat als die rare snuiter hem drugs had gegeven?
      ‘Will?’ Haar stem klonk schril en ze schudde hem door elkaar. Angst kneep haar keel dicht toen hij niet reageerde. ‘Will!’ gilde ze.
      Jim was bij de andere jongen neergeknield en controleerde zijn pols. ‘Zijn hartslag is niet versneld.’
      Tevergeefs probeerde Joyce haar kind wakker te krijgen. Hij reageerde nergens op. Moest ze om een ambulance vragen? Was hij in coma? Haar blik viel op de verstrengelde handen. In een vlaag van woede rukte ze hun handen uit elkaar. Ze wilde niet dat die engerd haar zoon ooit nog aanraakte!
      Daar reageerde haar zoon op. Zijn ogen schoten open en hij kreunde zacht.
      ‘Mam?’ klonk het verward.
      ‘Och liefje!’ Met betraande ogen nam ze haar zoon in haar armen en wiegde hem heen in weer. ‘Wil je me nooit meer zo laten schrikken!’
      ‘Wat doe je hier?’ Will duwde haar van zich af. Zijn blik schoot opzij naar de vreemde jongen, die ook rechtop was gaan zitten en vragend van Joyce naar Jim keek.
      ‘Kom mee.’ Ze probeerde haar zoon omhoog te trekken. ‘Ik weet niet wat er hier aan de hand is, maar die jongen heeft niets goeds in de zin. We gaan naar huis.’
      Will rukte zijn arm los. ‘Wat? Waar heb je hier over? Wat doe je hier?’
      ‘Ik had een slecht voorgevoel over deze ontmoeting. Kom mee, Will.’
      Ze wilde dit niet hier met hem bespreken.
      ‘Sinds wanneer is een middagdutje doen een misdaad?’ vroeg de jongen. Hij leunde naar achteren op zijn handpalmen en nam haar spottend op. Iets donkers roerde zich in zijn ijsblauwe ogen.
      ‘Je blijft vanaf nu bij mijn zoon vandaan,’ snauwde ze naar hem. ‘Mam!’
      Joyce rukte hem overeind. ‘Nee, Will. We gaan nu naar huis.’
      Will wierp een verontwaardigde blik op Jim, die met een hoofdgebaar naar de parkeerplaats knikte. Grommend rukte Will zich los, waarna hij met grote, boze stappen op de auto afbeende.
      Joyce wierp nog een blik op het vreemde gezelschap van haar zoon. Hij keek haar recht in de ogen en ze voelde een rilling langs haar rug kruipen.
      Ze had het zich niet verbeeld. Er was iets heel erg mis met deze jongen en zijn motieven om met haar zoon om te gaan, konden nooit zuiver zijn.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen