Tom P.O.V:
In mijn hoofd speelt voor de zoveelste keer alles opnieuw af. Dunya die niet weet waarom der ribben zeer doen. Dunya die op dat moment al 2 dagen piepend rondloopt. Mam die uit haar pannetje schiet. Dat ze het eerder had moeten zeggen. Het stukje dat ze stukken mist is niet hij mam binnen gekomen. Het missen van die stukken verklaart zo veel. Geen wonder dat ze geen idee heeft of iets werkelijk is gebeurd! Het verklaart zo veel.

De gedachten verhullen zich in de bestaande chaos in mijn brein. Om het allemaal minder moeilijk te maken. De laatste dagen is het motto ook echt waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan. Mam is net samen met Gordon naar de huisartsenpost gegaan met haar. Die zullen wel naar het ziekenhuis moeten voor foto’s. Nooit dat haar ribben niet gebroken zijn.

Waarom snap ik het nog steeds niet? Waarom? Dunya mist stukken, waarom mist ze die stukken? Hoe komt dat? Wat heeft ze gedaan dan? Het kan niet zijn dat ze het niet wil herinneren. De rook stijgt omhoog over mijn lippen. In de verte zie ik dat mam binnen komt lopen duidelijk kwaad. Gordon schud met zijn hoofd. Dunya loopt gelijk naar boven. “Verdomme, nee! Jij gaat aan die keuken tafel zitten en je vertelt alles! Wat is er in Godsnaam gebeurt! Dit is niet normaal! 5 gebroken ribben! Verdomme Dunya! Praat met of tegen ons! Je loopt er bij als een zombie! Dat doe je al weken! Ik ben het zat! Ik kan dit zo niet. Ik heb communicatie nodig! Anders kan ik je niet helpen.” Mam roept het kwaad uit. In plaats van het hier bij te laten gaat ze door met haar tirade, de helft komt nog geen eens binnen. Dat Dunya al 6 keer gezegd heeft dat het moeilijk is om iets te vertellen als je niet weet of het werkelijk is gebeurd. Dat ze al die tijd nog steeds het gevoel heeft niet wakker te zijn geworden. Dat alles al naar de shit gaat sinds ze geboren is. Piepend haalt ze adem. Haar gezicht loopt rood aan. Ze staat op van af de trap, opent de la met de medicijnen, pakt het doosje oxy. Ze smijt de la dicht. “Sinds deze tyfus troep loopt alles in de soep! Ik weet het niet! Ik weet verdomme bijna niks meer! Hoe kan ik het je duidelijk maken?” Ze beseft dan waar ze mee bezig is en gooit het pakje de andere kant van het aanrecht blad op. Ze hijgt, het klinkt pijnlijk. Haar borst gaat wild op en neer. Nu is de zet weer aan Mam. Ze schreeuwt dat ze zo toch niks kan doen voor haar. Dat praten zo belangrijk is. Dat ze wil weten wat er is, niet van een arts die bezorgd naar een foto kijkt. Mam is zo kwaad dat ze niet door heeft dat Dunya haar ademhaling niet kan laten zakken. Dat Dunya het aanrecht vast heeft omdat ze om gaat vallen. Het valt haar allemaal niet op. Ze is zo verblind door kwaadheid, ik kan Dunya net vastpakken aan haar bovenarm, haar knieën geven op. Ze zakt als een kaarten huis in elkaar. Daar sta ik dan met Dunya haar arm in mijn hand. Zij zit half op haar knieën. Haar handen om haar ribbenkast die snel op en neer gaat, als ik haar arm nu los laat valt ze om. Ze is weer eens out. Ook niks nieuws. Het gebeurde al om de haverklap. Nu is het helemaal de gewoonste zaak van de wereld. Mam wil boos verder schreeuwen, draait zich om en ziet mij staan. Dunya hangt in mijn hand.

Voor ik kan knipperen zit mam voor haar op haar knieën. Dunya haar ademhaling zit hoog, je ziet dat alle spieren mee doen om te zorgen dat ze lucht in haar longen kan krijgen. Piepend haalt ze adem. Het is piep, piep, piep, hoest. Dunya begint te hoesten. Haar hele lichaam beweegt mee. Ze zakt nu helemaal op haar knieën. Met een hand steunt ze op de grond, de ander heeft ze om haar ribbenkast geslagen. Ze blijft er bijna in hangen. Met stoten ademt ze in. Om vervolgens verder te gaan met hoesten. Ze hoest zo hard dat je haar hoort koren. Daar stopt het niet.

Mijn hoofd schiet terug naar een paar dagen terug. Dunya slap in de armen van Roy. Ik wil met Michael praten. Vragen wat het was, wat ik had moeten doen? Maar ik kan het niet. Dunya en mam zijn nog steeds verwoed tegen elkaar aan het schreeuwen, dit heb ik nog nooit mee gemaakt. “Weetje, ik kan dit niet. Dit leven niet, dit huis niet. Ik ben dit niet gewend. Ik wil niet over mijn schouder moeten kijken of er een of andere flikker met een camera loopt. Ik moet al genoeg over mijn schouders kijken. Ik trek dit niet meer!” Daarna valt de voordeur in het slot. Dunya is naar buiten gelopen. Ze heeft haar handen in haar nek. Nog gaat haar borstkas als een bezetene op en neer. Je ziet de spieren in haar nek mee helpen om lucht in haar longen te krijgen. Waarom heeft ze niets eerder gezegd? Ik snap dat het nogal surreal is. Maar dat is het voor mij ook nog. Ik weet ook niet wat wij hier aan hadden kunnen doen. Ik snap dat ze het niet wil. Ik wil ook gewoon over straat kunnen lopen zonder een camera in mijn bakkes gedrukt te krijgen.

Voor het eerst besef ik mij waarom Dunya zo weinig los laat. Ze is uit haar vertrouwende omgeving gehaald. Wordt gedrogeerd, heeft constant met paparazzi te maken. Kan niet meer doen wat ze gewend is. Wordt gedwongen om door mij of Michael opgehaald en gebracht te worden. Kan amper haar kont keren of mam heeft er commentaar op. Wordt kwaad op der. Ze kan niet eens een tiener zijn. Die tijd is er om fouten te kunnen maken. Bill en ik hebben die tijd niet gehad omdat wij op tour waren, of in interviews zaten en van hot naar her holden. Dunya heeft die keuze niet gemaakt. Ze is er in gestopt. Geen wonder dat ze niet weet of ze ons kan vertrouwen. Wie weet wat voor opvoeding ze heeft gehad. Misschien is het wel heel raar. Misschien heeft ze geen idee wat de rol van een moeder is. Wie weet wat ze heeft mee gemaakt. Voor het zelfde geld werd ze mishandeld. Weten wij veel! Ik wil me er mee bemoeien. Ik kan het niet. Mich stuurt een berichtje of ik langs kom. Ik laat het mij geen twee keer zeggen. Ik moet even het huis uit.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen