. . .

Nu hij het aan Juice had toegezegd, kon hij niet meer terug. Hij moest Marcus vertellen wat zijn zoon gedaan had. Maar hoe bracht je zoiets? Hij kon toch niet zomaar naar zijn president toe lopen, zeggen dat hij wat persoonlijks wilde vertellen en vervolgens zijn zoon beschuldigen?
      In gedachten verzonken stopte hij de spons in de emmer, kneep hem deels uit en ging verder met het schoonmaken van de motors van zijn broeders. Hoewel het een klus was die hij nou niet echt verwacht had toen hij ging prospecteren voor de club, was het met het lekkere weer en de zorgen aan zijn hoofd niet echt een straf. Natuurlijk voelde hij zich wel een beetje een knechtje, maar zijn eerste maanden zaten er allang op en de anderen zaten hem niet meer constant op de vingers te kijken of spottende opmerkingen te maken.
      Met een droge doek nam hij de gewassen onderdelen af om te voorkomen dat er waterdruppels achterbleven, daarna pakte hij de schoonmaakspullen bij elkaar en hurkte bij de volgende motor neer. Pas toen hij ze allemaal had gehad, kwam hij overeind, gooide het vuile water weg en ruimde de spullen op. Kwart voor vijf.
      Het was stil in het clubhuis, blijkbaar waren ze nog steeds in een bespreking. Hij schonk voor zichzelf wat te drinken in. Hij had geen flauw idee waar de bespreking over zou kunnen gaan, dus het viel niet in te schatten of Marcus straks met een goed of belabberd humeur de kamer uit zou komen.
      Toen de mannen eindelijk het clubhuis in dromden, had hij nog steeds geen goede ingang voor het gesprek gevonden. Hij moest maar gewoon recht voor zijn raap zijn. Hij zorgde ervoor dat de mannen allemaal wat te drinken hadden. Een deel van hen zocht de zon op, waaronder Esai. Een betere kans kreeg hij waarschijnlijk niet.
      Phantom rechtte zijn schouders en liep naar zijn president toe. Hij was met de VP in gesprek, waardoor Phantom toch weer begon te twijfelen. Zou hij hem in een belangrijk gesprek onderbreken?
      Blijkbaar had Marcus door dat hij zat te dralen, want hij ving zijn blik en trok vragend zijn wenkbrauwen op.
      Phantom slikte nerveus. ‘Ik eh – wilde iets zeggen. Iets wat… privé is.’
      ‘Heb je het al met je sponsor besproken?’
      ‘Nee.’ Hij kon zijn eigen antwoord amper horen en vervolgde iets harder: ‘Het gaat over mijn sponsor.’
      Marcus’ blik tastte zijn gezicht af. Phantom kon onmogelijk inschatten hoe de man zich daarover voelde. Zonder Phantoms blik los te laten, nam hij nog een slok uit zijn flesje bier voor hij dat opzijschoof.
      ‘Goed dan.’ Marcus kwam overeind en ging hem voor naar een klein kantoortje. Daar zakte hij op een bureaustoel meer. ‘Zeg het maar, knul.’
      Hij gebaarde naar een stoel die tegenover het bureau stond. Phantom zakte erop neer.
      De ogen van zijn President stonden vriendelijk en niet dreigend, wat hij eigenlijk verwacht had. Dat hielp hem iets ontspannen.
      ‘Esai heeft me een paar weken geleden iets laten doen. Iets… waar ik me niet prettig bij voel. Ik heb geprobeerd om het naast me neer te leggen, maar het blijft terugkomen. Het zorgt voor een schuldgevoel tegenover een andere broeder en…’
      ‘Voor de draad ermee, Phantom.’
      Phantom haalde diep adem. Juist ja.
      ‘Een paar weken geleden heeft Esai Raine gedrogeerd. Ik moest hem naar zijn kamer helpen en hem daar uitkleden.’ Beschaamd sloeg hij zijn ogen neer. ‘Er kwam een meisje bij – Destiny – die de volgende dag zou beweren dat ze met elkaar geslapen hadden. Ik zei tegen Esai dat ik me er niet goed bij voelde, maar hij zei dat hij me eruit zou kicken als ik het tegen Raine zei.’
      Schichtig keek hij op.
      Een schaduw trok over Marcus’ gezicht, zijn ogen leken letterlijk een tint donkerder te worden.
      ‘Ik weet dat de club geen voorstander van zijn relatie met Juice was,’ zei Phantom zacht. ‘Maar iemand drogeren – iemand laten geloven dat hij is vreemdgegaan… Ik weet dat Raine zichzelf erom haat, dat de relatie met zijn familie erdoor kapotgaat. Ik voel me ontzettend schuldig door te zwijgen. Maar als dit een clubbesluit was dan-’
      ‘Dat was het niet,’ zei Marcus met een grom. ‘Zo te horen wordt het hoog tijd dat ik een hartig woordje met mijn zoon spreek. Is hij nou helemaal besodemieterd!’
      Phantom hield zijn adem in door de woede die over Marcus’ gezicht flitste, onbewust drukte hij zijn rug tegen de leuning aan.
      ‘Je eerlijkheid wordt gewaardeerd. Jij hoeft je nergens zorgen over te maken, Phantom.’ Zijn neusvleugels verwijdden terwijl hij woest uitademde. ‘Jij niet.

. . .


Esai blies een wolk rook uit en keek toe hoe het zonlicht erdoorheen filterde. Raine zat naast hem. Ze zeiden niet veel tegen elkaar. Uit de speakers van zijn telefoon kwam hiphop die de stilte wegblies. Hij vond het wel chill zo – vroeger hadden ze vaak zo gezeten, als jochies van veertien. Muziek die asociaal hard stond, een sigaret tussen hun vingers en een fles drank tussen hen in. Ieder die hen een blik toewierp, kon een tartende blik terug verwachten.
      Hij kon erom lachen nu hij eraan terugdacht. Toen had hij zichzelf heel wat gevonden. Inmiddels wist hij dat mensen toen met een boog om hen heen liepen omdat zijn vader de President van een motorbende was.
      Toch had het iets vertrouwds om zo te zitten. Raine en hij waren uit elkaar gegroeid. Dat was al begonnen toen Raines moeder overleed, daarna doordat hij naar Santo Padre verhuisde om daar te gaan prospecteren. Toen hij terugkwam was het de zorg van zijn zieke zusje die hem opslokte en uiteindelijk was die flikker van een Juice daar geweest.
      Even had hij gedacht dat er echt niets meer van hun vriendschap over was.
      Het was niet zo dat ze nu diepe gesprekken voerden – daar was Esai nooit fan van geweest. Hij kon best luisteren, het probleem was vooral dat hij nooit de juiste woorden kon vinden en hij zich daar alleen maar opgelaten door voelde.
      Hier zo naast elkaar zitten zorgde toch voor een nostalgisch gevoel en de overtuiging dat het nog wel oké zat tussen hen. Dat het een goed besluit was geweest om te stoken tussen Raine en Juice. Hij hoorde zijn vriend nooit meer over die Son. Blijkbaar was de gedachte dat hij met een vrouw had geslapen genoeg om hem weer bij zijn positieven te brengen. Niet dat Esai hem daarna nog met een grietje samen had gezien, maar meestal was hij zelf rond die tijd te druk bezig met de dames om zijn vriend in de gaten te houden.
      Esai drukte net zijn peuk uit toen zijn vader naar buiten stapte.
      ‘Esai,’ klonk het kortaf. Zijn gezicht stond op onweer.
      ‘Wat nu weer,’ bromde Esai, op een volume waarbij hij er zeker van was dat zijn pa het niet horen kon. Hij kwam overeind.
      Tijdens de meeting hadden ze net de opties voor nieuwe vervoerders voor hun drugs besproken. Sinds die nog steeds onbekende partij hen benaderd had voor een samenwerking – wat ze hadden afgewezen – zat het hun niet lekker en waren ze er vrij zeker van dat die organisatie al te veel details over hun manieren van zaken had vergaard. De opties waren echter niet zo dun gezaaid dat het een grote invloed op het humeur van zijn pa had gehad – dus wat was er dan wel aan de hand?
      Marcus’ gezicht verried niets.
      Esai deed geen moeite om zijn irritatie te verbergen terwijl hij achter de man aan liep. Soms gedroeg zijn pa zich nog steeds alsof hij een kind was en hij ergerde zich er dood aan. Zo ging hij ook niet met andere leden om. Hoe moest hij zich ooit tegenover zijn pa bewijzen als die hem zo bleef behandelen?
      Met de frustratie nog goed in zijn lijf, sloeg hij de deur van het kantoor achter zich dicht. Zijn vader ging achter het bureau zitten.
      Het is blijkbaar wel heel serieus.
      Een onbestendig gevoel bekroop hem. In gedachten ging hij de taken na die hij de afgelopen periode had moeten uitvoeren. Hij had toch niets over het hoofd gezien? Soms ontglipte hem weleens iets, maar hij was er vrij zeker van dat hij deze keer niks verkloot had.
      Esai stak zijn handen in zijn zakken en keek zijn vader afwachtend aan.
      ‘Ik heb net iets verontrustends gehoord.’
      Oké…? Esai trok vragend zijn wenkbrauwen op. Nou, voor de draad ermee. Het was niets voor zijn vader om het zo te rekken, tenzij hij een bepaalde reactie hoopte uit te lokken.
      ‘Waarover?’
      ‘Over een van onze broeders. Die schijnt gedrogeerd te zijn, tijdens een avond in het clubhuis.’
      Esai had het gevoel dat hij een emmer ijskoud water over zich heen kreeg. Fuck.
      Hij waagde een vlugge blik in de donkere ogen van zijn pa.
      Hij weet de waarheid al.
      Even kwam het in hem op om de vermoorde onschuld te spelen, maar op tijd bedacht hij dat hij daarmee alles alleen maar erger maakte. Liegen in zijn vaders gezicht… Dat zou hem al helemaal duur komen te staan.
      ‘Fucking Phantom,’ gromde hij in een vlaag van woede. Hoe had die gore klootzak het in zijn hoofd gehaald om…
      ‘Wáág het niet om kwaad over je prospect te spreken. Hij heeft er goed aan gedaan om het aan mij te vertellen. Dit is niet hoe we als broeders met elkaar omgaan. Wat betekent het woord ‘vertrouwen’ nog als we elkaar drogeren om onze zin door te drijven?’
      ‘Het was het beste voor Raine. Kom op man! Die relatie van hem sloeg helemaal nergens op!’
      ‘Daarin heeft Raine zijn eigen keuzes gemaakt. Dat recht had hij. Het is geen geheim dat ik níét blij was met hun relatie, maar dít… dit is veel te ver gegaan, Esai.’
      Esai klemde zijn kiezen op elkaar. Hij was het er niet mee eens.
      ‘Ik deed wat het beste was voor hem. Voor de club.’
      ‘Nee, dat deed je niet. Dan had je het wel mij besproken, in plaats van je prospect te bedreigen. Wat is dit voor gedrag, Esai? Dit is veel en veel gevaarlijker voor ons als club dan de keuzes die Raine tot nu toe heeft gemaakt.’
      Esai wilde schreeuwen dat hij verschrikkelijk overdreef, maar hij hield zijn kaken op elkaar. Het had geen zin. Zijn pa was het niet met hem eens en geen woord zou hem van zijn ongelijk overtuigen.
      ‘Ik wil dat je Raine de waarheid vertelt. Nu. En waag het niet om ook maar een boze blik op de prospect te werpen, je kunt nog wel wat van zijn integriteit leren. Ik zal zorgen dat hij een nieuwe sponsor krijgt. Blijkbaar kun jij de verantwoordelijkheid niet aan.’
      Een golf woede ging door hem heen, zijn handen trilden en hij kneep ze tot vuisten.
      De blik in de ogen van zijn vader was echter onverbiddelijk. Dit waren orders. En als hij die niet uitvoerde, zakte hij alleen maar dieper in de shit. Met een ruk draaide hij zich om en beende naar buiten toe.
      Hij wist niet welke emotie overheerste.
      Woede omdat een prospect hem verraden had.
      Schaamte omdat hij zijn vader weer teleurgesteld had.
      Angst omdat hij zijn beste vriend zou kwijtraken – deze keer voorgoed.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen