De zaal waar het feest gehouden wordt, ziet er precies zo uit als je van een feest in het Capitool zou verwachten: chique, maar kitscherig, met aanzienlijk meer glitters en kleur dan strikt noodzakelijk is - zowel wat de meeste gasten als de decoratie betreft. In de bontgekleurde mensenmassa, vallen de meest ‘normale’ gezichten het meest op: de andere aanwezige tributen en een handjevol oud-winnaars, die rustig met elkaar en met de Capitoolbewoners staan te praten. Meteen weet ik niet meer zo zeker waarom ik hier wilde zijn. Ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n feestbeest - daar heb je sociale vaardigheden voor nodig, en mijn leeftijdsgenoten hebben me meermaals duidelijk gemaakt dat ik daar niet over beschik.

Ook Day lijkt niet helemaal op zijn plek, maar hij glimlacht wel. "Oké, gezellig,” zegt hij, terwijl hij om zich heen kijkt. “Het was inderdaad het goede gebouw."

Jade, die zich aanzienlijk meer in haar element lijkt te voelen, volgt zijn voorbeeld en grijnst. "Cool,” mompelt ze verwonderd, voor ze zich tot ons richt. “Ik weet niet wat jullie gaan doen, maar ik ga even rondkijken. Tot later!" Meteen loopt ze de zaal in, en al snel is haar gestalte verdwenen in de menigte.

"Oké, dus dan zijn we nog maar met zijn tweeën." Ik lacht, maar om een of andere reden voel ik me nu nog iets minder op mijn gemak, nu ik me steeds bewuster wordt van het feit dat mensen ons opmerken. Samen naar het feest komen, is eigenlijk een manier om aan te kondigen dat je niet zomaar vage kennissen van elkaar bent. Er is een hele zaal vol mensen die naar ons zullen kijken en een bondgenootschap of zelfs een vriendschap zullen denken te zien. Deze keer ben ik volledig zelf verantwoordelijk voor het creëren van verwachtingen die ik niet na wil komen, en het idee maakt me ongemakkelijk en nerveus. Ergens voel ik de neiging om te roepen dat er niets te zien valt en dat er niets is, maar ik weet heel goed dat dat waarschijnlijk alleen maar meer aandacht naar ons toe zou trekken, en dus averechts zou werken, dus ik hou voor de verandering mijn grote mond en richt me alleen tot Day. "Gelukkig is dat ook gezellig. Wil je iets drinken?" vraag ik snel.

Day knikt. "Dat is een goed idee. Al een idee waar we dat kunnen vinden?" Hij laat zijn blik de zaal rond glijden, maar er zijn voornamelijk veel gasten zichtbaar.

"Waarschijnlijk niet midden in de zaal, dus..." Ik kijk naar de hoeken van de zaal, en vind de hoek van een buffettafel tussen de mensen, rijkelijk beladen met grote schalen met veel te kleine hapjes. "Daar. Kom." Ik loop op de massa af en steek mijn hand uit naar Day om hem niet kwijt te raken, maar zodra ik besef wat ik doe, trek ik mijn hand snel terug. Door hier te verschijnen met Day heb ik waarschijnlijk al wel genoeg geruchten de wereld in geholpen en ik wil het zeker niet erger maken door zoiets stoms. Hou je hoofd erbij, Chris, en doe voor één keertje normaal. Snel gebaar ik dat hij me moet volgen, en zigzag tussen de mensen door.

“Goed punt," antwoordt Day, die snel achter me aan loopt. Ik hoop vurig dat hij me niet kwijtraakt in de menigte, want ik durf niet naar hem om te kijken, bang om een veroordelende, verwarde blik te zien of vragen te krijgen. Het Capitool zal toch wel conclusies gaan trekken - dat is wat ze doen - maar ik hoop vurig dat Day niet hetzelfde doet. Er is helemaal niets, niet eens een bondgenootschap, laat staan een vriendschap of wat dan ook. Ik ken deze jongen net vierentwintig uur. Het is niets - stop met denken of dromen of wat het ook is wat mensen doen. Het is niets.

Ik schenk snel twee glazen vol met iets wat eruit ziet als een fatsoenlijke niet-groene smoothie, en geef de jongen uit District 7 een van de glazen. "En nu maar hopen dat hier geen alcohol in zit," zeg ik, en ik neem voorzichtig een slok. Ik weet niet of ik de smaak van alcohol eigenlijk wel zou kunnen herkennen, maar ik denk niet dat dit het is - dit smaakt vooral alsof de suiker hier op een dagelijkse basis net zo royaal gebruikt wordt als de glitter. "Ik denk dat het meevalt."

“Dank je." Day neemt zonder aarzeling ook een slok, fronst even door de vreemde smaak, maar grinnikt dan. "Het is vooral erg zoet, maar dat is alles hier."

"Is vast in de mode?” suggereer ik - ik ben immers een echte nep-expert op dat gebied. “Kan eten in de mode zijn? Hier vast wel."

“Zeker weten." Hij leunt tegen de muur en neemt nog een slok. Tot mijn opluchting zegt hij niets over het feit dat ik mijn hand naar hem uitstak. Misschien heeft hij het niet eens gemerkt. Hij lijkt in ieder geval wel wat meer op zijn gemak te zijn, als hij even in stilte naar alle pratende en dansende mensen kijkt. "Ik denk dat we niet zo goed naar de dresscode gekeken hebben," concludeert hij dan.

Ik kijk op van de kleine gebakjes die ik aan het eten was. "Er was een dresscode?" vraag ik, met mijn mond halfvol. Als ik zijn blik volg, zie ik meteen dat hij gelijk heeft. Volgens mij is dit zo’n gevalletje van een ongeschreven dresscode, of eentje die in geheimtaal op de uitnodiging stond en die iedereen behalve wij heeft meegekregen. Tuurlijk, de Capitoolbewoners zien er ongeveer zo extra uit als gewoonlijk, maar lijken wel hun meest hippe, ‘zeeblauwappelgroene’ of roodgeglitterde kledingstukken te hebben aangetrokken. De aanwezige tributen - zover ik kan zien de jongen uit District 6, wiens naam ik me niet meer echt kan herinneren, en dat Zosima-meisje uit District 4 - zijn een stuk soberder gekleed, maar ze dragen geen felgekleurde hoodie en een trainingsbroek, zoals een zekere andere aanwezige. Het meisje heeft zelfs wat glitters in haar felrode haar zitten.

"Lastig te zien, maar de andere tributen lijken allemaal net gekleed," verzucht hij, en dat terwijl hijzelf er prima uitziet. Zijn outfit is misschien geen heel net pak, maar het is degelijk, en geen trainingsbroek. Ik ga geen cijfers uitdelen, maar laten we het er maar op houden dat zijn outfit smaakvoller is dan die van de gemiddelde gast hier.

"Als iemand het vraagt, is dit mode,” antwoord ik snel, en ik zucht. "En hé, ik voldoe vast soortvan aan de norm. Ik heb glitters." Onbewust haal ik een hand door mijn haar, waardoor ik helaas zowel mezelf als Day eraan herinner dat niet alleen de trui lichtelijk beglitterd is.

Day grinnikt. "Dat is waar,” zegt hij. “Je doet het beter dan ik.”

"En ik heb er alleen maar een hoop koppigheid en leugentjes voor nodig,” zeg ik zacht, en ik grinnik.

"Hey, hoi, hallo daar!” Het zware capitoolaccent waarmee we aangesproken worden, verraad problemen. Ik weet dat ik gezegd heb dat ik hier kwam om sponsoren te winnen, maar ik had eigenlijk gehoopt dat dat een gevalletje van ‘even je gezicht laten zien’ zou zijn. Die kans lijkt nu verkeken, want voor ons staat een lange man in een bordeauxrood pak, met een felrode glittersjaal en een vreemde, kleine hoed. “Wat een eer om jullie in het echt te mogen ontmoeten, fantastisch dat jullie op het feest zijn!" De man lacht, alsof we oude vrienden zijn, die elkaar na een hoop jaar weer zien en een hele hoop te vertellen hebben. Dan laat hij tot mijn schrik zijn blik over me heen glijden en trekt een wenkbrouw op. "En wat een fabuleuze verschijning ook," lacht hij, op een toon waar ik niet met zekerheid van kan zeggen of het een gemeend compliment is. "De glitters staan je écht top. En die trui-" Even valt de man stil, maar dan dwaalt zijn blik af naar Day, "is die van je vriend?"

Oh. Wat?

Het is alsof mijn hoofd kortsluiting maakt, alsof alles explodeert, terwijl elektrische schokken door mijn hoofd schieten en er donder door mijn brein galmt. Hoe meer de woorden van de man op hun plek vallen, en hoe meer ik ga begrijpen waar hij op doelt hoe intenser het wordt. Voor ik iets kan doen om mezelf te beheersen, te kalmeren en een normaal antwoord te geven, begin ik te stamelen en te ratelen, terwijl mijn ademhaling oppervlakkig wordt en mijn hart zo hart bonst dat ik bang ben dat hij uit mijn borstkas springt. "Nou, eh, 'vriend' is een groot woord. Ik heb gee- Ik ben niet- Ik bedoel dat ik geen vriend heb, maar ik ben ook niet-" Ieder woord is een nieuw struikelblok, en ik val hard, tot ik uiteindelijk maar een vlugge blik op Day werp en zwakjes de waarheid uitkraam. "Hij is van Danny." Ik probeer mezelf te herpakken met een grijns, maar in mijn hoofd onweert het. Mijn ledematen voelen ineens onhandig aan, en ik weet niet meer waar ik mijn handen moet laten, of hoe ik moet stoppen met trillen. Ik ben niet- Waarom denkt hij- Waarom doet het er überhaupt toe?

Day knippert even verbaasd met zijn ogen, maar dan glimlacht hij en wordt alles weer rustig. Mijn lichaam vindt de controle terug en de bliksem gaat weer liggen. Alleen de donder van mijn hart blijft door mijn lichaam gonzen, kalmer dan daarnet, maar nog altijd aanzienlijk sterker dan normaal. "Chris was bang om te bevriezen, maar had niet zelf gedacht aan iets warms," verklaart hij rustig, waardoor ik begin te twijfelen of hij überhaupt wel doorheeft wat de man suggereert - dat Day en ik partners zijn. Of een soort relatie hebben. Dat ik op mannen val. Dat er sprake is van ‘Day en ik’. Maar de man zit fout - het is gewoon een capitoolfreak die te veel series en films gezien heeft, en dus een verwachting van me heeft. Er is geen ‘Day en ik’. Er is geen relatie, geen vriendschap, zelfs geen officieel bondgenootschap. Er is niets.

"Aha, natuurlijk." Maar de veelzeggende blik waarmee de man me aankijkt, maakt meer dan duidelijk dat hij dat antwoord niet echt helemaal geloofd.

"Het is hier gewoon veel kouder dan thuis,” mompel ik, en hoewel mijn stem al een stuk gecontroleerder klinkt dan daarnet, weet ik heel goed dat het bepaald niet overtuigend is.

Maar de man vraagt niet verder, hij glimlacht alleen naar ons. "Wat fijn dat jullie het goed kunnen vinden. Nou, ik laat jullie maar weer alleen, maar ik zal voor jullie duimen." Hij knipoogt naar me, zwaait, en verdwijnt weer in de menigte.

Even blijft het stil, terwijl ik probeer mijn hart en ademhaling te bedaren. Ik neem snel een slok van mijn drinken en trek een wenkbrauw op. Die man was de vreemde hier, niet ik. Dat moet Day ook wel weten, toch? Ik schraap mijn keel en hou mijn blik op mijn glas gericht, bang om weer te gaan ratelen en om mijn rode hoofd aan nog meer mensen te laten zien. "Ehm, ik denk dat we in ieder geval één fan hebben?"

"Ik denk het. Dat was... bijzonder." Day schudt zijn hoofd. Dan barst hij in lachen uit. "Sponsors winnen was toch het plan? Goede tactiek."

Een tactiek - dat zou alles verklaren. Mensen willen een sprookje, een drama, en deze man hoopt dat wij die kunnen geven. Misschien zag hij me wel aan voor Alex, die jongen uit District 5, die gisteren met de jongen uit District 8 stond te zoenen. Daarvan zal inmiddels het hele Capitool wel weten dat hij op mannen valt. Alex is ook blond, en Flynn uit District 8 is ook lang. Misschien herkende hij ons gewoon niet goed, nu we geen parade-outfits aanhebben. Misschien heeft hij zich gewoon vergist. "Ik weet alleen niet wat voor tactiek het was,” geef ik met een ongemakkelijke lach toe. Maar zelfs als dit allemaal een vergissing was, en er helemaal niet dergelijke - onjuiste - aannames en verwachtingen over mij bestaan, is er nog steeds één ding dat aan me blijft knagen: als Day wist wat de man over ons suggereerde, waarom probeerde hij dan niets te ontkennen?

Reacties (2)

  • Incidium

    Chris het vorige hoofdstuk: ik ken mezelf op feesten, het gaat altijd fout.
    Chris dit hoofdstuk: wat is dit voor rotfeest en waarom zijn er zoveel mensen.
    'grote schalen met veel te kleine hapjes' is een prachtlijn en perfect:D
    Christian Solis no homo Swan is diep in de ontkenning. Although ik me wel afvraag waarom hij zo reageert alleen al op de mogelijkheid dat hij niet hetero is. Is dat een spoiler? Mijn gok is zijn vader is een nog rotter rotmens dan voorheen gedacht.

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Chris op feestjes is ik op feestjes en dat is waarom ik niet naar feestjes ga
      Ikr die vat de bizarre cultuur van het Capitool wel goed samen
      Yeah, kinda. Laten we het erop houden dat mr. Swan sowieso iedere kans aangrijpt om Chris te vertellen dat hij een teleurstelling is

      1 maand geleden
    • Incidium

      Crhis verdient beter arme jongen. idk ik vind de paniek soms een beetje vreemd omdat nergens in het verhaal is verteld/gehint waarom. Maar wss ben ik te ongeduldig en tbh, de hongerspelen is niet het moment voor zelfreflectie

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Yeah hij moet zeker ergens nog een moment krijgen om daar wat meer aandacht aan te besteden
      En eigenlijk moet hij erover praten maar het probleem is dat hij teveel in een gay panic ontkenningsfase zit om er echt over te praten

      1 maand geleden
    • Incidium

      ja mmm misschien kan Luna helpen
      maar ook Luna heeft betere dingen te doen dan Chris managen. In het capitool hebben ze vast Psychologen beschikbaar voor tributen. Dat lijkt me echt niks voor Chris

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Yeah Chris gaat echt niet zelf hulp zoeken dus voorlopig houden we het op paniekerig ontkennen voor zolang dat gaat, yay

      1 maand geleden
  • Duendes

    Ohmygosh i love this Chris is één bom aan absoluut zeer zeker weten niet-gay panic heftige ontkenningsfase en awh het is zo cute en sparks joy idk man ik hou van deze boiis
    En van de referentie naar onweer en donder want YEAH Thunder and Lightning:Y)

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Dit hoofdstuk is even een wake-up call voor iedereen die het somehow nog niet doorhad: he gay
      En JA this one sparks joy

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen