Als ik de lift uitstap en mijn blik die van Days mentor, Mary, kruist, heb ik meteen spijt van mijn beslissing om hierheen te komen. De vrouw kijkt me met een verbaasde frons aan, duidelijk niet echt enthousiast over mijn bezoek. "Kijk eens aan wie ineens besloten heeft om toch terug te komen,” zegt ze, terwijl ze me peilend aankijkt. “Wat doe je hier, Christian?"

Ik heb eigenlijk geen idee waarom ik hier wil zijn - ik weet niet eens zeker óf ik hier wel wil zijn. Ik staar Mary ongemakkelijk aan, op zoek naar een verklaring of excuus, maar het enige wat nadenken me oplevert, is dat ik me er ineens pijnlijk bewust van ben dat mijn ogen geïrriteerd en betraand aanvoelen, en dat mijn hart zo hard lijkt te slaan, dat zij het haast ook wel moet horen. “Nou ik... Day-” begin ik, maar mijn stem hapert en slaat over. Snel wend ik mijn blik van Days mentor af, en kijk naar de liftdeuren, die tot mijn frustratie alweer dichtschuiven. “Weet je, ik weet niet eens wat ik kom doen. Ik kan misschien beter weer gaan.” Mijn instinct zegt me om te doen alsof ik per ongeluk te vroeg ben uitgestapt en snel weer terug naar boven te vluchten, maar ik weet dat Ada - en inmiddels misschien ook Luna en Celese - daar zijn, en die wil ik nu absoluut niet spreken. Het enige positieve dat ik kan bedenken, is dat ik me op dit moment in ieder geval niet de perfecte winnaar voel die Ada ziet. Ik voel me een of andere kneuzige idioot die ondanks zijn dramatische exit van eerder vandaag nu weer met hangende pootjes terugkomt, op zoek naar een klein beetje steun, ook al weet hij dondersgoed dat dit bepaald niet de beste plek is om naar steun op zoek te gaan. Ada had het fout. Dat is iets. Geweldig.

Voor ik de kans krijg om te bedenken hoe ik hier weer weg ga komen en waar ik dan heen zou moeten gaan, komt de districtsbegleidster van District 7 - Valerie- of nee, Valoria, als ik me niet vergis - de kamer binnen paraderen. In tegenstelling tot haar ook al best bijzondere kleding van eerder vandaag, draagt ze nu een korte, strakke groene jurk, vol met glitter en pailletten en een rok met een heleboel lagen tule, waardoor ze eruit ziet als een erg bijzondere plant. De rits van haar jurk hangt echter nog half open en een van de bandjes is van haar schouders af gegleden. "Wat zei j- oh!” Ze probeert de rits dicht te trekken en schuift het bandje weer terug op haar schouder. Als ze mij ziet, glimlacht ze vrolijk, laat de rits los en gebaart naar Mary om haar ermee te helpen. “Alweer bezoek, wat gezellig!" zegt ze, waardoor ik nog liever weg wil hier. Wat voor ‘bezoek’ er ook is, het zijn waarschijnlijk geen mensen die fan van me zijn.

Mary negeert Valoria’s gebaar, en houdt haar ogen ongemakkelijk strak op mij gericht. Iets in haar blik lijkt te veranderen, maar ik weet niet zeker of het medelijden is, of alleen maar ergernis. Eerlijk is eerlijk, het zijn allebei hele reële en hele terechte opties. "Daniel is op zijn kamer," zegt ze dan, waaruit ik maar de conclusie heeft dat ze medelijden heeft.

"Wat leuk dat jullie elkaar op de eerste trainingsdag al zo gevonden hebben!" Valoria geeft me een glimlach waar ze duidelijk een hele hoop mee bedoelt, maar ik heb geen idee wat precies en ben zeker niet van plan om het te vragen. Ze stapt opzij, zodat haar enorme rok me niet in de weg zit.

"Oh, eh, bedankt," mompel ik. Ergens wil ik nog steeds wegrennen, maar die kans lijkt verkeken. Even overweeg ik om Valoria te helpen met haar rits, maar ik wil liever niet nog langer onder het oordelende toeziend oog van Mary blijven, dus loop ik snel naar Days kamer. Voor de deur aarzel ik, nog steeds niet bepaald zeker over wat ik hier eigenlijk kom doen. Wegvluchten en me verstoppen, denk ik. Omdat ik zo’n typische winnaar ben, die alles onder controle heeft. Ik voel me duidelijk zo goed op mijn plek hier in het Capitool, dat ik jammerend naar een andere verdieping vlucht. Ada heeft het mis. Maar de gedachte aan haar woorden - ‘Jij hoort genoeg thuis in het Capitool en de Spelen om de perfecte winnaar te zijn’ - zijn genoeg om mijn woede en frustratie weer te laten opwellen, om een stem in mijn hoofd te laten fluisteren dat er waarheid in haar woorden zit, en om te zorgen dat ik op de deur klop.

Al snel doet Day de deur open, en net als bij Mary, wordt zijn blik er een van verbazing, zodra hij mij ziet. "Is er i- Chris?" Hij kijkt me even onderzoekend aan, maar dan vormt er een bezorgde frons op zijn gezicht, stapt hij opzij, gebaart dat ik binnen moet komen. Ik had liever een glimlach gezien. "Wat is er aan de hand?" vraagt hij, maar in zijn stem weerklinkt aarzeling.

Ik weet bijna zeker dat mijn ogen rood zijn, en dat als ik nu ga praten mijn stem weer over gaat slaan. Heel even overweeg ik om dan maar gewoon niets te zeggen, maar ik kom al snel tot de conclusie dat dat eigenlijk nog genânter is. Ik probeer een zo stoer mogelijk gezicht op te zetten, en mijn stem wat lager te laten klinken, in de - vergeefse - hoop dat ik er dan iets meer controle over heb. "Kan ik Jade als districtgenoot krijgen? Ik heb het helemaal gehad met die achterbakse trut van een Ada.” Halverwege de eerste vraag maakt mijn stem een uitschieter, waardoor ik voel dat mijn wangen ook rood worden, en ik meteen weer de neiging voel om ofwel even potje stevig te gaan janken, ofwel dramatisch weg te stormen en met wat deuren te gaan slaan. Maar omdat ik in Day’s ogen waarschijnlijk nu al een enorme aansteller lijk, doe ik dat allebei maar niet. In plaats daarvan loop ik Day snel voorbij, zijn kamer in.

"Ik denk dat Jade zich niet zomaar laat ruilen." Hij glimlacht, tot mijn grote opluchting, maar de bezorgdheid verdwijnt niet uit zijn gezicht. Hij gaat op de rand van zijn bed zitten, en gebaart dat ik naast hem kan komen zitten. "Wat is het probleem met Ada?" vraagt hij, en heel even zie ik wat onzekerheid over zijn gezicht flitsen. Maar als ik met mijn ogen knipper, is het weer verdwenen, en vraag ik me af of ik het me alleen verbeeld heb. "Als je het wil vertellen."

"Ze is een hypocriete, egoïstische trut, dat is het probleem," flap ik er uit. Terwijl ik naast Day ga zitten, besef ik me hoe makkelijk het voelt om nu naar Ada uit te halen. Waar haar woorden me eerder nog raakten, geven ze me nu een houvast, iets om mee terug te slaan - ook al is ze er niet om de klappen op te vangen. Normaal zijn de gedachten er wel, maar nu, naast Day, is het ineens een stuk makkelijker om ze in woorden om te zetten. En hoewel ik vaak de problematische neiging heb om er een hoop tactloze dingen uit te flappen, voelt het alsof ik nu voor het eerst volledig eerlijk en open ben. Ik ben voor even gewoon mezelf. "Ze begon ineens over dat Luna een slechte mentor is en dat ik een bloeddorstige, moordende winnaar ga worden."

"Wat?" Day kijkt me verward aan, en hoewel hij fronst, is zijn blik niet veroordelend. Ik wist niet eens dat ik dat verwacht had. "Waar kwam dat ineens vandaan allemaal? Het klinkt wel erg onredelijk."

Ik haal mijn schouders op, en ga zonder erover na te denken door met ratelen. "Het wás ook onredelijk. Ze kwam binnen na de training, en toen ze zag dat Luna er niet was begon ze er ineens over. Dus toen zei ik dat ze Luna niet zo mag veroordelen, maar toen begon ze erover dat ik een of andere Beroeps-achtige klootzak ben die voor de lol ruzie schopt met iedereen." Ik maak een gefrustreerd gebaar, als haar woorden weer boven komen drijven, en ik voel mijn ogen weer waterig worden, en uiteraard slaat ook mijn stem weer over. "Alsof ik hierom gevraagd heb."

Maar Day lacht me niet uit, rolt niet met zijn ogen vanwege mijn emotionele vertoning. Hij legt alleen maar voorzichtig een hand op mijn schouder. "Je komt niet over als een Beroeps-achtige klootzak," zegt hij zacht, met een kleine glimlach. En hoewel dat precies is wat ik mezelf al de hele tijd probeert te vertellen, betekent het duizend keer zoveel nu het van hem komt. "Niemand heeft hierom gevraagd en dat weet Ada waarschijnlijk ook wel - dat moet wel."

"Waarom doet ze dan zo stom en zielig?" Opnieuw voel ik de frustratie opwellen, en deze keer verwelkom ik het gevoel van kracht dat het me geeft. Ik heb haar gewoon weg laten lopen, na alles wat ze heeft gezegd. Woorden hebben macht, en Ada is vertrokken zonder daar ook maar íéts van consequenties van te ervaren. Dat is niet eerlijk, niet tegenover Luna, niet tegenover mij, en zeker ook niet tegenover haarzelf. En het enige wat ik kan doen is verbitterd opmerken dat het schokkender geweest zou zijn als de wereld voor één keer wél eerlijk zou zijn.

"Ik weet het niet. Iedereen probeert hiermee om te gaan op zijn eigen manier." Hij haalt aarzelend zijn schouders op, en trekt dan zijn hand terug, waardoor ik onmiddellijk weer spijt heb van mijn uitbarsting. Ik ben kwaad op Ada, niet op Day. Ik wil hem vandaag niet nog een keer wegduwen. Dat heeft me daarstraks niet veel goeds gebracht. "Gaat het?" Hij glimlacht aarzelend naar me. "Voor zover dat kan in deze situatie, bedoel ik dan,” voegt hij er dan snel aan toe.

"Tuurlijk," antwoord ik, maar het lukt me niet om de schijn nog langer hoog te houden. Het is een leugen - natuurlijk is het een leugen - en dat weten we allebei, maar het lukt me niet om toe te geven dat het eigenlijk helemaal niet gaat, en dat ik naar huis wil, en dat ik wil slapen, en misschien wel uit de tijd wil vervagen, alsof ik nooit echt bestaan heb. "Ik word nu al aangezien voor een moordenaar, negentig procent van de mensen die ik gesproken heb haat me en over een week ofzo ben ik dood. Het gaat echt top." Ik veeg gefrustreerd mijn ogen af en trek mijn knieën op, probeer me te verstoppen, zodat de wereld misschien vergeet dat ik besta, ook al is het maar voor even. Maar Day heeft zijn blik afgewend, en staart peinzend voor zich uit. Zeg iets, Day, smeek ik hem in gedachten, als de jongen naast me zwijgt. Zeg dan iets.

Als hij me uiteindelijk weer aankijkt, zijn zijn ogen een storm, maar op de een of andere manier biedt dat steun. Het geeft me een gevoel van veiligheid, nu ik me zo kwetsbaar voel. Ondanks dat ik het gevoel heb dat ik de bliksem zie flitsen en de donder kan horen rommelen, lijkt alles aan Day kalm, en nog steeds is er geen enkel spoor van veroordeling af te speuren. Na alles wat ik vandaag al geflikt heb, alle stomme dingen die ik gedaan en gezegd heb, is het zoveel meer dan ik verdien. "Het is misschien een beetje een schrale troost, maar ik haat je niet en zie je ook niet als een moordenaar, Chris," zegt hij zacht.

Ik wil hem geloven. Ik wil dat zijn woorden waar zijn, maar het voelt lachwekkend onmogelijk. "Nadat ik twee keer voor je neus gevochten heb?" Er is nog nauwelijks een dag voorbij, maar in de tijd die ik daarin met Day heb doorgebracht, is hij getuige geweest van meerdere gevechten. Domme, zinloze gevechten, dat weet ik zelf ook wel. Er is nog niet eens een arena aan te pas gekomen. En al die keren heb ik, hoe graag ik ook doe alsof het niet helemaal een afgang was, keihard het onderspit gedolven. Nu ik erover nadenk, is dat een goed argument om me niet als moordenaar te zien - wie weet denkt hij wel dat ik gewoon niet sterk genoeg ben om zoiets te kunnen. Hij heeft me zien stuntelen en falen. Meteen voel ik hoe het bloed naar mijn wangen stijgt. "Is het omdat ik twee keer in elkaar geslagen ben?"

Daarop grinnikt Day zacht en schudt hij zijn hoofd. "Nee, het is geen medelijden, geen zorgen," lacht hij. "En daarbij... je won toch ook - soort van."

"Oh, absoluut." Wonder boven wonder lukt het mij ook om te glimlachen, en heel even wat rustiger adem te halen. Ik veeg snel mijn ogen af en probeer me te focussen op die kleine overwinningen - het heft van mijn zwaard in Aderyns maag, het laatste woord hebben tegen Samuel. "Ze wisten niet wat ze meemaakten."

"Dat was duidelijk." Hij lacht, en ik voel hoe de sfeer ontspant, en ikzelf ook. Ik ben blij dat ik niet ben omgedraaid. Ik ben blij dat ik hierheen gekomen ben, ook al begrijp ik nog steeds niet waarom. Van alle plekken in het Capitool - misschien wel in heel Panem - voelt dit als de warmste, veiligste plek die er is, voor een jongen die als moordenaar ter dood veroordeeld is, nog voor hij het bloed aan zijn handen heeft.

Reacties (3)

  • Incidium

    chris aan het begin van dit hoofdstuk: onafhankelijk van waar ik ben, wat ik wil is zo snel mogelijk vertrekken. Cant blame him tbh.

    dat ik een of andere Beroeps-achtige klootzak ben die voor de lol ruzie schopt met iedereen
    nee jongen valt mee. Het gesprek met Parveen ging prima, en bijna alle gesprekken met Day leidden niet tot ruzie.
    lol is overigens wel een prima reden om ruzie te maken:D

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      True, Parveen ging tot nu toe goed, maar het feit dat hij zelfs al kinda ruzie met Day gehad heeft zegt wel veel

      3 weken geleden
  • Deparnieux

    Yes, weer een hoofdstuk.

    3 weken geleden
  • Duendes

    Mijnhemel ik hou zoveel van Chris, hij is zo'n kneus en zo'n schatje awh en overweegt oprecht om Valoria nog te helpen met haar jurk ook awh
    En het feit dat hij naar Day komt is gewoon zo sweet en I CANT AAHH het is zo cute en ik gun deze boiis zoveel beter ze verdienen zoveel beter noooo gosh ik wil Chris een knuffel geven man

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Jep ik hou ook van ze en ze verdienen echt minder tragedie awh

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen