. . .


Phantom had geen flauw idee hoe Raine het had kunnen volhouden. Het was slechts de tweede keer dat hij met Juice afsprak en hij had nu al de neiging om constant over zijn schouder te kijken om te zien of hij niet gevolgd werd. Het was een afgelegen barretje waar ze elkaar ontmoetten. Een scherpe sigarettenlucht drong zijn neusgaten binnen toen hij de ruimte binnenstapte. Hij was wel wat gewend door alle tijd die hij in het clubhuis doorbracht, dus het feit dat hier zo’n dichte walm hing wees wel uit dat hier praktisch geen ventilatie was. Hij liep verder naar binnen en was opgelucht dat Juice al in een hoek zat te wachten. Zijn mondhoeken bogen iets om. De jongen zag er een stuk beter uit dan de vorige keer dat Phantom hem had gezien. Zijn huid was niet meer zo grauw en hoewel de wallen onder zijn ogen niet weg waren, was zijn blik in ieder geval niet meer zo doods. Hij had al het vermoeden gehad dat Raine en Juice het hadden bijgelegd. Hoewel zijn broeder niet gelukkig oogde, was hij niet meer zo gespannen als een veer en trokken de beurse plekken in zijn gezicht langzaam weg.
      ‘Hé.’ Phantom nam tegenover Juice aan het tafeltje plaats. Er zat een onbestendig gevoel in zijn maag. Hij moest toegeven dat hij het leuk vond om de jongen weer te zien, maar hij wist ook heel goed dat ze elkaar niet voor de gezelligheid opzochten.
      Juice liet hem een vermoeide glimlach zien. ‘Bedankt dat je kon komen.’
      Phantom gaf een knikje. Hij nam een bierviltje tussen zijn handen en speelde er een beetje mee terwijl hij Juice aankeek, die naar woorden leek te zoeken. ‘Jullie hebben gepraat, nietwaar?’
      Raine was Esai nog niet naar zijn strot gevlogen, dus Phantom nam aan dat Juice zich aan zijn woord had gehouden.
      ‘Ja.’ Er speelde een glimlachje om Juice’ lippen. Niet de oogverblindende glimlach die hij verwacht had. De Son zuchtte toen hun ogen elkaar ontmoetten. ‘Ik weet niet hoelang ik het voor me kan houden. De waarheid. Het doet pijn om te zien hoe erg hij zichzelf haat. Zelfs als ik zeg dat ik hem vergeven heb, zal hij zichzelf er niet voor vergeven. Hij moet het weten, Phantom.’
      Phantom beet op zijn wang. Natuurlijk, dat was ook het meest fair. Hij wilde ook dat Raine wist wat Esai had gedaan, maar daarmee ging zijn eigen angst niet weg.
      ‘Ik snap het,’ zei hij zacht.
      Voor Juice was het welzijn van hem belangrijker dan dat van Phantom. Het was vervelend voor hem dat ze hem van zijn patch zouden strippen en hij weer op straat stond, maar uiteindelijk was hij maar een vage kennis.
      De zitting van de stoel kraakte toen Juice over de tafel boog, zijn ellebogen steunend op het blad. Juice liet zijn blik niet los. ‘Ik laat je niet vallen, Phantom.’
      De woorden raakten iets diep binnen in hem. Phantom had er lang alleen voor gestaan. Negen jaar. De bruine ogen die hem zo vriendelijk maar vastberaden aankeken deden hem aan hem denken. Er verscheen een brok in zijn keel en hij wendde zijn blik af. Het oude verdriet dat bovenkwam overrompelde hem en hij duwde het zo hard mogelijk weg. Negen jaar, Phantom. Ga niet lopen janken om iets wat negen jaar geleden is gebeurd.
      Hij haalde diep adem. De brok slonk weer iets en hij kon het weer opbrengen om Juice aan te kijken. ‘Thanks,’ zei hij. ‘Heb je dan een plan?’
      ‘Het beginsel ervan? Wacht – ik haal eerst een biertje voor je. Tenslotte ben je hier op mijn verzoek.’ De man grijnsde scheef, kwam overeind en verdween naar de bar. Phantom volgde hem met zijn blik. Zijn schouder- en rugspieren kwamen door zijn simpele witte shirt heen toen hij met zijn armen op de bar leunde en hoewel zijn jeans aan de ruime kant waren, oordeelde hij toch dat de man een lekker kontje had.
      Een beetje beschaamd wendde hij zijn gezicht af.
      Zulke gedachten was hij niet van zichzelf gewend. Al jaren kapte hij ze af, zijn hele leven had hij tussen mensen doorgebracht die zijn geaardheid echt niet zouden accepteren. Hoewel zijn broeders Juice en Raine hard behandeld hadden, hadden de twee wel iets gevonden waar Phantom niet eens op durfde te hopen. Het had hem zich laten afvragen of zoiets ook voor hem kon. Misschien was dat ook wel een reden dat hij ze zo graag wilde helpen. Als hun relatie ooit normaal gevonden zou worden, gold dat misschien ook wel voor hem. Dan hoefde hij dat deel van zichzelf ook niet meer zo angstvallig te verbergen. Raine en Juice zorgden er in ieder geval voor dat hij zelf makkelijker zijn gevoelens en verlangens kon accepteren, doordat het hem ervan overtuigde dat hij niet de enige was die niet aan het stereotype voldeed dat vaak in de media werd afgeschilderd.
Juice schoof hem een biertje toe en nam weer tegenover hem plaats. ‘Ik zat dus te denken… hoe zit het met het grietje dat naast Raine is wakker geworden? Zij weet ook dat er niets is gebeurd. Kunnen we haar niet onder druk zetten?’
      Phantom zuchtte. Daar had hij ook over nagedacht. ‘Het valt niet mee om haar onder druk te zetten. Dan rent ze vast meteen naar Esai toe. Als prospect ben ik nou niet heel angstaanjagend.’
      ‘En als ze het er per ongeluk uit flapt? Als ze te veel gedronken heeft? Zelf… een pilletje op heeft?’
      Phantom haalde een hand over zijn gezicht. Hij was bang dat Esai dat gelijk doorhad. Zelfs als zoiets spontaan zou gebeuren, was hij ervan overtuigd dat de man het hem in de schoenen zou schuiven. ‘Ik hou er niet van om mensen te drogeren,’ mompelde hij. Dat maakte hem geen haar beter dan Esai. Hij schraapte zijn moed bij elkaar. Misschien moest Juice het maar gewoon aan Raine vertellen. Phantom kon zijn sporen uitwissen als hij dat wilde. Zo goed was de rest niet met computers. Hij kon verdwijnen. Opnieuw beginnen. Zo veel had hij nou ook weer niet te verliezen. Natuurlijk – met een stafblad zo lang als het zijne viel het niet mee om ergens een baan te vinden, maar hij wist ook wel hoe hij de randen van de maatschappij moest opzoeken. Misschien was het ook wel te optimistisch gedacht dat hij daar ooit van loskwam. Tot slot was hij nu ook weer bij een organisatie beland die in de drugs-business zat. Hij was altijd al het vuil van de straat geweest en misschien moest hij zich er maar bij neerleggen dat dat nooit zou gaan veranderen. Vlug veel geld verdienen om ervan weg te stappen… dat lukte gewoon niet. Er bleef altijd een smet aan hem kleven.
      ‘Heb je het overwogen om het aan je sponsor te vertellen? Want het was een actie van Esai, toch? Niet van de hele club?’
      ‘Ik weet het niet,’ antwoordde Phantom. Met zijn vuist ondersteunde hij zijn kaak. ‘Ik ben maar een prospect, ik ben nooit bij hun besprekingen. Misschien was het wel een clubbesluit en wilden ze allemaal jullie relatie verbreken.’
      Juice’ kaak verstrakte. Even staarde hij stug naar zijn glas voordat hij verder sprak. ‘Of misschien wil Esai gewoon dat je dat gelooft. Het kan geen kwaad om het aan je sponsor te vragen toch? Je kan zeggen wat Esai heeft gedaan… zeggen dat je je er niet lekker over voelt dat hij een andere broeder gedrogeerd heeft. Als het een clubbesluit blijft dan moet je je erbij neerleggen. Maar als dat niet het geval is…’ Juice haalde zijn schouders op. ‘Je hoort alles aan je sponsor te kunnen vragen, toch?’
      Juice had een punt. Misschien was het inderdaad een eenmansactie geweest.
      Phantom zuchtte. ‘In mijn geval gaat dat niet op. Esai is mijn sponsor.’
      Juice sperde zijn ogen open. ‘Serieus? Het is uitgerekend je vertrouwenspersoon die je dit flikt?’
      Stilletjes knikkend nam hij een slok bier. Het smaakte hem niet.
      ‘Hij maakt gewoon misbruik van zijn functie,’ bromde Juice. ‘Misschien moet je hogerop stappen. Het probleem aan Marcus voorleggen. Raine heeft verteld dat hij daar altijd kind aan huis is geweest.’
      Het idee maakte Phantom nerveus. Hij was nog nooit alleen geweest met zijn President. En dan zou hij ook nog eens zijn zoon beschuldigen van het drogeren van een ander clublid?
      ‘Daarmee houd je je woord aan Esai,’ drong Juice aan. ‘Je kan gewoon tegen Marcus zeggen dat het je dwarszit dat Esai je dwong om een bewusteloze broeder uit te kleden en hem te laten geloven dat hij is vreemdgegaan. Dat je deze manier van met elkaar omgaan niet echt chill vindt. Binnenkort moet je toch de keuze maken of je het clubsymbool op je lijf wilt laten tatoeëren. Je mag het best aangeven als je ergens over twijfelt. Ik denk dat hij je openheid alleen maar zal waarderen. En als het inderdaad een clubbesluit was – dan zul je je erbij neer moeten leggen en dan moet ik een andere manier vinden om Raine zijn zelfvertrouwen terug te geven.’
      Phantom zuchtte nog eens diep.
      Had hij een andere keuze, behalve zijn kop in het zand steken?
      Dat had hij al gedaan en dat gaf hem geen gemoedsrust.
      ‘Goed dan,’ gaf hij toe. ‘Ik zal met Marcus praten.’
      En dan was het maar hopen dat die hem geloofde. Het woord van een prospect tegenover de zoon van de president en zijn opvolger… Hij had er een hard hoofd in.
      Toch voelde het als de meest verstandige keuze.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen